Johan de Witt Landing Platform Dock


Laatst aangepast: 19-03-2015

Zr.Ms. Johan de Witt (L801) is een Landing Platform Dock (LPD) en is het eerste Europese geavanceerde varende commandoplatform. Zr.Ms. Johan de Witt is gebouwd voor amfibische operaties; acties op de grens van water en land. Welke rol het LPD dan speelt kan variëren. Het schip kan onder andere ingezet worden om hulp te verlenen na een natuurramp, piraterij bestrijden, fungeren als varend noodhospitaal en natuurlijk honderden mariniers met landingsvaartuigen, helikopters, tanks en/ of vrachtwagens aan land zetten.

JWIT is echter uniek omdat het als varend hoofdkwartier kan fungeren tot 50.000 eenheden op land, zee en in de lucht.

Johan de Witt
Zr.Ms. Johan de Witt heeft een dok dat men vol kan laten lopen met water zodat landingsvaartuigen naar binnen en buiten kunnen; het is daarom een Landing Platform Dock. De L801 is echter uniek dankzij de capaciteit om 50.000 man op land aan te kunnen sturen tijdens een mega-operatie. (foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Hoofdstukken op deze pagina
Naam Johan de Witt
Het tweede LPD
De verbeteringen
Veel mogelijkheden
Uniek binnen de NAVO: varend commando platform
Bouw
Proeftochten
Een kind dat het huis niet uit wilde
Accommodatie
Burgerbrug
Netwerkschip
Voortstuwing
Joint Operations Room
Sensoren en wapens
Inzet
Export
Specificaties

Naam Johan de Witt | Naar menu
Het schip is vernoemd naar de raadspensionaris van Holland die het Korps Mariniers in 1665 oprichtte. (Michiel de Ruyter heeft zich nauwelijks met de oprichting bemoeid.)1 Johan De Witt (1625 - 1672) had een belangrijk aandeel in de opbouw van de marine in de 17e eeuw en was initiator van de aanval en amfibische operatie bij Chatham (1667). Hij was overigens uitgesproken republikein en tegenstander van de Oranjes.

Het tweede LPD | Naar menu
Het zwaartepunt in het strategisch denken van zeestrijdkrachten verplaatste zich in de jaren '90 steeds meer van acties op de oceaan naar amfibische operaties. Er was (en is nog steeds) bovendien een grote behoefte aan transportcapaciteit voor missies ver van Nederland in oorden waar havens niet altijd veilig of toegankelijk zijn en binnen de NAVO bleek behoefte aan zeegaande commandofaciliteiten voor 'joint' en 'combined' optreden.

Dat leidde er in 1999 toe dat de politiek in de 'Defensienota 2000' de verwerving van het "LPD-2" aankondigde. Voor dit tweede LPD was 260 miljoen gulden vrijgemaakt.2 In mei 2002 werd het contract met de scheepswerf ondertekend.



Het eerste LPD was Zr.Ms. Rotterdam dat in 1998 in dienst was gesteld. Met dit schip had het Korps Mariniers voor het eerst de beschikking over eigen amfibische capaciteiten die verder reikte dan landingsvaartuigen. Maar één schip is geen schip, want zodra LPD-1 in onderhoud was (en dat zijn schepen soms lang), zat het Korps weer zonder. En bij lange operaties zou er geen aflossing zijn.

In 2002 vertelde toenmalig projectleider LPD-2 van Directie Materieel Koninklijke Marine (DMKM) KTZ Martin Wouters aan Alle Hens: "Het belang van het schip zit ‘m onder meer in (...) het voortzettingsvermogen van de taken van de Rotterdam, in de amfibische rol en als strategisch transportmiddel. Waarbij het ook in staat moet zijn om het dertig dagen ononderbroken uit te houden op zee en als varend hospitaal met de uitgebreide ziekenboeg te kunnen functioneren. Als neventaken krijgt het bijvoorbeeld de functie van platform voor onderzeebootdetectie, dankzij de helikopters aan boord en opvang voor de evacuatie van vluchtelingen."3

De basis van het ontwerp van LPD-2 vormde de 8 jaar oudere Zr.Ms. Rotterdam. Maar een kopie van de Rotterdam werd het niet. Zr.Ms. Johan de Witt is langer (ongeveer 12 meter), breder, hoger, zwaarder én sneller. Zelfs het amfibische deel van de L801 is anders ingericht.

Wouters: "Vooral de strategische transportcapaciteit zou moeten toenemen. Vandaar dat er meer plek voor voertuigen en containers werd ingeruimd: 1350 lanes in meters in plaats van de zevenhonderd van de Rotterdam. Dat lukte door op het voertuigendek gedeeltelijk een tweede etage aan te brengen, zodat lagere voertuigen boven elkaar kunnen staan. Het bovenste dek valt via een oprit te bereiken. De parkeerruimte gaat ten koste van de afmetingen van het dok, waar dan maar twee in plaats van vier LCU’s in kunnen. Noem het een compromis, want én én zou te kostbaar worden."4

Johan de Witt
Ook op deze foto is het dok volgelopen met water en vaart een landingsvaartuig naar binnen. (foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

De verbeteringen | Naar menu
Verbeteringen ten opzichte van de Rotterdam zijn de vier uitsparingen met davits voor vier landingsvaartuigen van het type LCVP, die aan kabels kunnen worden opgetakeld en neergelaten. Het schip hoeft daardoor niet voor het vertrek van één landingsvaartuig niet te "dokken", een enorme winst. In het ontwerp van LPD-2 was ook meer aandacht voor helikopteroperaties en dan vooral voor zware helikopters zoals de Chinook. Het dek is versterkt zodat deze deze grote helikopters kunnen oplanden.

Een andere les die geleerd is, is een efficiëntere indeling van het schip. Joop Noordijk, projectmanager bij De Schelde: “We hebben de ruimtes nu gegroepeerd. Voorin het schip vinden we de slaapruimtes, op alle dekken. In het midden bevinden zich de verblijven, op het G-dek zijn de wasserij, bakkerij, kombuis en cafetaria en in het achterste deel van de bovenste twee dekken de operationele ruimten. Ook heeft het schip een grote aparte fitnessruimte.”5

Veel mogelijkheden | Naar menu
Voor amfibische operaties kan het schip kan een volledig uitgerust mariniersbataljon (max. 555 personen) meenemen gedurende 30 dagen en voor de kust of in een haven afzetten. Vervolgens kan het schip deze 10 dagen ondersteunen en opnieuw aan boord nemen. Het schip kan verder:
- opereren met landingsvaartuigen van het type Landing Craft Utility (LCU) en Landing Craft Vehicle and Personnel (LCVP)
- verschillende typen voertuigen vervoeren, van Landrovers tot tanks
- helikopters vervoeren en helikopteroperaties uitvoeren, van NH-90 tot Chinooks (4!)
- als platform dienen voor helikopteroperaties tegen onderzeeboten
- transportschip voor Land- en Luchtmacht uitrustingen
- ondersteuning voor mijnenjagers
- ondersteuning voor operaties tegen terroristen
- ondersteuning van vrede-bewakingstaken en evacuatie operaties
- ondersteuning bij milieurampen.

Johan de Witt
Hier worden de gewichtige stafbesprekingen gehouden. Met één man altijd aan het hoofd van de tafel: Johan de Witt. (foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Uniek binnen de NAVO: varend commando platform | Naar menu
De mogelijkheid van Zr.Ms. Johan de Witt om op te treden als varend hoofdkwartier, maakt het schip uniek binnen de gehele NAVO maar die eigenschap is tegelijkertijd het minst bekend. Geen enkel ander NAVO marineschip is gebouwd voor deze taak. Al zijn er wel schepen die deze taak van hoofdkwartier op zich namen, zoals het Amerikaanse USS Mount Whitney. De Mount Whitney was jarenlang Afloat Command Platform van de snel inzetbare NAVO-eenheid NATO Response Force (NRF), maar er dus niet voor gebouwd en bovendien is het in '71 in dienst gestelde schip nu stokoud. (Zie ook de kanttekening onder het kopje "Inzet".)

Zoals eerder gezegd is het strategisch denken de afgelopen decennia verschoven van de oceanen (blauw water) naar kustwateren (bruin water). Hier kunnen marineschepen en mariniers op alle niveaus, van hulpverlening na rampen tot een amfibische aanval, invloed uitoefenen op land. Onder amfibische operaties wordt dus veel meer verstaan dan alleen het bestormen van een vijandelijk strand. Het aantal amfibische operaties is de afgelopen jaren toegenomen en dan neemt ook de behoefte toe aan een varend hoofdkwartier.

Want doordat de staf vrij dicht op de actie zit, kan het -zoals voormalig commandant van de JWIT Ed Veen zei- "chirurgisch optreden"; het kan veel beter bepalen welke acties nodig zijn om gericht problemen aan te pakken zonder veel nevenschade aan te richten. Bovendien kan een varend hoofdkwartier, en dat is het voordeel van alle marineschepen, zeer snel ter plaatse zijn. De impact met een schip voor de kust is voor een land minimaal (geen toestemming nodig, geen opbouw van een kamp, etc.) Mocht het mis gaan, dan kan het schip met een draai aan het stuurwiel weer weg zijn. De maritieme oplossing voor twijelende politici dus.

Johan de Witt
"Ik ga bij de marine, want ik wil niet op een kantoor werken." Fout!! (foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

De commandofaciliteiten voor de Combined Joint Task Force zijn te vinden in de twee bovenste dekken van Zr.Ms. Johan de Witt (het schip is daarom ook één dek hoger dan de oudere zus). Hier kan een staf van 400 personen werken: het herbergt vele kantoren en de Joint Operation Room (JOR). Vanuit de JOR kan de JWIT als hoofdkwartier een Joint Combined Task Force (dus met andere krijgsmachtdelen en internationaal) van 50.000 militairen aansturen. Wie spectaculaire ruimtes verwacht, kan mogelijk wat teleurgesteld raken. Op de JOR na zijn het vooral -raamloze- werkplekken: kantoren met tafels, stoelen, schuifdeuren en datanetwerken. KTZ Wouters: "Als principe geldt plug & fight. Eigenlijk hoef je alleen je eigen laptop mee te nemen."6

Behalve kantoren zijn er uiteraard ook hutten waar de staf kan slapen en werken. Projectleider LPD-2 in 2006 KTZ Paul de Leeuw lichtte dit in de Alle Hens als volgt toe: "Een geëmbarkeerde staf bestaat hoofdzakelijk uit officieren. Aangezien zij zowel in de operationele ruimten alsook veelvuldig vanuit hun hut werken, is de accommodatie luxe en ruim te noemen. Aan boord is ook rekening gehouden met accommodatie voor zes vlagofficieren (vanaf de rang van commandeur) die zelfs hun eigen ‘Flag Officers Mess’ hebben."7

Johan de Witt
Alles is groot op Zr.Ms. Johan de Witt, dus ook hoog! (foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Bouw | Naar menu
Op 18 juni 2003 werd begonnen met bouwnummer 393 bij de Nederlandse scheepswerf De Schelde (onderdeel van Damen). Het schip werd echter niet volledig in Nederland gebouwd, maar de werf van Damen in Roemenië kreeg de eer het casco te bouwen. Op 26 oktober 2004 kreeg de romp voor het eerst water onder de kiel toen het droogdok waar het schip werd gebouwd onder water werd gezet. Vervolgens werd de toekomstige LPD naar het diepe gedeelte van het bouwdok gesleept.

Het sleepwerk was daarmee niet ten einde, sterker, het was nog niet eens begonnen. Niet veel later werd het casco de 80 km lange route over de Donau, via de Zwarte Zee, Middellandse Zee (waar het nog werd gefotografeerd door Hr.Ms. Walrus) naar Vlissingen gesleept. Een reis van meer dan een maand. Na aankomst werden voor- en achterschip gescheiden, waarna De Schelde de in Vlissingen geassembleerde machinekamersectie ertussen laste. Vervolgens plaatste de werf de bovenbouwsecties, waarna het schip verder werd afgebouwd en in bedrijf gesteld.8 De overdracht aan de KM stond gepland voor september 2006, maar die datum werd niet gehaald.

Op zaterdagmiddag 13 mei 2006 werd in het tientallen metershoge droogdok in Vlissingen de Johan de Witt gedoopt. De periode van een casco was echt voorbij; het schip was mooi geschilderd met naamsein L801 op de boeg. In de jaren daarvoor was door de Schelde hard gewerkt. Joop Noordijk zag als projectmanager van de scheepswerf het schip letterlijk groeien. "Iedere dag werkten hier gemiddeld zo’n 450 mensen. En al heb je een goede planning, het was flink aanpoten om op tijd de finish te halen (...) maar het is gelukt!”9

Johan de Witt
De kombuis is groot genoeg. (foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Proeftochten | Naar menu
Of het echt gelukt was, moesten de proeftochten uitwijzen. Van 29 september tot en met 11 oktober 2006 onderging het nieuwe Landing Platform Dock een reeks testen waarbij onder andere het platform en een gedeelte van de sensor en communicatiesystemen aan bod kwamen. Tijdens de proeftocht moest de scheepswerf aan het LPD-2 Project van de Defensie Materieel Organisatie (DMO) aantonen dat het schip voldeed aan het contract en bestek. Dit werd niet gedaan met een middagje op de rede, maar er was een jaar voor uitgetrokken om het nieuwe schip op alle mogelijke manieren te testen. Vóór 1 januari 2008 moest het schip volledig zijn overgedragen aan de marine.10

De eerste ervaringen waren positief en vele tests werden met succes afgerond, maar er deden zich direct problemen voor met de voortstuwing: verschillende onderdelen werkten niet goed samen. De problemen konden niet direct opgelost worden en de scheepswerf moest zich er over buigen.11

Helemaal opgelost waren de problemen niet want tijdens de tweede werfproeftocht, begin december 2006, speelde dezelfde problemen op, waardoor het LPD na tweeëneenhalve dag varen weer in Vlissingen lag. De reactie van de klant was resoluut: defensie weigerde de Johan de Witt in deze toestand over te nemen. De problemen moesten eerst opgelost worden en dat kostte tijd. Tests, die gepland stonden, liepen vertraging op waardoor alles opnieuw gepland moest worden. Maar het project lag niet stil, want hierdoor werden andere zaken eerder gedaan omdat het schip toch in Vlissingen lag, zoals het verder installeren en integreren van het SEWACO gedeelte door de marine.12

Johan de Witt
Hr.Ms. Johan de Witt voor het eerst in de haven van Den Helder op 14 maart 2007. (foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

De oplossing leek er te zijn en bij nieuwe tests op zee ging alles goed. Ook de derde werfproeftocht verliep succesvol. Voor de marine en de scheepswerf was het een feestelijk moment toen de Johan de Witt na die testvaart voor het Engelse vliegdekschip Ark Royal naast de Passengers Terminal in Amsterdam afmeerde.13 Op een zonnige 14 maart 2007 vertrok het LPD weer -met o.a. de hoofdredacteur Marineschepen.nl aan boord- vanuit Amsterdam om diezelfde dag voor het eerst Den Helder binnen te lopen. De vaartocht verliep zonder problemen en het schip werd feestelijk onthaald.

Toch ging het daarna opnieuw mis met de voortstuwing en de JWIT moest twee weken het dok in. Ditmaal bleek het te gaan om een ander probleem en ook dit euvel werd verholpen. De Johan de Witt kon direct daarna vertrekken naar Brazilië voor warmweerbeproevingen. Via Curaçao arriveerde het drie maanden later weer in Den Helder. 14

Als u denkt dat "warmweerbeproevingen" een verzinsel is van marineplanners om de Nederlandse hagel en sneeuw te ontlopen, dan zit u er niet ver naast. De reis naar het zuiden vindt echter niet plaats om aan het kleurenschema van de bemanning te werken, maar om er zeker van te zijn dat er echt warm weer is zodat de techniek in hoge temperaturen getest kan worden. Aan de andere kant zijn de Nederlandse winters -hoe onguur ook- eveneens niet goed genoeg voor de marine, want er bestaan ook koudweerbeproevingen en ook dan wordt in extreem koude omstandigheden, soms nabij de poolcirkel, getest.

Ook werden de amfibische capaciteiten beproefd. Dat gebeurde in het najaar van 2007 toen voor de kust van Wales. De Johan de Witt deed samen met de Rotterdam mee aan de internationale oefening Bright Archer.

In een ingewikkeld scenario ontvouwde zich een humanitaire ramp in een gebied dat geteisterd werd door terrorisme en politieke instabiliteit. Terwijl een internationale zeemacht de smokkel van wapens en terroristische activiteiten op zee moest tegengaan, moesten marinierseenheden in een hoger geweldsspectrum interventies plegen op land. Een oorlogsscenario waarvoor het stafschip bedoeld is. Vanuit het nieuwe schip werden ongeveer vijfduizend militairen aangestuurd in een bijzonder complex en realistisch scenario.15

Johan de Witt
Liefhebbers van vooral veel en lange gangen, kunnen hier hun hart ophalen. (foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Een kind dat het huis niet uit wilde | Naar menu
Het tweede Landing Platform Dock werd als Hr.Ms. Johan de Witt in Den Helder ceremonieel in dienst gesteld. Dit vond plaats op vrijdag 30 november, door de storingen later dan gepland. Deze waren tijdens de indienststelling niet opgelost en dus viel de voortstuwingsproblematiek buiten de contractuele overdracht van het schip, totdat de problemen definitief achter de rug waren.

De bouwmeester directeur Hein van Ameijden van Schelde Marinebouw vergeleek de Johan de Witt met "een kind dat ouder en ouder werd en maar niet het huis uit wilde". Hij erkende dat de aanloop naar de indienststelling erg lang was, maar met een goede verstandhouding tussen de betrokken partijen en na een periode van intensieve arbeid was het toch gereed voor indienststelling.16

Terwijl de voortstuwing het LPD2 nog lang parten heeft gespeeld, ging de marine wel door met het programma om het schip operationeel inzetbaar te krijgen. Dat lukte snel. Op 7 maart werd het schip opgeleverd. In mei 2008 voltooide de L801 de SARC-4 (Safety And Readiness Check) door de Nederlandse trainingsstaf nadat de Johan de Witt en bemanning uitvoerig getest werden in een scenario met buitenlandse marineschepen en vliegtuigen.17

Ook de laatste fase van het Nederlandse deel doorliep het LPD met succes en in het najaar vertrok de Johan de Witt naar zee voor de grote internationale oefening Joint Warrior. Een NAVO-evaluatieteam verbleef tijdens aan boord om de staf te beoordelen. Op 10 oktober verklaarde de commandant van de maritieme component van de NATO Response Force het geheel van staf, schepen en marinierseenheden operationeel inzetbaar.18

Na Joint Warrior werd met tevredenheid teruggeblikt. Het bleek dat het concept van een logistieke basis op zee om een amfibische taakgroep te ondersteunen, werkt. Ook bleek weer dat dit een heel ingewikkeld concept is. Toenmalig Chef Staf van NLMARFOR, kapitein-ter-zee Peter van den Berg in de Alle Hens: "NLMARFOR is een uit vloot en mariniers samengestelde, internationale varende staf die, onder andere in het leven geroepen is om leiding te geven aan een amfibische taakgroep. Amfibisch maritiem opereren is eigenlijk de top van de piramide. Als blijkt dat we hiertoe in staat zijn, kunnen we ook leiding geven aan een eskader of een flottielje mijnenjagers."19

Johan de Witt
De ziekenboeg is enorm. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Accommodatie | Naar menu
LPD2 heeft maximaal plaats voor 739 mannen en vrouwen in de 189 hutten en slaapverblijven aan boord. Voor de opstappers zijn er vier- of zespersoonshutten, er is een aparte fitnessruimte en voor vlagofficieren zijn er zes aparte accommodaties, plus de eerder genoemde aparte ‘Flag Officers Mess’. Overigens zijn de hutten en slaapverblijven flexibel opgezet: in de amfibische rol bieden ze huisvesting aan de maximaal 555 man sterke "embarked forces" (eenvoudig gezegd: mariniers) en in de commandorol kan er een staf slapen van 402 mannen en vrouwen.

De Johan de Witt is erg groot, zo heeft het schip 19 trappenhuizen. LPD's hebben vaak te maken met "opstappers" en juist zij kunnen makkelijk verdwalen aan boord. Voor de mariniers die als amfibische eenheid kort aan boord zijn, is er een speciale gidsorganisatie in het leven geroepen. Bemanningsleden van de JWIT begeleiden de mariniers bijvoorbeeld van en naar verblijven, dok en helikopterplatform tijdens operaties om te voorkomen dat de gasten op essentiele momenten verdwalen en te laat op hun plaats zijn.

De kombuis en de bakkerij voorzien de eetverblijven dagelijks van vers voedsel. Er is daarom een enorme koel- en vriescel aan boord. Het schip kan 10.000 liter drinkwater per dag maken.20 Hoe ingewikkeld de logistieke puzzel kan zijn aan boord van amfibische schepen blijkt uit de woorden van het Hoofd Logistieke Dienst van de Johan de Witt tijdens de oefening Joint Warrior '08: "We weten ongeveer hoeveel mensen we aan boord krijgen, maar dat is vaak ook niet meer dan een ruwe indicatie. De operatie is erg afhankelijk van de inlichtingen die op het land verkregen wordt. Als daar iets gebeurt, moet er ineens een aantal extra mensen naar het land of moet juist terugkomen.

Sommige mariniers zitten al tien dagen in een tent op het eiland, hebben niet kunnen douchen en hebben alleen droogvoermaaltijden gegeten. Die wil je dan een goede maaltijd voorschotelen en hun was laten doen. Eten weggooien is uit den boze dus je kunt niet teveel klaarmaken. Even dertig diepgevroren biefstukken gaan bakken, een half uur voordat de mannen aan boord komen, kan ook niet. Daarbij weten we ook lang niet altijd wat we kunnen inslaan in buitenlandse havens. Dat zorgt ervoor dat de botteliers een enorme uitdaging hebben met de planning." De bakkers voegden hier aan toe: "Als die jongens na een week uit het veld komen, eten ze bijna een brood de man, dan moeten wij wel hard aan de slag. Niemand krijgt hier aan boord supermarktbrood te eten. Dat is onze eer te na." 21

operatiekamer Johan de Witt
Blindedarmoperatie op zee. Een bemanningslid kreeg tijdens de reis naar Somalië in augustus 2013 een acute blindedarmontsteking en moest geopereerd worden. Dat kon aan boord en het medisch team van de Johan de Witt opereerde hun collega met succes. (Bron: @frank1foreman, commandant Zr.Ms. Johan de Witt)

Ook aan de zieken is gedacht, want de Johan de Witt is voorzien van een grote ziekenhuis met de modernste apparatuur, vergelijkbaar met een klein streekziekenhuis. Naast diverse kamers voor onderzoek zijn er operatiekamers en is er een ziekenzaal met intensive care capaciteit en een verpleegcapaciteit. Ook kunnen er röntgenfoto’s van de patiënten genomen worden en kan in het uitgebreide laboratorium bloedonderzoek worden gedaan. Op het LPD kan men zowel eerste- als tweedelijnszorg bieden, en dit kan zelfs uitgebreid worden.22 Ondanks deze uitgebreide capaciteiten is Zr.Ms. Johan de Witt geen hospitaalschip.



Johan de Witt
Met dit ouderwetse stuur wordt de Johan de Witt met precisie gemanouvreerd. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Burgerbrug | Naar menu
De brug is commercieel gebouwd en wordt normaal gesproken geleverd aan koopvaardijschepen. Maar de eisen van de marine liggen hoger, omdat marineschepen niet rechtstreeks van haven naar haven varen, maar onderweg nog allerlei ingewikkelde operaties moeten kunnen uitvoeren. Daarom wilde men naast een joystick, een "ouderwets" stuurwiel aangebracht voor de klassieke manier van sturen. Voor de marine was dat een must, omdat hiermee meer controle is over het achterschip en beter de sturing geregeld kan worden als het 176 meter lange schip op zee langszij een ander schip moet. 23

Johan de Witt
Communicatie is essentieel voor Zr.Ms. Johan de Witt en daarom beschikt het over een gigantische hoeveelheid antennes. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Netwerkschip | Naar menu
Door de Johan de Witt loopt zo'n 550 kilometer kabel. Alle hutten zijn namelijk voorzien van telefoons en een flink aantal netwerkpoorten. Een staf kan eigen servers meenemen en installeren om de hele wereld over te kunnen varen met de bestanden, mappen en instellingen die ze gewend zijn. De Johan de Witt is uiteraard geschikt voor het nieuwe communicatiesysteem van de mariniers, NIMCIS en voor het Battle Management System.

Er zijn zowel beveiligde als open communicatienetwerken aan boord. Zelfs in de Noorse fjorden tussen de bergen, is er nog bereik en blijven de verbindingen uitstekend werken dankzij de ‘high frequency’ antenne. Deze HF antenne maakt namelijk gebruik van natuurlijke reflecties. Voor de interne communicatie zijn er geen vaste telefoons, maar is er een draadloos intern mobiel netwerk met honderd mobiele telefoons. De communicatie verloopt via meer dan 10 satellietschotels.24 25

In 2009 werd aan boord van Zr.Ms. Johan de Witt een door de NAVO ontwikkelde mobiel inzetbaar communicatie- en informatiesysteem (CIS) geïnstalleerd. Deze CIS-kit biedt alle aan boord zijnde NAVO-eenheden vele mogelijkheden, waaronder beveiligde telefonie en e-mail, video teleconferentie en toegang tot operationele informatie, zoals operationele beelden van land, zee en luchtruim. Daarmee was het schip het eerste Europese en meest geavanceerde Afloat Command Platform van de NAVO. Het hoofd communicatie- en informatiesystemen (J6) van de Supreme Headquarters Allied Powers Europe, Wolfgang Roehrig, noemt deze ontwikkeling een “belangrijke stap voorwaarts in de capaciteiten van de NAVO.”26

De totale hoeveelheid zend- en ontvangstsystemen aan boord van het LPD zijn indrukwekkend. De exacte samenstelling wisselt echter per missie.


Beelden van technische delen van de Johan de Witt.

Voortstuwing | Naar menu
De ontwerpers van LPD-2 schrapten het traditionele concept met assen en schroeven. Volgens toenmalig Projectleider LPD-2 KTZ Wouters had -net als op Zr.Ms. Rotterdam- "aandrijving met assen (...) prima gekund, maar er is inmiddels iets beters, waardoor de weerstand afneemt, wat weer het brandstofverbruik ten goede komt." Dat wat "beter" is zijn de POD's of roerpropellers, grote draaibare elektromotoren onder het schip. Behalve assen, zijn ook geen roeren en machinekamer benodigd. Hierdoor komt er meer ruimte in het schip vrij. Ondanks het enorme windvangende oppervlak van het schip, wezen tests uit dat dankzij die pods slechts één boegschroef voldoende is.

Johan de Witt
De machinekamer van Zr.Ms. Johan de Witt. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

De voortstuwing was dus vernieuwend -het LPD 2 werd als eerste schip binnen de KM met dit grote formaat PODs uitgerust- en op veel vlakken een verbetering, maar helaas was juist de voortstuwing het grootste struikelblok van de Johan de Witt voor indienststelling.


Johan de Witt
De Joint Operations Room is het centrum waar alle informatie binnenkomt en wordt geanalyseerd. Het zenuwcentrum staat vol met communicatiemiddelen. (Foto: Koninklijke Marine)

Joint Operations Room | Naar menu
Het zenuwcentrum van kleine en grote operaties is de Joint Operations Room (JOR) van Zr.Ms. Johan de Witt. Dit is veel meer dan een commando centrale (die de Johan de Witt ook heeft), want de JOR heeft eigenlijk niet zoveel te maken met het schip zelf. Vanuit de JOR is de staf in staat om real-time de troepenbeweging op het land vanaf zee te volgen en te coördineren.

De vergelijking van de JOR met een operatieruimte van NASA is snel gemaakt. De voorste wand is voorzien van enorme schermen, waarop de situatie op zee en op land worden geprojecteerd. De cellen die bezig zijn met de lopende operaties (current ops) zitten aan sikkelvormige desks, van waar ze hun informatie kunnen analyseren en doorsturen naar hun achterban in de kantoren. De meest centrale rij desks wordt bezet door de Battle Watch Captains, die alle informatie als eerste binnen krijgen, analyseren en doorzetten.

“Dit schip is buitengewoon luxe”, constateerde commandeur Bindt in 2007. “Ook de buitenlanders lopen met ontzag rond aan boord. Het gebruiksgemak is ongeëvenaard in de wereld.”27

Johan de Witt
Zr.Ms. Johan de Witt (links) ontmoette in juli 2013 ten noorden van Kreta het nog in aanbouw zijnde JSS, Karel Doorman, dat op weg was naar Vlissingen. Overigens is de Doorman 28 meter langer dan de Johan de Witt, maar op deze foto vaart de kleinste van de twee het dichtst bij. (Foto: Zr.Ms. Johan de Witt)

Sensoren en wapensystemen | Naar menu
De wapens en sensoren van Zr.Ms. Johan de Witt zijn beperkt. Dat betekent echter niet dat dit schip alleen geschikt is voor "vredestaken", het LPD kan juist worden ingezet voor offensieve operaties hoog in het geweldspectrum als varend commandoplatform of als het eenheden op een vijandelijke kust moet afzetten. Dit soort operaties doen LPD's nooit alleen. Er zal altijd bescherming zijn van op zijn minst fregatten, maar liever nog vliegkampschepen en onderzeeboten.

Om wel zelfstandig te kunnen navigeren en zichzelf te kunnen verdedigen beschikt het schip over diverse sensoren en wapensystemen.

Behalve de navigatieradars, heeft de Johan de Witt een Thales Variant 2D lucht- en zeebeeldradar. Deze radar voor de korte en middellange afstand heeft een bereik van 70 km en is geschikt voor de (voor radars) moeilijke kustwateren met kleine doelen zoals raketten of snelle aanvalsbootjes.28 Een geheel andere sensor is de Thales Gatekeeper. Dit is een waarschuwingssysteem met infrarood/ full-HD camera’s. Deze zorgen voor haarscherp beeld, 360 graden om het schip heen. Zwemmers en bootjes kunnen razendsnel worden herkend op korte afstand. Gatekeeper is een passief systeem; hiermee wordt alleen beeld ontvangen. Met dit systeem wordt de aanwezigheid van het LPD dus niet prijsgegeven, bij radars (actieve systemen) is dat wel mogelijk. Al beschikt de marine steeds vaker over radars die moeilijk te onderscheppen zijn.

Zr.Ms. Johan de Witt zal in een gebied met hoge dreiging nooit alleen zijn. Mocht, ondanks de bescherming door andere schepen en vliegtuigen, een raket, vliegtuig of bootje door de verdedigingslagen heen dringen, kan het LPD zichzelf verdedigen met een aantal wapens. Deze wapens zijn uiteraard ook in te zetten als het schip bijvoorbeeld op piraten jaagt.

Het zwaarste middel is de Goalkeeper, het 30mm snelvuurkanon met 7 lopen en een vuursnelheid van 4200 schoten per minuut. Dit is gebouwd om raketten en vliegtuigen zelfstandig uit te schakelen. Op de Johan de Witt staan twee Goalkeepers.

Verder heeft het LPD verspreid over de dekken punten voor o.a. machinegeweren.

Johan de Witt
Het dok. Dit kan men vol laten lopen met water, zodat de landingsvaartuigen naar binnen kunnen. De zwarte wand aan het einde is de deur naar buiten. Op zee staat hier geen water in, de landingsvaartuigen staan dan droog. (foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Johan de Witt
Zr.Ms. Johan de Witt in juli 2013 ten noorden van Kreta op weg naar de wateren rond Somalië. (Foto: Zr.Ms. Johan de Witt)

Inzet | Naar menu
Zr.Ms. Johan de Witt is de afgelopen jaren veel ingezet bij oefeningen, maar ook voor diverse operaties zoals anti-piraterij en als stationsschip in het Caribisch gebied. Een echte grootschalige oorlogssituatie waarbij het als varend hoofdkwartier werd ingezet, is nog niet voorgekomen. Toen in maart 2011 de operatie Odessy Dawn van start ging, werd de operatie geleid door USS Mount Whitney. Nederland heeft rond het Libië conflict een zeer kleine bijdrage geleverd.



Hieronder de belangrijkste momenten waarbij de Johan de Witt is ingezet.

Eind 2009 was de Johan de Witt langs Atlantische kust vlaggenschip van het Africa Partnership Station (APS), en werkte samen met landen als Sierra Leone, Liberia, Ghana en de Kaap Verdische eilanden. Het schip trainde, oefende en versterkte de maritieme infrastructuur, promootte het belang van een veilige zee voor stabiliteit en economische ontwikkeling en we probeerde de lokale gemeenschappen te bereiken door kleine lokale projecten. Ook ondersteunde het de Liberiaanse missie van de Verenigde Naties met amfibisch transport.29


Filmpje van anti-piraterijmissie en tactieken van Zr.Ms. Johan de Witt in 2010.

In april 2010 verliet de Johan de Witt de haven van Den Helder voor de eerste anti-piraterijmissie van een Nederlands LPD. Daar paste het een unieke methode toe om piraterij te bestrijden door geen helikopters in te zetten, maar landingsvaartuigen als vooruitgeschoven eenheden dicht langs de kust te laten patrouilleren. Het LPD had daar veel succes mee en wist meerdere piraten te vangen. In juli 2010 keerde het weer terug.

Het najaar van 2010 stond voor het LPD in het teken van de najaarsreis African Archer. Onderdeel daarvan was Emerald Move, de eerste grote amfibische oefening van het European Amphibious Initiative (EAI), een samenwerkingsverband van Frankrijk, Spanje, Italië, Groot-Brittannië en Nederland. Tijdens Emerald Move demonstreerden twee Franse, twee Italiaanse en één Nederlandse Landing Platform Dock samen met een landingforce van meer dan 1500 militairen dat zij gezamenlijk de capaciteit hebben om een amfibische operatie op brigadeniveau uit te voeren buiten het vertrouwde Europese grondgebied. Naast het expeditionaire karakter ligt de nadruk ook op het humanitaire aspect van de oefening, zoals het opknappen van een verpleeghuis. Nederland leverde de Commander Amphibious Task Force.30 Vanaf juni 2011 was Hr.Ms. Johan de Witt stationsschip in de West waar het bijdroeg aan o.a. drugsbestrijding, maar oefende het schip ook met de het Caribisch gebied gestationeerde mariniers op amfibische operaties en humanitaire hulpverlening.

In het kader van het 40-jarig bestaan van de UK/ NL Amphibious Force, de Brits-Nederlandse samenwerking op amfibisch gebied, lag Zr.Ms. Johan de Witt op 7 t/m 9 mei 2013 in Rotterdam naast het Britse vlaggenschip HMS Bulwark.

Op 14 juli 2013 vertrok Zr.Ms. Johan de Witt opnieuw naar de wateren rond Somalië, waar het stafschip wordt van de Europese anti-piraterijmissie Atalanta. Daarna gaat het schip deelnemen aan de grote internationale oefening Bold Alligator, waarbij het zijn unieke eigenschappen als enige volwaardige varend commandoschip binnen de NAVO volledig kan gaan inzetten.

In oktober en november 2014 nam het LPD als stafschip deel aan de oefening Bold Alligator 2014, een grote Amerikaanse amfibische oefening.

Van eind januari tot eind mei 2015 is Zr.Ms. Johan de Witt in de wateren rond Somalië. Aan boord bevinden zich Zweedse eenheden en de Zweedse staf die de leiding heeft over de EU missie Atalanta.



Export | Naar menu
In juni 2009 voer de Johan de Witt op verzoek van Russische autoriteiten naar Sint Petersburg waar het deelnam aan de International Maritime Defence Show. Rusland wilde namelijk vier marineschepen kopen met amfibische capaciteiten en zei ook het ontwerp van de Johan de Witt te overwegen. Het schip werd bezocht door onder anderen de Russische onderminister van Defensie, generaal b.d. Popovkin en de bevelhebber van de Russische zeestrijdkrachten admiraal Vysotskiy. Plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten, schout-bij-nacht Nagtegaal, was gastheer op de JWIT.31 32

Scheepswerf De Schelde (Damen) deed mee aan de competitie, samen met scheepswerven uit Spanje, Zuid-Korea en Frankrijk. Het laatste land bood de Mistralklasse aan en won de competitie.

Specificaties | Naar menu
Nummer Naam In dienst
L801 Johan de Witt 2007
Afmetingen 176,35 x 29,2 x 5,9
Max. waterverplaatsing 15.500 ton
Max. snelheid 19,5 knopen
Bemanning 146 (ruimte voor 555 mariniers)
Voortstuwing Diesel-elektrisch met POD's
Wapensystemen 2x Thales Nederland SGE-1 Goalkeeper 30mm
Sensoren Thales Variant 2D lucht- en zeebeeldradar
Kelvin Hughes ARPA navigatieradar
Thales GATEKEEPER
Helikopters 6 NH-90, Lynx of Seaking helikopters
of 4 Chinook helikopters
Landingsvaartuigen 2x LCU of 1x hovercraft
4x LCVP
2-4x FRISC
Voertuigen 32 tanks
90 YPR-pantserrupsvoertuigen en Patriot-luchtafweerraketsystemen

Noten
1. Prud'homme van Reine, R., Rechterhand van Nederland, Biografie van Michiel Adriaenszoon De Ruyter; Uitgeverij De Arbeiderspers (Amsterdam, 2002) pag. 162
2. Gelijns, K., Van staalplaat tot zeegaand, de geboorte van een superschip; Alle Hens juni 2004, pag. 4-6
3. Margés, J., Product van voortschrijdend inzicht; Alle Hens mei 2002, pag. 4-7
4. Margés, J., Product van voortschrijdend inzicht; Alle Hens mei 2002, pag. 4-7
5. Borgsteede, W., Landing Platform Dock Johan de Witt gedoopt, Enorme aanwinst voor de vloot; Alle Hens juni 2006, pag. 4-7
6. Margés, J., Product van voortschrijdend inzicht; Alle Hens mei 2002, pag. 4-7
7. Borgsteede, W., Landing Platform Dock Johan de Witt gedoopt, Enorme aanwinst voor de vloot; Alle Hens juni 2006, pag. 4-7
8. Johan de Witt rukt zich los uit de blokken; Alle Hens december 2004, pag. 24
9. Borgsteede, W., Landing Platform Dock Johan de Witt gedoopt, Enorme aanwinst voor de vloot; Alle Hens juni 2006, pag. 4-7
10. Strijbosch, V., Een schip met potentie, Hr.Ms. Johan de Witt voor het eerst getest; Alle Hens november 2006, pag. 10-11
11. Strijbosch, V., Bijna Hare Majesteits, Een bewogen jaar voor de Johan de Witt; Alle Hens augustus 2007, pag. 26-27
12. Strijbosch, V., Bijna Hare Majesteits, Een bewogen jaar voor de Johan de Witt; Alle Hens augustus 2007, pag. 26-27
13. Strijbosch, V., Bijna Hare Majesteits, Een bewogen jaar voor de Johan de Witt; Alle Hens augustus 2007, pag. 26-27
14. Strijbosch, V., Bijna Hare Majesteits, Een bewogen jaar voor de Johan de Witt; Alle Hens augustus 2007, pag. 26-27
15. Wijnandts, B., ‘Ongeëvenaard gebruiksgemak’, Laatste proeftocht LPD 2 test operationele aspect; Alle Hens december 2007/ januari 2008, pag. 4-7
16. Johan de Witt in dienst gesteld; Alle Hens februari 2008, pag. 35
17. Johan de Witt traint voor de NOST; Alle Hens juni 2008, pag. 33
18. Maas van der, M.F., Een enorme logistieke puzzel, NLMARFOR operationeel inzetbaar na Joint Warrior ‘08; Alle Hens november 2008, pag. 4-7
19. Maas van der, M.F., Een enorme logistieke puzzel, NLMARFOR operationeel inzetbaar na Joint Warrior ‘08; Alle Hens november 2008, pag. 4-7
20. Wijnandts, B. Focus op Afrika; Alle Hens januari 2011, pag. 31
21. Maas van der, M.F., Een enorme logistieke puzzel, NLMARFOR operationeel inzetbaar na Joint Warrior ‘08; Alle Hens november 2008, pag. 4-7
22. Borgsteede, W., “U vraagt, wij bieden”, De vele mogelijkheden van Johan de Witt; Alle Hens december 2006, pag. 22-23
23. Borgsteede, W., “U vraagt, wij bieden”, De vele mogelijkheden van Johan de Witt; Alle Hens december 2006, pag. 22-23
24. Borgsteede, W., “U vraagt, wij bieden”, De vele mogelijkheden van Johan de Witt; Alle Hens december 2006, pag. 22-23
25. Wijnandts, B., ‘Ongeëvenaard gebruiksgemak’, Laatste proeftocht LPD 2 test operationele aspect; Alle Hens december 2007/ januari 2008, pag. 4-7
26. Meest geavanceerde commandoplatform; Alle Hens november 2009, pag. 33
27. Wijnandts, B., ‘Ongeëvenaard gebruiksgemak’, Laatste proeftocht LPD 2 test operationele aspect; Alle Hens december 2007/ januari 2008, pag. 4-7
28. Variant – Lightweight 2D short to medium-range surveillance radar, thalesgroup.com, geraadpleegd 15 juli 2013
29. Hr.Ms. Johan de Witt, Kennis en ervaring delen in Afrika, Hr.Ms. Johan de Witt combineert oefening met praktisch nut; Alle Hens december 2009/ januari 2010, pag. 4-7
30. Voorbereiding Emerald Move in volle gang; Alle Hens november 2010, pag. 34
31. Nederlands marineschip in haven Sint Petersburg, Defensie.nl, 26 september 2009; geraadpleegd 18 maart 2014
32. Rusland wil Nederlandse marineschepen, NRC, 2 september 2009; geraadpleegd 18 maart 2014




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nederlandse marineschepen
Belgische marineschepen
Marineschepen wereldwijd

Gerelateerde artikelen
JSS Karel Doorman
Zr.Ms. Rotterdam
Blue Ridge klasse
Albion klasse

JWIT bij Somalië
Zweedse film vanaf de JWIT
JWIT leidt oefening
Amfibisch is de trend