Zr.Ms. Zeeland vertrokken naar Jan Mayen


Bericht geplaatst: 13-08-2014
Laatst aangepast: 13-08-2014


Vanochtend heeft Zr.Ms. Zeeland de haven van Den Helder verlaten met aan boord een bont gezelschap met mariniers, archeologen, biologen, aardrijkskundigen en een steenhouwer. Het patrouilleschip vaart naar het vulkaaneiland Jan Mayen, 550 kilometer ten noorden van IJsland, voor training van mariniers, een wetenschappelijke expeditie en het restaureren van een gedenksteen.

Zr.Ms. Zeeland
Zr.Ms. Zeeland tijdens een eerder vertrek. (Foto: Ron Damman/ Newdeep.nl)

Oorspronkelijk had de Zeeland afgelopen maandag moeten vertrekken. Maar precies een week voor vertrek overleed totaal onverwacht de commandant van het patrouilleschip, kapitein-luitenant ter zee Giel van Hoorn. Dat het overlijden van de 47-jarige marineman een gigantische schok teweegbracht binnen de Koninklijke Marine bleek o.m. uit de vele reacties van ongeloof en verdriet op social media. Door velen werd KLTZ Van Hoorn gewaardeerd en gerespecteerd. Het commando over de Zeeland was Van Hoorn's derde commando na dat over de Zierikzee en Kustwachtcutter Panter. Zijn marinecollega's namen afgelopen zaterdag afscheid van hem, de crematie had maandag plaats.

Na de droeve gebeurtenis werd besloten om het vertrek van de Zeeland twee dagen uit te stellen. Ook werd een tijdelijke vervanger van Van Hoorn gevonden; commandant van Zr.Ms. Friesland KLTZ Wiggert Vooijs heeft het commando op zich genomen tot de nieuwe commandant aantreedt.



Na de reis van Hr.Ms. Nautilus naar Jan Mayen in 1930, die op bijzondere wijze werd vastgelegd door Johan Th. M. Wijs, zal Zr.Ms. Zeeland het eerste Nederlandse marineschip zijn in 84 jaar dat er voor anker gaat.

Expeditie met veel variatie
De expeditie voert schip, bemanning, mariniers en wetenschappers naar Jan Mayen, een Noors eiland in de Noordelijke IJszee. Het ligt 550 km ten noordoosten van IJsland en wordt gekenmerkt door de vulkaan, de Beerenberg, die met een hoogte van 2277 meter gelijk de hoogste berg van heel Noorwegen is. Jan Mayen wordt niet permanent bewoond; er is alleen een weer- en navigatiestation waar Noorse militairen en werknemers van het meteorologisch instituut werken.

Het 125 km lange eiland heeft door de geografie en de geschiedenis een aantal interessante eigenschappen waardoor een dergelijke expeditie kon ontstaan. Zo was het eiland in de 17e eeuw een basis voor de Hollandse walvisvaart en dus interessant voor archeologen. Het klimaat van Jan Mayen is er onaangenaam en de vulkaan steil, dus ideaal voor het Korps Mariniers. Het eiland is afgelegen en kent een wonderlijke variatie van mos, daarom hebben biologen belangstelling.

Toen de Koninklijke Marine wetenschappers uitnodigde om mee te gaan met Zr.Ms. Zeeland naar het noorden, reageerde men dan ook enthousiast. O.a. onderzoekers van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen, het Willem Barentsz Poolinstituut, TNO en het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) hebben zich gedurende een half jaar voorbereid op de expeditie. Zo maakten de onderzoekers in februari al kennis met de OPV's. Zij kregen toen een rondleiding aan boord van Zr.Ms. Friesland, omdat de Zeeland nog in de West was.



Uiteenlopende doelen
Een aantal voorbeelden:

• Mountainleaders van het Korps Mariniers beklimmen de Beerenberg; de vulkaan met 2 gevaarlijke gletsjers. Doel: verplaatsen en opereren onder extreem zware klimatologische omstandigheden. Tijdens de klim plaatsen de mariniers meetopstellingen voor onderzoekers op een aantal ontoegankelijke plekken en verzamelen ze mos.

• TNO en de marine doen onderzoek naar de invloed van sonar op Butskopwalvissen om de overlast op dieren bij gebruik van sonar zoveel mogelijk te beperken.

• Herstellen van gedenkteken. 7 Hollandse walvisvaarders kwamen om het leven op Jan Mayen toen ze er moesten overwinteren. In 1930 werd een gedenksteen geplaatst en die wordt door het Marinebedrijf hersteld.

• Een onderzoeker van de Vrije Universiteit Amsterdam, gaat onderzoek doen naar veenresten, vulkanische aslagen en gesteenten om meer te weten te komen over klimaatverandering en het binnenste van de aarde.

• Een docent aardrijkskunde, gaat mee om te werken aan aardrijkskundelessen over onderwerpen als platentektoniek, vulkanisme, zeestromen, ijsbeweging, meteorologie en klimaat.

• Het Arctisch Centrum en het Willem Barentsz Poolinstituut gaan een archeologisch en biologisch onderzoek doen. Dat houdt o.a. in: in kaart brengen archeologische resten 17e eeuwse walvisvaarders, onderzoek naar (zee)vogels en walvissen, verzamelen van mos voor onder meer genetisch onderzoek, beschrijven van vegetatie (Jan Mayen en Bereneiland zijn de enige eilanden zonder grote grazers), kwik meten bij de vulkaan door mariniers.

Zr.Ms. Zeeland
Hr.Ms. Nautilus was het vorige Nederlandse marineschip dat voor Jan Mayen ten anker ging. (Foto: Ministerie van Defensie)

Niet de eerste keer
De huidige expeditie naar Jan Mayen is bijzonder, maar niet de eerste keer. De Koninklijke Marine werkt dagelijks met wetenschappers, in eigen huis en externe wetenschappers. Al komen expedities als deze tegenwoordig nauwelijks meer voor omdat de marine er vaak de ruimte niet voor heeft maar vooral omdat wetenschappers op eigen gelegenheid veel kunnen bereiken.

In het verleden was dat wel anders. Een zeer bekende wetenschappelijke expeditie was bijvoorbeeld de Siboga-expeditie in 1898. Aan boord van Hr.Ms. Siboga werd in de zeeŽn van het voormalig Nederlands-IndiŽ onder leiding van Prof. Max Weber onderzoek verricht op biologisch, geologisch en hydrografisch gebied. In 1929 had een soortgelijke expeditie plaats; tijdens de Snellius-expeditie werd o.a. de aard en samenstelling van de zeebodem, de geologische omstandigheden, watercirculatie en samenstelling en groei van koraalriffen onderzocht.

Een destijds zeer bekend onderzoek werd uitgevoerd door Prof. Dr. F. A.Vening Meinesz aan boord van Nederlandse onderzeeboten. Onderwerp: zwaartekracht. Vooral tijdens de reis van 1935, waarbij in een periode van 8 maanden bijna 23.000 zeemijlen werden afgelegd tussen Den Helder en Soerabaja, leverde veel kennis over vorm en samenstelling van de aardbol op.



Dik dertig jaar beschikte de Koninklijke Marine bovendien over een eigen oceanografisch onderzoeksschip: Hr.Ms. Tydeman. Dat schip werd 30% van de tijd gebruikt voor civiel-wetenschappelijk oceanografisch werk.

De reis van Hr.Ms. Nautilus naar had geen wetenschappelijk karakter, maar draaide om het plaatsen van een gedenksteen die jaren kwijt bleek te zijn. Deze steen wordt nu gerestaureerd.

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Hollandklasse
Gedenksteen Jan Mayen
Nautilus naar Jan Mayen