Tromp klasse/ Geleide-wapenfregatten (Nederland)


Laatst aangepast: 20-05-2014

De GW-fregatten, Hr.Ms. Tromp (F801) en Hr.Ms. De Ruyter (F806), voeren van 1975 tot 2001 als vlaggenschepen van de Koninklijke Marine over de wereldzeeŽn. Dankzij de grote kenmerkende bol voor de 3D radar, waren het opvallende verschijningen.

De Trompklasse fregatten vormden de kern van een escortegroep en hadden de faciliteiten voor de commandant van het eskader en zijn staf. Hun belangrijkste taak bestond uit de bescherming van de escortegroep tegen vijandelijke luchtdoelen op middellange afstand.1 Andere taken waren de verdediging tegen oppervlakteschepen, onderzeebootbestrijding en kustbombardementen. Het fungeren als stafschip (op zee en tijdens een havenbezoek) behoorde natuurlijk ook tot een belangrijke taak.

GW-fregat
Hr.Ms. De Ruyter (F806). (foto: CAVDKM) De GW's waren de opvolgers van de kruisers Hr.Ms. De Zeven ProvinciŽn en Hr.Ms. De Ruyter. De GW-fregatten werden vervolgens opgevolgd door de Luchtverdedigings- en Commandofregatten.

Beide schepen zijn na uitdienststelling gesloopt. Alleen het brughuis en de radarbol van de De Ruyter is bewaard gebleven en maakt nu deel uit van het Marinemuseum.





De omgeving verandert
De kern van de Nederlandse oppervlaktevloot bestond halverwege de jaren '60 uit twaalf onderzeebootjagers, twee enorme kruisers van de Zeven ProvinciŽnklasse (187,5 meter, 926 bemanningsleden) en het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman. De belangrijkste bewapening bestond uit kanons, radars speelden een belangrijke rol maar stonden nog aan het begin van de ontwikkeling, de grote schepen voeren op stoom en er waren nauwelijks computers aan boord.
De zes fregatten van de Van Speijk klasse waren nog in aanbouw, en ondanks dat zij al heel wat nieuwe verbeteringen kenden, was het materieel van de Koninklijke Marine niet meer van die tijd.

Technologische ontwikkelingen en veranderingen in de maatschappij raakten in een stroomversnelling. Deze hadden een behoorlijke impact op de Koninklijke Marine, die het duidelijkst terug te zien is in de GW-fregatten.2 Deze schepen waren zo revolutionair omdat het kon en omdat het moest.

wervingsadvertentie
Printadvertentie. De GW-fregatten waren veelgevraagde hoofdrolspelers voor commercials en advertenties. Zelfs het logo van de marine bestond jarenlang uit het silhouet van een GW-fregat. Hier wordt de voortschrijdende techniek weergegeven van de luchtwaarschuwingsradar uit 1940 (links), de radar uit 1950 van de Van Speijk klasse fregatten en geheel rechts de kenmerkende 3D radar van de GW's. (Personeelsvoorziening Koninklijke Marine, vermoedelijk eind jaren '70, begin jaren '80)

Het moest omdat de dreiging veranderde van oppervlakte schepen en vliegtuigen die bestreden konden worden met kanons, naar raketten. Vooral bij de Sovjetmarine gingen de ontwikkelingen rond anti-scheepsraketten snel. De Nederlandse radars, de organisatie aan boord en de apparatuur werden te langzaam en foutgevoelig voor het aanstormende rakettentijdperk. In 1967 bleek dat deze dreiding niet werd onderschat toen een Israelisch marineschip (INS Eilat) werd beschoten met 4 Styx raketten van Russische makelij. De Eilat was kansloos; het had wel radars maar verder alleen kanons en ging brandend ten onder na 3 voltreffers.
Daarnaast stegen de personeelskosten sterk. De lonen van ambtenaren werden in die jaren opgeschroefd en zo werd een reis van bijvoorbeeld een kruiser met 1.000 bemanningsleden wel erg duur.
Ook verschoof het accent van missies bij de koloniŽn in de Oost, naar de Atlantische Oceaan waar in NAVO-verband de Koude Oorlog werd "uitgevochten" tegen de Sovjet-Unie. Het varen in die moderne internationale vlootverbanden betekende hoge eisen aan de voortstuwing: deze moest betrouwbaar zijn en tegelijkertijd het schip gedurende lange tijd van constante en voldoende snelheid kunnen voorzien.

De technologische ontwikkelingen leverden dus nieuwe dreigingen op, maar tegelijkertijd boden ze ook nieuwe kansen. De Koninklijke Marine greep deze kansen met beide handen aan.

Twee GW-fregatten
Het kwam niet vaak voor, maar het gebeurde wel: de beide GW's naast elkaar. (foto: CAVDKM)

Kansen worden verzilverd
Al sinds 1957 waren de Koninklijke Marine en Holland Signaal Apparaten (HSA, nu Thales) met een driedimensionale radar en een automatisch gevechtsinformatiesysteem bezig.3 Destijds konden luchtwaarschuwingsradars wel afstand en richting meten, maar niet de hoogte. Om te bepalen hoe hoog een vliegtuig of raket vloog, moest een speciale radar worden ingezet (die de andere twee dimensies niet kende). Van ťťn commandocentrale was nog geen sprake. Zo had men op een kruiser vier intensief bezette centrales: de radarcentrale, de commandocentrale, de gevechtscentrale en de wapendirectiecentrale. 4 In die centrales werkten veel mensen, want de contacten (boven en onder water) moesten worden geplot: positie, snelheid, koers, vaart, hoogte van schepen en vliegtuigen werden met de hand bijgehouden.
Met dit project moest dus een luchtwaarschuwingsradar worden ontwikkeld die zowel hoogte, peiling, afstand en elevatie moest kunnen meten, doelen kunnen volgen, en op een betere manier informatie worden verwerkt en weergegeven. Voor het eerst kon gewerkt worden met systemen, in plaats van met losstaande apparatuur.5 Alleen op deze manier kon een schip moderne vliegtuigen en raketten de baas blijven.

Ook rond de voortstuwing stond de techniek niet stil. Vůůr de komst van de GW's werden alle grote marineschepen met stoom voortgestuwd. Hiermee kon je hard varen, maar de voortstuwing was niet flexibel; een vertrek koste vele uren stoomklaar maken. Daarnaast waren de machines erg arbeidsintentsief, automatisering was beperkt mogelijk en voortdurend waren er mensen vereist die werkten aan de voortstuwing. Omdat de stoomturbines zo goed als uitontwikkeld waren, zocht de KM naar alternatieven. In de luchtvaart bleek de gasturbine steeds beter te werken en beloofde ook veel goeds voor schepen.
De gasturbine kreeg de voorkeur. Bovendien waren gasturbines lichter, kleiner (voordelen voor brandstof en actieradius), sneller gereed, minder kwetsbaar, minder arbeidsintensief (10 man minder machinekamerpersoneel), schoner, stiller en de manouvreerbaarheid van schip zou worden verbeterd.6

Fregat 1966
De eerste kennismaking met de nieuwe vlaggenschepen: Fregat 1966. Een schets van de Koninklijke Marine van het fregat dat 9 jaar later pas in dienst zou zijn (oorspronkelijke planning: 1973). De schets komt op het eerste gezicht op heel veel punten overeen met het uiteindelijke design, maar in dit ontwerp ontbreekt een hangar, is de mast nog niet in de definitieve vorm, zijn de schoortstenen nog niet op hun uiteindelijke plaats gezet en heeft de opbouw achter de brug nog niet de kenmerkende lijnen. (Bron: Alle Hens december 1966)

Ontwerp van een nieuwe generatie
In 1964 werden de plannen voor twee (later vier) torpedobootjagers met luchtverdediging als specialisatie openbaar gemaakt. Zij maakten deel uit van een vloot met onder andere nucleaire onderzeeboten. 7 Er bleek geen geld voor deze grootse plannen, maar fregatten met stevige luchtverdedigingscapaciteit zouden er komen. De schepen zouden worden voorzien van een Brits raketsysteem tegen luchtdoelen en de 3D radar, beide nog in ontwikkeling.

De 3D radar was al even in ontwikkeling bij HSA, maar ook in het buitenland was men daarmee bezig. De Britten wilden een dergelijke radar voor hun vliegkampschepen en de Type 82 fregatten, Duitsland had interesse evenals Frankrijk. De marine zag wel wat in samenwerking met de Britten en kwam met de Royal Navy overeen dat de 3D radar plus software gezamenlijk in Engeland werd ontwikkeld en in Hengelo bij HSA werd gebouwd. De Nederlandse schepen zouden dan het Britse Seadart raketsysteem krijgen.
Tot een succesvolle samenwerking is het echter nooit gekomen. De Britten schrapten hun vliegkampschepen en Sea Dart bleek niet te voldoen aan de eisen van de KM. De Royal Navy trok zich terug uit de samenwerking en Nederland ging zelf verder met de 3D radar.

De Directie Materieel Koninklijke Marine (DMKM) was ondertussen al aan het ontwerpen. In 1966 waren de ontwerpen reeds dertig tot veertig keer aangepast, verbeterd en vernieuwd. De ontwerpen werden onderzocht en getest bij diverse onderzoeksinstellingen waaronder TNO en het Nederlands Scheepsmodel Bassin (nu MARIN) te Wageningen. Het resultaat was het eerste door de Koninklijke Marine ontworpen fregat sinds de Tweede Wereldoorlog, genaamd Fregat '66, dat vanaf 1973 in dienst zou komen.

De GW-fregatten betekenden een nieuwe start voor de marine en Nederlandse industrie. Voortstuwing gebaseerd op gasturbines, de grote rol voor boordhelikopters en centrale functie van software in combinatie met elektronische apparatuur, werd geÔntroduceerd aan boord van de GW's, en zijn sindsdien vaste onderdelen bij het ontwerpen van fregatten. 8

De nieuw ontworpen schepen kenden geen bepantserde dekken en scheepshuid meer. Zij waren schepen uit het rakettentijdperk, waarin de vijand op zo groot mogelijke afstand gehouden moet worden. De verdediging was actief geworden. De GW-fregatten kregen bovendien een nieuwe rol. Zij vervingen de kruisers weliswaar en hadden als taak om een vlootverband te beschermen, maar ook om als vlaggenschip te dienen. In de nieuwe vloot, zonder vliegkampschip kregen de nieuwe schepen ook een leidinggevende rol toebedeeld. Het GWF werd dan ook ontworpen als stafschip.

Uiteraard werd het ontwerp van de GW's op papier gezet. Maar om zeker te zijn van dit nieuwe ontwerp en om de puntjes op de i te zetten, werd samen met het Instituut voor Zintuig Fysiologie een houten Technische Centrale en houten Commando Centrale gebouwd in Soesterberg. Hier werd simulatie-apparatuur aan gekoppeld en werd marinepersoneel gevraagd om er mee te werken. In het begin was men nogal sceptisch over deze vroege vorm van serious gaming, want "iedereen in zijn achterhoofd wel besefte dat tijdens de training gemaakte fouten geen brokken tot gevolg zouden hebben." 9 Deze scepsis verdween echter razendsnel.

Bouw
In december 1970 koos de Koninklijke Marine officieel de scheepswerf. De Koninklijke Maatschappij de Schelde kwam als winnaar uit de bus. De competitie met Verolme was al ruim tevoren bekeken. De marine wilde de nieuwe schepen bij de ervaren Vlissingse marinewerf laten bouwen, maar de regels verplichtten de zeemacht tot een aanbesteding. Verolme werd dus wel om een prijsopgave gevraagd, en daar bleef het ook bij. Het verweer van de staatssecretaris tegen deze schijncompetitie was tevergeefs. De marine bleef bij het standpunt dat de risico's bij de Schelde kleiner waren en wilde zo'n nieuw ontwerp niet gunnen aan een relatief onervaren scheepswerf als Verolme.

Voordat de bouw van de schepen van start ging had de marine al extra bezuinigd op het ontwerp, omdat de kosten snel boven het maximum uitstegen. Daarbij werd bezuinigd op het kanon, radioapparatuur, sonar, de beeldkasten in de commandocentrale en de systeemengineering. Toch bleken de kosten van de schepen tijdens de bouw hoger te worden dan gepland. De totale kosten kwamen uit op 556,8 miljoen gulden voor twee schepen. 10

Het eerste GWF werd op 2 juni 1973 tewater gelaten, daarna volgde nummer twee op 9 maart 1974.
De proefvaarten verliepen voorspoedig en de schepen werden op 3 oktober 1975 en 3 juni 1976 in dienst gesteld. Al snel daarna openbaarden zich echter problemen die gedurende het totale bestaan van de twee schepen bleven terugkomen. Het grootste probleem werd veroorzaakt door het gebruik van aluminium als constructiemateriaal voor de dekhuizen. De combinatie van stalen romp en aluminium dekhuis was op z'n minst geen succes te noemen en werd daarna nooit meer door de KM op die manier toegepast. Ook het gewicht van het zware 12cm kanon, de 3D radar en de hangar zorgden voor enorme krachten. Gevolg was dat de GW's bekend stonden om het scheuren. Door deze scheuren kwam zeewater naar binnen of kon men "gewoon" van binnen naar buiten kijken. Met enige regelmaat moest dit gerepareerd worden. Ook de kenmerkende bollen op het brughuis, de radomes waren niet onaantastbaar. Deze waren niet altijd opgewassen tegen weersinvloeden of gevechtsvliegtuigen die er te dicht langs vlogen.

Los van bovenstaande mankementen kan zondermeer gesteld worden dat de GW-fregatten internationaal op het hoogste niveau konden meespelen. Zeker op SEWACO-gebied, dwz sensoren wapens en commandosystemen, deden ze in hun beginjaren voor weinig schepen onder.

wervingsadvertentie
Printadvertentie die in de jaren '90 in vele bladen stond om jongeren te werven voor de marine. Twee iconen die niet meer bestaan: de GW-fregatten en de Twin Towers in New York. (Personeelsvoorziening Koninklijke Marine, BvH/ De PersoneelZaak)

Hoe een grote bemanning klein kan lijken
Het was de ontwerpers gelukt om de bemanning flink te reduceren vergeleken met eerdere schepen: de vaste bemanning bestond uit circa 270 personen en de schepen waren 138 meter lang. Op de Van Speijk klasse fregatten (113 meter) werkten 256 personen en op de 187 meter lange kruisers 925 man.

CoŲrdinator "aanloop nieuwe schepen", kapitein ter zee Lohmeijer, schreef in de Alle Hens van juni 1977 dat zij een schip moesten bemannen dat in vrijwel elk opzicht tweemaal zo groot zou zijn als een 'Van Speijk' klasse fregat, met een bemanning die nauwelijks groter was. Bovendien zouden er zelfs minder matrozen op de GW's werken dan op de kleinere Van Speijk's. Dat in combinatie met het grote aantal nieuwe systemen aan boord, was een geheel nieuwe scheepsorganisatie onvermijdelijk.
In de jaren '60 was het aantal dienstvakken binnen de KM uitgegroeid tot een onoverzichtelijke wirwar. Met de komst van de GW's werd schoon schip gemaakt en werd de bemanning voor het eerst ingedeeld in de tot op heden bekende dienstgroepen (Operationele Dienst, Logistieke Dienst, etc). Dat was een unicum. Voor veel mensen was het even wennen, maar de overzichtelijkheid die slechts vier dienstgroepen bracht was een enorme winst.

Een kleinere bemanning had ook andere gevolgen. Zo waren de GW's de eerste schepen met het moderne cafetaria-systeem en dus zonder "zeuntjes". Lohmeijer: "Het cafetaria werd uitsluitend gerund met hofmeesters omdat de krappe bezetting aan [matrozen] van andere dienstvakken het gebruik van zeuntjes (behalve bij reewacht buiten werktijd) niet toeliet. Dit is zeer goed bevallen bij alle betrokken partijen, behalve dat het aantal hofmeesters hiertoe niet helemaal toereikend was." 11

cafetaria GW-fregat
Het Cafetaria, ofwel het verblijf van de matrozen waar zij eten en ontspannen. Ook de korporaals eten in het Caf, maar zij hebben een eigen verblijf ter ontspanning (het Korporaalsverblijf). (foto: CAVDKM)

Alhoewel in die tijd vaak werd gesproken over een kleine bemanning, is een de bemanning van 270 tot 306 man tegenwoordig gigantisch te noemen. Het voordeel van zo'n grote bemanning is dat er meer gezamenlijke activiteiten te organiseren zijn. In zijn verslag over de eerste jaren van de Tromp vertelt Lohmeijer ook wat over de vrijetijds besteding: "In het algemeen heerste er gedurende de proeftochten en de garantievaart binnen de boordgemeenschap een vrij levendige activiteit. Er werd een scheepskrant uitgegeven. Elke avond op zee en ook 's ochtends van 06.30 - 07.30 verzorgden disc jockeys een licht radioprogramma van redelijk niveau. Elke avond op zee werd via de interne scheepstelevisie persnieuws, scheepsnieuws en vaak een kort voorlichtend programma gepresenteerd. Er waren de nodige scheepsbingo's en 'horserace' avonden, waarvan vooral de laatste populair waren."

"Dankzij een (...) net constructie over het vliegdek konden daar op weekends op zee volleybal of voetvolley competities worden gespeeld. Hiervoor bestond in het algemeen grote belangstelling. Zo'n competitie, waarbij soms meer dan 100 man waren betrokken, nam een hele zondag in beslag."

Tot slot zegt KTZ Lohmeijer iets over hoe de bemanning omging met automatisering, afstandbediening en zeer moderne systemen: "Behalve over de goede kwaliteiten van het schip hebben we ons gedurende de proeftochten kunnen verbazen over de grote mate van vanzelfsprekendheid, waarmee de bemanning zich van het schip meester maakte en er mee om ging alsof het de gewoonste zaak van de wereld was; daarbij er blijk van gevend kinderen van hun tijd te zijn." 12

Nieuwe haven
Prachtige zomermiddag in de Nieuwe Haven te Den Helder: Hr.Ms. Jacob van Heemskerck en Hr.Ms. De Ruyter. Aan de vlag aan de zwarte mast van De Ruyter is te zien dat de eskadercommandant in de rang van commandeur aan boord is (Koninkrijksvlag met 1 ster). (foto: CAVDKM)

Voortstuwing en techniek
Reductie van de bemanning was een belangrijk punt in het ontwerp van de GW's. De gasturbines, verstelbare schroeven en dieselgeneratoren waren nieuwe onderdelen die zich uitstekend leenden voor afstandbediening en automatisering, en dus waren hier minder mensen voor nodig. Die nieuwe apparatuur moest wel bewaakt en bediend worden vanuit een nieuwe ruimte: de Technische Centrale (TC). Een primeur binnen de KM.
De TC moest niet alleen dienen als centrum voor technische installaties, maar ook als centrum tijdens bestrijding van brand, averij en andere problemen.
Ook de inhoud van de TC was op vele punten nieuw. De ouderwetse telegraaf ("het gaspedaal" van het schip) in de vorm van een handel, werd vervangen door drukknoppen. Uiteraard was dit nieuwe drukknoptelegraafsysteem (DTS) ook te vinden op de brug en stonden de panelen met elkaar in verbinding.
Om de apparatuur door het hele schip heen te kunnen controleren en bedienen. Werden in de TC voor het eerst indicatie/ waarschuwingslampjes in plaats van wijzerinstrumenten toegepast.13 Deze vierkante, kleurige, verlichte drukknoppen doen nu vooral denken aan een retro-aflevering van Transformers of Inspector Gadget, maar waren destijds hypermodern.
Voor het technisch personeel van de marine, dat gewend was om de hele dag tussen de machines te werken, was de TC een enorme verandering. Niet iedereen vond het een verbetering voor de werkdag, de wacht in de TC werd vaak als saai ervaren.

De voortstuwing van de GW-fregatten bestond uit vier gasturbines; deze combinatie werd ook wel Combined Gas or Gas (COGOG) genoemd. De Rolls Royce Olympus gasturbines zorgden voor de hoofdvaart (30 knopen) en de Rolls Royce Tyne gasturbines namen de kruisvaart voor hun rekening (18 knopen). De GW's kondigden hiermee -na 100 jaar- het einde van "stoom" binnen de KM aan (al zou de laatste stoomboot, Hr.Ms. Poolster pas in 1994 vertrekken). De twee Olympus stonden in de voormachinekamer, de Tynes in de achtermachinekamer.14

Dat die automatisering succesvol was verlopen kwam in 1983 nog in de Alle Hens aan bod: "De toegepaste automatiseringstechnologie aan boord van de GW- en S-fregatten voldoet in hoge mate aan de gestelde eisen en behoort thans nog tot de modernste aan boord van oorlogsschepen."15

commandocentrale
De voorbatterij van de commandocentrale GW-fregat. Hier zaten de operators. Daarachter zaten de Commando Centrale Officier, de commandant, etc. Foto: CAVDKM.

Commandocentrale
In de Alle Hens van februari 1974 verscheen een fraai artikel over deze nieuwe ruimte: "Recht onder de brug, enkele dekken lager, ligt het commandocentrale complex." Deze centrale, waar de informatie van de sensoren op beeldschermen worden getoond en de wapens kunnen worden afgevuurd, lag diep in het schip. Zo goed afgeschermd door de erboven gelegen dekken, dat hij tijdens varen door een nucleair fall-out gebied gebruikt kan worden als commandoschuilplaats, terwijl het werk gewoon door kan gaan.

"Een nadeel is de lange afstand tot de brug, waarmee te allen tijde een goed contact moet worden onderhouden. Als op de GW-fregatten dan ook de commandant of een ander met spoed op de brug geroepen wordt, zal het enige tijd en de nodige adem kosten, voordat die afstand via de trappen is afgelegd."

Computers en beeldschermen staan centraal in de commandocentrale. Het moeizame en relatief langzame plotwerk van oudere schepen, werd op de GW-fregatten overgenomen door de computer, die dat sneller en nauwkeuriger kon.
8 verticale beeldkasten staan in een lange rij opgesteld tegen de voorwand van de commandocentrale. Op het ronde beeldscherm konden de gebruikers het gewone radarbeeld zichtbaar maken, zoals de enorme 3D radar en de WM-25 vuurleidingsradar dat produceren. Om op zijn beeldscherm iets aan te wijzen aan de computer en om de computer opdrachten te kunnen geven, kon men gebruik maken van een "rolbal" en van een tweetal toetsenborden.

De auteur beschreef in zijn artikel over die nieuwe centrales ook een ander "wonder", want de operators stonden met elkaar in verbinding via headsets: "Dat alles maakt het mogelijk, dat operators met elkaar kunnen samenwerken zonder van hun stoel op te staan en zonder met stemverheffing te moeten spreken. Daardoor zal de rust en stilte in de commandocentrale misschien eindelijk een feit worden."

Hij vervolgt de omschrijving: "Naast de 8 verticale systeem-beeldkasten, was er behoefte aan een horizontale beeldkast waaromheen een aantal personen, b.v. de commandant en zijn adviseurs, een plaats zou kunnen vinden. Hieruit ontstond de Hera tafel. Op dit extra grote scherm zijn dezelfde gegevens zichtbaar te maken als op een verticale beeldkast, maar er is nu ruimte voor meerdere mensen, die gelijktijdig hetzelfde beeld kunnen bekijken. Een 'afschrift' van de Hera is te zien in de stafruimte, waar een ingescheepte eskader-commandant een idee kan krijgen van wat er gaande is."

In de commandocentrale werkten maximaal 20 man. 16



DAISY
Het automatisch gevechtsinformatiesysteem waar de marine en Holland Signaal Apparaten sinds 1957 aan werkten, werd in de vorm van DAISY (Digitaal Automatisch Informatieverwerkend SYsteem) aan boord van de GW's geplaatst. Daarmee waren deze schepen -ja weer- uniek. DAISY groeide uit tot een succesvolle familie die decennia (in nieuwe vorm) aan boord van vele schepen en onderzeeboten draaiden.
Zoals al eerder gemeld, wilde de KM bij de ontwikkeling van de 3D radar en de software graag samenwerken met de Britse marine. De Britten hadden namelijk al software ontwikkeld en de Nederlandse marine had geen enkele ervaring en geen afdeling om dit zelf te kunnen. Maar de Amerikaanse software NTDS als de Britse ADA software bleken niet aan te sluiten op de GW's en de 3D-radar. De KM zag zich genoodzaakt om zelf verder te gaan en zette een eigen programmeerafdeling op. In 1967 werd Centrum voor Automatisering van Systemen (CAS) opgericht, het huidige CAMS/ Force Vision. 17

commandocentrale GW-fregat
De commandocentrale van een GW-fregat. Deze centrales waren donker, zodat de oranje radarbeeldschermen goed te zien waren. (foto: CAVDKM)

Het DAISY-datahandlingsysteem werd samen met HSA ontwikkeld. De belangrijkste taak was om de (voor die tijd) immense hoeveelheid data die via de sensoren binnenkwam, real time te verwerken en te presenteren op beeldkasten. Aan de andere kant moet de gebruiker via het systeem de sensoren kunnen aansturen en informatie op kunnen slaan.

De computers aan boord van de GW's waren zeker in de begintijd enorm: vier manshoge kasten. Maar niet erg slim. In die tijd verwerkten computers zo'n 40.000 instructies per seconde18, een telefoon als de iPhone 4 (uit 2010) verwerkt 2 miljard instructies per seconde.

Haast futuristisch is de "deel" mogelijkheid van de Link. De informatie op de beeldschermen kon dankzij een speciaal apparaat (de Link 13) worden gedeeld met andere marineschepen. Met een soort share-button die we nu van internet kennen, maar dan op zee dus. Contacten op de beeldschermen van de Tromp konden dus gedeeld worden met andere schepen, zonder dat de andere schepen die contacten zelf op hun eigen radar zagen. Draadloos delen van informatie in de jaren '70! Heel modern.

Sensoren
De 3D-radar was de opvallendste en belangrijkste sensor. Dit systeem bestond uit twee parabolische reflectoren, een multi-element zoekradar, twee "phased array" doelvolgingsradars, en een IFF (identification friend or foe) systeem, alle opgesloten in een grote kunststof bol. 19

3D radar
De 3D radar zelf, zonder bol. Let op het "mannetje": deze radar was groot! (foto: CAVDKM)

Deze 3D-radar en vooral de bol, gaven de fregatten hun kenmerkende uiterlijk. Toen de F801 voor het eerst Den Helder binnenvoer op 15 oktober 1975 was de bijnaam "Kojak" al wijdverspreid: "Niet onopgemerkt was gebleken dat het schip door zijn 3D-radar verdacht veel lijkt op een TV-detective, die zich privť graag en vaak met vrouwelijk schoon omringt. Een dergelijk lot was ook onze Kojak beschoren en vier Helderse schonen boden de hele bemanning een model-lolly aan. De havenmeester overhandigde de commandant van de Tromp een poster-groot portret van onze kale vriend om er diens kajuit met op te sieren."20

kojak
De "bijnaamgever" Telly Savalas als Kojak in de gelijknamige tv-serie met bijbehorende lolly. Deze politieserie werd uitgezonden van 1973 t/m 1978.

Zodra de 3D-radar op grote afstand een doel ontdekte, werd die info doorgegeven aan de Raytheon AN/SPG-51C (twee schotels achterop) radars. Deze straalden het doel aan voor de Standard Missile-1 raketten tegen luchtdoelen. De Holland Signaal WM-25 (het eitje achter het kanon) deed dat voor de NATO Sea Sparrow raketten en het 120mm kanon.

Bij een laag inkomende raket, speelde ook de Decca Transar's een rol. Contacten op deze radar werden doorgegeven an de WM-25 radar. Hierna een HSA micromin computer voor doelvolgen, baanvoorspelling en wapenaansturing binnen 6 seconden een raket kon wegsturen. Met het systeem konden tegelijkertijd een lucht- en twee zeedoelen bijgehouden worden. Voor zelfverdediging waren verder apparatuur voor elektronische oorlogsvoering en SRBOC (chaff) aan boord.21

Voor het opsporen van onderzeeboten hadden de GW-fregatten een CWE 610 langeafstand actieve en passieve sonar aan boord. Uiteraard was echter de Lynx heli de belangrijkste sensor bij de onderzeebootbestrijding.

SM-1
De Standard Missile-1 in de lanceerinrichting. De andere 39 raketten staan onder de "arm" en worden via het luikje onder de raket volledig automatisch naar boven getild. In het midden van de foto zijn twee schotels te zien. Dat zijn de AN/ SPG-51C radars die het doelaanstralen zodat de SM-1 weet waar hij heen moet. (foto: CAVDKM)

Wapensystemen
Het belangrijkste wapen aan boord was de Tartar en later de Standard Missile-1 (SM-1). Het bereik van SM-1 bedroeg ca. 35 kilometer en de schepen hadden er 40 aan boord.
Tegen luchtdoelen op kortere afstand hadden de Tromp en de De Ruyter achter het kanon de Mk 29 lanceerinstallatie staan. Hier zaten 8 raketten in. Zodra raketten verschoten waren, moesten nieuwe raketten handmatig in de de canisters worden gedaan en aangesloten. Het bereik van de NATO Sea Sparrow raket bedroeg 19 kilometer.22

NSS
Een NATO Sea Sparrow wordt gelanceerd. Voor de NSS staat de Bofors geschutskoepel. (foto: CAVDKM)

Op de bak stonden de 120mm M1950, ofwel de 120mm Bofors. Het wapen was van Zweedse makelij en stamde uit 1950. Destijds was het het meest geavanceerde en complexe kanonsysteem ter wereld. De geschutskoepel bevatte twee kanons. De M1950 was gestabiliseerd, te bedienen vanuit de commandocentrale en de vuurleiding ging via radar, maar er zat ook een cabine in (uitstulping met raampjes), zodat handmatig met het kanon worden gevuurd.
Alleen HE munitie kon worden gebruikt voor deze kanons en de gezamenlijke vuursnelheid lag op 42 schoten per minuut. De granaten werden dan 19 km ver geslingerd. Vergeleken met andere kanons uit die tijd had dit wapen een hoge vuursnelheid, goed bereik en was het nauwkeurig. De M1950 was echter erg zwaar en duur.23
Het kanon werd geselecteerd door de marine voor de onderzeebootjagers van de Holland- en later ook voor de Frieslandklasse. In verband met bezuinigingen werd echter voor de GW's geen nieuw kanon gekozen, maar een bestaand kanon. De twee geschutskoepels werden van Hr.Ms. Gelderland gehaald (Holland klasse), en aan boord van de GW's gezet. Tot de uitdienststelling waren de 120mm kanons de zwaarste kanons binnen de Nederlandse marine.

Tegen onderzeeboten beschikten de twee fregatten over torpedo's. Deze moesten vanaf een draaibare installatie aan dek, gelanceerd worden.

Torpedo
Een torpedo wordt gelanceerd uit de draaibare opstelling. De Goalkeeper op de hangar aan stuurboordzijde ontbreekt; deze was toen nog niet geÔnstalleerd. (foto: CAVDKM)

Actieve dienst
Toen de Tromp in dienst werd gesteld in om 11.30 uur op 3 oktober 1975 brak een nieuw tijdperk aan. Vetpotloden werden rolbal, stoomturbines werden gasturbines, staan werd zitten. DAISY, Harpoon, DTS en "knoppenbonken" waren nieuw; plotfilteren, afvlakken, roetblazen en "aan de wielen" waren geschiedenis.
Beide schepen hebben enorme afstanden afgelegd en honderden havens aangedaan. De periode 1975-2001 lag voor een belangrijk deel in de Koude Oorlog en een groot deel van de tijd waren de schepen hier dan ook mee bezig. Na de eerste buitenlandse haven van de Tromp (Wilhelmshaven, eind november 1975) volgt de FOST en al vanaf 15 februari 1976 was het eerste Geleide Wapen fregat operationeel.24

Daarna voeren de schepen onder andere naar AustraliŽ, Rusland, Singapore, Canada, de Nederlandse Antillen, BraziliŽ en Noorwegen. Het grootste deel van de tijd waren de schepen echter op de Noordzee, Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Vaak als vlaggenschip van een (internationaal) vlootverband. Toen de Golfoorlog uitbrak in 1990 en marineschepen steeds vaker werden ingezet voor ernstmissies in een instabieler wordende wereld, waren de GW's alweer zo'n 15 jaar oud. De jongere L en S-fregatten werden naar de Golf gestuurd en de GW-fregatten bleven in Europese wateren.

Halverwege jaren '90 werd Hr.Ms. De Ruyter ingezet tijdens Operation Sharp Guard, waar het als onderdeel van Standing Naval Forces Mediterranean (STANAVFORMED) voor de kust van voormalig JoegoslaviŽ het embargo moest handhaven. 25

sabel
Z.K.H. Prins Willem-Alexander krijgt een speciale sabel. (foto: CAVDKM)

In 1986 had Hr.Ms. Tromp een bekend bemanningslid aan boord. Z.K.H. Prins Willem-Alexander werd aan boord van de Tromp in 1986 beŽdigd tot luitenant ter zee der derde klasse en kreeg een sabel van de Tromp overhandigd, met het verzoek om deze bij bijzondere gelegenheden te dragen. Voor STANAVFORLANT '86 vertrok het schip richting Noord-Amerika en Europa. Tijdens die reis kreeg het voor het eerst brand aan boord. De brand in de achtermachinekamer werd snel geblust.

Een andere mijlpaal in de geschiedenis van beide schepen was de uitdienststelling. Na het laatste havenbezoek in Southampton (Tromp, in 1999) en Londen (De Ruyter, in 2001) wachtte de sloop. De schepen die zo opvielen met het 3D-radars werden vervangen door een nieuwe serie zeer moderne schepen met 3D-radars: de Luchtverdedigings- en Commandofregatten van de De ZevenprovinciŽnklasse.

logo werving
De twee GW's werden veel gebruikt voor de werving. Het wervingslogo van de marine was vele jaren het silhouet van een GW op de achtergrond van een oranje radarbeeld. Deze werd dan veelal geflankeerd (van omstreeks 1990 tot 2001) door de slogan: "De marine helemaal zo gek nog niet" (Personeelsvoorziening Koninklijke Marine, BvH/ De PersoneelZaak)

Foto en film


De vloot waar deze twee fregatten in de jaren '90 leiding aan gaven, is uitstekend neergezet in deze mooie voorlichtingsfilm door het CAVDKM.


Kort stukje van een commandocentrale a/b een GW-fregat. Fragment uit de marinefilm "Een taak voor vrede" door CAVDKM.

eskader
Een serie uitstekende fregatten: Standaard fregatten van de Kortenaerklasse, gevolgd door een Geleide Wapen fregat van de Tromp klasse. Foto: CAVDKM.


Naamsein Naam In dienst Uit dienst
F801 Tromp 1975 1999
F806 De Ruyter 1976 2001
Afmetingen 138 x 14,8 x 4,6
Max. waterverplaatsing 4500 ton
Max. snelheid 27 knopen
Bemanning 306 (incl. staf)
Voortstuwing COGOG: 2x Rolls Royce Olympus gasturbine (50.000 ASPK)
2x Rolls Royce Tyne gasturbine (8.000 ASPK)
Wapensystemen 1x dubbelloops Bofors 120 mm kanon
Tartar/ Standard Missile tegen luchtdoelen op middellange afstand
NATO Sea Sparrow tegen luchtdoelen
8x McDonnell Douglas Harpoon SSM
Goalkeeper 30 mm snelvuurkanon (vanaf jaren '80)
2x 20mm Oerlikon mitrailleurs
Honeywell Mk 46 Mod 5 torpedo's
Sensoren Holland Signaal 3D radar
WM-25 vuurleidingsradar
2x Raytheon AN/SPG-51C vuurleidingsradar
CWE-610 actieve/ passieve sonar
Ramses stoorzender
RPZO (Radar peil, zoek ontvanger) ESM
SRBOC ESM
Nixie ESM
Helikopters 1 x Westland SH.14B Lynx helikopter


Noten
1.Ministerie van Defensie/ Baas en van Haastrecht BV, Info Koninklijke Marine, Den Haag/ Rotterdam, september 1986
2. Nooteboom S.G., Deugdelijke schepen, Marinescheepsbouw 1945-1995; Europese Bibliotheek (Zaltbommel, 2001)
3. Nooteboom S.G., Deugdelijke schepen, Marinescheepsbouw 1945-1995; Europese Bibliotheek (Zaltbommel, 2001)
4. W. Haasdijk Automatisering van operationele systemen, een wapentechnisch feit of een technisch wapenfeit? Marineblad december 1988, pag 526 e.v.
5. W. Haasdijk Automatisering van operationele systemen, een wapentechnisch feit of een technisch wapenfeit? Marineblad december 1988, pag 526 e.v.
6. Nooteboom S.G., Deugdelijke schepen, Marinescheepsbouw 1945-1995; Europese Bibliotheek (Zaltbommel, 2001)
7. Nooteboom S.G., Deugdelijke schepen, Marinescheepsbouw 1945-1995; Europese Bibliotheek (Zaltbommel, 2001)
8. Oosterhout, van A.W.G., De Precaire Autonomie van de Nederlandse Marinescheepsbouw, augustus 2001
9. Technische Centrale op GW-fregat; Alle Hens, december 1973, pp 8-9
10. Nooteboom S.G., Deugdelijke schepen, Marinescheepsbouw 1945-1995; Europese Bibliotheek (Zaltbommel, 2001)
11. Ervaringen met het personeel en de organisatie aan boord van het GWF/ Hr. Ms. "Tromp" gedurende de proeftocht en de garantievaart in 1975 en 1976; Alle Hens, juni 1977, pp 35 e.v.
12. Ervaringen met het personeel en de organisatie aan boord van het GWF/ Hr. Ms. "Tromp" gedurende de proeftocht en de garantievaart in 1975 en 1976; Alle Hens, juni 1977, pp 35 e.v.
13. Technische Centrale op GW-fregat; Alle Hens, december 1973, pp 8-9
14. Nooteboom S.G., Deugdelijke schepen, Marinescheepsbouw 1945-1995; Europese Bibliotheek (Zaltbommel, 2001)
15. Platformautomatisering aan boord van schepen van de Koninklijke marine; Alle Hens, februari 1983, pp 59
16. Nooteboom S.G., Deugdelijke schepen, Marinescheepsbouw 1945-1995; Europese Bibliotheek (Zaltbommel, 2001)
16. De commandocentrale van de GW fregatten; Alle Hens, februari 1974, pp 4 e.v.
17. Nooteboom S.G., Deugdelijke schepen, Marinescheepsbouw 1945-1995; Europese Bibliotheek (Zaltbommel, 2001)
18. Oosterhout, van A.W.G., De Precaire Autonomie van de Nederlandse Marinescheepsbouw, augustus 2001
19. Hr.Ms. Tromp -Kojak- in Den Helder; Marinenieuws 5e jaargang nr. 92, 24 oktober 1973, pp 1
20. Oosterhout, van A.W.G., De Precaire Autonomie van de Nederlandse Marinescheepsbouw, augustus 2001
21. Vuur! Marinebewapening 1900-2000 Door Koninklijke Marine, rijksoverheid.nl
22. weaponsystems.net, geraadpleegd op 20 april 2012
23. E.J. Horstman, et al, 21 jaar Hr.Ms. Tromp, uitgegeven door Hr.Ms. Tromp, oktober 1996
24. vredesmissies.nl, geraadpleegd op 20 april 2012




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nederlandse marineschepen
Belgische marineschepen
Marineschepen wereldwijd

Gerelateerde artikelen
Commandocentrale
Kruisers 1953
LCF'en
S-fregatten
L-fregatten