De tocht naar Chatham


Door: Bas Flipse
Laatst aangepast: 24-12-2011


Het is misschien wel het meest glorieuze moment uit de Nederlandse (krijgs)geschiedenis: de tocht naar Chatham op 22 juni 1667. Op deze dag tijdens de Tweede Engelse oorlog voer de Nederlandse vloot onder leiding van Michiel de Ruyter de Theems op, voer de ketting 'kapot', schakelde de Engelse vloot met een vernietigende aanval uit en nam als prijs het Engelse vlaggenschip de Royal Charles mee naar huis. Haar spiegel is nog altijd te bezichtigen in het Rijksmuseum in Amsterdam. Bijna iedereen kent de gebeurtenis, maar wat is er precies gebeurd en wat is de achtergrond?



Aanloop
Wanneer men het over de tocht naar Chatham heeft, dient men naast de naam De Ruyter ook die van Johan de Witt te noemen. De Witt was één van de mensen die het grote belang van een sterke vloot voor de Republiek inzag en al voorafgaand aan de Tweede Engelse oorlog had hij sterk geïnvesteerd in de vloot. Tegen het jaar 1665 was de vloot van de Republiek aangevuld met een aantal nieuwe linieschepen en daarnaast zorgden De Witt en De Ruyter, die nauw onderling contact onderhielden, er ook voor dat er werd geïnvesteerd in randzaken zoals de walfaciliteiten.
De basis voor de gedurfde aanval werd gelegd eind oktober 1665, toen de Nederlandse vloot voor de Engelse zuidwestkust lag, om deze zodoende te blokkeren en de Engelse vloot aan te vallen. Eerder hadden de Engelsen een overwinning behaald in de zeeslag bij Lowestoft, maar de Engelsen lieten zich nu evenwel niet zien. De Ruyter, onder leiding van Johan de Witt hemzelf, zeilde ongehinderd de Theems op om de diepte te meten. Het was hier waar De Witt het gedurfde plan opstelde om over de de Theems richting Londen te zeilen, maar door de slechte weersomstandigheden en tekorten op de schepen, die al geruime tijd buitengaats waren, kon hij dit niet ten uitvoer brengen. De vloot voer onverrichter zake terug naar de Republiek en het seizoen van 1665 kwam hiermee ten einde.

Johan de Witt
Bedenker van de glorieuze aanval; Raadspensionaris Johan de Witt

Tegenslagen voor De Ruyter en de Republiek
Tijdens de winter haalde De Witt de politieke betrekkingen met zowel Denemarken en Frankrijk aan, en wist hen ervan te overtuigen de Republiek te steunen in de oorlog tegen de Engelsen. Hoewel we nu weten dat de Franse steun in praktijk niet veel voorstelde, zagen de Nederlandse kansen aan het begin van het seizoen van 1666 er niet slecht uit. De eerste grote zeeslag van dat jaar was de Vierdaagse zeeslag en deze eindigde in een overwinning voor de Republiek. Door het succes van deze slag werd de vloot er snel weer op uitgestuurd. Met het oog op een eventuele landing werden de oorlogsschepen op aanwijzen van Johan de Witt ditmaal aangevuld door het korps Mariniers, dat recent het levenslicht had gezien. Al snel bleek dit geen optie te zijn omdat de Engelsen gewaarschuwd waren en een grote troepenmacht op de been hadden gebracht. De Ruyter stuurde de troepenschepen weg en raakte kort erop verzeild in de Tweedaagse zeeslag. Omdat het eerste eskader, onder leiding van Banckert, uit elkaar werd geslagen, en Tromps eskader, dat de achterhoede vormde, nergens te bekennen was (hij joeg elders een Engels eskader achterna), werd De Ruyter in het nauw gedreven. Uiteindelijk wist hij uit te breken en terug te zeilen naar de Republiek, maar de nederlaag was een feit.
Een paar weken later werd het nog erger toen een klein Engels eskader bij Texel het Vlie binnenvoer en ongehinderd maar liefst 150 koopvaarders kon vernietigen. Het seizoen van 1666, dat zo veelbelovend was begonnen, eindigde in een domper toen De Ruyter ook nog eens ziek werd nadat hij een brandend lontpluisje had ingeademd. In tegenstelling tot wat men verwachtte knapte de 60-jarige De Ruyter maar niet op en werd hij langdurig gekweld door hevige koortsaanvallen.


Chatham en de rivier Medway. Grotere kaart weergeven

De vloot vaart uit
De Witt was bezorgd over de gezondheid van De Ruyter, maar hij was zijn plan uit 1665 echter niet vergeten en was vastbesloten dit ten uitvoer te brengen. Hoewel De Ruyter niet in staat was zich veel met de voorbereidingen te bemoeien, werd de vloot in gereedheid gebracht voor het seizoen van 1667. De Engelsen daarentegen kwamen niet aan veel voorbereiding toe door de grote brand 1666 en een pestepidemie die Londen teisterde. Op 7 juni 1667 voer de Nederlandse vloot uit onder leiding van de nog altijd kwakkelende Michiel de Ruyter. Johan de Witt achtte het noodzakelijk een afgevaardigde van de Staten-Generaal mee te sturen en het liefste was hij zelf meegegaan, ware het niet dat de vredesonderhandelingen met de Engelsen in Breda hem dit beletten. Hij stuurde daarom zijn broer Cornelis de Witt mee, met als hoofddoel wat extra gewicht (of politieke druk) in de schaal te leggen als de kopstukken van de vloot een landing op de Engelse kust niet aandurfden.
Op 18 juni lag de vloot klaar voor de Engelse kust en voeren de lichtste schepen van de vloot, onder leiding van De Witt en Van Ghent, de Theems op, terwijl de zware schepen onder De Ruyter achterbleven om een eventuele Engelse aanval in de rug af te slaan. Aanvankelijk voer Van Ghent naar het westen richting een aantal handelsschepen, maar deze vluchtten verder de rivier op. Voor Gravesend keerde het eskader om en voer het richting Sheerness de Medway op. Fort Sheerness vormde een obstakel; hoewel het fort nog niet af was, beschikte het wel over diverse batterijen en het werd bovendien ondersteund door het fregat de Unity (het voormalig Nederlandse schip de Eendracht). Nadat dit schip echter door een Nederlandse brander werd bedreigd voer het verder de Medway op en werd fort Sheernes door de Nederlandse schepen beschoten. De troepen in het fort raakten in paniek, deserteerden grotendeels en het restant kon niet verhinderen dat het fort werd ingenomen door Nederlandse Mariniers. Inmiddels hadden de Engelsen verderop in de rivier haastig een aantal blokkadeschepen afgezonken of zodanig gepositioneerd dat zij met hun geschut de rivier bestreken, maar ondanks de aanwezigheid van Engelse batterijen aan weerszijden op de wal konden ze niet voorkomen dat de blokkadeschepen werden uitgeschakeld en opgeruimd en dat de Nederlanders doorvoeren naar de kapitale schepen op de Medway.



De ketting gebroken?
Op 22 juni werd de geschiedenis geschreven: nadat Jan van Brakel met zijn schip de Vreede over de beroemde ketting was gevaren werd het Engelse vlaggenschip de Royal Charles veroverd en zes andere kapitale schepen die op de Medway lagen werden verbrand.
Hoewel het bestaan van de ketting een feit is, is het onzeker of deze ook daadwerkelijk is stukgevaren door de Vreede, daar de bronnen hierover verschillen. Het is het meest aannemelijk dat de Vreede met haar geringe diepgang over de ketting heen voer en dat deze mogelijk later door Nederlandse troepen is vernield. Feitelijk bestond 'de ketting' uit, uiteraard, een ketting, maar ook uit diverse verdedigingswerken op de wal en in het water. Om hierlangs te komen moest men niet alleen de ketting vernielen, maar ook afrekenen met de batterijen en de gewapende blokkadeschepen. De Ruyter was dus niet in persoon aanwezig bij dit wapenfeit; hoewel hij op de ochtend van de 22e door De Witt verzocht was de vloot te vergezellen, kwam hij pas 's avonds aan toen de belangrijke overwinningen al een feit waren.

Willem Schellinks
Het verbranden van de Engelse vloot bij Chatham. Willem Schellinks legde op dit schilderij fraai vast hoe de Nederlandse vloot de bochtige rivier opvoer. Engelse schepen werden verbrand en mariniers veroverden Engelse forten op land.

Dag twee van de campagne
Maar wanneer u nu denkt dat er voor De Ruyter slechts een kleine rol was weggelegd heeft u het mis. De volgende dag gingen de aanvallen op de Engelse vloot onder leiding van De Ruyter door. Het eskader zeilde verder de rivier op en trof er meerdere schepen aan; drie kapitale schepen werden verbrand. De Ruyter en De Witt deinsden er niet voor terug om zelf, ondanks hevig vuur vanaf de kant, in een sloep te stappen en één van de branders die gebruikt werden om de vijandelijke schepen te vernietigen, te begeleiden. Onder de Engelse bevolking brak massale paniek uit. In Londen gingen er geruchten dat er een Frans-Nederlands leger aan land was gezet en sommige kooplieden probeerden de stad te ontvluchten om hun waar in veiligheid te brengen. Zelfs tot in Noord-Ierland werd gevreesd voor een aanval en ook het Engelse hof was verbijsterd.
Naast het feit dat de Engelsen bijna al hun kapitale schepen verloren door de Nederlanders, brachten ze zelf ook in allerijl een aantal schepen tot zinken als blokkadeschip om of te voorkomen dat ze in Nederlandse handen zouden vallen. De aanval was een doorslaand succes geworden; tegen slechts minimale verliezen was de machtige Engelse vloot uitgeschakeld.

Royal Charles
Het vlaggenschip van de Engelse marine werd niet verbrand maar als trofee meegenomen. De spiegel (achterkant) hangt in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Nasleep
Aan het einde van de tweede dag trok het eskader zich terug, maar Johan de Witt was nog niet tevreden. De vredesonderhandelingen in Breda waren nog steeds gaande, en hoewel de Engelse afgevaardigden een stuk toeschietelijker waren geworden, gaf De Witt opdracht de Engelsen, nu ze op hun rug lagen, ze in de wurggreep te houden. De vloot werd verdeeld zodat diverse eskaders de gehele Engelse oostkust van noord tot zuid konden belagen. De Ruyter zelf voer, nog altijd in aanwezigheid van Cornelis de Witt, begin juli opnieuw de Theems op maar trof hier sterke tegenstand en zag geen kans het huzarenstukje van 22 en 23 juni te herhalen. Terwijl hij zich terugtrok arriveerde er een regiment soldaten uit de Republiek en besloten werd een landing uit te voeren bij Harwich. Hoewel dit regiment er met De Ruyter en De Witt er inderdaad in slaagde de kust te bereiken, moesten zij zich even later toch terugtrekken door de taaie tegenstand en het numerieke overwicht dat ze ontmoetten. Er werden in de weken erop meerdere landingen uitgevoerd, en hoewel deze niet veel successen meer opleverden, kwam er op 10 augustus het bericht dat de Vrede van Breda een feit was (hoewel het verdrag zei dat de vijandelijkheden pas op 5 september gestaakt zouden worden).

De Ruyter viel bij terugkomst in de Republiek een groots onthaal ten deel en hij werd ontboden bij de Staten-Generaal om verslag uit te brengen en voor een eremaaltijd. De zeeheld werd door diverse schilders groot uitgebeeld; voor die tijd nog ongebruikelijk. Een succesvolle aanval in Engelse wateren was een unicum en pas in 1939 slaagde de Duitser Günther Prien er met zijn U-47 een soortgelijke actie uit te voeren: in de marinebasis Scapa Flow werd het slagschip HMS Royal Oak met torpedo's tot zinken gebracht. (De naam Royal Oak schijnt aan dit soort acties verbonden te zijn; tijdens de aanval in 1667 werd er door de Nederlanders een linieschip met dezelfde naam volledig vernietigd). Met de tocht naar Chatham verwierf De Ruyter een plaats in de geschiedenis en nog altijd wordt erover geschreven en verteld.
Na de succesvolle campagne wachtten er voor Michiel de Ruyter slechts een paar jaar vrede; in het rampjaar 1672 verklaarden de Engelsen opnieuw de oorlog aan de Republiek zodat De Ruyter wederom op de proef zou worden gesteld.



Bronnen
Gerard Brandt - Het Leven van Michiel de Ruyter (vertaald, 2007)
Ronald Rrud'homme van Reine - Rechterhand van Nederland
Wikipedia.org - Tocht naar Chatham
Wikipedia.org - Raid on the Medway
deruyter.org
historien.nl






Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
De zee en haar betekenis
Taken van de marine
Korps Mariniers
Mijnendienst
Onderzeeboten
Dienst der Hydrografie

Marine uniformen
Rangen en standen

Gerelateerde artikelen
Spiegel even terug
Oprichting marine
Marinekazerne A'dam in '52
Nachtelijk rumoer