Einde van een tijdperk bij het Marinemuseum



Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 17-02-2017 | Laatst aangepast: 17-02-2017


Vanaf vandaag moet het Marinemuseum verder zonder KLTZ SD Harry de Bles. Dat is behoorlijk wennen, want De Bles en het museum waren 30 jaar aan elkaar verbonden. In de 27 jaar dat Harry de Bles er directeur was, groeide het Marinemuseum uit van een vriendelijke verzameling naar een hoogwaardig museum. Gisteren nam De Bles afscheid.


Harry de Bles (links) voor de ingang van het museum. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Het Marinemuseum is tegenwoordig een groot museumcomplex waar ontzettend veel valt te leren en beleven voor bezoekers van alle leeftijden, dankzij de rijke vaste tentoonstelling en grote wisselende exposities, aansprekende museumschepen en een professionele organisatie. Dat is lang niet altijd zo geweest. Het was De Bles die met visie en daadkracht, met behulp van zijn medewerkers, het museum naar het huidige niveau wist te tillen.



Marinematerieel redden en verzamelen
Het huidige Marinemuseum in augustus 1962 in de zolder van het Peperhuisje, een wit gebouwtje vlakbij het vertrekpunt van de veerboot naar Texel. Daar werden in de openingsmaand, augustus 1962, direct 5.000 bezoekers ontvangen die de 41 modellen van schepen en vliegtuigen, diverse vuurwapens en een reeks uniformen konden bekijken. De topattractie was een heuse periscoop.

In 1965 verhuisde het musem naar de huidige locatie in 'het Torentje'. Van 1962 tot 1986 bezochten één miljoen mensen het museum, dat toen eigenlijk een vergrootte versie was van het oorspronkelijke museum: een grote verzameling marine-attributen. Daarmee was al een hele stap gezet, want voor de oprichting van het museum vrijwel al het afgedankte marinematerieel naar de sloop.

Toch moest er iets gebeuren wilde het museum naar het volgende niveau worden gebracht. Dat was in die tijd niet eenvoudig, zo blijkt ook uit een artikel uit de Alle Hens van juli/ augustus 1980. De grootste wens van toenmalig directeur/ conservator KLTZ SD Willem Canisius was het verkrijgen van een complete commandocentrale. "Dat is nog niet gelukt. De Koninklijke marine is er nog niet aan gewend dat wij om materiaal voor het museum komen, maar ik geloof wel dat ze ons waarderen."

Het Marinemuseum moest bovendien uit geldgebrek bij veilingen vaak snel afhaken. Andere musea die met dezelfde problematiek kampten, ontdekten het fenomeen sponsoring. Tegenwoordig iets heel normaals, maar toen was niet iedereen daar enthousiast over. Canisius had er geen goede ervaringen mee: "Wij doen daar niet aan," zei hij in de Alle Hens van augustus/ september 1986 zei Canisius. "We zijn hier anderhalf jaar bezig geweest om op die manier het ramschip De Schorpioen te redden. Dat is niet gelukt. Bovendien ben ik van mening dat het moeilijk is bij sponsoring je museum onafhankelijk te houden van de sponsor. Dat is ook de reden waarom ik geen voorstander ben van een vriendenkring van ons museum."

Canisius ging snel daarna met pensioen en werd voor korte tijd opgevolgd door maritiem historicus KLTZ SD P.M. Bosscher. Maar in Leiden was inmiddels een nieuwe toekomstige directeur gescout. Harry de Bles, net afgestudeerd zeehistoricus, had met zijn eindscriptie indruk gemaakt en startte in 1986 -samen met de toenmalige kroonprins Willem Alexander- op het KIM. Nadat Den Bles had gevaren als wachtsofficier aan boord van mijnenjager Hr.Ms. Harlingen en L-fregat Hr.Ms. Jacob van Heemskerck, begon de toekomstig directeur in januar 1987 als conservator van het Marinemuseum. In 1990 werd De Bles directeur.



De marine tot leven brengen
In samenwerking met o.a. de Directie Materieel KM, Onderzeedienst en de gemeente Den Helder, slaagde de jonge directeur er in de onderzeeboot Tonijn veilig te stellen voor het Marinemuseum (er was ook interesse in Rotterdam en Amsterdam). De ambities van De Bles reikten echter veel verder; hij wilde de marine tot leven brengen, in plaats van alleen een verzameling tonen.

De Bles startte met een verbeterslag. De tenoonstelling liet De Bles door deskundigen opnieuw inrichten, waarbij -zij het op kleine schaal- direct het tastbaar maken van de marinegeschiedenis de aandacht kreeg. De registratie van de collectie moest professioneler en het uitlenen van items uit de collectie werd aan banden gelegd, dat wil zeggen dat uitlening op papier werd vastgelegd en dat de atttibuten weer heel terug moesten komen. De Bles slaagde er in de marineleiding achter zijn plannen en museum te krijgen. Dat leverde geld en een toekomstperspectief op. Meer professionals werden ingehuurd en het Marinemuseum kon aan de slag met uitbreiding. Eerst werd er een nieuw gebouw neergezet (het huidige entreegebouw), ook het Torentje werd opgeknapt. Het museum kreeg ook beschikking over een klimaatbeheersing waardoor de temperatuur en luchtvochtigheid constant gehouden konden worden.

De directeur richtte zijn blik op de horizon, maar verloor ook de details niet uit het oog. De nieuwbouw moest een aantrekkelijke koffieruimte krijgen. Een hele verbetering, aldus De Bles in de Alle Hens van juni 1993: "Nu kunnen mensen in de koffieruimte, waar overigens ook videopresentaties gehouden worden, niet eens roken."


Harry de Bles in 1993 voor het museum. (Foto: Koninklijke Marine)

Netwerken
Harry de Bles slaagde er in het Marinemuseum tot bloei te laten komen in de periode van onafgebroken grote bezuinigingen en inkrimping. Dat is een hele prestatie. De Bles wist veel voor elkaar te krijgen. Niet altijd was men daar blij mee. Al in zijn eerste jaar als directeur had De Bles op een internationaal congres voor maritieme musea in Leningrad (tegenwoordig Sint Petersburg, Rusland) een gezamenlijke Sovjet-Nederlandse tentoonstelling geopperd. "Hoe haalt De Bles het in zijn hoofd op eigen initatief contact met de Russen te leggen?" schreef de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten later verontwaardigd.

Ook nu was De Bles succesvol, weliswaar duurde dat even. Voor het Peter de Grote jaar 1996/ 1997 werd De Bles gevraagd om contact op te nemen met Rusland voor een gezamenlijke tentoonstelling. Waarna De Bles met één van zijn medewerkers naar Rusland vloog om museumobjecten te selecteren. Een paar maanden later verschenen drie grote vrachtwagens met kunstschatten uit Rusland in Den Helder. De Peter de Grote tentoonstelling werd een enorm succes.

Wat eerder niet lukte, lukte nu wel: de Schorpioen werd gered en niet een complete commandocentrale werd overgenomen maar wel een brug plus 3D radar van het GW-fregat Hr.Ms. De Ruyter. Dankzij gelden van de marine, maar ook via bijvoorbeeld subsidies.

Meer grote en kleine successen volgden dankzij Harry de Bles en zijn team. Van het kinderboek "Alle Hens" (over de marine) dat door een keur aan bekende kinderboekenschrijvers werd geschreven, en één verhaal door De Bles, tot de goedlopende tentoonstelling over Somalische piraten. Het Marinemuseum won meerdere keren de prijs "Leukste Uitje van Noord-Holland" van de ANWB.

Waar het museum aanvankelijk vooral voor de doorgewinterde geïnteresseerde in marinegeschiedenis was, werd het museum onlangs in het buitenland nog genoemd als voorbeeld voor een museum voor interactiviteit. In de tussentijd zijn de bezoekersaantallen blijven stijgen, tot 90.000 bezoekers per jaar.


Het verrassingssymposium op het KIM. (Foto: Marinemuseum)

Afscheid
Het was niet alleen feest bij het Marinemuseum. Het dieptepunt was de ontvlechting -uit bezuinigingsoverwegingen- uit de Koninklijke Marine en de daaropvolgende reorganisatie. Daarna volgde het vertrek van de man die zo verbonden was aan het museum. Gisteren nam De Bles afscheid met een klein (verrassings)symposium in het hoofdgebouw van het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) en een drukbezochte receptie op de Marineclub. Daar ontving De Bles de nodige eerbewijzen. De vertrekkend directeur ontving van LGENMARNS Rob Verkerk de Prins Hendrik-penning voor zijn belangrijke werk op gebied van maritieme historie. Van de burgemeester van Den Helder, Koen Schuiling, kreeg De Bles de erepenning van Den Helder.

De burgemeester van Den Helder zei De Bles niet alleen te prijzen vanwege de zichtbare successen op museumgebied, maar ook de niet aflatende aandacht voor de mens. Voor medewerkers, vrijwilligers en uiteraard de bezoekers.

Met het vertrek van De Bles komt een tijdperk ten einde, maar gaat het Marinemuseum door. In juni opent weer een nieuwe tentoonstelling, die vele jonge en oude bezoekers moet informeren en inspireren. Als vanouds.





comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen