Nederlandse vloot verkeert in zorgelijke staat


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 29-05-2015 | Laatst aangepast: 29-05-2015


Problemen met voortstuwing, radars, verouderde onderdelen en één marineschip dat al sinds de zomer van 2014 niet meer zeewaardig is. Dit is slechts een greep uit de issues die minister Hennis en de Algemene Rekenkamer afzonderlijk presenteerden over Defensie en de marineschepen in het bijzonder. De staat van Defensiematerieel is zorgelijk.

Zr.Ms. Van Speijk
Zr.Ms. Van Speijk is één van de twee overgebleven Nederlandse M-fregatten. Deze schepen zijn zo'n 20 jaar oud en hebben net een update gehad waarbij o.a. een nieuwe mast met nieuwe sensoren is toegevoegd. Ook is de commandocentrale aangepakt. Nu blijken deze twee schepen niet alleen problemen te hebben met de kruisvaartdiesels als de hoofdvaart gasturbines, maar ook met een verouderd combat management systeem. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Waslijst met problemen
Er zijn al langer zorgelijke berichten over het materieel van Defensie, zeker na de laatste grote bezuinigingen onder leiding van Hans Hillen (CDA). Maar binnen een week kwamen zowel de Algemene Rekenkamer en de minister van Defensie met heel concrete overzichten met problemen. Die overzichten werden overigens voorafgegaan door het eerste duidelijke slachtoffer van de maritieme materieelsproblematiek: Zr.Ms. Mercuur.



Eerder dit jaar bleek dat het torpedowerkschip uit 1987 door stelselmatig achterstallig onderhoud niet meer zeewaardig was. Dit voor de onderzeedienst belangrijke schip ligt sinds najaar 2014 aan de ketting in de marinehaven. In september 2015 gaat de Mercuur weliswaar in onderhoud, maar het schip heeft dan wel een jaar stilgelegen.

Opvallend genoeg wordt Zr.Ms. Mercuur niet eens genoemd in de brief van de minister aan de Tweede Kamer. Desondanks presenteerde zij een waslijst van 6 pagina's met materiële knelpunten. Deze zijn voor de marine:

Algemene opmerkingen Commando Zeestrijdkrachten
1. Er is een minimaal aantal reserveonderdelen.
2. DMI (voorheen Marinebedrijf) heeft te weinig personeel om al het onderhoud aan systemen en reservedelen op tijd uit te voeren.
Steeds vaker worden onderdelen verplaatst van het ene naar het andere schip.

LCF'en
1. Problemen met de gasturbines. Door toename storingen, meer gebruik dan verwacht en beperkte onderhoudscapaciteit bij de fabrikant, zijn de gasturbines vaker buiten gebruik. De fregatten mogen daardoor minder gebruik maken van de gasturbines.
2. Er worden onderdelen verplaatst van het ene fregat naar het andere. Waaronder onderdelen van de APAR.



M-fregatten
1. Problemen met de gasturbines. Door toename van storingen, meer gebruik dan verwacht en beperkte onderhoudscapaciteit bij de fabrikant zijn de gasturbines vaker buiten gebruik. De fregatten mogen nu minder gebruik maken van de gasturbines.
2. Verschillende systemen raken verouderd of worden niet meer ondersteund door de leverancier. Voorbeelden: het combat management system (computers en software die sensoren en wapensystemen koppelen), kruisvaartdiesels en koppeling van de voortstuwing. Met vervanging hiervan was in de budgetten voor instandhouding geen rekening gehouden, vervanging wordt betaald uit potje voor inzet van de schepen.

Patrouilleschepen
1. Enkele onderdelen van het radarsysteem en de aansturing van wapens zijn nog niet opgeleverd. De OPV's zijn dus niet volledig te gebruiken.

Onderzeeboten
1. Verschillende systemen raken verouderd of worden niet meer ondersteund door de leverancier. Voorbeelden: apparatuur voor elektronische oorlogvoering en navigatieapparatuur.

Mijnenjagers
1. Verouderde systemen. Voorbeelden: koudwatermakers, mijnopsporingssysteem en de onderwaterrobot met sonar. Het onderhoud (in België) is beperkt.

Zr.Ms. Mercuur
Zr.Ms. Mercuur is sinds najaar 2014 niet meer zeewaardig en kampt met vele technische problemen. Toch wordt de Mercuur door Hennis niet genoemd. (Foto: Gijs Portengen)

Schot voor de boeg
Een week eerder had de Algemene Rekenkamer al een schot voor de boeg gegeven met het Verantwoordingsonderzoek 2014 Ministerie van Defensie. In het rapport van 66 pagina's concludeert de Algemene Rekenkamer dat Defensie een te zware wissel op zichzelf trekt. "De krijgsmacht heeft van veel wapensystemen net genoeg materieel en personeel om de gestelde doelen te kunnen uitvoeren. Om deze doelen te kunnen halen moet de bedrijfsvoering goed functioneren: voldoende personeel moet zijn getraind, reserveonderdelen moeten op tijd beschikbaar zijn en onderhoudsbeurten moeten vlot verlopen. In 2014 was dit nog niet het geval."

Het rapport belicht per krijgsmachtdeel een specifiek onderdeel. Bij de marine staat de Algemene Rekenkamer stil bij de LCF'en en schrijft dat het aantal vaaruren per schip "structureel hoger en intensiever" is dan waar men bij het ontwerpen en plannen van onderhoud is uitgegaan.

Dat het niet om een kleine overschrijding gaat blijkt uit de cijfers. In het onderhoudscontract van de gasturbines wordt rekening gehouden met maximaal 40 uur varen op vol vermogen, maar volgens het rapport wordt ongeveer 180 uur op vol vermogen gevaren. Hierdoor slijten onderdelen sneller en is eerder onderhoud nodig, maar daar voorzien de contracten niet in.

Een ander nadeel van de overvolle programma's voor de schepen is dat de bemanning te weinig gelegenheid heeft om de geoefendheid op peil te houden. Tijdens een antipiraterijmissie kan niet geoefend worden op bijvoorbeeld onderzeebootbestrijding.

De casus van de LCF'en sluit de Algemene Rekenkamer af met een ander zorgelijk punt: "Defensie beschikt over te weinig onderdelen om alle vier LC-fregatten werkend te houden. Dit lost men op door onderdelen van het fregat dat voor een jaar in groot onderhoud gaat, over te zetten naar een ander fregat. Per keer gaat het om gemiddeld zo’n 100 onderdelen. Dit overzetten van onderdelen vindt jaar op jaar plaats en is in omvang de laatste jaren eerder toe- dan afgenomen. Deze werkwijze legt een aanzienlijk beslag op de schaarse onderhoudscapaciteit."

Zeeland
Het jongste LCF, Zr.Ms. Evertsen. De grijze platen boven de brug maken deel uit van de APAR. Eén van de taken van deze radar is het sturen van de raketten richting hun doel. De APAR van Thales is in de jaren '90 ontwikkeld, maar wordt nog altijd niet door andere radars geëvenaard. Uit de berichten van Hennis en de Algemene Rekenkamer blijkt dat er onvoldoende onderdelen zijn om de vier APARs (1 per schip) gelijktijdig werkend te krijgen. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Vrij van zichtbare gebreken
Terug naar de lijst met materieelsproblemen die Hennis naar de Tweede Kamer stuurde Wat opvalt is dat de problemen die Hennis opsomt grote gevolgen hebben voor de operationele inzet van de schepen.

Zo hebben alle zes fregatten problemen met hun voortstuwing. Voor de M-fregatten gaat het zelfs om zowel de kruisvaartdiesels (voor economische vaart) als voor de hoofdvaartgasturbines (voor de hoge snelheden). Zonder voortstuwing, geen inzet.

Ook de LCF'en hebben te maken met ernstige beperkingen. Er zijn niet genoeg onderdelen voor alle vier de schepen. Dat is geen probleem als er geen onverwachte dingen gebeuren, en alle schepen netjes hun ruim van te voren vastgelegde programma kunnen afwerken. Hennis noemt de vuurleidingsradar APAR als voorbeeld en dat is juist één van de essentiele systemen op het LCF. Deze radar stuurt bijvoorbeeld de raketten aan richting hun doel. Zonder een werkende radar is een LCF op gebied van luchtverdediging waardeloos.

Bij de APAR blijft het niet, want volgens de Rekenkamer gaat het om 100 onderdelen per schip. Die moeten bovendien voor ieder onderhoud van het schip gedemonteerd worden en ergens anders weer geplaats worden, getest, etc. Dat kost tijd, maar belast die onderdelen ook extra.

De onderzeeboten, M-fregatten en mijnenjagers hebben te maken met veroudering. En ook hier gaat het niet om de minste systemen. Het combat management systeem dat verouderd is op de M-fregatten, vormt het hart van de gevechtskracht van het schip; het presenteert de data van o.a. radars en sonars op de beeldschermen in de commandocentrale en koppelt het geheel met de wapensystemen.
Ook bij de mijnenjagers is sprake van veroudering van cruciale systemen: Hennis noemt het "mijnopsporingssysteem" en de "onderwaterrobot met sonar".

Wat het extra zorgelijk maakt is dat deze schepen nog vele jaren mee moeten en juist dan is goed onderhoud extra belangrijk. Er wordt gesproken over vervanging van de onderzeeboten, fregatten en mijnenjagers, maar vervangers zullen er pas over een jaar of 10 zijn. En ondertussen moet de marine het wel doen met deze schepen, waarvan de onderhoudskosten alleen maar zullen stijgen.

In het overzicht van Hennis stonden niet alle schepen. Behalve de Mercuur, zijn ook de Hydrografische Opnemings Vaartuigen (HOV's) niet opgenomen in het lijstje. Dat wil dus niet zeggen dat die eenheden vrij zijn van problemen.



"Dit is schokkend"
Voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren (KVMO), kapitein-luitenant ter zee Marc de Natris, maakt zich al enige tijd zorgen over zowel personeel als materieel. En ook tegenover Marineschepen.nl is De Natris helder: "Het is schokkend. Ik ben het met de Algemene Rekenkamer eens dat dit zo niet vol te houden is. En als er echt stront aan de knikker is kunnen we bijvoorbeeld niet eens vier LCF'en inzetten. Het zijn er maar vier, maar we hebben de onderdelen niet en als we die zouden hebben, dan hebben we de munitie niet."

Volgens De Natris speelt dit al langer, zeker sinds de bezuinigingen van 1 miljard in 2011: "Het is een bewuste keuze geweest om niet alle voorraden op peil te houden om zo lang mogelijk de defensieorganisatie draaiende te houden. In de hoop dat er betere tijden aankomen. Maar ja die betere tijden die komen steeds niet."

De Natris geeft als voorbeeld dat Defensie 20% van de uitgaven moet besteden aan investeringen. "Nou we zitten al sinds jaar en dag op 14%. In het begin heb je nog een buffer om het tekort van 6% op te vangen, maar op een gegeven moment heb je natuurlijk niks meer."

"Defensie stevent eigenlijk af op een faillissement." Een doorstart zal volgens De Natris mogelijk gepaard gaan met nieuwe reorganisaties en bezuinigingen om binnen het financiële kader te blijven: "Ja als het bij die 250 miljoen blijft, zoals dat in de Telegraaf heeft gestaan. Want we hebben 550 tot 700 miljoen nodig om het huidige overeind te houden en dan hebben we het nog niet eens over de vervangingstrajecten."

"Dus de Tweede Kamer moet nu kleur gaan bekennen. Als Kamerleden hier niets mee doen, dan gaan zij in principe akkoord met dat de krijgsmacht door z'n hoeven zakt. De enige oplossing is meer geld, zodat je aan het huidige ambitieniveau kunt voldoen."

Tenzij het ambitieniveau naar beneden wordt bijgesteld door het Kabinet, maar dat lijkt gelet op de ontwikkelingen rond Europa, in de Zuid-Chinese Zee en de Noordpool niet het juiste moment.



Toekomst?
En de toekomst? Die leek een stuk rooskleuriger dankzij de vervangingstrajecten van de onderzeeboten, M-fregatten en mijnenjagers. Maar de Algemene Rekenkamer is daar niet zo zeker van. De aanschaf van de F-35, de JSF, dreigt de gelden bestemd voor vervanging van de schepen op te snoepen. De gereserveerde bedragen voor de nieuwe onderzeeboten waren al mager, maar slinken mogelijk nog meer. Als door het "verdringingseffect" de vervangingstrajecten verder worden opgeschoven, wordt nog meer gevraagd van het oude materieel. Zo is de marine weer terug bij af.

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Zr.Ms. Mercuur
Boeggolf aan vervangingen
Overzicht bezuinigingen