NFR-90: de oer-moeder


Door: Jaime Karremann
Laatst aangepast: 01-02-2014


Hoe komt het toch dat landen als Frankrijk, Engeland, Duitsland en Nederland marineschepen hebben die zo op elkaar lijken? Het lijkt net alsof ze in het verleden hebben samengewerkt. Ergens klopt dat wel, en ergens ook niet. De huidige generatie marineschepen stamt af van een oer-project uit de jaren '70: NFR-90. Marineschepen.nl vertelt het verhaal.

De eerste voorzichtige ideeŽn kwamen opborrelen in 1974. Het echte samenwerken startte in 1979. Toen werd een projectgroep opgericht om onderzoek te doen naar het samen door NAVO landen ontwerpen en bouwen van een onderzeebootbestrijdingsfregat. Negen landen deden mee aan "Project Group 27": BelgiŽ, Canada, Duitsland, Frankrijk, ItaliŽ, Nederland, Noorwegen, de Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ.

infographic NFR-90
De huidige generatie Westerse marineschepen stamt af van het NFR-90 project.

De landen waren vooal geÔnteresseerd in deelname omdat men een enorme kostenbesparing hoopte te realiseren; samen ontwerpen, samen bouwen (wel op eigen scheepswerven, maar dan nog), samen leren en trainen, en samen onderhouden. Daarnaast dacht men aan een goedkoop en licht fregat (2000-3000 ton waterverplaatsing, minder dan nu het M-fregat).
Aan die fregatten met specialisatie van onderzeebootbestrijding was behoefte omdat de Sovjet-Unie zoveel onderzeeboten aan het bouwen was dat -als ze boven water lagen- je over de dekken van Moskou naar Londen kon lopen. Bij wijze van spreken dan.



Internationaal doolhof
PG/ 27 ging vanuit Brussel aan de slag met een "voorstudie" naar het fregat dat inmiddels de naam "NFR-90" had gekregen. Dit stond voor Nato Frigate Replacement for the 90's, en er moesten minimaal 50 exemplaren gebouwd worden (waarvan de helft voor de VS). In 1984 werd het werk van de projectgroep goedgekeurd door de deelnemende landen -BelgiŽ en Noorwegen waren afgehaakt, Spanje was aangesloten. Ook werd een firma opgericht speciaal voor dit project, bestaande uit defensiebedrijven van de deelnemende landen. Dit bedrijf kreeg de naam Internationale Schiffs Studien (ISS) en opereerde vanuit Hamburg.

Eind 1985 kon ISS een voorlopig ontwerp presenteren. Het omvatte maar liefst 15.000 pagina's tekst en vele tekeningen. Van een eenvoudig en goedkoop fregat was intussen geen sprake meer. Gaandeweg was het een groot fregat geworden met als taak luchtverdediging, mogelijk naast onderzeebootbestrijding.
Het schip was 131 meter lang en 14,8 meter breed. Vergelijkbaar met de GW-fregatten, maar een stuk zwaarder doordat een zwaardere constructie en zwaardere apparatuur was gebruikt. De NFR-90 had een boegsonar, 127 mm kanon, een Vertical Launch installatie voor raketten tegen lucht- en zeedoelen en om torpedo's af te vuren. Ook een Close-In Weapon System was gepland en op de voormast een heel nieuwe, nog te ontwerpen multifunctionele radar die doelen niet alleen kon opsporen en volgen, maar ook moet kunnen aanwijzen.
In dit voorstel was al vaag een hele serie elementen te zien die veel andere marines later weer hebben gebruikt, in ieder geval ter inspiratie.

nfr-90 voorlopig ontwerp
Het voorlopig ontwerp uit 1985. Bron: Marineblad februari 1987

Een studieteam van de Nederlandse marine gaf echter in maart 1986 negatief advies aan de Admiraliteitsraad (AR). De marine wilde namelijk met de NFR-90 de Geleide Wapen fregatten vervangen, en aangezien dit commando fregatten met een stevige luchtverdediging waren, moest ook de NFR-90 die capaciteiten hebben. Dat zag de Nederlandse commissie niet terug in het ontwerp. Bovendien vond men het ontwerp aan de dure kant.
De politiek wilde echter door en de AR ging akkoord, net als de andere landen behalve Frankrijk en de UK. Toen zij met een soort ontsnappingsclausule aankwamen, was dat eigenlijk het begin van het einde. Beide landen ondertekenden het contract weliswaar bijna een jaar later, maar de bom onder NFR-90 was gelegd.

Luchtverdediging als struikelblok
Overigens stonden de partijen al langer soms lijnrecht tegenover elkaar. Op voortstuwingsgebied ging dat over of men alleen diesels (CODAD) zou gebruiken, zoals Frankrijk en Duitsland dat wilden. Of gasturbines ťn diesels (CODOG), waar de andere landen voorstander van waren. Het grootste discussiepunt was echter de luchtverdediging.
Een andere projectgroep was namelijk los van PG/ 27 bezig met een gezamenlijk luchtverdedigingssysteem. PG/33 was in het leven geroepen om de steeds geavanceerder wordende anti ship cruise missiles het hoofd te kunnen bieden. Er moesten snellere, betere radars worden ontwikkeld, snellere computers, een betere raket en een verticale lanceerinrichting. De kruisvluchtwapens die toen in ontwikkeling waren (en nu op de markt zijn!) zouden zeer laag en snel gaan vliegen, plus zigzaggend op het schip af komen.
Niet alleen Frankrijk had een duidelijke voorkeur voor eigen systemen, ook de VS gingen steeds meer die kant op. Uiteindelijk splitsten de deelnemende landen zich op. Enerzijds was er een ontwerp gebaseerd op een Amerikaans systeem (NAAWS), gesteund door Amerika, UK, Nederland, Canada, Duitsland en Spanje. En anderzijds een ontwerp gebaseerd op Frankrijk en ItaliŽ (FAMS), gesteund door die landen plus -opnieuw- Spanje en de UK. Dit had directe gevolgen voor PG/ 27 want ondanks dat projectgroep 33 los stond van eerder genoemde, werd het gaandeweg wel de bedoeling dat dit luchtverdedigingssysteem op de NFR terecht zou komen.
Maar de nieuwe initiatieven NAAWS en FAMS verliepen stroef. Aan het einde van de studiefase wilde de UK niet meer met NAAWS meedoen omdat zij een ander type raket wilden. Ook de VS stapten uit het luchtverdediging-project. We lopen nu op de zaken vooruit, later meer hierover.

NFR-90 ten onder
Terug naar NFR-90. Op vrijdagmiddag 29 september 1989 om 1500 uur zakte het NFR-90 project plots in elkaar. Tijdens een vergadering van alle delegaties over een nieuw basis ontwerp -het Base Line Design-, kwam een Britse kabinetsverklaring: Groot-BrittanniŽ stapt uit het project. De Britse projectmanager (rang: schout-bij-nacht) stond perplex, net als natuurlijk de andere landen want ondanks de discussies had men veel problemen overwonnen en leek iedereen akkoord te gaan. Binnen een paar maanden trok het ene na het andere land de stekker er uit en werd op 18 januari 1990 besloten het project te beŽindigen.



Nieuwe Horizon voor luchtverdedigingsfregat
Ieder land bleef echter de behoefte hebben aan nieuwe schepen. Alleen Canada heeft ze nooit kunnen bouwen en in Amerika had men al een gigantisch bouwprogramma met vooral veel destroyers van de Arleigh Burke klasse; iets wat erg leek op wat de Amerikanen toch altijd al in gedachten hadden.

De Britten, Fransen en Italianen vonden elkaar in het Horizon Common New Generation Frigate (CNGF) programma, in 1992. Een luchtverdedigingsfregat, gebaseerd op de Frans/ Italiaanse luchtverdediging rond de Aster missile, die eerder onder de naam van FAMS onderdeel uitmaakte van de splijtzwam tijdens het NFR-90 project. De drie landen gingen aan de slag met het schip en de luchtverdediging -nu PAAMS (Principal Anti Air Missile System) geheten. Maar ook dit verhaal ging anders dan gedacht: de Britten wilden een schip dat een grote "verdedigingsbubble" rond een groep schepen kon leggen en ze op grote afstand kon beschermen. De Italianen en Fransen waren minder ambitieus en namen genoegen met een minder geavanceerde radar. De Britten stapten weer uit en gingen alleen een schip ontwerpen, maar bleven wel bij het PAAMS programma.

horizon
De drie schepen die afstammen van het Horizon project (al stapten de Britten er later uit): Andrea Doria (Italie), Daring (UK) en Forbin (Frankrijk).

Pas in 2009 werd het eerste Britse resultaat in dienst gesteld: HMS Daring, de eerste van zes Type 45 destroyers. De Britten komen er het slechtst vanaf, hun schip was als laatste gereed en is op veel punten vrij zwak. Bovendien is het project met 6 en een half miljard Pond erg duur.

Frankrijk en ItaliŽ bleven vasthouden aan het ontwerp en PAAMS. Zij bouwden hun schepen met een paar verschillen, zo installeerden de Fransen hun Exocet kruisvluchtwapens en op de Italiaanse schepen staan de Teseo's van eigen bodem. Ook die schepen werden aan de late kant opgeleverd.

Canada, Spanje, Duitsland en Nederland
In Nederland werd in 1993 de Koninklijke Schelde Groep (nu onderdeel van Damen) gevraagd om mee te denken. In eerste instantie was een ontwerp dat eigenlijk een XXL versie was van het M-fregat het uitgangspunt, maar men koos er toch voor om een heel nieuw schip te ontwerpen. Dit nieuwe schip, het Luchtverdedigings- en Commando Fregat (LCF) werd veel ruimer, hierdoor kon meer gebruik worden gemaakt van standaard afmetingen, in plaats van bijv. steeds verschillende trappen en precies passende apparatuur. Bouw, onderhoud en upgrades worden dan goedkoper. Ook werden bestaande commerciŽle producten aangekocht, in plaats van alles nieuw te laten ontwerpen en maken.

Begin 1994 besloten de marines van Spanje, Duitsland en Nederland samen te werken voor een nieuw fregat: Trilateral Frigate Cooperation. Niet ťťn ontwerp, maar wel samen aanbesteden, samenwerken bij het ontwerpen en tijdens de instandhouding. Niet alleen de schepen zelf, ook de apparatuur en dan vooral het ontwerpen van het luchtverdedingssysteem (LVD-systeem) maakte onderdeel uit van de samenwerking, ook Canada deed mee aan de ontwikkeling van dit systeem. Spanje gaf al snel aan niet verder te willen met het LVD-systeem, inclusief APAR. De Spanjaarden durfden het risico niet aan; het LVD-systeem bestond alleen op papier. Zij kozen voor het Amerikaanse AEGIS-systeem, een wat ouder en bewezen systeem. Dat heeft hen voordelen in Amerika opgeleverd en later klanten als Noorwegen (Fridjoft Nansen) en AustraliŽ (de veel duurdere Hobartklasse).

Sachsen
FGS Hessen van de Sachsen klasse (F124 klasse) heeft net als de Nederlandse schepen APAR en SMART-L als radars en Standard Missiles plus ESSM als luchtverdedigingraketten. (Foto: US Navy)

Duitsland, Nederland en Canada gingen echter verder met APAR en het LVD-systeem. Ook de Nederlandse en Duitse scheepsontwerpen werden zo aangepast dat men dezelfde apparatuur kon gebruiken. Dat resulteerde in een serie uitstekende fregatten. Nu tien jaar na indienststelling van het eerste LCF heeft nog geen land de combinatie APAR en SMART-L weten te evenaren. In 2006 liet Hr.Ms. Tromp zien wat het in huis had en Technical Group Superviser Lex Hughes toonde zich als wetenschapper bij een met TNO vergelijkbare instantie enthousiast: ďIk ben verbaasd over wat ik zie. Jullie zijn op dit gebied zeker zes jaar voor op ons.Ē

De balans
Na vele samenwerkingsprogramma's en vele tienduizend pagina's aan documenten, ontelbare contracten hebben acht van de tien oorspronkelijk deelnemende landen hun schepen kunnen bouwen. Alleen BelgiŽ en Canada niet. De Belgen voeren lang door met hun sterk verouderde schepen waarna zij gebruikte M-fregatten van Nederland kochten, en de Canadese marine zag voorstellen voor nieuwe schepen steeds afgewezen door de politiek.

Van een totale mislukking van het NFR-project is geen sprake, er is in die tijd veel geleerd. Een succes was het echter helemaal niet en ook de programma's daarna waren niet altijd even succesvol. Ook PG/ 33 werd geen succes, maar dat leverde uiteindelijk wel inzichten op die hebben bijgedragen aan de APAR.

Naam Land Aant. Wvp Lengte In dienst Ä per stuk
LCF NL 4 6.050t 144,2m 2002 Ä525 miljoen1
F-100 Spanje 5 6.250t 146,7m 2002 Ä600 miljoen2
F124 Duitsland 3 5.690t 143,0m 2003 Ä700 miljoen3
Orizzonte ItaliŽ 2 5.600t 152,9m 2007 Ä700 miljoen4
Horizon Frankrijk 2 5.600t 152,9m 2008 Ä1,35 miljard5
Type 45 UK 6 8.000t 152,4m 2009 Ä1,2 miljard6
De gegevens van de schepen op een rijtje. Let wel, de bedragen zijn niet gecorrigeerd voor inflatie.

Vooral Groot-BrittanniŽ is er niet goed vanaf gekomen. De Britten waren erg ambitieus, (net als andere landen) erg op hun eigen industrie gericht en wilden van meet af aan een Close-In Weapon System (CIWS) als laatste redmiddel -een wijze les uit de Falkland Oorlog. Zij kwamen echter terecht in een samenwerking met de minder ambitieuze Fransen en Italianen, hebben hun luchtverdediging gebaseerd op Franse raketten en vooral Franse sensoren, en in het ontwerp van de Type 45 destroyer ontbrak -oeps vergeten- hun les uit de Falkland Oorlog: het CIWS. Dat laatste wordt nu alsnog toegevoegd aan de schepen. Ook het prijskaartje loog er niet om.

Nederland kwam goed uit de strijd: de kwaliteit van de schepen is zeer hoog en de kosten laag.

Europese samenwerking op dit vlak is erg belangrijk en biedt veel kansen. De meest succesvolle samenwerkingen in het verleden waren niet de projecten waarbij naar ťťn ontwerp werd gestreefd, maar projecten als de Spaans-Nederlandse tanker (SNS Patino en Hr.Ms. Amsterdam) waarbij op onderdelen werd samen gewerkt. Of projecten waarbij landen in een later stadium aansloten.
Laat het NFR-90 project ook voor de toekomst een wijze les zijn.

Bronnen
- Langenberg, G.W.A., NATO frigate replacement for the 1990's (NFR-90) alias "Hamburg-project"; Marineblad, februari 1987, pp 28
- Noort, van, J.P.H., Luchtverdediging van schepen; Marineblad, januari 1990, pp 6 - 12
- Noort, van J.P.H., YES -NFR-90 - NO; Marineblad, juli/ augustus 1990, pp 308-316
- Oosterhout, van A.W.G., De Precaire Autonomie van de Nederlandse Marinescheepsbouw, augustus 2001
- Struis, van der, P.M., Het project luchtverdedigings- en commandofregatten; Marineblad, januari 1996, pp 12-16

Noten
1. Er wordt ook gesproken over 1,5 miljard euro voor vier schepen (375 miljoen per stuk), maar dat is alleen de bouw. Totale kosten inclusief de bouw van de 4 schepen en ontwikkeling sensoren, etc. waren Ä2,1 miljard euro.
2. Eerste vier fregatten kostten 600 miljoen euro volgens Wikipedia.org per stuk, het vijfde fregat werd een aantal jaar later besteld en kostte 823 miljoen euro volgens Wikipedia.org.
3. Wikipedia.org
4. Difesa.it
5. Globalsecurity.org
6. Wikipedia.org







Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Type 45
De Zeven ProvinciŽn
Hobartklasse destroyer
Arleigh Burkeklasse
SMART-L radar