Zorgen over Nederlands-Duitse marinesamenwerking


Bericht geplaatst: 19-01-2016 | Laatst aangepast: 19-01-2016

Op 4 februari ligt Zr.Ms. Karel Doorman in Amsterdam voor de ondertekening van de Nederlands-Duitse marinesamenwerking door Jeanine Hennis en haar Duitse collega minister van Defensie Ursula von der Leyen. De Karel Doorman en het Duitse Seebataillon vormen belangrijke onderdelen van de nieuwe Nederlands-Duitse samenwerking. Beide landen koersen al langer af op een intensieve samenwerking, toch worden op voorhand zorgen geuit over de nieuwe plannen.

Zr.Ms. Karel Doorman
Zr.Ms. Karel Doorman in 2014. (Foto: Defence Images)

De Nederlandse en Duitse ministers van Defensie zijn op 4 en 5 februari met collega-ministers in Amsterdam voor een informele bijeenkomst over Europese defensiesamenwerking. Op de 4e zullen zij hun handtekening zetten onder de nieuwe defensiesamenwerking tussen de twee landen. Zr.Ms. Karel Doorman zal in Amsterdam liggen voor de ondertekening.



Integratie van onderdelen Duitse en Nederlandse marines
Behalve op het vlak van de landmacht, gaan de twee landen ook intensief samenwerken op marinegebied. Volgens de Telegraaf gaan de Duitse en Nederlandse marine intensief samenwerken, zo intensief dat volgens de krant onderdelen van de twee marines "verregaand worden ge´ntegreerd".

Hoe die samenwerking precies vorm gaat krijgen is nog niet bekend. Wel is duidelijk dat Zr.Ms. Karel Doorman en het Duitse Seebataillon een belangrijke rol gaan spelen in de integratie. Zo zouden de Duitsers hun Seebataillon onderbrengen bij het Nederlandse Korps Mariniers en zou Duitsland in ruil daarvoor gebruik kunnen maken van Zr.Ms. Karel Doorman.

Seebataillon
Een Duits voertuig van het Seebataillon rijdt van een Nederlands landingsvaartuig tijdens de eerste oefening in december 2015. (Foto: Duitse marine)

Internationale samenwerking
In 2013 had minister van Defensie Jeanine Hennis de Karel Doorman nog in haar bezuinigingsplannen opgenomen. De verkoop ging echter niet door op voorwaarde van internationale samenwerking. Daarnaast streeft de Duitse minister van Defensie Ursula von der Leyen naar een Europese krijgsmacht.

De intensieve samenwerking tussen beide landen is dus geen verrassing. Naast de dagelijkse samenwerking binnen EU en NAVO verband, zijn de Nederlandse en Belgische marines al jaren geleden gefuseerd en werkt het Korps Mariniers ruim 40 jaar intensief samen met de Britse Royal Marines in de UK/ NL Amphibious Force.

Overigens heeft het Duitse Seebataillon met de Nederlandse mariniers in december al voor het eerst samen geoefend aan boord van Zr.Ms. Rotterdam in de buurt van Den Helder.


Een jaar geleden werd door de Duitsers voor het eerst een amfibische evacuatie beoefend.

Zorgen en kritiek
Toch is deze samenwerking anders dan andere en niet zo vanzelfsprekend. Na de eerste berichten in juli kwam er al kritiek op. De hamvraag is wat het Nederland oplevert als het een handvol onervaren Duitse mariniers krijgt in ruil voor Nederlands' enige bevoorrader?

In juli 2015 schreef de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren (KVMO) al op hun website dat de samenwerking iets kan opleveren, maar niet als de Nederlands-Britse samenwerking onder druk komt te staan. Ook het Duitse medegebruik van Zr.Ms. Karel Doorman en vooral dat de marine dan niet kan beschikken over zo'n belangrijk schip is een punt van zorg volgens de KVMO.



De Nederlands-Britse samenwerking is (inmiddels) een meer gelijkwaardige samenwerking waar beide partijen het nodige kunnen inbrengen. De UK/NL samenwerking is voor het Korps Mariniers van groot belang. Dat is bij de Nederlands-Duitse samenwerking heel anders. Het Duitse 'Korps Mariniers' is pas op 1 april 2014 opgericht en bestaat uit 800 militairen van verschillende disciplines.

Veel amfibische ervaring hebben de Duitsers in deze samenstelling niet, het dik 350 jaar oude Korps Mariniers wel. Maar dat kan geleerd worden. Punt is wel dat de Duitse zeesoldaten geen disciplines kennen die de Nederlandse mariniers niet hebben. Daarnaast hebben de Duitsers nauwelijks amfibische middelen tot hun beschikking: zij hebben rubberboten en de twee grote landingsvaartuigen uit 1966 zijn te groot om aan boord een amfibisch transportschip te kunnen, maar hebben nauwelijks bereik om de Oostzee uit te varen.



Hoewel amfibische operaties binnen de Duitse krijgsmacht de laatste tijd meer aandacht hebben gekregen, blijft het Duitse enthousiasme voor de amfibische tak lauw. De Duitse marine hoopt al jaren een Joint Support Ship (JSS) te kunnen aanschaffen. Een aantal jaar terug leek dat eindelijk te gaan gebeuren, maar er zijn nog altijd geen gelden voor vrijgemaakt. De prioriteit ligt er niet.

Het Nederlandse JSS is dan voor Duitsland een mooi buitenkansje.

Dat levert wel een mogelijk risico voor Nederland op, want het JSS is de enige Nederlandse bevoorrader. Iedere keer als Duitsland het schip gebruikt, kunnen de Nederlandse schepen niet door de Doorman op zee worden bijgetankt. Dat heeft gevolgen voor de flexibiliteit en de geoefendheid van de vloot. Bevoorraders zijn er niet alleen voor eskaderreizen. Daarnaast heeft Nederland al een tekort aan schepen, dat tekort wordt er niet minder op.
Duitsland heeft daarentegen meerdere bevoorraders en maritieme patrouillevliegtuigen die de Nederlandse marine wel kan gebruiken, maar die lijken geen onderdeel uit te maken van de deal.

Rond 4 februari zal er meer duidelijk worden over de aanstaande samenwerking.



comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking
UK/NL Amphibious Force