Interview commandant NAVO mijnenbestrijders in Amsterdam


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 07-03-2015 | laatst aangepast: 07-03-2015


Dit weekend liggen in Amsterdam zeven NAVO mijnenbestrijdingsschepen uit vijf landen. Vier van deze schepen vallen onder Nederlands commando. KLTZ Peter Bergen Henegouwen is commandant van de vier en voert het commando vanaf het Duitse stafschip FGS Donau. Marineschepen.nl sprak de commandant vrijdag uitgebreid.

SNMCMG1 in Amsterdam
Het mijnenbestrijdingsflottielje glijdt de haven tussen het drukke verkeer door op het IJ. Voorop vaart HMS Pembroke, daarachter FGS Donau. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Vrijdagochtend gleden vier grijze schepen langzaam over het IJ richting de Passengers Terminal Amsterdam, terwijl veerponten van het GVB, binnenvaartschepen, riviercruiseschepen en plezierbootjes zich naar hun bestemming haastten. De vier schepen vormen Standing NATO Mine-Countermeasures Group 1 (SNMCMG1); de permanente mijnenbestrijdingsgroep van de NAVO die zich vooral in de noordelijke wateren bezig houdt met oefenen en explosieven ruimen.



SNMCMG1 bestaat op dit moment eigenlijk uit vijf schepen, maar het Belgische schip BNS Lobelia (Asterklasse) moest koers zetten naar Zeebrugge. In Amsterdam liggen dit weekend de volgende eenheden:
- FGS Donau (Duits ondersteuningsschip van de Elbeklasse, tevens stafschip)
- HMS Pembroke (Britse mijnenjager van de Sandownklasse)
- FGS Auerbach/Oberpfalz (Duits mijnenbestrijdingsvaartuig van de Ensdorfklasse)
- ORP Mewa (Pools mijnenbestrijdingsvaartuig van de Project 206FM klasse)

Heel bijzonder is dat niet alleen de noordelijke groep, maar ook de zuidelijke in ÚÚn haven ligt. Vrijdagochtend koersten ook de drie leden van SNMCMG2 richting Amsterdam, maar zij liggen niet in het centrum. SNMCMG2 ligt ver weg in de Vlothaven. Deze groep bestaat uit:
- ITS Euro (Italiaans fregat van de Maestraleklasse, tevens stafschip)
- TCG Anamur (Turkse mijnenjager van de Aydinklasse)
- FGS Bad Bevensen (Duitse mijnenjager van de Frankenthalklasse)

SNMCMG1 in Amsterdam
Kapitein-luitenant ter zee Peter Bergen Henegouwen, commandant van SNMCMG1, voor zijn stafschip FGS Donau. Bergen Henegouwen is tevens een uitstekend fotograaf en Marineschepen.nl maakt dankbaar gebruik van zijn foto's voor dit artikel. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Nederlandse leiding vanaf Duits schip
Sinds 22 januari heeft Nederland de leiding over het flottielje. Net als bij het vorige bezoek in november 2014 was Marineschepen.nl welkom voor een interview aan boord. Ditmaal met de commandant van SNMCMG1 KLTZ Peter Bergen Henegouwen op het Duitse ondersteuningsschip FGS Donau.

Toen KLTZ Bergen Henegouwen een jaar geleden hoorde dat hij commandant van SNMCMG1 zou worden, moest hij niet alleen zijn 9 man tellende staf samenstellen, hij moest ook een stafschip vinden. In eerste instantie dacht Bergen Henegouwen aan Zr.Ms. Mercuur. Maar de Mercuur was niet beschikbaar. (Maar goed ook, want de Mercuur mag door technische problemen voorlopig niet meer naar zee).
Ook de hydrografische opnemingsvaartuigen en de patrouilleschepen waren niet voor langere tijd beschikbaar. Bergen Henegouwen boorde zijn netwerk aan in het buitenland en kreeg diverse schepen aangeboden, maar geen van de opties sloot volledig aan op de eisen.

"Op dat moment kwam dit schip naar voren," vervolgt Bergen Henegouwen. "De Donau is perfect als vlaggenschip, en het kan gebruikt worden voor bevoorrading en ondersteuning. Ze hebben hier heel veel technische apparatuur. Ik ben er heel erg blij mee. Het kwam ook mooi uit omdat Nederland en Duitsland begin vorig jaar een verklaring ondertekend hadden voor meer samenwerking. We hebben een hele mooie uitwisseling gemaakt: wij een stafschip, en aan de andere kant levert Nederland mariniers voor boardingteams voor de Duitsers die de anti-piraterijmissie Atalanta gaan doen."

Bergen Henegouwen heeft heel 2015 het commando. Halverwege het jaar stapt hij met zijn staf over op het Belgische schip BNS Godetia.

Overigens keek KLTZ Bergen Henegouwen niet alleen voor zijn stafschip over de grens, maar ook voor de staf. Deze bestaat uit een Spaanse chef-staf en -hoe kan het ook anders- een combinatie van Belgen en Nederlanders.

SNMCMG1 Oostzee
De relatief kleine mijnenbestrijdingsvaartuigen liggen op de Oostzee dicht tegen het moederschip, FGS Donau. (Foto: KLTZ Peter Bergen Henegouwen)

Eerste succes
Hoewel de schepen sinds kort samen zijn, is er al aardig wat werk verzet. Na de commando-overdracht in Den Helder volgde een weekje oefenen zodat de verschillende schepen aan elkaar konden wennen. In week twee en drie werden de mijnenbestrijders stevig aangepakt door Duitse trainers, om van de schepen een team te maken.

Daarna volgde een havenbezoek aan Gdynia in Polen. Het eerste succes werd geboekt tijdens de receptie in Gdynia: "EÚn van onze taken als NAVO groep is onze aanwezgheid te laten zien. Het viel me toch wel op dat, tijdens de vrij drukke receptie, heel veel mensen hun dank uitspraken dat de NAVO zich in Polen liet zien. Mensen in het oosten van Europa zijn erg gericht op wat er in Rusland gebeurt. Onze aanwezigheid gaf hen toch een heel prettig gevoel, dat bleek meerdere keren," aldus de overste.

SNMCMG1 remus
Beelden van de Remus, een autonoom onderwater vaartuig in de vorm van een sigaar. Rechts is het sonarbeeld te zien. In het witte vakje het object waar het om gaat. Dat wordt uitvergroot weergegeven in het witte kader links. Wat het is, is niet te zien. Uit het grijze camerabeeld daarboven valt echter op te maken dat het een krat vol explosieven is. Dat dit niet tot ongelukken heeft geleid, mag een klein wonder heten. Want in het beeld rechts zijn sporen te zien van ankers die over de bodem werden gesleept en het krat op een haar na gemist hadden. (Bron: SNMCMG1)

Hoopjes bommen en granaten
Recepties hebben hun waarde, maar SNMCMG1 is er om explosieven aan te pakken. Daar zette het flottielje koers voor richting Kiel, Duitsland. Vier dagen zochten de mijnenbestrijders naar explosieven op de route naar de haven van Kiel.

De jacht op mijnen bestaat grofweg uit twee fases: het ontdekken van het contact (detecteren) en het onderzoeken daarvan (identificeren). KLTZ Bergen Henegouwen: "Onze sonarsystemen zijn goed in detectie. Van zowel de sonar van het schip of van een AUV [autonomous underwater vehicle, JK]: je krijgt tegenwoordig hele mooie plaatjes te zien. Je kan al bijna zien wat het is. Maar dat is vaak net niet genoeg. Je ziet ongeveer de vorm en de grootte. Het verschil tussen een vissersboei van beton en een vliegtuigbom is op de sonar niet te zien. Dus na detectie moet je identificeren met een camera of door duikers."

Bij Kiel werd veel gedetecteerd en ge´dentificeerd. De schepen vonden in die korte periode maar liefst 273 objecten die leken op een mijn, 231 daarvan werden nader onderzocht voor identificatie en 36 bleken daadwerkelijk explosieven te zijn:
- 2 verankerde mijnen
- 16 grondmijnen
- 10 vliegtuigbommen
- 2 dieptebommen
- 3 torpedo's
- 2 munitiekisten
- 1 stuks overige munitie

Commandant taakgroep Bergen Henegouwen is zichtbaar trots op het resultaat: "We zijn vier dagen bezig geweest. Ieder schip vond iedere dag een flink aantal explosieven. En dat allemaal in een verkeerscheidingsstelsel waar dagelijks een hele hoop schepen doorheen gaan. Ik moet wel zeggen dat de bodem vrij goed was voor mijnenjacht."

Dat er zoveel lag heeft alles te maken met de Tweede Wereldoorlog: "De ingang van Kiel werd door beide partijen gemijnd. Zo vonden we Engelse grondmijnen die er al 70 jaar of langer lagen, maar de verankerde mijnen waren Duits. Dat was een defensief mijnenveld," legt Bergen Henegouwen uit.

"Vlakbij de haven van Kiel is een munitie dumping ground waar na de oorlog van alles is neergegooid. Daar vandaan zijn explosieven verspreid door natuurljke en niet-natuurlijke processen."

De explosieven zijn oud, maar volgens de commandant SNMCMG1 nog steeds gevaarlijk: "Zonder meer. In dit geval lagen de explosieven in een gebied waar scheepvaart overheen gaat, maar als daar voor nood een schip moet ankeren en je laat je anker op zo'n ding vallen, dan is maar de vraag of je schip blijft drijven. Zeker de grondmijnen zijn groot: er kan 250 tot 1000 kg springstof in zitten."

Wat het ruimen lastig maakte was de drukke route naar Kiel. SNMCMG1 werd daarom bijgestaan door o.a. de politie, de Duitse Explosieven Opruimingsdienst (EOD) en de lokale politiek. Bergen Henegouwen: "Er was een heel gedeelte van het verkeerscheidingsstelsel afgezet zodat wij daar veilig aan het werk konden. Want als je duikers aan het werk zet, wil je niet dat er grote schepen langskomen. Maar ze vonden onze aanwezigheid ook lastig, want op een gegeven moment blokkeerden wij de hele waterweg. Maar ja, het resultaat was daar."

SNMCMG1 Oostzee
HMS Pembroke aan het jagen op de drukke route naar Kiel. (Foto: KLTZ Peter Bergen Henegouwen)

Wel zoeken, niet ploffen
Wie dat resultaat ziet in de vorm van 36 enorme waterzuilen en explosies, zit er naast: "Wij mochten ze niet ruimen. Dat heeft te maken met het milieu en met het grote aantal explosieven. De hele operatie wordt gefincancieerd door een aantal politieke partijen, waaronder een heel milieubewuste. Wat wij normaal doen is een explosie veroorzaken en dan ben je er van af. Dat mocht absoluut niet."

"De andere reden was dat er zoveel lag en je vooraf niet weet of er spontane mededetonaties plaats zou vinden van andere munitie. Daar zijn ze heel voorzichtig mee. In Duitsland hadden ze berekend dat als in die munitie dumping ground alle explosieven simultaan mee zouden gaan, ze een aardbeving zouden voelen van kracht 3 of 4 in de nabijgelegen dorpen."

Steeds als een explosief werd gevonden, markeerde men het gevaar. De Duitse EOD ging al die gemarkeerde explosieven af om ze uit te schakelen: "Dat doen zij op een rustigere manier dan wij: eerst het explosief in de mijn los maken van de batterij en de elektronica. Dan veilig op land opblazen."

Als het echt niet anders kan en het explosief moet ter plekke worden opgeblazen, maken de Duitsers gebruik van een bellenscherm. Dan wordt een aantal slangen waar lucht uit wordt geblazen rond het explosief gelegd. Het explosief is dan omringd door bellen. Als er genoeg lucht in de waterkolom zit, absorbeert de lucht de drukgolf van de explosie.

Bergen Henegouwen: "Het effect van de ontploffing wordt volgens Duitse onderzoekers met 80 tot 90% verminderd. Het is mooi dat ze echt alles doen om het milieu te beschermen." Toch kleven er ook nadelen aan: "Het is groot en duur. Er gaat ook heel veel tijd in zitten voor je die mijn kan opblazen. Wij gaan er op af, boem, en door naar de volgende. Met een bellenscherm ben je soms een dag of langer bezig om een explosief op te ruimen. Dat is het gevolg van milieuveilig ruimen. Daarnaast is het maar de vraag of het ook buiten de Oostzee werkt, want bij stroming zal het nauwelijks mogelijk zijn een bellenscherm op te zetten."

SNMCMG1 Oostzee
FGS Auerbach/Oberpfalz bij de ingang van het Kielerkanaal. (Foto: KLTZ Peter Bergen Henegouwen)

Mijnen zoeken
Op de kleine schepen is het niet altijd prettig varen bij een flinke golfhoogte. In de Oostzee was het rustig, maar de Noordzee was afgelopen dagen onstuimig. Dat leverde zeezieken op en dus zullen velen blij zijn even de wal op te kunnen. Na een mooi weekend Amsterdam, gaan de schepen explosieven ruimen op de Noordzee, samen met de zuidelijke groep. Een unieke periode van twee weken waarin SNMCMG1 en 2 samen aan de slag gaan.

Maar op de Noordzee liggen de mijnen niet voor het oprapen. Al moeten er genoeg explosieven zijn. De bodem slokt ze regelmatig op, om ze later weer ineens prijs te geven. In 2005 had een ernstig ongeluk plaats met een bom aan boord van een Nederlands vissersschip op de Noordzee: 3 doden. In de jaren daarna regende het meldingen van gevonden explosieven. Nu wordt er echter anders gevist en het incident is toch alweer 10 jaar geleden. Het aantal meldingen is ver weggezakt.

Dat stelde Bergen Henegouwen, die ineens over extra mijnenjagers beschikt, voor een uitdaging: "De teller staat op slechts 5 gerapporteerde explosieven en ik heb volgende week 7 mijnenjagers.
Daarom hebben we samen met ABNL Minewarfare Mission Support Center gekeken naar waar in het verleden veel explosieven gemeld werden die we of niet aantroffen of waar we niks aan konden doen. Dat is met name bij de Bruine Bank [midden op de Noordzee, 60 mijl van IJmuiden, JK]. Daar hebben vissers in het verleden heel veel gevonden en gerapporteerd, maar dat is ook een gebied waar de bodem zich heel snel verplaatst. Dus al zou er de ene dag een vliegtuigbom gerapporteerd worden, kan het zijn dat die binnen uren en anders wel binnen dagen onder het zand ligt. Daarom zijn er heel veel gemelde explosieven nog niet niet gevonden. Daar gaan we nu extra effort in steken, want die explosieven komen door het zand op een gegeven moment ook weer boven."

"We gaan ook zoeken bij de Zeeuwse kust. Daar ligt een zogenaamde mijnenlijn, waarvan we niet zeker weten wat er in het verleden geruimd is. Dat gebied is ook bestemd voor een nieuw windmolenpark, dus we gaan met name die mijnenlijn uitgebreid onderzoeken met de Remus."

SNMCMG1 Oostzee
ORP Mewa, de oudste van het stel. (Foto: KLTZ Peter Bergen Henegouwen)

Oude platforms, moderne systemen
De Remus die hierboven wordt genoemd is een AUV, een autonoom onderwater vaartuig voorzien van o.a. een side scan sonar. Dit systeem wordt gebruikt door o.a. de Auerbach/Oberpfalz en Lobelia. De Mewa gebruikt de Gavia AUV.

De mijnenbestrijdingsvaartuigen van SNMCMG1 hebben dergelijke geavanceerde systemen, maar zijn zelf behoorlijk op leeftijd. Zo is de Poolse Mewa bijna 50 jaar oud (!); het schip werd in 1967 in dienst gesteld. Toch kunnen daar explosieven mee gevonden worden, zo bleek weer bij Kiel. De andere schepen zijn ook ouder dan 20 jaar.

Er wordt door de marine gehamerd op het belang van nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen, maar hiermee lukt het blijkbaar ook. Is vervanging wel zo belangrijk? Bergen Henegouwen: "Ja. De Lobelia hebben we naar Zeebrugge gestuurd omdat de sonar niet meer werkte. Zr.Ms. Willemstad zou maandag bij de groep komen, maar daar moet de gasturbine verwisseld worden."

"Zo hebben we een flinke lijst van defecten. Ze worden iedere keer wel verholpen, maar toch hebben ze invloed op de operaties. De schepen hebben veelvuldig onderhoud en repartaties nodig, daar kun je aan merken dat ze flink ouder aan het worden zijn. Dat kan je niet eeuwig vol blijven houden."

Heeft een oud schip als de Mewa wel waarde voor de groep? KLTZ Bergen Henegouwen is daar duidelijk over: "Ja, daar hebben ze juist een heel leuke modernisering uitgevoerd. De Mewa als platform is heel erg oud, maar is nu uitgerust als mijnenveger en -jager. Hij kan akoestisch-magnetisch vegen, mechanisch vegen, jagen met een sonar, hij heeft een Gavia AUV waar hij ook nog mee kan mijnenjagen. Hij heeft duikers aan boord en een Ukwial ROV."

"Het is het meest uitgebreide en operationele platform in de groep. Dus leeftijd zegt niet alles. Het is ook wat je er aan systemen op zet. Soms is het hoe ouder, hoe een eenvoudiger de techniek. In dit geval zijn het allemaal moderne systemen die zijn toegevoegd aan het schip. Dan valt de leeftijd ook wel weer mee.
Bij onze mijnenjagers zie je dat alles ge´ntegreerd is. Die ge´ntegreerde systemen zijn dan vaak aan het verouderen. En op een gegeven moment gaan er dingen stuk waardoor je niet meer verder kunt."



Noordzee en Oostzee stellen andere eisen
Nu de mijnenbestrijdingsgroep de Oostzee heeft verruild voor de Noordzee, moet een aantal knoppen om. Beide zeeŰn verschillen namelijk enorm. Vooral de Noordzee vraagt veel van de mijnenbestrijders: de golven zijn hoger en er is stroming. Bij Kiel was bijvoorbeeld zelfs helemaal geen stroming. Bergen Henegouwen: "De Noordzee is een heel moeilijk gebied omdat objecten snel kunnen verdwijnen in de bodem. Maar het is er ook druk, dus dat beperkt het mijnenjagen ook."

De Noordzee vraagt tevens meer van de mijnenbestrijdingssystemen. Een duidelijk voorbeeld is het systeem van de Duitse mijnenbestrijder Auerbach/Oberpfalz. Dit schip kan opereren als moederschip van Seehund ROV's. Dit zijn 26,9 meter lange op afstand bestuurbare scheepjes, die samen het systeem Troika Plus vormen. Sinds begin jaren '80 is dit in dienst bij de Duitse marine en werd door vele landen, inclusief Nederland, gezien als het voorbeeld voor mijnenbestrijden in de toekomst.

De beperkingen van Troika komen in de Noordzee aan het licht. "In de Oostzee hebben we drie Seehunden meegehad," vertelt Bergen Henegouwen. "Het is een heel mooi mijnenveegsysteem, maar ik ben blij dat ze niet mee de Noordzee op zijn. Het zijn toch kleine bootjes en naarmate de golven hoger worden, komen ze er niet meer doorheen."
Hoewel het systeem onbemand is, moet er soms personeel aan boord om de bootjes te varen of om mankementen te verhelpen. Maar als er een zeetje staat, kan er niemand aan boord worden gezet of van boord worden gehaald. De drones hebben geen voorzieningen en zijn geen prettige platformen om een storm uit te zitten.

Troika is bovendien bedoeld om nieuwe, live mijnen te vernietigen. Het is niet geschikt voor het zoeken naar oude explosieven. Voor het programma van de komende weken op de Noordzee voor de Nederlandse kust en daarna de Franse kust, zijn ze dus niet nodig.

Een systeem dat zich ook in de Noordzee moet bewijzen is de Poolse Ukwial ROV. Bergen Henegouwen: "Ik ben heel erg benieuwd naar de ROV van Polen. Deze robot is voorzien van een camera die alle kanten op kan kijken en kan inzoomen. Een fantastisch apparaat, maar met hele kleine schroeven. Perfect voor de Oostzee, maar hoe gaat dat met stroming op de Noordzee?"

SNMCMG1 in Amsterdam
Een weekend Amsterdam, ook voor de bemanningsleden van HMS Pembroke, die hier nog even moeten wachten tot het schip tegen de kant ligt. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Hard
Eind april wordt het toch anders als de mijnenbestrijders gaan deelnemen aan de grote NAVO oefening Joint Warrior bij Schotland. Een zeebodem is lastig voor mijnenbestrijding als deze heel zacht is, maar ook als de bodem heel hard zoals bij Schotland. Elk rotspuntje geeft een echo op de sonar en dat levert samen heel veel echo's op. Mijnenjagen gaat dan steeds langzamer en is op een gegeven moment zelfs onmogelijk.

Dit weekend wordt er echter niet op mijnen gejaagd. De bemanning strekt de benen in Amsterdam en de Nederlanders van de staf kunnen voor het eerst in zes weken weer even naar huis. Maandag vertrekken de schepen naar zee. De jacht op mijnen is dan weer geopend.





comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Alkmaarklasse
Asterklasse
Sandownklasse

Mijnenjagers in A'dam '04
Mijnenjagers in A'dam '14