Piet de Jong over zijn tijd bij de Onderzeedienst


Jaime Karremann
Laatst aangepast: 03-04-2015


Op 3 april 2015 is Piet de Jong 100 jaar geworden. In 2013 sprak Marineschepen.nl met de voormalig marineofficier en minister-president over zijn tijd bij de Onderzeedienst. Het interview was kort en werd nooit gepubliceerd. Ter gelegenheid van zijn 100ste verjaardag wordt het interview alsnog naar buiten gebracht.

Piet de Jong
Piet de Jong als minister-president in 1963. (Bron: Alle Hens, september 1963)

Loopbaan
Piet de Jong trad op 3 september 1931 als adelborst in dienst bij de Koninklijke Marine. Zijn benoeming tot officier volgde op 28 augustus 1934.
Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was Piet de Jong vooral werkzaam bij de Onderzeedienst. De Jong voer o.a. op de later vergane Hr.Ms. O13 en was tijdens de oorlog commandant van Hr.Ms. O24. Daarna was De Jong o.a. adjudant van de minister van Marine en van koningin Juliana. Hij kreeg twee keer een commando over een oppervlakte schip. In 1951 was dat het fregat Hr.Ms. De Zeeuw en zijn laatste commando, in de rang van kapitein ter zee, kreeg hij over onderzeebootjager van de Hollandklasse Hr.Ms. Gelderland.



Na het commando over de Gelderland, eindigde zijn marineloopbaan en startte zijn politieke carrière. De Jong werd in 1959 staatssecretaris van Defensie, later minister van Defensie en in was van 1967 t/m 1971 minister-president.


Drie officieren van onderzeeboot Hr.Ms. O 24. Geheel rechts LTZ P.J.S. de Jong. (Foto: Koninklijke Marine)

Onderzeedienst
Zijn tijd bij de Onderzeedienst had grote invloed op De Jong, ook in zijn tijd als politicus. Marineschepen.nl sprak De Jong in 2013 aan boord van Zr.Ms. De Zeven Provinciën kort over die Onderzeediensttijd.

Zittend op het helidek van het LCF, op een bewolkte dag in juli. Terwijl het fregat Den Helder naderde, keek Piet de Jong nog eens terug op die belangrijke periode in zijn leven: "Ik vond de tijd bij de Onderzeedienst reuze interessant. Het was een avontuur. Er gebeurde heel veel. Het rare was dat ik aanvankelijk helemaal niet het idee had om naar de Onderzeedienst te gaan. Ik was aangewezen liefhebber!"

"Maar het beviel goed. Als onderzeebootman kreeg je bovendien veel eerder een commando. Waar mijn jaargenoten op die kruisers nog jarenlang als oudste officier stonden, kon je bij de Onderzeedienst al een commando krijgen."

"Het grote voordeel was dat in de crisisjaren, de Onderzeedienst extra betaalde. Je kreeg een rijksdaalder per uur dat je onder water was, met een maximum van 3 uur per dag. Dat was toch mooi meegenomen." "Maar de hele oorlog heb ik praktisch voor niets gevaren. Dat was eigenlijk om te lachen. Er was een secretaris die volgde precies de wet. Ik was toen nog LTZ2 en hij kwam bij mij langs en zei: 'Je bent nog ongetrouwd en jong, dus je krijgt geen toeslagen. Maar je bent geplaatst op een schip, dus dan heb je kost en inwoning.' Dat werd vervolgens afgetrokken van m'n salaris van luitenant ter zee."

"En dat is altijd zo gebleven. Ik heb de hele oorlog, eerst als oudste officier [na de commandant de hoogste officier aan boord, JK] en later als commandant, voor 76 gulden in de maand gevaren. Want dat was wat er overbleef. Ik moest kost en inwoning betalen om in de oorlog op een onderzeeboot te varen!"

O24
Hr.Ms. O24 (O21klasse). (Bron: RDM)

Commandant
Van Piet de Jong is vooral zijn tijd op de O24 bekend, maar hij heeft op meer onderzeeboten gevaren. Hij begon in Nederlands-Indië op de K-boten; K14, 15, 16 en 17. Eind 1937 keerde hij terug in Nederland, waarna hij aan boord stapte van Hr.Ms. O13 waar de (later) bekende Van Dulm commandant was.

De Jong: "Ik werd geplaatst als jongste officier op de O13. Meneer Vorster was toen nog oudste officier. Dan klim je langzamerhand op, je krijgt grotere bekwaamheden en meer bevoegdheden." Met de O13 reisde De Jong naar o.a. de Middellandse Zee en Barbados.

Na de O13 voer De Jong tijdens de mobilisatie ook op de O11, waarmee hij op de Noordzee een aanvaring meemaakte.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog begon, werd De Jong overgeplaatst naar nieuwbouwprojecten. Bij de RDM in Rotterdam lagen de onderzeeboten O23 en O24 op de werf en waren nagenoeg afgebouwd. De O23 had al proefgevaren, maar de O24 niet. Toen Duitsland op 10 mei 1940 binnenviel, kregen de bemanningen van de boten de opdracht om naar Engeland te ontkomen om daar de boten te laten afbouwen.

Piet de Jong was oudste officier op de O24. "Ik heb de hele oorlog op hetzelfde schip gevaren," zei De Jong, "meer dan de helft van de tijd als commandant."

Het liep met de O24 duidelijk beter af dan met de O13. Hr.Ms. O13 verging, met als commandant LTZ1 Vorster, al in 1940 en is nog altijd niet teruggevonden.

Piet de Jong
Verschillende personen, maar met één overeenkomst: minister van Defensie. Piet de Jong en Jeanine Hennis tijdens de commando-overdracht van de Commandant Zeestrijdkrachten in september 2014. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Dieptebommen
Met de O24 voerde De Jong diverse patrouilles uit. Schepen werden getorpedeerd, maar de onderzeeboot zette ook geheim agenten af om te infiltreren toen Nederlands-Indië door Japan bezet was.

"We hebben tijdens de oorlog wel een paar schepen naar de diepte geholpen. Duitsers. En ik heb in de Indische wateren een keer gelanceerd op een Japanse jager."

De 30-jarige De Jong was toen commandant van de O24. Op 13 juni 1945 voer hij in de Straat van Makassar toen hij de Japanse torpedobootjager ontdekte. "De zee was spiegelglad. Afstand en vaart en koers had ik nauwkeurig berekend voor ik lanceerde. Maar het was mis. Ik denk dat hij de bellenbanen van de torpedo's had gezien en ze kon ontwijken."

"Als je wat deed in oorlogstijd, kwam de rekening daarna. Met dieptebommen."

"Ik zag door de periscoop de Japanse jager met een grote boeggolf op mij af zoemen en besloot zo diep mogelijk te duiken."

Op dat momemt kwam de informatie die hij van één van de ontwerpers van de onderzeeboot had gekregen van pas. De Jong had Max Gunning jaren eerder gesproken in een bar. "Ik zei tegen hem: 'Jullie rekenen met zulke grote veiligheidsmarges, we kunnen vast wel veel dieper dan 100 meter.' Maar Gunning antwoordde: 'Nee, nee, geen sprake van! Het is best mogelijk dat je bij 102 meter in elkaar wordt geperst. We hebben het zorgvuldig berekend, ga echt niet dieper dan 100 meter.'"

De Jong vroeg de ingenieur of er misschien iets was wat hen kon waarschuwen: "Want met die oude onderzeeboten, zeiden ze dat de klinknagels door het verblijf vlogen als je te diep ging. Maar de O24 was één van de eerste boten met gegoten staal. Gunning zei: 'Nou ja, dat is heel merkwaardig… Het lijkt wel alsof die moleculen lawaai maken. Je kunt het horen als je over de 100 meter gaat. We hebben natuurlijk beproevingen gedaan. Op een goed ogenblik is het net alsof je zilverpapier in elkaar kreukelt. Maar dan is het ook afgelopen."

De dieptebomaanval van de Japanse jager was hevig. De Jong probeerde de O24 onder de zoutlagen voor de sonar van de jager te verstoppen. Tegelijkertijd volgde hij een rif te volgen, wat de oppervlakteschepen ook niet erg prettig vonden. Aan alle kanten ontploften dieptebommen.

De O24 kon haast geen kant op en zat al te diep. "Op een gegeven moment hoorde ik het geluid van kreukelend zilverpapier." Maar de boot begaf het niet en De Jong moest de O24 met veel vermogen naar boven brengen, maar wist wel te ontkomen aan de Japanners.

Hr.Ms. O24 had duidelijk geluk gehad. Maar had ook veel te danken aan de juiste beslissingen van de commandant. Zeker bij onderzeeboten is de druk op de commandant groot, omdat tijdens acties alleen de commandant door de periscoop kijkt en hij dus de enige is die over alle informatie kan beschikken. De verantwoordelijkheden die je draagt zijn groot, maar Piet de Jong is daar kort over: "Zo gaat dat als je commandant bent van een onderzeeboot in oorlogstijd. Dan kan je niet gaan leuteren over verantwoordelijkheid."







Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Gerelateerde artikelen
O12klasse onderzeeboten