Nieuwe marineschepen maximaal twee jaar vertraagd


Bericht geplaatst: 23-09-2015
Laatst aangepast: 23-09-2015


De geplande vervanging van M-fregatten, mijnenjagers, onderzeeboten en het amfibisch transportschip is met ongeveer ťťn tot maximaal twee jaar naar achteren verschoven. Dat meldde Defensie gisteren aan Marineschepen.nl. In dit artikel wordt ook stilgestaan bij de financiŽle ramingen die Defensie voor de periode t/m 2030 heeft opgesteld. Zij geven een beeld van hoe Defensie de toekomst op materieelgebied ziet.

vervanger M-fregatten
Een model uit 2013 van de vervanger van het M-fregat. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

De Defensiebegroting 2016 die tijdens Prinsjesdag werd gepresenteerd, sprak (zoals vorige week op Marineschepen.nl vermeld) over een vertraging van de planmatige vervanging van onderzeeboten, mijnenjagers, M-fregatten en LPD's met "ťťn of meerdere jaren". Marineschepen.nl vroeg daarop naar de exacte vertraging per vervangingstraject, en vandaag antwoordde het Ministerie van Defensie dat "de planmatige vervanging van het genoemde materieel verschoven is met ťťn tot maximaal twee jaar."

Nieuw uitstel van maximaal twee jaar houdt in dat Defensie de eventuele eerste nieuwe onderzeeboot, mijnenjager en fregat niet eerder verwacht dan 2024-2027.



Nog geen project
Woordvoerder kapitein (KL) Jurriaan Esser benadrukte wel dat het om ramingen gaat van Defensie; de vervanging van het marinematerieel is nog niet officieel en het is aan de politiek om te besluiten of de marine Łberhaupt nieuwe fregatten, onderzeeboten en mijnenbestrijdingsvaartuigen zal krijgen. Daarnaast moet besloten worden wanneer dat zal gebeuren.

De Tweede Kamer zal zich echter pas buigen over de nieuwbouw voor de marine als Defensie de vervanging heeft aangemerkt als "project", dwz als de vervanging zich in de eerste fase (A) van het Defensie Materieel Proces (DMP) bevindt. Dat is op dit moment voor geen van de beoogde vervangingen het geval. De nieuwe onderzeeboten bevinden zich nog in de behoeftestellingsfase, de fase vůůr DMP-A. De nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen en de fregatten bevinden zich helemaal in het luchtledige: er worden alleen nog studies voor uitgevoerd.

Maar behalve de toekomstvisie op de Onderzeedienst die in juni verscheen is het erg stil rond de voortgang van de drie vervangingstrajecten. Defensie kon daar afgelopen juli desgevraagd niets over zeggen (gisteren is om een update gevraagd). Oorspronkelijk was de verwachting dat de DMP-A fase voor de drie materieelstrajecten in 2015 van start zou gaan. Voor de onderzeeboten zal dat waarschijnlijk gehaald worden, maar dat gaat voor de fregatten en mijnenbestrijdingsvaartuigen niet lukken.

Vervanging marineschepen
Maar liefst 22 Nederlandse marineschepen moet vervangen worden tussen 2025 en 2035. Tot op heden wordt slechts over drie vervangingstrajecten gesproken (boven de stippellijn) en zijn alle vervangingen al vertraagd. Zie voor meer hierover het artikel Boeggolf aan vervangingen.

FinanciŽle klem
Haast of geen haast, veel ademruimte is er voor de aanstaande marineprojecten niet. Waar in het verleden de bouw van de huidige M-fregatten en onderzeeboten naar voren werd gehaald, is dat nu haast onmogelijk mede doordat de marine nieuwbouw niet meer in eigen hand heeft. De investeringsgelden van Defensie worden verdeeld over 28 zogenaamde Wapensystemen.

In de Defensiebegroting 2016 is ook te zien hoe Defensie die verdeling tot 2030 (met een slag om de arm) ziet. Dat gebeurt sinds vorig jaar in wat Defensie wapensysteemsjablonen noemt. "Deze wapensysteemsjablonen bevatten de investeringen en de relevante samenhan-gende exploitatie van de belangrijkste wapensystemen en geven daarmee aanvullende informatie op de begroting," wordt uitgelegd in de Memorie van Toelichting op pagina 101.

Defensie en financiŽle toekomstplannen waren in het verleden door de vele bezuinigingen nooit een succes. Ook met deze ramingen is voorzichtigheid geboden, maar ze geven wel een idee van het beeld dat Defensie zelf heeft over de toekomst.

Een vertaling van de sjablonen (een eindeloze reeks cijfers) naar een overzichtelijk plaatje in Excel levert het volgende beeld op.

tabel memorie van toelichting
De investeringen van 2010 t/m 2030 in "Wapensystemen" (exploitatie en vervanging) volgens de Memorie van Toelichting bij de Defensiebegroting 2016 naar kostenpost. In het oranje de marine-Wapensystemen. Voor de zuiverheid zijn Wapensysteem 16A jachtvliegtuigen en 16B jachtvliegtuigen (F-16 en F35) samengevoegd, omdat ook bij de onderzeeboten de gelden voor eventuele nieuwe subs onder Wapensysteem 6 onderzeeboten vallen. (Bron: Memorie van Toelichting/ Ministerie van Defensie)

De Wapensystemen in de sjablonen staan in de Memorie van Toelichting geordend per krijgsmachtdeel, maar in bovenstaand overzicht zijn alle bedragen opgeteld en gerangschikt naar de gereserveerde bedragen. Dan valt op dat nr 28 "overige (wapen)systemen" de grootste kostenpost is. Hieronder vallen algemene diensten en uitrusting die niet aan Wapensystemen kunnen worden toegerekend, maar ten minste ook de internationaal samenwerkingsverbanden mbt de Boeing C-17 en Airbus 400M Atlas transportvliegtuigen, de Defensiebrede Vervanging Wielvoertuigen (DVOW) en de MALE UAV (drone).



Op twee staan de jachtvliegtuigen, waar de kosten van de F-16 en de opvolger, de F-35, in zijn opgenomen. Voor de F-16 zijn t/m 2021 bedragen boven de 100 miljoen geraamd, daarna nemen ze snel af naar 0. Voor de F-35 verwacht Defensie vanaf 2016 snel toenemende uitgaven die in 2020 hun top bereiken van 818 miljoen euro per jaar. Opvallend is ook dat de kosten na de piek die tot 2023 aanhoudt met 255 miljoen euro per jaar significant blijven.

De derde grote kostenpost zijn de onderzeeboten. Hier wordt niet bij vermeld om welke onderzeeboten het gaat, maar omdat vanaf 2023 de ramingen een flinke stijging laten zien, is duidelijk dat ook met de nieuwe boten rekening wordt gehouden. Vergeleken met de F-35 gaat het om een bescheiden bedrag en een kortere periode. In 2022 is nog 50 miljoen gereserveerd, dat neemt in 2023 toe naar 300 miljoen met een piek van 550 in 2026 en 2027. Daarna nemen de gereserveerde bedragen weer af en in 2030 wordt er een uitgave van 50 miljoen geraamd.

In die bedragen van de onderzeeboten is ook de verschuiving ten opzichte van 2015 te zien. In het jaar 2023 zou 553 miljoen worden uitgegeven, maar de verwachting is nu dat dat 300 miljoen zal zijn. Wel is voor 2028 het bedrag opgehoogd van 53 naar 350 miljoen.
Een verschuiving is bij de F-35 overigens ook te zien: in 2023 en 2024 is 179 miljoen meer gepland, bij de onderzeeboten is ten opzichte van vorig jaar in 2023 en 2024 zo'n 286 miljoen gekort.

De geraamde uitgaven van de F-35 zijn vergeleken met vorig jaar gestegen met 2,1% en voor de onderzeeboten gedaald met 1%.

Voor de nieuwe onderzeeboten is in dit overzicht 2,78 miljard euro gereserveerd. Dat is overigens een paar miljoen minder dan in 2015 en nog steeds onvoldoende voor vier onderzeeboten.
In totaal wordt voor de jachtvliegtuigen ruim 2,5 keer meer geld uitgetrokken dan voor de onderzeeboten.

tabel memorie van toelichting
Defensie reserveert in de periode 2010-2030 ruim 59 miljard voor de 28 Wapensystemen. In dit overzicht de materieelskosten als percentage van de totale investering. De volgorde is gelijk aan die in de tabel: op 1 de overige Wapensystemen, 2 jachtvliegtuigen van de luchtmacht en op 3 de onderzeeboten. In het oranje de drie vervangingstrajecten voor de marine. Van links naar rechts: onderzeeboten, M-fregatten en mijnenbestrijdingsvaartuigen. (Bron: Memorie van Toelichting/ Ministerie van Defensie) Klik hier voor grotere versie.

Samen met de Luchtverdediging- en Commandofregatten, en pantserwielvoertuigen, vormen de eerste vijf systemen meer dan de helft van de totale geraamde uitgaven t/m 2030.

In de geplande reserveringen spelen de M-fregatten en de mijnenbestrijdingsvaartuigen nauwelijks een rol. In 2024-2026 is een korte stijging te zien van resp. 173, 318 en 286 miljoen euro. Daarna zakken de ramingen naar 35 miljoen per jaar. In totaal komt dat neer op 776 miljoen voor nieuwe schepen, inclusief exploitatie van de huidige fregatten. Exclusief exploitatie is dat ruim 300 miljoen euro per schip. Of dat voldoende is, is op voorhand niet te zeggen maar lijkt alleszins redelijk.

De ramingen voor de mijnenbestrijdingsvaartuigen laten vanaf 2023 een stijging zien van ongeveer 30 naar 90 miljoen per jaar. Deze houdt aan tot in ieder geval 2030.

Bij zowel de mijnenbestrijdingsvaartuigen als bij de M-fregatten zijn voor de periode 2019-2026, vergeleken met de ramingen van 2015, miljoenen euro's weggehaald. Het gaat dan respectievelijk om ruim 100 miljoen en ruim 70 miljoen euro minder.

gestapelde grafiek
De geraamde investeringen van de grootste vijf (van onder naar boven: overige wapensystemen, jachtvliegtuigen, onderzeeboten, LCF, pantserwielvoertuigen) en aangevuld met de M-fregatten en mijnenbestrijdingsvaartuigen. In het lichtblauw is de bult van de jachtvliegtuigen goed te zien. Van eventueel naar voren halen van marineprojecten kan geen sprake zijn, zij kunnen echter wel nog langer moeten worden uitgesteld. Klik hier voor grotere versie. (Bron: Memorie van Toelichting/ Ministerie van Defensie)

Meer uitdagingen
Behalve de financiŽle uitdagingen zijn er meer hordes te nemen. Eťn daarvan heeft te maken met internationale samenwerkingen. Nederland kan inmiddels haast niet zonder internationale samenwerkingen, maar dat kan flinke gevolgen hebben voor de krappe tijdsplanning. Eťn van de nadelen is namelijk dat internationale samenwerking projecten vaak complexer maakt; er moet veel meer internationaal worden afgestemd en de eisen lopen vaak nogal uiteen. De Noorse marine wil andere onderzeeboten dan Nederland en ook Polen heeft weer andere ervaringen, toch hebben de drie landen gezegd te willen samenwerken op onderzeebootgebied.

Een ander nadeel is de onderlinge afhankelijkheid. BelgiŽ wacht al bijna een jaar op de nieuwe bezuinigingsplannen op Defensie. Het is nog altijd onzeker of BelgiŽ de M-fregatten en mijnenjagers wel wil vervangen. Doordat de Belgische en Nederlandse marine ťťn marine vormen, is die Belgische keuze cruciaal.

Tot slot is er nog een heel andere slepende kwestie. De internationale mijnenbestrijdingsgemeenschap worstelt al jaren met de vraag over mijnenbestrijding van de toekomst: onbemande vaartuigen vanaf een mijnenbestrijdingsvaartuig of vanaf een 'gewoon' marineschip. Onbemande vaartuigen kunnen veel goedkoper worden ingezet vanaf bijvoorbeeld een fregat, maar dan moet het fregat wel buiten het mijnenveld blijven. Alleen weet je nooit waar het mijnenveld begint. Mijnenbestrijdingsvaartuigen lopen minder gevaar in een mijnenveld.

Deskundigen zijn verdeeld en wereldwijd liggen veel projecten stil.

Zr.Ms. Van Speijk
Zr.Ms. Van Speijk is ťťn van de twee overgebleven Nederlandse M-fregatten. Deze schepen zijn zo'n 20 jaar oud en hebben net een update gehad waarbij o.a. een nieuwe mast met nieuwe sensoren is toegevoegd. Ook is de commandocentrale aangepakt. Nu blijken deze twee schepen niet alleen problemen te hebben met zowel de kruisvaartdiesels als de hoofdvaart gasturbines, maar ook met een verouderd combat management systeem. Zie voor meer hierover het artikel Zorgelijke staat Nederlandse vloot. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Vertragingen zijn groot probleem
Het grote probleem is dat de vervangingen urgent zijn. De huidige schepen zijn rond de verwachte vervanging oud: M-fregat Zr.Ms. Van Amstel is in 2025 32 jaar in dienst, mijnenjager Zr.Ms. Makkum 40 jaar. Bovendien moeten ook daarna weer schepen worden vervangen en zo hopen de vervangingen zich op.

Vertragingen in zo'n vroeg stadium beloven bovendien weinig goeds. Het hele DMP neemt normaal gesproken zo'n 14 jaar in beslag en er is dus al haast geboden. Daarnaast zijn ook vertragingen in de rest van het traject niet uit te sluiten door toedoen van de politiek, technische of financiŽle tegenvallers.





comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Nieuwe fregatten
Nieuwe onderzeeboten
Boeggolf aan vervangingen