Vervanger Walrusklasse onderzeeboten


Laatst aangepast: 17-06-2016

De Vervanger Walrusklasse, bestaat uit nieuwe onderzeeboten voor de Koninklijke Marine die vanaf 2025 de huidige Walrusklasse onderzeeboten opvolgen, mits zij daadwerkelijk door de Nederlandse regering worden besteld. Het project bevindt zich nog in de beginfase.
De onderzeeboten zullen dieselelektrische onderzeeboten worden, mogelijk met als aanvulling luchtonafhankelijke voortstuwing.

Ga direct naar kosten
Ga direct naar specificaties (onderaan deze pagina).

Kockums
Digitaal model van een Zweedse A26 onderzeeboot van Kockums. Noorwegen, gesprekspartner van Nederland, heeft ook bij de Zweden om informatie gevraagd over nieuwe onderzeeboten. De A26 is veel te klein voor Nederland en zal dus geen optie zijn, maar Saab heeft ook een grotere variant voorbereid. (Bron: Kockums)

De vier dieselelektrische onderzeeboten van de Walrusklasse bereiken rond 2025 het einde van de levensduur. Deze zullen dan niet meer inzetbaar zijn. De boten moeten vervangen worden of de Onderzeedienst wordt opgeheven.



Begin van het project
Met het afstoten van de P-3C Orion maritieme patrouillevliegtuigen en zes van de acht M-fregatten, werd de rol van de onderzeeboten op gebied van onderzeebootbestrijding groter dan zij al was. Dat onderschreef de Marinestudie 2005, waarin tevens het belang van de onderzeeŽrs op gebied van het vergaren van inlichtingen werd aangehaald. De auteurs van de Marinestudie pleitten daarom voor instandhouding van de bestaande Walrusklasse onderzeeboten. Het levensverlengend onderhoud wordt nu daadwerkelijk uitgevoerd en daarmee wordt de levensduur van de Walrusklasse met 10 jaar verlengd tot 2025.

De marine bracht vervanging van de onderzeeboten wel eerder onder de aandacht, maar de onderzeeŽrs werden vooral genoemd als het ging om mogelijke bezuinigingen. Zelfs in september 2013 dacht Elsevier dat de marine voorlopig geen nieuwe onderzeeboten zou mogen aanschaffen.1

Maar begin 2013 en in mei 2013 had minister Hennis intentieverklaringen getekend met respectievelijk Noorwegen en Duitsland over nieuwe onderzeeboten.2

In de Beleidsbrief van juni 2013, die de ministers Hennis (Defensie) en Dijsselbloem (FinanciŽn) naar de Tweede Kamer stuurden, kwam het eerste signaal naar buiten over mogelijke nieuwe onderzeeboten. Over de toekomst van Defensie schreven de ministers: "Voor het Commando Zeestrijdkrachten is de Marinestudie uit 2005 nog steeds actueel en de richting waarin CZSK zich ontwikkelt blijft op hoofdlijnen dan ook ongewijzigd." 3

Tijdens de commando-overdracht van de Onderzeedienst op 18 oktober 2013 werd echter voor het eerst openlijk over nieuwe onderzeeboten gesproken. Scheidend Groepsoudste Onderzeedienst KTZ Marc Elsensohn zei: "Er worden bedragen gereserveerd en internationaal wordt al met elkaar gesproken over mogelijke samenwerking." Een dag eerder had toenmalig Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Borsboom al via Twitter bekend gemaakt in gesprek te zijn geweest met Noorwegen over de Future Submarine Co-Operation.

Op 6 november 2013 had de vaste commissie voor Defensie een overleg met Minister Hennis-Plasschaert van Defensie, Minister Dijsselbloem van FinanciŽn en Minister Kamp van Economische Zaken over de Nota toekomst van de krijgsmacht. Ook de vervanger van de Walrusklasse kwam aan bod. Tijdens dit overleg diende Tweede Kamerlid Raymond Knops (CDA) een motie in waarin hij Hennis verzocht om met een visie te komen op de Onderzeedienst. Hennis zegde die toe voor de eerste helft van 2015.4

Bijna een jaar later, op 3 november 2014, had opnieuw een vergadering plaats met de vaste Kamercommisie waar de nieuwe onderzeeboten in aan bod kwamen. Tweede Kamerlid Ronald Vuijk (VVD) vroeg minister Hennis naar haar plannen omtrent de verwerving van de nieuwe onderzeeboten. Hennis antwoordde dat zij met een visie zou komen, maar dat zij wel nieuwe onderzeeboten wil aanschaffen. Hennis zei in gesprek te zijn met andere landen, maar ze voegde daar aan toe dat de uitkomst af zou hangen van 'investeringsbeslissingen' die die landen moeten nemen. 'Het is een nichecapaciteit die we moeten koesteren', lichtte ze haar standpunt toe.

Hennis herhaalde haar uitspraken later in een interview met de NOS.

Op 11 juni 2015 zond Hennis de toekomstvisie van de Onderzeedienst naar de Tweede Kamer.

Op 16 maart 2016 ging het politieke traject van de vervanging Walrusklasse van start middels een hoorzitting/ rondetafelgesprek in Tweede Kamer. Op 17 juni 2016 verzond Hennis de A-brief.

Eerste (deels) buitenlandse nieuwbouw
Van de 64 onderzeeboten (inclusief de huidige) die Nederland ooit in dienst heeft gehad sinds 1906, zijn alle nieuwgebouwde boten in Vlissingen of Rotterdam gebouwd. De 7 boten die Nederland na de Tweede Wereldoorlog gebruikte waren oorspronkelijk voor de Britse of Amerikaanse marine gebouwd.

De "nieuwe onderzeeboten 2025" zullen de eerste Nederlandse onderzeeboten zijn die deels door een buitenlandse scheepswerf of volledig door een buitenlandse werf worden gebouwd.



Lees ook: Hoe Nederland belangrijke onderzeebootbouwkennis verloor



Planning
De uitspraak van minister van Defensie Jeanine Hennis was vooral opvallend omdat deze heel duidelijk was. Inhoudelijk week deze niet af van de koers die de afgelopen jaren was ingezet. Bovendien is de eerste echte mijlpaal haar visiedocument op der onderzeeboten en daarna de "Behoeftestelling".

Sinds halverwege de jaren '80 worden grote materieelsprojecten van Defensie namelijk aangelopen volgens het Defensie Materieels Proces (DMP). Dit proces kent vijf fasen, die zijn onderverdeeld in DMP-A t/m DMP-E. Tijdens iedere fase wordt de Tweede Kamer uitgebreid geÔnformeerd en moet toestemming geven om het project te kunnen vervolgen.

Het DMP-A document is de behoeftestelling die wordt verstuurd aan de Tweede Kamer. Dit zal voor de opvolgers van de Walrusklasse in april 2016 gebeuren. Hier staat o.a. in beschreven wat de behoeften zijn, de afbreukrisico's, relevante ontwikkelingen en budget. Deze A-brief vormt het einde van de A-fase en verscheen op 17 juni 2016. In de jaren daarna (tot medio 2018, volgens de planning van 17-06-2016) volgt eerst DMP-B: de technische eisen komen aan bod maar ook de marktverkenning, alternatieven en levensduurkosten. Aan het einde van de C-fase wordt een keuze gemaakt en soms zelfs een contract geplaatst voor het ontwikkelingstraject. In de D-fase wordt het contract gesloten en de E-fase is de evaluatiefase na afloop.

Voor de nieuwe onderzeeboten wordt in 2016 de verwervingsstrategie bepaald en de rest van het DMP-proces loopt tot na 2025.

Kosten
In de Nota in het belang van Nederland is voor de periode 2023-2027 2,5 miljard euro extra gereserveerd voor onderzeeboten.5 Dit zal het (voorlopige) budget zijn voor de nieuwe onderzeeboten. Pas in de DMP-B fase wordt over een definitief budget gesproken.

Volgens KTZ Hugo Ammerlaan, Groepsoudste Onderzeedienst, in een interview met Marineschepen.nl is het huidige geraamde budget te weinig om vier onderzeeboten te bouwen. Ook directeur van Damen Schelde Naval Shipbuilding Hein van Ameijden heeft dat gezegd tegen Marineschepen.nl, net als deskundigen van het Duitse TKMS.

Toch is nog weinig te zeggen over de kosten, omdat de stafeisen nog niet bekend zijn. Pas als die bekend zijn en middels het DMP-A document zijn verspreid kan de industrie zich er over buigen. Dan kunnen betrouwbare kostenramingen worden opgesteld. Tot die tijd zijn de bedragen van Defensie, de Onderzeedienst en de industrie niet meer dan schattingen.

Een veel gehoord bedrag is 4 miljard euro. Die schatting is van Ko Colijn, directeur van Clingendael, maar Colijn is zeker geen onderzeebootdeskundige. Op 4 maart 2016 zei hij in de Volkskrant rekening te houden met dat de onderzeeboten "minimaal een miljard per stuk" gaan kosten. Dit bedrag is sindsdien een eigen leven gaan leiden, zo werd op 14 maart in het radioprogramma WNL Haagse Lobby gesproken over "meerdere experts" die rekening houden met een prijs van 4 miljard. Terwijl Ko Colijn toch echt de enige was die dit bedrag noemde.

In een reactie op 15 maart 2016 zegt Colijn tegen Marineschepen.nl dat het bedrag van 4 miljard gebaseerd is op (groten)deels vertrouwelijke gesprekken met industrie en ambtenaren. Hij benadrukt dat het een schatting is van mogelijke kosten en dus niet de kale aanschafkosten.

Hoe dan ook heeft Colijn zijn schatting op geen enkele manier onderbouwd (overigens net als Defensie). En dat kan ook niet, want er bestaan geen prijslijsten van onderzeeboten.

Zowel de bedragen van Defensie als Colijn moeten met grote voorzichtigheid worden gebruikt.

Bouwer en internationale samenwerking
Waar de vervangers van de Walrusklasse gebouwd zullen worden is nog lang niet bekend. Zeker is wel dat sinds 1994 geen onderzeeboot meer in Nederland is gebouwd. De bouwer, Rotterdamsche Droogdokmaatschappij (RDM), is bovendien al jaren failliet en veel kennis is verloren gegaan. Toch is er veel kennis behouden en is in ieder geval Groepsoudste Onderzeedienst KTZ Ammerlaan ervan overtuigd dat de boten (grotendeels) in Nederland gebouwd moeten en niet in het buitenland van de plank gekocht moeten worden, zo zei hij tijdens een interview met Marineschepen.nl: "Het zou bovendien echt zonde zijn van het Nederlands industrieel potentieel als we een kruiwagen met belastinggeld leeggooien in het buitenland. Laten we ons belastinggeld in onze eigen industrie investeren en zorgen dat er goede onderzeeboten komen waar we met z'n allen iets aan hebben bijgedragen. En dat kunnen we, we moeten onszelf geen Calimero-gevoel aanpraten."

Nederland is voor de nieuwe onderzeeboten in gesprek met Noorwegen, dat nu zes kleinere onderzeeboten heeft van de Ulaklasse. Daarbij moet echter wel de kanttekening gemaakt worden dat Noorwegen zelf nooit onderzeeboten heeft gebouwd. Ook was Nederland in gesprek met Duitsland, maar die samenwerking vindt geen doorgang, zo bleek op 7 november 2014. De investeringsschema's van beide landen sloten niet op elkaar aan.

Er zijn niet veel andere marines waar Nederland mee kan samenwerken. Zweden heeft de -voor Nederland te kleine- A26 besteld en AustraliŽ zoekt weer een onderzeeboot die veel groter is.

Als het gaat om scheepsbouwers zijn er eigenlijk drie opties: het Franse DCNS, het Duitse TKMS en de Zweeds-Nederlandse combinatie Saab-Damen. Overigens betekent de samenwerking tussen Saab en Damen op voorhand niet dat als DCNS of TKMS wordt gekozen, geen onderzeeboten in Vlissingen worden gebouwd.

Tijdens de onderwaterbeurs UDT in Rotterdam werd bekend dat zowel DCNS als TKMS zich voorbereiden op een aanbesteding voor Nederlandse onderzeeboten.

Geen van de drie partijen heeft een kant-en-klaar ontwerp dat aansluit op de (verwachte) wensen van marine. Dat is een voordeel omdat Nederland met DMO, maar ook met Nevesbu en Damen zelf veel willen ontwerpen. Toch is onduidelijk hoeveel vrijheid er is, omdat het er op lijkt dat de drie bouwers op bepaalde punten vast willen houden aan keuzes in hun eerdere ontwerpen.

Saab a26
Een model van de A26 onderzeeboot van Saab Kockums. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

De ontwerpen van Saab, DCNS en TKMS
In november 2014 stond Saab Kockums AB met een model van de A26 onderzeeboot op de tentoonstelling van de NIDV. Dit model was speciaal met een Zweedse delegatie naar Rotterdam overgevlogen. Saab hoopt namelijk op een Nederlandse order voor nieuwe onderzeeboten. Eťn van de Zweedse delegatieleden beaamde dat het bedrijf in gesprek is met Nederland ťn Noorwegen over de mogelijkheden voor onderzeebootbouw.

Saab Kockums zal een onderzeeboot voorstellen die gebaseerd is op de A26, maar voldoet aan de Nederlandse en Noorse eisen. Een belangrijke aanpassing heeft betrekking op de grootte van de boot, want de A26 voldoet met 1900 ton waterverplaatsing niet. Hierdoor zal de boot een grotere diameter moeten krijgen en een grotere lengte. Daarnaast zal de aangepaste A26 een groter deel met luchtonafhankelijke voortstuwing (AIP) hebben. Een kenmerk dat beide modellen volgens de Saab Kockums hebben, is verbeterde stealth: de boten die Saab heeft ontworpen zouden nog stiller zijn en nog moeilijker te ontdekken zijn dan de bestaande subs.

Zweden stelde een grotere versie van de A26 ook aan AustraliŽ voor als vervanger van de Collinsklasse, maar viel als eerste van de kandidaten af.

DCNS en TKMS zijn zich aan het voorbereiden, maar hebben nog geen concrete richting. TKMS is van de drie die het minst heeft laten zien, DCNS heeft op 5 juni 2015 gedachtenspinsels gepresenteerd met de naam Extended Oceanic SSK. Dit ontwerp moet het gat opvullen tussen de conventionele Scorpene 2000 en de veel grotere nucleaire Barracuda.

DCNS
De Shortfin Barracuda werd door het Franse DCNS aan AustraliŽ voorgesteld. (Bron: DCNS)



Taken vervangers Walrusklasse
Over de taken van de nieuwe onderzeeboten is nog niets officieels naar buiten gebracht, maar die zullen hetzelfde zijn als voor de Walrusklasse. Zij zullen dus inlichtingen moeten verzamelen, speciale eenheden moeten afzetten, bovenwaterschepen en onderzeeboten moeten kunnen uitschakelen.

Wensen Onderzeedienst
Voor het DMP-A document dat in 2016 verschijnt, worden de eisen die de marine stelt aan de nieuwe onderzeeboten opgesteld. Dit zijn de zogenaamde stafeisen. Vooruitlopend daarop somde Groepsoudste Onderzeedienst KTZ Hugo Ammerlaan de wensen op die hij had, tijdens een interview medio 2014 met Marineschepen.nl: (Zie hier voor het hele artikel.)
- In grote lijnen dezelfde romp als de Walrusklasse;
- technisch op het niveau van 2025;
- even stil als andere onderzeeboten in 2025;
- voldoende ruimte voor special forces met hun uitrusting;
- meer ruimte voor opstappers;
- luchtonafhankelijke voortstuwing (naast diesels);
- een middel/ wapen om ook een waarschuwing mee te geven (kan met torpedo's uiteraard niet);
- wapen tegen helikopters;
- missile tegen andere schepen en doelen op de kust (Ammerlaan doelde niet op een wapen als Tomahawk);
- boven- en onderwaterdrones;
- internetverbinding boven ťn onder water;
- een echte kombuis en geen ruimtevoeding of alleen magnetrons;
- techniek moet compatible zijn met bovenwaterschepen;
- geschikt voor mannen en vrouwen.

Dat de nieuwe onderzeeboten geschikt moeten zijn voor een gemengde bemanning herhaalde Ammerlaan op 11 mei 2015 nog eens. Lees hier een uitgebreid overzicht van de discussie in Nederland en welke landen nog meer met een gemengde bemanning varen.

Saab a26
Een UUV, of drone, verlaat een A26 onderzeeboot. (Bron: Saab)

Drones
De taken van een bemande onderzeeboot in de complexe onderwaterwereld, kunnen nog lang niet worden overgenomen door onbemande vaartuigen (AUV of UUV), in de volksmond 'drones' genoemd. Dat heeft te maken met dat onderwatercommunicatie alleen nog met (glasvezel)kabels mogelijk is. Maar heeft ook te maken met de grootte van de drones als ook speciale eenheden van het Korps Mariniers mee moeten en zij meerdere heavyweight torpedo's (6 meter, 1600 kg) moeten kunnen opslaan en lanceren.

Gelet op de snelle ontwikkeling op gebied van drones, staat wel vast dat toekomstige onderzeeboten met drones zullen gaan werken. Eigenlijk doen ze dat al, want de draadgeleide torpedo is ook een soort drone.

De verwachting is ook dat de nieuwe Nederlandse onderzeeboten, aan het begin of ergens in hun bestaan, de beschikking zullen krijgen over onderwater drones ťn vliegende drones. De nieuwe drones zullen in eerste instantie worden gebruikt om informatie te vergaren, maar kunnen in een later stadium ook speciale eenheden helpen of kleine wapens lanceren.

De drones zullen vanuit de boegbuiskamer uit torpedobuizen (of vergelijkbaar, maar dan groter) kunnen worden gelanceerd. In 2013 werd in de Verenigde Staten al een vliegende drone voor onderzeeboten gepresenteerd.

XFC UAS
De XFC UAS is een licht en klein onbemand vliegtuigje dat door onderzeeboten gelanceerd kan worden. De vleugels klappen pas uit zodra het gelanceerd is. (Foto: NRL)

Batterijen
Lang werd gedacht dat ook nieuwe Nederlandse onderzeeboten voorzien zouden worden van luchtonafhankelijke voortstuwing. Maar de ontwikkelingen op gebied van de lithium-ion batterijen gaan zo snel dat toekomstige onderzeeboten mogelijk geen AIP zullen krijgen. Het nadeel van AIP is namelijk dat het systeem veel ruimte in beslag neemt en over het algemeen niet een eenvoudig bij te tanken is.

Op dit moment worden traditionele zink-accu's gebruikt voor onderzeeboten (eventueel naast AIP). Deze zijn erg zwaar en de capaciteit is beperkt vergeleken met de lithium-ion, die we allemaal kennen als batterij van onze mobiele telefoons en laptops.

Lithium-ion kent echter als risico dat de batterij kan exploderen bij oververhitting. Onderzeebootontwerpers hebben deze nieuwe batterij mede daarom lang niet durven gebruiken op onderzeeboten. Daar is in Japan verandering in gekomen. Japan gebruikte het luchtonafhankelijke systeem van Saab Kockums, maar verruilt het Zweedse systeem tot grote verrassing van velen voor lithium-ion. Op welke manier Japanse ingenieurs is gelukt om die batterijen geschikt te maken voor onderzeeboten is niet bekend, maar veel landen zijn geÔnteresseerd. Inclusief Nederland.

Aantal onderzeeboten
In de jaren '90 ging de marine terug van zes naar vier onderzeeboten. Volgens de Onderzeedienst is dit het absolute minimum om onderzeeboten goed te kunnen onderhouden, (nieuw) personeel op te leiden en te trainen, missies te kunnen doen en onderzeeboten aan internationale oefeningen deel te kunnen laten nemen.

De Onderzeedienst streeft daarom ook nu weer naar vier onderzeeboten.



Specificaties
Naamsein Naam In dienst
? ? na 2025
? ? ?
? ? ?
? ? ?
Afmetingen 65 - 70 meter
Max. waterverplaatsing Ongeveer 3.000 ton
Max. snelheid ?
Bemanning 50 of minder
Voortstuwing Dieselelektrisch mogelijk met luchtonafhankelijke voortstuwing (AIP)
Wapensystemen Onder andere torpedo's
Sensoren Radar
Optronische masten
Sonars
Drones (varende en vliegende)



Noten
1. Vrijssen, E., PvdA staakte voor zomerreces verzet tegen Joint Strike Fighter, Elsevier, 5 september 2013
2. Verslag van een notaoverleg over Kamerstuk 33 763, Toekomst van de krijgsmacht, van 6 november 2013, gepubliceerd op 21 januari 2014
3. Beleidsbrief Defensie, Kamerstuk 32 733, nr 133, 25 juni 2013
4. Verslag van een notaoverleg over Kamerstuk 33 763, Toekomst van de krijgsmacht, van 6 november 2013, gepubliceerd op 21 januari 2014
5. In het belang van Nederland, bijlage B, pagina 36, 2 oktober 2013




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nederlandse marineschepen
Belgische marineschepen
Marineschepen wereldwijd

Gerelateerde artikelen
A-brief
Interview met ontwerper
Kosten Onderzeedienst
Walrusklasse
Ulaklasse

Interesse Duitsland en Frankrijk
Zweedse subs voor NL?
Geen nieuwe subs met Duitsers
Onderzeedienst: nieuwe subs
Onderzeedienst kijkt vooruit