Bevelhebbers der en Commandanten Zeestrijdkrachten



Door: Jaime Karremann
Laatst aangepast: 29-09-2014


De Commandant Zeestrijdkrachten (C-ZSK) heeft de leiding over de Koninklijke Marine en valt onder de Commandant der Strijdkrachten (CDS). Van 1940 tot 2005 werd de marine aangestuurd door de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten (BDZ).

Rob Verkerk
Luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk is Commandant Zeestrijdkrachten. Op 26 september 2014 nam hij de leiding over de marine over van VADM Matthieu Borsboom. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

De rang van de Commandant Zeestrijdkrachten is vice-admiraal of luitenant-generaal der mariniers. Ook de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten had de rang van vice-admiraal, pas sinds de introductie van C-ZSK kan de marine ook aangevoerd worden door een vlagofficier der mariniers.

C-ZSK geeft leiding aan operaties op en vanaf zee, en ondersteunt civiele autoriteiten. Dit gebeurt in opdracht van de CDS. De Commmandant Zeestrijdkrachten is verantwoordelijk voor de gereedheid van marine-eenheden voor inzet.

De Commandant Zeestrijdkrachten houdt kantoor in de Albatros op de Nieuwe Haven te Den Helder. In de praktijk is de C-ZSK veel op reis, in binnen- en buitenland. C-ZSK is namelijk niet alleen binnen Nederland de commandant van de marine, maar vertegenwoordigt de zeestrijdkrachten ook in het buitenland. In geen functie binnen de marine komt de drie-eenheid "krijger, koopman en diplomaat" meer samen.



Van de zee, via het Binnenhof naar de Albatros
De functie van C-ZSK komt voort uit die van BDZ, die op zijn beurt pas in 1940 werd gecreeërd. En dáárvoor? Dan blijkt de geschiedenis zoals vaak toch wat ingewikkelder dan men zou denken. Van de 15e eeuw tot zo'n 100 jaar geleden was er niet steeds één functie die overeenkomt met de functie van die we nu kennen als Commandant Zeestrijdkrachten. Lag in het begin de nadruk van de taken en verantwoordelijkheden van de "marinetop" vooral op het aanvoeren van de vloot tijdens de strijd, naarmate de marineorganisatie groter werd, kregen die taken en verantwoordelijkheden een steeds bestuurlijker karakter. Gedurende een aantal decennia maakten vlagofficieren als Minister van Marine zelfs deel uit van de regering. Sinds eind 19e eeuw wordt de macht echter steeds meer bij de marine weggehaald en verschuift die naar het Ministerie. Hierdoor ontstond ruimte voor een functie tussen de operationele admiraal als aanvoerder van de vloot enerzijds en de Minister van Marine in Den Haag anderzijds.

Het begin: emir-al-bahr
Al voor de oprichting van de marine op 8 januari 1488, werden de (gelegenheids)oorlogsvloten aangevoerd door een admiraal. Dit woord is afkomstig van het Arabische emir-al-bahr (of amir-al-bahr), hetgeen bevelhebber ter zee betekent. Tijdens de kruistochten is deze term naar Europa overgewaaid, werd verbasterd en is sindsdien stevig verankerd in vele marines.

Zeker in de beginperiode betrof de taak van de hoogste marineofficier vooral een operationele aansturing; de admiraal had de leiding over de vloot op zee. Van een echte walorganisatie kon je in het begin niet spreken. Daar kwam wel verbetering in. In de zestiende eeuw werden in de Nederlanden verschillende losstaande Admiraliteiten opgericht. Zo nu en dan werd geprobeerd om de vijf Admiraliteiten (Zeeland, De Maze, Amsterdam, Het Noorderkwartier en Friesland) aan te laten sturen door één bevelhebber, maar dat mislukte.

Minister van Marine
Tijdens de Franse overheersing werd het Nederlandse staatsbestel door de Fransen grondig aangepakt. Op 3 januari 1799 werd Agent voor de Marine J. Spoors (opnieuw) aangesteld. Spoors werd daarmee de hoogst verantwoordelijke voor de marine en voor het eerst was er een éénhoofdig marinebestuur. Deze functie bleef niet lang bestaan en vanaf 1 mei 1805 werd de marineorganisatie geleid door een Secretaris van Staat voor de Marine. De eerste weken was dat H. van Royen, daarna kwam de eerste militair op die post: de Fransgezinde vice-admiraal VerHuell.

VADM VerHuell werd op 9 juni 1806 benoemd in de nieuwe functie Minister van Marine. Die functie is, net als de marine van toen, nauwelijks te vergelijken met die van C-ZSK van nu, maar hij was wel de vlagofficier belast met de leiding over de (Bataafse) marine. Ook werden voor het eerst vlagofficieren aangesteld als regionale commandanten in plaats van alleen bevelhebber van een vloot.

Na het vertrek van de Fransen bleef de functie van Minister van Marine gehandhaafd. De marine zelf was nog regionaal ingericht. De vijf Admiraliteiten waren door de Fransen weliswaar samengevoegd tot departementen, maar de marineorganisaties bleef versnipperd over Amsterdam, Rotterdam, Vlissingen, West- en Oost-Indië.

De Minister van Marine was meestal een zeeofficier en had zitting in het parlement. De functie van Minister van Marine bleef bestaan tot deze in 1929 samengevoegd werd met Minister van Oorlog tot Minister van Defensie.

Kruys
De latere vice-admiraal G. Kruys was van 1886 t/m 1891 de eerste chef van de marinestaf, in de rang van kapitein ter zee. Daarna werd hij Minister van Marine (1891) en keerde dat jaar weer terug als chef marinestaf t/m 1894. Tot slot was hij weer Minister van Marine in 1901 en 1902. (Foto: C. Kruys/ collectie familie Kruys)

Chef Marinestaf
De marineorganisatie werd steeds complexer door onder andere technologische ontwikkelingen werden meer eisen gesteld aan schepen, verdedigingswerken, communicatie en organisatie. De Minister van Marine had een staf nodig. In 1884 werd de Marinestaf opgericht met als belangrijkste taak het uitwerken van plannen voor de verdediging te water in opdracht van de Minister van Marine. Aan het hoofd stond een kapitein ter zee als Chef Marinestaf en hij hield zich vooral bezig met het voorbereiden van de marine op oorlog en samenwerking met de landmacht. Van het aansturen van de marine was echter nog geen sprake en in den beginne bestond de staf uit in totaal vier personen.

Geleidelijk werd de functie van Chef Marinestaf zwaarder. Hij kreeg meer leidinggevende taken, bureaus werden samengevoegd en onder hem gebracht, de rang werd schout-bij-nacht. Dat ging niet zonder slag of stoot; daar gingen vele jaren en veel correspondentie overheen.

Bevelhebber der Zeestrijdkrachten
Toen de oorlogsdreiging in 1939 toenam volgde opnieuw een belangrijke wijziging. Op 6 mei 1939 werd de instructie van de oppperbevelhebber van land- en zeemacht vastgesteld. De opperbevelhebber kreeg de leiding over de land en marine-eenheden in Nederland. Een half jaar later werden marine-eenheden onttrokken aan het bevel van de opperbevelhebber omdat zij ingezet zouden worden voor operaties buiten Nederland. Een dag later, op 27 september 1939, werden zij gesteld onder bevel van de "Chef van den Marinestaf als bevelhebber der Zeestrijdkrachten". Dit was de eerste keer dat deze term genoemd werd.

Historici zijn het er echter over eens dat op die 27e september 1939 de functie van Bevelhebber der Zeestrijdkrachten niet werd ingesteld. Het woord "bevelhebber" werd niet voor niets met een kleine letter geschreven, bovendien bestond er geen instructie van, zo luidt de redenatie. Wel kreeg de Chef Marinestaf door de toevoeging een nieuwe dimensie, die een volgende stap in 1940 mogelijk maakte.

Inmiddels was aan de functie Chef Marinestaf (CMS) de rang van vice-admiraal verbonden. Ook werd in 1940 door de CMS, vice-admiraal Johan Furstner, van "leiding geven aan de marine" gesproken. Na de Duitse invasie op 10 mei 1940 en de capitulatie die volgde, werd in Londen het Nederlandse Ministerie van Defensie opnieuw opgericht. Op 19 mei werd VADM Furstner benoemd tot (de eerste) "Bevelhebber der Nederlandse zee- en marineluchtstrijdkrachten, welke zich in geallieerd gebied bevinden." De functie van BDZ was een feit.

Een nieuwe start
Na de Tweede Wereldoorlog keerden de functie van zowel Chef Marinestaf als Bevelhebber der Zeestrijdkrachten terug in het organigram van de nieuwe marineorganisatie. De functie van Minister van Marine werd nieuw leven ingeblazen en ging de op 15 november 1945 opgerichtte Admiraliteitsraad (AR) voorzitten.

De verantwoordelijkheden werden als volgt omschreven: de regering was verantwoordelijk voor het politiek-strategisch beleid, de marinestaf voor de algemene organisatie, de BDZ voor het gebruik van de vloot en de beveloering en de hoofdafdelingen van het ministerie van marine voor de instandhouding.

De functies van CMS en BDZ naast elkaar leidden tot verwarring en verzwakking. Op 1 oktober 1948 werden beide functies verenigd en was de CMS tevens BDZ.



Van Marine naar Ministerie
Na de Tweede Wereldoorlog werd de wekelijkse Admiraliteitsraad tot 1968 voorgezeten door de Minister van Marine of de Staatssecretaris van Marine. Hierdoor had iedere dinsdagmiddag een uitgebreide vergadering plaats tussen de politiek verantwoordelijke van de marine en de hoogste marineofficieren. Het grote voordeel was dat er tussen de politiek en de militaire organisatie geen enkele kloof was, sterker, de minister of staatssecretaris moest tijdens de vergaderingen de besluiten nemen.
Toen de ministers en staatssecretarissen de AR niet meer voorzaten, ontstond die kloof wel. Samenwerking tussen de krijgsmachtdelen was nog niet verbeterd, maar de samenwerking met politiek Den Haag verslechterde.

Het bezwaar vanuit Den Haag dat de krijgsmachtdelen te los stonden van elkaar, kwam terug in de Defensienota 1974. De oplossing zou, geheel tegen de zin van de marine in, een meer centraal ingericht apparaat moeten zijn. De nieuwe centrale organisatie werd vele malen bureaucratischer dan de oude productgerichte structuur, maar de krijgsmachtdelen moesten meer samenwerken en de politiek kreeg iets meer grip op de krijgsmachtdelen.

Jan Willem Kelder
VADM b.d. Jan Willem Kelder was van 2005 t/m 2007 de eerste C-ZSK. Hier tijdens de commando-overdracht in 2014. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Commandant Zeestrijdkrachten
Door die nieuwe organisatiestructuur werd de afstand tussen de politieke en militaire leiding echter toch groter. Dat leverde aan de andere kant wel meer ruimte op voor de krijgsmachtdelen. Om toch de krijgsmachtdelen meer in de greep te krijgen werd naar aanleiding van de Prinsjesdagbrief 2003 een nieuwe organisatiestructuur vastgelegd. De Bevelhebbers en hun staven in Den Haag werden opgeheven. Ook de krijgsmachtdelen hielden formeel op te bestaan en gingen over in Operationele Commando's (OPCO's), waar het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) er één van was. Aan het hoofd van de Zeestrijdkrachten zou een commandant komen te staan: Commandant Zeestrijdkrachten. Net als de andere commandanten moest hij bovendien Den Haag verlaten en zijn hoofdkwartier elders opzetten. Voor C-ZSK werd dat logischerwijs Den Helder.

Vice-admiraal J. W. Kelder was (op 5 september 2005) de eerste C-ZSK.

Matthieu Borsboom
Vice-admiraal Matthieu Borsboom, was Commandant Zeestrijdkrachten van 2010 t/m 2014. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Admiraal Benelux
Sinds 1948 werken de Nederlandse en Belgische marine samen. Op 27 maart 1975 werd de Admiraliteit Benelux (ABNL) in oorlogstijd opgericht, sinds 1 januari 1996 zijn de operationele marinestaven van België en Nederland ook in vredestijd geïntegreerd tot één enkele staf. Later werd op de Nieuwe Haven het hoofdkwartier gevestigd van de Admiraal Benelux (ABNL).

De Nederlandse Commandant Zeestrijdkrachten (C-ZSK) is tevens Admiraal Benelux, zijn Belgische evenknie Commandant van de Marinecomponent is plaatsvervangend ABNL.

Van Foreest
Bevelhebber der Zeestrijdkrachten VADM Jhr. H. Van Foreest met ZKH Prins Willem-Alexander in 1991 -als LTZSD2OC- onderweg naar de Perzische Golf. (Foto: CAVDKM)

Overzicht Commandanten Zeestrijdkrachten
26 september 2014 - heden: luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk
22 januari 2010 - 26 september 2014: vice-admiraal Matthieu Borsboom
31 augustus 2007 - 22 januari 2010: luitenant-generaal der mariniers Rob Zuiderwijk
5 september 2005 - 31 augustus 2007: vice-admiraal Jan Willem Kelder



Overzicht Bevelhebbers der Zeestrijdkrachten
2003 - 2005 vice-admiraal R.A.A. Klaver
1998 - 2003 vice-admiraal C. van Duyvendijk
1995 - 1998 vice-admiraal L. Kroon
1992 - 1995 vice-admiraal N.W.G. Buis
1989 - 1992 vice-admiraal jhr. H. van Foreest
1985 - 1989 vice-admiraal C.H.E. Brainich von Brainich Felth
1982 - 1985 vice-admiraal J.H.B. Hulshof
1979 - 1982 vice-admiraal H.L. van Beek
1976 - 1979 vice-admiraal B. Veldkamp
1972 - 1975 vice-admiraal E. Roest
1968 - 1972 vice-admiraal J.B.M.J. Maas
1967 - 1968 vice-admiraal H.M. van den Wall Bake
1963 - 1967 vice-admiraal A.H.J. van der Schatte Olivier
1959 - 1963 vice-admiraal L. Brouwer
1956 - 1959 vice-admiraal H.H.L. Pröpper
1956 vice-admiraal F.T. Burghard
1951 - 1956 vice-admiraal A. de Booy
1948 - 1951 vice-admiraal jhr. E.J. van Holthe
1945 - 1948 luitenant-admiraal C.E.L. Helfrich
1940 - 1945 luitenant-admiraal J. Th. Furstner




Bronnen
- Bosscher, Ph.M., "De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog" Deel I; Uitgeverij T. Wever (Franeker 1984)
- Brouwer, L., Wijn, J.J.A. et al, Tussen vloot en politiek, Een eeuw marinestaf 1886 - 1986; De Bataafsche Leeuw (Dieren, 1986)
- Eekhout, L.L.M., Het admiralenboek; De vlagofficieren van de Nederlandse marine 1382-1991, De Bataasche Leeuw (Amsterdam, 1992)
- Marine.nl
- Wikipedia.org



Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Rangen bij de marine