Over de 'anti-onderzeebootoorlog' van Ko Colijn


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 28-03-2016 | Laatst aangepast: 28-03-2016


Ko Colijn is de laatste weken opgestaan als één van de grootste criticasters van nieuwe onderzeeboten. Opvallend is dat Colijn, tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer en in zijn meest recente artikel in Vrij Nederland, veel andere argumenten gebruikt tegen onderzeeboten dan we eerder hoorden. Tijd om ze eens tegen het licht te houden.

Uitkijk onderzeeboot
Een uitkijkt tuurt de horizon af, onderzeeboot Zr.Ms. Bruinvis is nabij Schotland net boven water gekomen. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Prof. dr. Ko Colijn is directeur van 'Instituut Clingendael', redacteur van Vrij Nederland en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ko Colijn levert als expert op gebied van veiligheidsstudies ook geruime tijd een bijdrage aan het Marineblad.



Colijn zet grote vraagtekens bij nieuwe onderzeeboten voor Nederland. Hij doet dat met grotendeels andere argumenten dan die eerder werden genoemd.

Behalve de kosten (Colijn is de enige expert die 4 miljard als mogelijke prijs noemde), is zijn grote bezwaar dat door de technologische ontwikkelingen we niet weten welke behoefte Nederland in 2040 zal hebben. Daarnaast vraagt Colijn zich af of Nederland niet beter voor een 'ondiepboot', zoals Colijn dat noemt, moet kiezen die juist niet op de Atlantische Oceaan opereert maar in de Noordzee, Oostzee en Middellandse Zee.

Al snel blijkt echter dat deze nieuwe argumenten gebaseerd zijn op erg veel onwaarheden.

Geloofwaardiger dan het Ministerie van Defensie
Colijn is overigens niet zomaar een deskundige. Hij is weliswaar geen kenner op gebied van onderzeeboten, hij wordt wel geloofwaardiger geacht dan het Ministerie van Defensie. Jazeker. Want met één zin in het Volkskrant-artikel van 4 maart ("Collega-expert Ko Colijn wijst vooral op de kosten. Hij houdt er rekening mee dat de onderzeeërs 'wel eens minimaal een miljard per stuk' gaan kosten.") veegde hij de totale raming van Defensie van tafel.

Sindsdien wordt door politici en media (van WNL tot Buitenhof) gesproken over dat experts (meervoud!) rekening houden met 4 miljard. Nu is het wel zo dat de 2,5 miljard van Defensie net zo min is onderbouwd als dat van Colijn.

Vrij Nederland
Het artikel van Vrij Nederland, met een illustratie van Bas van der Schot.

Weer een miljardenproject
Was Colijn tijdens de hoorzitting van de Tweede Kamer op 16 maart nog genuanceerd (hij herhaalde meerdere keren dat hij het nut van onderzeeboten inzag). In zijn artikel in Vrij Nederland is die nuance in geen enkele temperatuurlaag te bekennen. Volgens Colijn krijgt iedereen nog "angstdromen van dat totaal onbeheersbare project" als wordt teruggedacht aan de Walrus-affaire. "Zelf een boot ontwerpen en bouwen waarin meer dan 500.000 onderdelen in een krappe metalen sigaar worden geperst, dat nooit weer," zo zet Colijn de toon van zijn stuk.

Om het voor de Vrij Nederland-lezer extra aantrekkelijk te maken wordt in de ondertitel de vraag gesteld of het geld niet beter besteed kan worden dan aan onderzeeboten, "na de JSF weer een miljardenproject". Het plaatje wordt afgemaakt door een tekening van een grote walrus in een zee van dollarbiljetten.

Polen en Noorwegen?
In Vrij Nederland schrijft Colijn dat Nederland het met Noorwegen en Polen eerst eens moet worden over een gezamenlijk ontwerp, "omdat die landen wel onderzeeërs willen kopen maar door hun ligging weer afwijkende eisen hebben."
Maar is dat wel zo? Noorwegen lijkt met Duitsland samen te gaan werken en Nederland hoeft zich daar helemaal niet bij aan te sluiten. Dat is bovendien niet te verwachten, want beide landen willen alleen kleine onderzeeboten voor dicht bij huis. Ook is een samenwerking met Polen niet verplicht en niet waarschijnlijk.

Nederland kan in Duitsland bij TKMS of bij Saab/ Damen ook zonder andere eindgebruikers een boot van 2800 ton bestellen.

Boten voor de Middellandse Zee
Wil je een grote conventionele boot, "of neem je genoegen met ondiepboten die goede diensten kunnen bewijzen in de Middellandse Zee of Oostzee en onze eigen Noordzee?" Dat 'dilemma' legde hij de lezers van Vrij Nederland voor.
Eerder, tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer, schetste Colijn ook een keuze tussen de oude GIUK-gap (tussen Groenland, IJsland en het Verenigd Koninkrijk) waar tijdens de Koude Oorlog veel werd gepatrouilleerd en de Middellandse Zee. Het laatst genoemde zeegebied heeft de toekomst volgens Colijn vanwege de mensensmokkel en migratie.

Maar bovenstaande keuzes hoeven helemaal niet op deze manier gemaakt te worden.

Een boot voor onze eigen Noordzee kan niet eens. Deze zee is tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk veel te ondiep voor onderzeebootoperaties met gewone onderzeeboten. Op het 'kuiltje' bij Den Helder na varen onderzeeboten in dat deel van de Noordzee en in Het Kanaal altijd boven water.

Wat moet Nederland met boten die eigenlijk alleen geschikt zijn voor de Oostzee? Helemaal niets natuurlijk. Daar stikt het al van de onderzeeboten.

Dan de Middellandse Zee. Die zee is, in tegenstelling tot wat Ko Colijn schetst, echt diep. Even googlen leert ons dat de gemiddelde diepte 1.500 meter is (van de Oostzee 55 m!) en bij Griekenland is die zee serieus diep: 5.200 meter. Daar kun je de Mont Blanc in laten zakken en dan heb je nog ruimte zat voor diepe onderzeebootoperaties!

De Middellandse Zee is niet alleen een volwaardige, diepe, zee waar alle soorten onderzeeboten (inclusief nucleaire) in opereren, het was ook voor Nederlandse onderzeeboten het meest interessante operatiegebied tijdens en na de Koude Oorlog.

Walrusklasse onderzeeboten hebben er in de jaren '90 geheime operaties uitgevoerd tijdens de Joegoslavië crisis. De iets lichtere Zwaardvisklasse boten voeren er tijdens spionageoperaties in de jaren '80 tussen Russische ankerkettingen door, dicht onder de Noord-Afrikaanse kust.

Dus een 'ondiepboot' voor de Middellandse Zee? Nee, totaal onzinnig.

Als de Middellandse Zee de zee van de toekomst is, verandert er dus weinig. De geheime Nederlandse onderzeebootoperaties kwamen namelijk tijdens de Koude Oorlog beter tot hun recht in de Med, dan in de GIUK-gap, vaker het domein van nucleaire subs. Bovendien was het de Middellandse Zee waar de VS en Rusland in 1973 op een haar na met elkaar slag leverden, een haast groter incident dan in '62, maar toen met de VS als verliezer.

Nederlandse onderzeeboten kunnen juist heel goed een rol spelen in het opsporen van mensensmokkel in de Middellandse Zee. Daar hoeven we echter niet voor te wachten tot 2025. Dat kunnen ze al en misschien zijn ze daar al mee bezig.


Toen de Walrusklasse werd gebouwd, opereerden de kikvorsmannen van het Korps Mariniers nog met peddels en kano's. Tegenwoordig hebben ze onderwaterscooters, DPD's. Ook die kunnen met de onderzeeboot mee.

Over een Amerikaanse bron uit 1959
Dikwijls horen wij de theorie verkondigen dat in deze tijd van geweldige wetenschappelijke ontwikkelingen de wapens die tegen onderzeeboten in het geweer kunnen worden gebracht zň doeltreffend zijn, dat de onderzeeboot eigenlijk geen kansen meer heeft.

Dat schreef de Alle Hens in maart 1952. De discussie over de waarde van onderzeeboten is ouder dan onderzeeboten zelf. Dus ook na de Tweede Wereldoorlog, waarin het onderzeebootwapen zich andermaal had bewezen, werd jarenlang over nut en noodzaak van onderzeeboten gediscussieerd.

De jaren '50 waren wat dat betreft roerige jaren voor onderzeeboten. Het was een transitieperiode door de vele ontwikkelingen op gebied van conventionele onderzeeboten en vooral nucleaire voortstuwing.

In de presentatie en in het artikel van Colijn speelt een citaat uit een stuk dat in 1959 in het magazine Foreign Affairs stond, een belangrijke rol om aan te tonen dat de wereld rond onderzeeboten sneller verandert dan de onderzeeboot zelf. "Trends in technology are favourable to the submarine as against the surface ship," citeerde Colijn het blad, om er direct aan toe te voegen dat die uitspraak uit '59 nu geen stand meer houdt.

Veranderingen gaan ontzettend snel, maar Colijn gaat met dit voorbeeld behoorlijk de mist in.

Tijdens de hoorzitting zei Colijn (lees hier zijn volledige verhaal in het Engels, ivm buitenlandse sprekers) dat de toekomst voor onderzeeboten er in 1959 goed uitzag. Colijn somde de taken op die in het artikel stonden, zoals nucleaire afschrikking, verdedigen of aanvallen van koopvaardijschepen, mijnenleggen, onderzeebootbestrijding en transport. Onderzeebootbestrijding was belangrijk vanwege de Russische onderzeeboten met ballistische kernraketten.

"Maar," vervolgde Colijn, "in de jaren '80 sprak natuurlijk niemand meer over die dreiging." (Wat niet waar is, die dreiging bleef even groot.)
Vervolgens: "Tegenwoordig zijn de argumenten in het voordeel van de Nederlandse onderzeeboten dat ze inlichtingen verzamelen die andere niet kunnen verkrijgen, of dat zij kunnen opereren in ondiep water nabij de kust en met speciale eenheden de nodige aanvallen op land kunnen uitvoeren. Twee functies nooit genoemd 30 jaar geleden, laatst staan in dat artikel uit 1959."



In Vrij Nederland schreef Colijn: "Toen we de Walrus in de jaren tachtig aanschaften, had niemand het over de stille rol als luistervink die die onderzeeër nu heeft, (…)"

Colijn had echter een totaal verkeerde bron te pakken. De opsomming uit Foreign Affairs is gebaseerd op de Amerikaanse marine en voornamelijk op (de komst van) nucleaire onderzeeboten. Niet te vergelijken met de Nederlandse dieselelektrische subs.

Waarom heeft Colijn niet in Nederlandse archieven gekeken? Dit schreef namelijk de Nederlandse marine in de Alle Hens van juli 1956 over de taken van onderzeeboten toen en in de nabije toekomst:

1. Onderzeebootbestrijding
2. Afvuren van geleide projectielen
3. Torpedoaanvallen op schepen
4. Mijnenleggen bij een vijandelijke kust
5. Walbombardementen op lichtbewapende doelen
6. Speciale opdrachten (aan de wal zetten van commandotroepen, geheime agenten, overbrengen van dwergonderzeeboten)
7. Vervoer van materieel en personeel naar geblokkeerde gebieden
8. Uitvoeren van verkenningen

De twee taken die volgens Colijn in de jaren '80 niet werden genoemd en in 1959 helemaal niet, werden in 1956 gewoon door de Alle Hens opgesomd! Sterker, speciale operaties werden tijdens de Tweede Wereldoorlog al door Nederlandse onderzeeboten uitgevoerd in Nederlands-Indië.

In de jaren '50 sprak men over "verkenningen uitvoeren", de zeer geavanceerde inlichtingenrol die onderzeeboten nu hebben kende men niet, maar is daar wel rechtstreeks aan gerelateerd. Die kwam gaandeweg in de jaren '60 dankzij de steeds betere (nieuw geplaatste!) apparatuur, en kwam dankzij geruisanalyse in de jaren '70 echt op gang mede met de komst van de Zwaardvisklasse. Dus toen de Walrusklasse werd besteld, in de jaren '70 waren die boten speciaal ontworpen voor "de rol van stille luistervink", zoals we die nu kennen. Al waren ze niet bedoeld om drugssmokkelaars en piraten te bespieden, ze kunnen dat heel goed, maar dat is nu ook niet hun belangrijkste taak.

En ook dat is bekend. Zo stond in de marine-uitgave "INFO" van september 1986, die bijvoorbeeld tijdens de Vlootdagen 1987 aan bezoekers werd uitgedeeld: "Onderzeeboten worden in vredestijd vooral ingezet voor het uitvoeren van verkenningen. (…) Ze observeren schepen van het Warschau-pact om gegevens te verzamelen en tijdig agressieve intenties te ontdekken."

In mei 1975 in de Alle Hens opende het interview met de Commandant Onderzeedienst KTZ Van Rede zelfs met: "Bij het uitvoeren van belangrijke surveillance opdrachten in het kader van de crisisbeheersing biedt een onderzeeboot het voordeel een bepaald gebied over langere perioden te kunnen observeren. Hij kan waarnemen zonder dat de waargenomene direct het idee heeft, dat hij 'in de gaten wordt gehouden'."

Kortom, in tegenstelling tot wat Colijn beweert, zijn de argumenten die spreken voor onderzeeboten de laatste jaren helemaal niet zoveel gewijzigd.

INFO
"Toen we de Walrus in de jaren tachtig aanschaften, had niemand het over de stille rol als luistervink die die onderzeeër nu heeft," zegt Colijn. Maar in de INFO van 1986 staat het gewoon. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Onderzeeboten laten zich juist goed aanpassen
Dat de argumenten voor onderzeeboten niet zoveel gewijzigd zijn, heeft een reden. De techniek ging sneller dan op onderzeeboten zelf, desondanks blijken onderzeeboten enerzijds nog steeds belangrijke behoeftes te vervullen en anderzijds flexibel te zijn.

In het jaar dat de Walrusklasse werd besteld, had niemand een computer thuis, laat staan een smartphone. In de commandocentrale van toen moeten operators nog tot 2018 op ABC-toetsenborden typen (!) uit de tijd voor de PC. Maar toch horen die boten van toen nog steeds tot de wereldtop.

Onderzeeboten blijken dus ontzettend flexibele systemen te zijn, die goedkoop voor andere doelen in te zetten zijn.

Van alle 8 taken die de marine in 1956 opsomde, zijn slechts twee ten dele achterhaald (mijnenleggen en vervoer). Andere taken zijn onverminderd van belang en in er komt een oude taak weer terug: walbombardementen, zij het met raketten ipv een kanon.

De technologie is enorm veranderd en daardoor ook de mogelijkheden om de onderzeeboten beter en anders in te zetten. De manier waarop de onderzeeboot zijn taken uitvoert is deels veranderd, maar de onderzeeboot blijkt steeds het enige wapen dat dit kan. Dat onderzeeboten nog steeds waardevol zijn, pleit voor de kracht en flexibiliteit van het platform.

Toekomstige ontwikkelingen gaan mogelijk nog sneller. Dat betekent vooral dat de ontwerpers daar rekening mee moeten houden -nog meer dan in de jaren '70- en dat ook de politiek bereid moet zijn om nieuwe technologie toe te voegen.

Torpedo
Hoe groot moet een drone zijn om 15 torpedo's mee te nemen? Een onderzeeboot heeft er meer dan 15 aan boord, van 6 meter en 1545 kg. Dankzij die afmetingen kunnen torpedo's grote oppervlakteschepen op grote afstanden in één klap tot zinken brengen. (Foto: Australische marine)

Revolutionaire technologie maakt onderzeeboten waardevoller, in plaats van overbodig
Terecht zegt Colijn dat de vervangingslogica niet zondermeer opgaat: onderzeeboten steeds vervangen door onderzeeboten.

Tenzij er geen andere optie is natuurlijk. Want wat kan dan in 2025 de taken van bemande onderzeeboten overnemen? Drones?
Hoeveel miljarden is Nederland bereid om in deze ontwikkeling te investeren, waarvan nog niemand weet of het inderdaad iets gaat opleveren dat bijvoorbeeld kan afluisteren en speciale eenheden kan verplaatsen en afzetten? En of er over 4 jaar al een werkend prototype van kan zijn?

Kan de (veel kleinere) drone ook gedurende de levensduur worden aangepast? Of moet er weer een nieuwe worden gebouwd?

In het artikel wordt bijvoorbeeld de Google-auto genoemd, maar die kan op de weg nog lang niet zelfstandig en intuititief rijden. Terwijl dat onder water in een totaal onvoorspelbare omgeving nog veel lastiger is.

Colijn vraagt zich af of Nederland niet beter slimme revolutie-artikelen kan exporteren dan importeur zijn van "die grote platforms". Het gaat in deze niet om wat je importeert of exporteert. Het gaat er om dat het grote platform steeds geschikt moet zijn om die slimme revolutie-artikelen in te kunnen verwerken.

De kans is groot dat de technologische ontwikkelingen de bemande onderzeeboot de komende decennia niet overbodig zullen maken, maar juist sterker. De toekomstige boot is flexibeler, met meer sensoren en meer wapensystemen met een veel groter bereik. Terwijl het tegelijkertijd grote torpedo's bij zich kan dragen, plus speciale eenheden met hun technologisch hoogwaardig materieel.



comments powered by Disqus




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Nieuwe onderzeeboten
Walrusklasse