De beste Nederlandse radars en hun chips


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 23-10-2015


De Nederlandse marine vaart met radars die behoren tot de absolute wereldtop. De radars zijn het resultaat van een jarenlange samenwerking tussen Thales, de marine en kennisinstituten als TNO. Marineschepen.nl sprak met Frank van den Bogaart en Frank van Vliet, die namens TNO werkten aan essentiële onderdelen: de chips. Een niet eerder verteld verhaal over twee van de beste Nederlandse radars.

De Zeven Provincien
Een SM-2 raket schiet in een vuurzee omhoog vanuit Zr.Ms De Zeven Provinciën. (Foto: Defensie)

Dit artikel is de derde (en laatste) longread uit de reeks over marinetechniek:
Zij ontwerpt de nieuwe onderzeeboten
Hoofdrol Nederlands fregat tijdens raketschildoefening


Stelt u zich een Luchtverdediging- en Commandofregat (LCF) voor, dat in een ruige zee op snelheid voorbij vaart: de boeg duikt in de golven, schuim spat over het kanon, de Rolls Royce gasturbines fluiten, de grote zwarte SMART-L radar draait rond. Plots worden inkomende raketten gedetecteerd en even later lanceert het schip 1, 2, 3, 4 raketten die uit een enorme vuurzee omhoog schieten en naar hun doel vliegen.



Buitengewoon spectaculair, niet? Maar missen we niet iets in onze voorstelling?

Precies. Vlak achter de brug staat een blokkige mast met daarboven een 'peuk'. Die peuk is de Thales Sabre ESM voor elektronische oorlogvoering, maar die blokkige mast is de APAR. Op het eerste gezicht niet iets om opgewonden van te raken, het zijn immers vier grijze vlakken met een bolling erop en hij draait niet eens!
Al sinds de introductie in 2002 hebben er ongetwijfeld vele duizenden mensen overheen gekeken.

Maar toch. Achter die grijze platen gaan spectaculaire verhalen schuil. De APAR is namelijk een ongekend succes van natuurlijk Holland Signaal, nu Thales Hengelo, maar ook van de marine, Duitse en Canadese bedrijven en instellingen, en TNO. En dat succes blijft niet beperkt tot APAR.

De Zeven Provinciën
Zr.Ms. De Zeven Provinciën in de Middellandse Zee. De APAR staat op de opbouw achter de brug en de SMART-L radar is de zwarte plaat op de hangar. De SMART-L is bedoeld om op zeer grote afstanden luchtdoelen waar te nemen. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Nederlandse radars
Een paar van de belangrijkste radars van dit moment in één beeld en op drie verschillende schepen (van links naar rechts LCF Zr.Ms. De Zeven Provinciën, M-fregat Zr.Ms. Van Speijk en patrouilleschip Zr.Ms. Groningen). De APAR op een LCF heeft een de belangrijkste rol van de STIR belichtingsradar overgenomen. Dit soort belichtingsradars zijn bij alle marines in gebruik en wijzen de eigen raket waar het doel is. Deze radars kunnen één doel tegelijk aanwijzen. APAR kan vele doelen gelijktijdig belichten en is dus een grote sprong vooruit. Na APAR volgden de SMILE en SEASTAR. De SMILE (voor luchtbeeld) is een radar met digitale bundelvorming en alleen in de geïntegreerde mast van de OPV's en het JSS te vinden. De SEASTAR (zeebeeld) eveneens. Een doorontwikkeling van beide radars is ook voorzien voor de nieuwe masten van de M-fregatten. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

APAR en SMILE in het kort
APAR staat voor Active Phased Array Radar en is een radar die geen rondjes draait, maar met de vier vlakken continu rondom het luchtruim in beeld brengt.

Dankzij deze actieve phased array techniek kan deze radar ontzettend veel taken tegelijk uitvoeren. Bovendien kan APAR vele inkomende vliegtuigen en raketten tegelijkertijd aanwijzen voor de eigen raketten. De -we noemen het even de voorganger- STIR kan maximaal 1 inkomend doel aanwijzen. APAR is dus een reuzensprong op gebied van luchtverdediging.

Met APAR heeft Thales een belangrijk exportsucces te pakken en dat heeft alles te maken met dat deze radar in het buitenland 10 jaar na introductie nog steeds niet geëvenaard is.

Maar men is in Nederland niet stil gaan zitten. Want na APAR volgde in 2008 SMILE, als onderdeel van de geïntegreerde mast van de OPV's en de Karel Doorman. SMILE is een digitale radar en is weer een stap verder en nog geavanceerder.

Ondertussen wordt gewerkt aan de ontwerpen voor de radars van de vervangers van de M-fregatten (2025) en de brainstorm voor de radars van de vervanger van het LCF (>2030?) is ook al begonnen!

infographic radars
(Door: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Klassieke phased array: het begin
Hoewel de APAR de eerste phased array is van de Nederlandse marine, is het niet de eerste in Nederland. Dat was de CAISSA radar, een onderzoeksradar van TNO waarvan de bouw in 1971 was begonnen. Dat was tevens de eerste phased array in Europa. In 1972 begon men in de Verenigde Staten met tests aan boord van USS Ticonderoga met een Amerikaanse phased array: de SPY-1 radar.

Daarna volgde het begin van één van de verhalen over de ontwikkeling van een reeks succesvolle radars. In dit verhaal spelen chips een belangrijke rol en daarom een uitgebreid interview met Frank van den Bogaart en Frank van Vliet. Zij werken sinds respectievelijk 1982 en 1992 bij TNO aan de chips die APAR, SMILE en toekomstige radars mogelijk maken.


Active phased arrays helder uitgelegd.

Actieve phased array: dui-zen-den bundels per seconde
De CAISSA radar en de SPY-1 radars zijn klassieke of passieve phased arrays. Op zich prima, maar ze schoten tekort voor de luchtverdediging in een groot conflict.
"In 1985 werd duidelijk dat wij de stap moesten maken naar actieve phased arrays," legt Van den Bogaart uit.

"Stel dat mijn arm de radarbundel is," Van den Bogaart strekt zijn arm: "een passieve phased array kan de bundel in die richting sturen en in die richting sturen." Van den Bogaart beweegt zijn arm snel heen en weer. "Maar het is steeds één richting tegelijkertijd. Dat gaat sneller dan een traditionele ronddraaiende radar, maar veel te langzaam voor luchtverdediging op het hoogste niveau, zoals die tijdens de Koude Oorlog voorzien was en nog steeds in een oorlogssituatie kan voorkomen."

De tactiek van diverse landen, waaronder Rusland en China, is namelijk om vijandelijke vlootverbanden uit te schakelen door zoveel raketten en vliegtuigen erop af te sturen dat de systemen van de verdediging overbelast raken: een verzadigingsaanval.
Van den Bogaart: "Dan moet je dus die duizenden missiles en vliegtuigen ontzettend snel kunnen zien en dat is alleen mogelijk met een actieve phased array, die weer alleen mogelijk is met MMIC's [Monolithic Microwave Integrated Circuits, ofwel chips, JK]."

Vijftien jaar later werd de eerste actieve phased array op het eerste Luchtverdediging- en Commandofregat gezet: APAR. De Nederlandse en Duitse marine kregen met die radar de mogelijkheid om aan luchtverdediging op het hoogste niveau te doen. Iets wat met de toch beperkte passieve phased array niet gelukt zou zijn. Want met APAR was het ineens mogelijk om ontzettend snel radarbundels uit te zenden. "Dui-zen-den keren per seconde," vult Van Vliet aan. Al bleef het nog steeds gaan om één bundel tegelijkertijd, maar daar komen we later op terug.

van vliet en van den bogaart
Prof. dr. ir. Frank van Vliet (links) en ir. Frank van den Bogaart. (Foto's: TNO)

MMIC's of chips
Duidelijk is dat chips een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling naar de nieuwe generatie radars, maar dat geldt voor alles: van telefoons tot auto's. Waarom is dit dan zo bijzonder?

Van Vliet, één van de chipontwerpers voor actieve phased array radars bij TNO en professor aan de Universiteit Twente: " In dat soort radarsystemen zitten andere chips dan in je telefoon of horloge, omdat ze grotendeels analoog werken. Er gaan geen bits in en uit, maar er gaat een klein golfje in en er komt een groter golfje uit."

"Omdat ze ontzettend snel moeten zijn, heb je materiaal nodig dat heel snel moet kunnen reageren. Traditioneel worden die chips voor radars gemaakt in Galliumarsenide (GaAs). Dat is wel aan het veranderen, maar het is heel anders dan de CMOS digitale chipjes in je camera."

MMIC
In 2014 verscheen het boek TNO 25 years MMIC's for phased arrays door Van den Bogaart en Van Vliet. Rechts een MMIC op een vinger. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

TNO was de eerste
De chips die gebruikt worden voor radar, zijn niet gewoon op de markt te koop en zeker niet in de jaren '80 en '90. "TNO had als eerste door dat die technologie belangrijk was voor radars en was de eerste die er in slaagde om bij fabrieken over de hele wereld de noodzakelijke technologie te halen," aldus Van Vliet.

Frank van den Bogaart maakte het van dichtbij mee: "We konden die chips niet maken in Nederland en dus gingen we naar een Philipsfabriek, net onder Parijs. Het was eind jaren '80 en die technologie was zo nieuw dat het niet eens officieel de grens over mocht. Ik kan me nog herinneren dat de allereerste chips die we gemaakt hadden, op een wafer [een schijfje met daarop chips, JK] gewoon in een borstzakje de grens over zijn gegaan. Echt smokkelen was het niet, maar als we dit formeel hadden aangegeven, waren we wel een moeilijk traject in gegaan."

Natuurlijk was niet alleen TNO bezig met deze nieuwe ontwikkeling, ook in het buitenland richtte men zich op actieve phased arrays en de benodigde chips. Van den Bogaart: "Alle grote radarfabrikanten op dat moment onderzochten op dat moment of zij die actieve phased array en MMIC's konden maken."

LCF en M-fregat in Bergen
Zr.Ms. De Zeven Provinciën en Zr.Ms. Van Speijk in Bergen (Noorwegen). Het donkergrijze schip achter de twee Nederlandse fregatten is een Pools fregat. Het bolletje is een in Amerika gebouwde WM-25 radar afkomstig van Holland Signaal (nu Thales) en daarachter een kleine versie van de SPY-1 op een Noors fregat. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Concurrentie blijft achter
In de periode 1990 - 2000 volgde een ware race naar de eerste actieve phased array.
Van den Bogaart: "Wij zagen in Duitsland, Frankrijk en Engeland vergelijkbare ontwikkelingen in de vorm van actieve phased array radars voor in de neus van wat later de Eurofighter werd."

"Die ontwikkeling begon op hetzelfde moment als wij met APAR in Nederland. Dus ook daar werden zend- en ontvangst modules gemaakt en chips ontworpen. Maar die radar is er nog steeds niet. In de Eurofighter zit nog altijd een klassieke radar. Pas in de volgende generatie Europese gevechtsvliegtuigen komt een actieve phased array in."

Van Vliet: "En ik weet nog, zeker in de begintijd kwam je met enige regelmaat een nieuwe versie van die zend- en ontvangstmodules van de Eurofighter-radar tegen en dan zag je gelijk dat het niet kon: het zou te duur worden."

Ondertussen werd het de selecte groep Nederlandse technici duidelijk dat ze met iets bijzonders bezig waren. Van Vliet: "Dat zoemde binnen heel de groep, hoe spannend die ontwikkeling was."

De ingenieurs van TNO zagen dat ze hun collega's in Europa te snel af waren, maar verwachtten een achterstand op Amerika. Want daar wilde men de opvolger van de SPY-1 bouwen. De SPY-1 vormt de basis van het Amerikaanse AEGIS en is de belangrijkste sensor van de Ticonderogaklasse kruisers en de destroyers van de Arleigh Burkeklasse, die samen de kern van de Amerikaanse vloot vormen.

USS Porter
USS Porter is één van de straks 75 destroyers van de Arleigh Burkeklasse. De SPY-1 antennes zijn hier goed te zien aan beide zijden van de brug. Aan de achterkant zijn ook vier platen geplaatst. Het aanwijzen van het doel kan niet gedaan worden met de SPY-1. Daar moet de belichtingsradar voor worden gebruikt en daar hebben de destroyers er drie van. Eén staat op de brug, onder de paalmast. (Foto: Amerikaanse marine)

Halverwege de jaren '90 begon de Amerikaanse marine met het project dat moest leiden tot vervanging van de Arleigh Burkes en van die klassieke SPY-1. Van Vliet herinnert het zich nog goed: "Wij dachten: we werken heel hard aan de APAR en het is maar de vraag wie er eerder is, want er zit zoveel geld in Amerika achter. Het Amerikaanse schip heette eerst de DD-21 (the destroyer for the 21st century), werd gehalveerd en heette toen de DD-X, later werd het de Zumwaltklasse. Maar het verliep niet goed en bleek zo duur dat het gaandeweg van 32 naar uiteindelijk 3 schepen ging. Het eerste is net opgeleverd, maar dat is wel bijna 20 jaar later!"

Zowel Van Vliet als Van den Bogaart begrijpen niet wat er in Amerika gebeurt. Aan de budgetten en de kennis kan het niet liggen: "De investeringsbudgetten voor het ontwikkelen van een radar zijn in de VS een factor 10-20 hoger vergeleken met die van ons. Maar er komt veel minder uit. Ik denk dat ze nog steeds hartstikke jaloers zijn op APAR en SMART-L. " zegt Van den Bogaart.
"En de beschikbare chip technologie in de VS is toch top of the bill." vult Van Vliet aan.



Terwijl het eerste LCF 14 jaar vaart, moet de eerste Zumwalt nog aan de proefvaart beginnen. Hoewel de Zumwaltklasse op sommige punten revolutionair is, is de prijs hoog: 5,6 miljard euro voor 3 schepen, versus 2 miljard voor vier LCF'en.

Daarnaast is één radarsysteem van de Zumwalt geschrapt en is het overgebleven systeem weer geschrapt van de nieuwe Gerald R. Fordklasse vliegkampschepen. Reden: te duur.

Nu 29 Zumwalts niet worden gebouwd, wordt de Arleigh Burkeklasse verder uitgebreid tot 75 schepen. Waarvan alleen de laatste serie een moderne radar zal krijgen. Maar de Burkes blijven wel de kern van de Amerikaanse vloot tot 2050.

Hoewel de APAR de eerste was van de nieuwe generatie, was deze radar veel goedkoper.
Van den Bogaart: "Het is ons samen met Thales en met de marine, echt door die driehoek, gelukt om de allereerste actieve phased array te maken van Europa. Die ook nog betaalbaar was en die kon wat we verwacht hadden. Al die andere partijen in Europa die daar mee bezig waren, is dat niet gelukt. Of pas tien jaar later."

APAR
De APAR staat niet alleen op Nederlandse fregatten, maar ook op Duitse en Deense schepen. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Het verschil
Ok, dat Nederland een flinke voorsprong heeft is duidelijk. Maar waar zit dat dan in?

Van Vliet: "De innovatiemethodes in Nederland, Frankrijk en Amerika zijn fundamenteel anders. Ik denk dat Nederland een goed model heeft. In Amerika stelt de overheid een behoefte en biedt net zo lang geld tot het systeem er is, zeg ik maar even kort door de bocht. In Nederland zijn we beter in staat om in samenspraak met de marine, industrie en de onderzoeksinstituten, een concept te kiezen wat goed past bij de technologie die beschikbaar is. We bevriezen na de keuze alles en ontwikkelen heel kostenefficiënt een systeem."

Een andere reden waarom Nederland voorop ligt, is door de kennis op gebied van het ontwerpen van chips. Van Vliet: "Want de chip technologie is één, het ontwerp is weer wat anders. Dat is altijd bij TNO in Den Haag gebeurd, bij het oude FEL (Fysisch en Elektronisch Laboratorium) , tegenwoordig TNO, en daar zit ontzettend veel expertise. Het gaat erom hoe je dat soort chips maakt zodat ze goed presteren, maar ook in hoe je moet anticiperen op eisen in de toekomst. Het traject van een idee van een chip naar een chip die productierijp is, is lang. En als die chip niet aansluit op de eisen, wordt hij niet gebruikt."

Van den Bogaart: "We waren bij TNO in staat om toekomstige eisen die gesteld gaan worden aan radars helemaal terug te vertalen naar zo'n laag mogelijk technologieniveau, zodat we precies wisten wat we met die chips moesten doen en hoe die ontworpen moesten worden.
In andere landen bestond die trapsgewijze break down niet. Er was een radarfabrikant en een chipfabrikant. Die chipfabrikant ging chips maken, maar die sloten helemaal niet aan op wat die radar nodig had."

Zelfs als die chipfabrikant wel met de radarbouwer praat, is het lastig volgens Van Vliet: "Er zitten echt heel veel stappen tussen een verzadigingsaanval en een transistor. In het concept ga je van de verzadigingsaanval, naar systeemeisen, naar actieve phased array, naar zend- en ontvangstmodules, naar componenten uit die modules, naar functies van componenten van die modules, naar technologie om het mee te maken, naar betrouwbaarheid van een gate van de transistor. In die doorvertaling kan je geen fouten maken en je moet bovendien iets hebben wat precies blijft aansluiten op de eisen. Maar dat weet je pas na jaren."

Geintegreerde mast
Zr.Ms. Holland met de geïntegreerde mast. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Chips ontwerpen
Want zo lang duurt het om een chip te ontwerpen vertelt Van den Bogaart: "Vanaf het allereerste moment tot je iets hebt wat je kunt gebruiken, ben je twee jaar verder." Want na het ontwerpen moet de tekening naar de fabriek worden opgestuurd en vervolgens komt er een wafer terug met chips. Die moet dan gedurende een paar maanden getest en geanalyseerd worden. Dat proces wordt een aantal keer herhaald voor de chip geschikt is voor gebruik.

Dat betekent ook dat de ontwerpers flink moeten doorwerken, want hoewel dat deel van het traject 10 jaar in beslag neemt, is 1 chip niet voldoende. Voor APAR moesten er 10 verschillende gemaakt worden per radar. En pas toen in 2000 de eerste tests met de APAR werden gedaan, werd duidelijk dat het echt succesvol was.

Wat het ontwerpen niet makkelijker maakt is dat de chips klein zijn: rond de 3 millimeter. Van Vliet: "Op de chip zitten gouden soldeervlakjes van 80 bij 80 micrometer, dus net zo groot als de diameter van een haar. Dat lijkt klein, maar dat is één van de grootste structuren op de chip. De lijntjes waarmee we transistoren verbinden zijn tussen 5 en 10 micrometer breed. De lengte van een transistorvinger: een kwart micrometer. Dat is al zo klein dat je die met licht niet meer kunt zien."

"Die transistorvinger is gemaakt uit laagjes actief materiaal, waar het echte werk wordt gedaan. Die laagjes worden gemaakt met een dikte van 0,1 of 0,05 micrometer. Dat is ontzettend klein en de precisie waarmee die dingen gemaakt worden is on-ge-lo-felijk belangrijk. Als je in die dikte iets verkeerd doet, dan werkt je transistor niet."

De grootte is niet het enige. Van Vliet legt uit wat er nog meer bij komt kijken: "Als je elektronica ontwerpt heb je te maken met de stroom- en spanningswetten van Kirchhoff, maar omdat de frequentie van een radar zo hoog is ook met de stralingswetten van Maxwell en dat zijn heel wat complexere wetten."

Geintegreerde mast
De geïntegreerde mast op de Karel Doorman. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

"Het probleem met microgolfchips is dat je beide wetten nodig hebt: de spanning- en stroomwetten, omdat die simpel genoeg zijn om het probleem te beschrijven, maar ook de stralingswetten om het antwoord nauwkeurig genoeg te benaderen. Het is de kunst om die elektromagnetische en elektronicawetten goed te koppelen. Dat kan niet iedereen even goed, en dan werkt de chip niet."

Al zijn die chips zo klein, ze produceren een enorme hoeveelheid warmte, legt Van Vliet uit: "In ongeveer een kubieke millimeter wordt net zoveel warmte opgewekt als in een heel mens op een hometrainer. Dat is gigantisch! Die warmte moet uit die hele kleine oppervlakte weggevoerd worden. Dat thermische probleem is zo belangrijk dat we bij het ontwerpen daar mee beginnen."


Hoe MMIC's of chips worden gemaakt.

Wereldtop
Tegenwoordig is TNO in Europa één van de grootste designcentra van chips voor radars en volgens Van Vliet ook trendsettend: "Eigenlijk alle corechip ontwikkelingen in Europa, kun je terugvoeren op TNO activiteiten. Wij hebben de ideeën gelanceerd, andere mensen hebben die gekopieerd. Of geprobeerd te kopiëren."

Lukt het TNO om de voorsprong vast te houden? Van den Bogaart denkt dat TNO dat in combinatie met Thales moet kunnen lukken. "We hebben met de ontzettend geavanceerde radars in de masten van de patrouilleschepen en de Karel Doorman laten zien dat we dat kunnen. De functionaliteit van SMILE en SEASTAR gaat weer verder dan APAR."

Want met SMILE zijn weer een paar nieuwe stappen gezet. Eén van de belangrijkste na de integratie van allerlei microgolffuncties in een core chip is de verdere miniaturisatie en kostenreductie van ontvangerketens. Hierdoor onstond er ruimte in het architectuurontwerp wat digitale bundelvorming mogelijk maakt, en dat is belangrijk want een digitale phased array kan meerdere bundels tegelijkertijd ontvangen, in plaats van één zoals de APAR.

Van den Bogaart: "We hebben een SMILE en SEASTAR doordat we met Thales en de marine snel hebben kunnen anticiperen op wat er technisch mogelijk was. We zijn erg goed in het voorspellen van ontwikkelingen. Eén daarvan was digitale bundelvorming."

Ook dat stopt niet bij SMILE. "Het zelfde zie je gebeuren bij de mast voor de vervangers van de M-fregatten. Die komt pas over 10 jaar, maar ik denk dat we daar nu al keuzes voor gemaakt hebben, waar andere mensen nog niet aan durven te denken. Die radars in die mast zijn echt een generatie verder."

Thales radar app
In de app van Thales Naval is veel meer te lezen en te zien op gebied van radars, inclusief de SMILE (te vinden onder de exportnaam SEAMASTER). De app is te downloaden voor tablets op Android en iPads. (Foto: Thales)

Volgens Van Vliet heeft dat alles te maken met de juiste vragen kunnen stellen: "Sommige eisen die we aan de toekomstige chips of geïntegreerde ontvangers stellen, zouden andere mensen denk ik niet eens durven stellen. Omdat ze denken dat het niet haalbaar is of omdat ze niet snappen waar dat voor nodig is. En doordat je die specificaties stelt en daarmee de juiste keuzes in je ontwerpproces maakt, heb je over een paar jaar een technologiebasis die helemaal klaar is voor de volgende stap. En anders ben je te laat, heb je een generatie gemist."

Zo'n stap missen kan grote gevolgen hebben. De bedrijven die de stap hebben gemist naar de actieve phased array, worden nu langzaam geschiedenis.

"Bij het voorspellen gaat het niet altijd om de meest moderne technologie. In een moderne telefoon zitten chips die gemaakt zijn met kleinste transistoren: 22 nanometer. Goede keuze voor een telefoon, want daardoor passen er heel veel op een chip en dan is de chip goedkoop. Maar bij een radar zijn heel andere dingen belangrijk. Bijvoorbeeld een transistor die tegen meer spanning kan en minder ruis maakt. Dus het is een vakgebiedafhankelijke technologievoorspelling."



Onbekend
Hoewel de prestaties van de producten van Thales wereldwijd bekend zijn binnen marines en fabrikanten, weten in Nederland er maar weinig mensen iets van.

Van Vliet en Van den Bogaart moeten het steeds uitleggen. "Ik denk dat men bij het Ministerie van Economische Zaken niet beseft hoe belangrijk dit exportsucces van Thales is."
Van den Bogaart is actief in het zogenaamde Topsectorenbeleid van de Rijksoverheid. "Daar zie je dat automatisch wordt gezegd dat de grote bedrijven in de topsector 'hightech systemen en materialen' in Nederland Philips, ASML en NXP zijn. Als ik daar een presentatie over geef, dan zeg ik altijd van let op er is een vierde: Thales. Kijk naar de ontwikkelingstijd, innovatiekracht en investeringsgelden die nodig zijn voor APAR en SMILE, die zijn helemaal vergelijkbaar met producten van ASML."

Wie weet gaat de veelbelovende geïntegreerde sensorsuite voor de toekomstige fregatten verandering brengen in de bekendheid en waardering.



comments powered by Disqus




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
LCF'en
Zumwaltklasse

SMART-L radar