SMCC; opleiding tot onderzeebootcommandant



Laatst aangepast: 09-06-2016


Commandant van een onderzeeboot word je niet zomaar. Behalve zo'n 10 jaar ervaring als officier op een sub, moet je ook slagen voor de commandantenopleiding. Die opleiding wordt sinds 1995 door de Nederlandse marine gegeven en trekt een internationaal deelnemersveld. Een korte terugblik en een overzicht van de opleiding, de NL SMCC.

periscoop onderzeeer
Eén van de duty captains kijkt door de periscoop van Zr.Ms. Bruinvis in de Clyde tijdens de opleiding in 2013.

In ieder geval tot de komst van de optronische mast (de gemoderniseerde Zr.Ms. Zeeleeuw zal in 2017 de eerste operationele Nederlandse boot met zo'n mast zijn), heeft de commandant van een onderzeeboot een unieke positie. Als middelpunt in de commandocentrale komt alle informatie over de technische status van de boot, de navigatie en van o.a. de sonar over visserschepen tot vijandelijke onderzeeboten bij één persoon binnen. Hij, met een leeftijd varierend van 31 tot 35 jaar, is ook de enige die tijdens een aanval of andere geheime operatie door de periscoop kijkt. Een enorme verantwoordelijkheid rust op zijn schouders. Hij moet lastige keuzes in een zeer kort tijdsbestek maken, zonder dat hij met een leidinggevende in Den Helder kan overleggen.

Dat is heel anders dan op andere marineschepen, waar informatie veel meer verspreid is. Om zeker te weten dat alleen de meest geschikte kandidaten commandant worden, moeten eerst de commandantenopleiding met succes worden afgerond.



Start commandantenopleiding
De Nederlandse Onderzeedienst bestaat sinds 1906. In de beginjaren was het in Nederland, en in het buitenland, gebruikelijk dat een zeeofficier commandant werd van een onderzeeboot als hij door de rangen en functies was geklommen en er een plaats vrij kwam. Een specifieke opleiding was er niet, kennis werd van commandant tot commandant overgedragen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verloor de Britse marine echter veel onderzeeboten en werd gezocht naar een betere waarborg voor de kennis. In 1917 werd daarom de Commanding Officer's Qualifying Course (COQC), later Submarine Command Course (SMCC), gestart.

De Nederlandse Onderzeedienst kwam pas tijdens de Tweede Wereldoorlog in aanraking met de COQC. Dat beviel blijkbaar, want volgens het boek The Silent Deep van Hennessy en Jinks deden Nederlandse officieren al in 1946 mee aan de Britse opleiding. Rond die tijd werd het ook bij de KM verplicht om de commandantenopleiding te volgen. Tot en met 1994 volgden de Nederlanders de cursus bij de Royal Navy.

Clyde Ferry fregat
Een bekend beeld in de Firth of Clyde: de Caledonian MacBrayne ferry van Ardrossan naar Brodick en een fregat (in dit geval FGS Bremen). (Foto: Dave Souza/ Wikimedia Commons)

Perisher
De COQC is voor de studenten zo zwaar dat de cursus ook wel 'Perisher' genoemd werd en de studenten 'perishers', afgeleid van 'to perish' ofwel sterven/ bezwijken/ ten onder gaan. Onder leiding van de 'Teacher' wordt de reeds ervaren onderzeebootmannen de belangrijkste aspecten van het opereren met een onderzeeboot geleerd, waarbij de druk steeds verder wordt opgevoerd. Veiligheid is al sinds de beginjaren een cruciaal onderdeel van de cursus, waar verder aanvankelijk het aanvallen met de periscoop centraal stond is de opleiding tegenwoordig veel breder.

Wel maakt al sinds mensenheugenis een mogelijk abrupt einde van de opleiding deel uit van praktijkfase. Maakt een student een fout of presteert hij enige tijd onder het gewenste niveau, dan kan dat voor de student een plotseling einde van de opleiding betekenen. In dat geval gaat de onderzeeboot onmiddellijk naar de oppervlakte om de man over te laten stappen op een boot of helikopter naar de wal.

Deze basis van de opleiding is al geruime tijd onveranderd. Nog steeds is de opleiding mentaal één van de zwaarste ter wereld.


De legendarische BBC-documentaire, Perisher, over de commandantenopleiding werd in 1984 opgenomen en geeft een prachtig beeld van de opleiding van toen.

Nederlandse deelname aan de Britse COQC
Tot 1994 werd jaarlijks uit de Nederlandse zeeofficieren die alle functies aan boord van een onderzeeboot hadden doorlopen, één of twee personen geselecteerd om deel te nemen aan de COQC in Groot-Brittannië.

In 1976 werd de latere vice-admiraal en Commandant Zeemacht Nederland (CZMNED) Gijs Hooft aangewezen om deel te nemen aan de COQC naast 11 andere cursisten uit het Verenigd Koninkrijk, Canada, Noorwegen en Denemarken. Hooft schreef aan het einde van zijn opleiding een rapport en vatte de cursus als volgt samen: "In vier en halve maand wordt een zeer complete, praktische training gegeven in alle facetten van het varen met conventionele onderzeeboten. De nadruk ligt op de zorg voor veiligheid van schip en bemanning en niet voldoen aan de eisen op dit aspect is dan ook de enige reden tot afgewezen worden. Vele onderdelen van de cursus zijn opgezeg om de cursist onder druk te zetten. Het uithoudingsvermogen, de inventiviteit en het incasseringsvermogen van de cursist wordt op zware proef gesteld, waardoor de aanstaande commandant leert waar zijn grenzen liggen. Al deze aspecten worden door de teacher voor iedere cursist zeer persoonlijk gedoseerd."

Hoewel de cursus zeker geëvolueerd is, is de basis van de COQC en later SMCC (Submarine Command Course) altijd hetzelfde gebleven. Zo werden en worden periodes in de simulator afgewisseld met periodes aan boord van een onderzeeboot. Alle varende periodes van de cursus vinden plaats in de Clyde Area, de Schotse wateren nabij Glasgow. Dicht bij de Britse onderzeebootbasis Faslane, is de organisatie verzekerd van korte vaarafstanden en ondersteuning, maar ook veel civiel scheepvaartverkeer, moeilijk te navigeren wateren met veel baaien en ondieptes. Tijdens iedere commandantenopleiding zijn meerdere oppervlakteschepen, vliegtuigen en helikopters actief als tegenstander van de onderzeeboot met commandanten in opleiding.

Hoofdrekenen, vier stopwatches en fregatten op hoge snelheid
Zoals Hooft in zijn rapport al schreef, zijn veel onderdelen van de commandantenopleiding er op gericht om de aanstaande commandant onder grote druk te leren opereren met onderzeeboten. Dat heeft ook te maken met dat onderzeeboten vaak in het diepste geheim opdrachten uitvoeren op plaatsen waar een fout zou kunnen leiden tot niet alleen personele of materiele schade, maar ook een internationaal conflict.

De druk is uiteraard het hoogst tijdens de praktijkperiodes in de Clyde. De cursisten nemen dan om beurten (virtueel) het commando over van de onderzeeboot als 'duty captain', zorgvuldig geobserveerd door Teacher, terwijl de echte commandant van de onderzeeboot van een afstandje toekijkt.

Een klassiek onderdeel van de opleiding is de fase waarin de duty captain leert om te gaan met de veiligheidmarges van de onderzeeboot, terwijl hij aanvallen moet uitvoeren op marineschepen. In deze fase wordt de druk op de student flink opgevoerd.

Tijdens deze attack and safety-fase moet de duty captain de fregatten aanvallen, maar moet uiteraard voorkomen dat zijn onderzeeboot wordt aangevaren, mocht een fregat onverhoopt zijn kant op komen. Als een fregat in de buurt komt is het van groot belang dat de onderzeeboot op tijd wegduikt. Het wegduiken kost echter tijd en een fregat steekt al snel een meter of zes diep. Normaal gesproken duurt het 1 minuut voor de onderzeeboot van periscoopdiepte naar de veilige diepte is weggedoken. Dat betekent dat de cursist dus zijn veiligheidsmarge moet berekenen; de go-deep circle, de afstand die het fregat kan afleggen in 1 minuut.

Stel dat een fregat met 30 knopen op een onderzeeboot afstormt en de onderzeeboot zelf met 6 knopen richting fregat vaart, naderen zij elkaar met 36 knopen. De cursist berekent snel (uit z'n hoofd) dat dit ongeveer 1100 meter per minuut is. Dus als het fregat en de onderzeeboot elkaar tot 1100 meter zijn genaderd, moet de duty captain de boot laten duiken. Doet hij dat niet, zal de Teacher ingrijpen. Dan scoor je geen punten.

Ok, de cursist moet dus een fregat aanvallen én opletten dat hij op tijd wegduikt. De oplossing lijkt eenvoudig: voortdurend door de periscoop naar het fregat staren. Maar dat kan niet, want dan is de kans op ontdekking van de periscoop enorm groot en hij moet zijn aandacht verdelen; er zijn tijdens de cursus vaak wel vier fregatten.

De duty captain berekent daarom tijdens het rondkijken wat de afstand, koers en vaart (snelheid) is van alle fregatten. Aan de hand van die gegevens berekent hij steeds per fregat de kijk-interval; hoe vaak moet hij een fregat bekijken zodat hij zeker weet dat het schip nog niet binnen zijn veiligheidsmarge is gekomen? Als een fregat met 30 knopen op 1650 meter afstand recht op de onderzeeboot af komt die 6 knopen vaart, zal hij er 30 seconden over doen om de rand van de go-deep circle te bereiken. De kijk-interval is dan 30 seconden, de duty captain zal dus na 30 seconden weer het fregat moeten peilen om te weten of hij moet wegduiken of dat het schip een andere koers of snelheid is gaan varen.



Het bovenstaande eenvoudige voorbeeld geeft al aan hoe lastig het is voor zo'n duty captain die met vier stopwatches de intervallen bijhoudt. Hij krijgt daarnaast steeds informatie over het platform, de navigatie en van sonaroperators. Hij moet zelf orders geven, een goed mentaal beeld opbouwen van alle fregatten, maar ook van de visserschepen en ferry's in de buurt. Terwijl het doel natuurlijk is om de fregatten te torpederen.

Tot overmaat van ramp zal de Teacher, als hij merkt dat de student teveel in zijn periscoopwerk opgaat, allerlei trucs uithalen. Een bekende is het uitdelen van gele oorkappen aan het personeel in de centrale, of personeel één voor één laten vertrekken totdat de cursist het doorheeft. Tijdens de COQC in 1975 liet de Teacher twee bemanningsleden een vuistgevecht in scene zetten (de duty captain gaf toen collega-student Driekus Heij opdracht om een einde te maken aan de knokpartij, maar die deed dat volgens het boek 'Hunter Killers' zo hardhandig dat voor een dergelijke afleidingsmanoeuvre geen bemanningsleden meer bereid werden gevonden).

In de mythische verhalen over Perisher in het verleden wordt ook vaak verteld over het vele alcoholgebruik, aangemoedigd door Teacher, als de studenten een avond vrij hadden. Om ze de volgende ochtend nog verder onder druk te kunnen zetten.

Als een student tussen het periscoopwerk door zich te veel bemoeit met de bemanning in de centrale, in plaats van vooruitdenken, krijgt hij van de Nederlandse Teacher KLTZ Willem-Jan Rouwhorst (2015-heden) de opdracht om naar de kombuis te lopen om te kijken wat er voor die middag of avond op het menu staat. Vaak is dat een bizarre opdracht voor de student, die helemaal in z'n missie zit. De student stormt dan de centrale uit, de trap af en bij het Cafetaria naar links de kombuis in, en weer terug. Bij terugkomst meldt hij wat het menu is, en dan heeft zijn team in de tussentijd gewoon zijn werk gedaan.

Teacher
De eerste Nederlandse Teacher was KLTZ Jan Wijbrands. Op de foto wijst Wijbrands één van de buitenlandse studenten op een fout, links in beeld de commandant van de Bruinvis LTZ1 Eric van Es. (Foto: Hans van Zwet/ Koninklijke Marine)

De Nederlandse SMCC
In 1993 besloot de Britse regering om, in verband met bezuinigingen, afstand te doen van de conventionele onderzeeboten en zich alleen te richten op nucleaire subs. Daarmee sneuvelde ook de Britse commandantenopleiding voor dieselelektrische onderzeeboten. Voor de Koninklijke Marine was het van groot belang dat de opleiding zou worden voorgezet en er werd druk overlegd welk land de opleiding zou overnemen.

Uiteindelijk besloot de marine zelf de opleiding voort te zetten. Dat besluit werd internationaal gewaardeerd en direct zonden buitenlandse onderzeediensten hun aanstaande commandanten naar Den Helder. Tijdens de eerste Nederlandse Submarine Command Course (NLSMCC) deden twee Australiërs en één Deen mee, de jaren daarop volgden cursisten uit Israël, Brazilië, Portugal en Zuid-Afrika. Nederland bleek nog altijd één van de leading nations te zijn op gebied van dieselelektrische onderzeeboten.

Commandant Onderzeedienst Hans van der Ham zei in de Alle Hens van januari 1995 dat Nederland het beste de opleiding kon overnemen "omdat wij het dichtste bij de Britse marine staan. De KM hanteert dezelfde normen en procedures. En samen proberen we altijd nieuwe tactieken en ontwikkelingen uit. Dat is voor een groot deel historisch zo gegroeid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voeren we veel onder Brits commando en na afloop is die wederzijdse betrokkenheid in stand gebleven."

De keuze om te stoppen met conventionele boten dreef de KM en Royal Navy niet verder uit elkaar: "Zo zal het operationeel opwerken van de onderzeebootbemanningen, in de Submarine Seatraining, een gezamenlijke inspanning blijven." De opleiding kwam wel in Nederlandse handen en de eerste cursus, juli 1995, kreeg de eerste Nederlandse Teacher: KLTZ Jan Wijbrands. De eerste Nederlandse cursisten waren destijds Hugo Ammerlaan en Jan Hubert Hulsker.

De opleidingen van beide landen, worden tegelijkertijd gehouden in de Clyde. Op die manier wordt schaalvoordeel behaald en wordt kennis gedeeld.

De overname kost Nederland niet veel geld, omdat andere landen betalen om hun cursisten deel te laten nemen. Betaling kan geschieden in keiharde munten, maar ook door fregatten te leveren als tegenstander tijdens de oefening. In 1995 werd door Denemarken acht dagen een fregat ter beschikking gesteld, om 1 cursist te laten deelnemen. Internationale deelname is belangrijk, omdat het voor de marine ondoenlijk is om de opleiding te verzorgen voor alleen het kleine aantal Nederlandse studenten.

Sinds 1995 hebben vele cursisten uit binnen- en buitenland aan de NLSMCC deelgenomen; de deelnemers kwamen uit 11 verschillende landen. Met regelmaat stuurt ook de Amerikaanse marine officieren als cursist, hoewel zij alleen nucleaire onderzeeboten hebben. Meerdere US Navy onderzeebootmannen hebben hun ervaringen via het internet gedeeld. De laatste jaren omschrijven zij de Walrusklasse als "enigzins antiek", maar zeggen over de opleiding: "This month was by far the most difficult of my career, but also the most rewarding."

De voertaal van de opleiding is Engels (dus ook de bemanning van de onderzeeboot moet alle communicatie in het Engels doen), het enige Nederlandse woord in de cursus is: "wegduiken!"

simulator
Eén van de studenten bij de periscoop in de onderzeebootsimulator in 2011, te Den Helder. Links in beeld zijn de schermen te zien zoals die ook op een echter onderzeeboot zijn te vinden. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)



De cursus
De NLSMCC duurt in totaal 15 weken en bestaat uit praktijk, theorie en excursies. Het praktijkdeel vindt in de simulator in Den Helder plaats en aan boord van een Walrusklasse onderzeeboot in Noorse wateren en de Clyde. De finale van de opleiding valt de laatste jaren samen met de grote internationale oefening Joint Warrior.

De studenten voeren behalve de beschreven periscoopaanvallen ook andere opdrachten uit, zoals:
- een opmars onder water naar een missiegebied;
- van safe depth op 60 meter naar periscoop diepte gaan (dit is spannend ivm de kans op aanvaring);
- fotograferen van objecten en schepen;
- uitvoeren van verkenningen;
- oppikken en afzetten van speciale eenheden van het Korps Mariniers;
- droppen van sensoren in een baai;
- uitvoeren van aanvallen op andere eenheden.

Een deel van de opdrachten moet worden uitgevoerd terwijl fregatten, helikopters en vliegtuigen op de onderzeeboot jagen.

Voor de Nederlandse studenten geldt dat als zij de opleiding niet halen, zij nooit meer deel zullen uitmaken van een onderzeebootbemanning. Hun loopbaan bij de Onderzeedienst is dan, vaak na 10 jaar varen op onderzeeboten, voorbij.

comments powered by Disqus




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Walrusklasse onderzeeboten
NLSMCC 2013