10 juni 1968: de eerste lange Koude Oorlog-patrouille van de Onderzeedienst


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 10-06-2020 | Laatst aangepast: 11-06-2020


Iets na 18:00 uur op maandag 10 juni 1968 verlieten de onderzeeboten Hr.Ms. Potvis en Hr.Ms. Dolfijn de marinehaven van Den Helder voor wat later een historische reis zou blijken. Geen oefening, maar een patrouille; een inlichtingenoperatie in het hoge noorden om informatie te vergaren over de Sovjetmarine.

Potvis
Hr.Ms. Potvis. (Foto: NIMH/ Koninklijke Marine)

"Ik heb één vraag aan jou", zegt Marten de Haan, oud-hofmeester van de Potvis, "wat was dat geluid precies?" Het is februari 2017 en voor een interview voor het boek 'In het diepste geheim' heb ik met Marten afgesproken in het Marinemuseum in Den Helder. Als de patrouille van 1968 ter sprake komt, begint Marten direct over het geluid dat hem al bijna 50 jaar bij staat. "WWWHHHHONNNNNNNNNNNNNNNNNNN en toen zakte hij weer af. En dat is díe reis geweest." Hoewel het gebeurde op misschien decimeters van het bed waar hij op dat moment lag, na al die jaren heeft hij niet meer dan een vermoeden van wat de oorzaak was. Aan niemand kon hij het vragen. De operatie van Hr.Ms. Potvis was geheim. Is geheim.



Het vertrek van de twee driecilinder-onderzeeboten in juni 1968 was het startpunt van een reeks geheime onderzeebootoperaties van Nederlandse onderzeeboten. Natuurlijk, tijdens de gehele Tweede Wereldoorlog had de Onderzeedienst gevochten tegen de Duitse, Italiaanse en Japanse marine. En in de jaren daarna werden onderzeeboten ingezet in wateren rond Nieuw-Guinea, ook werden zo nu en dan Sovjetschepen verkend door Nederlandse subs. Maar de lange patrouilles, het intensieve informatie vergaren begon op 10 juni 1968.

In de periode 1968 - 1991 voerde de Nederlandse Onderzeedienst ruim 60 van deze geheime operaties uit. De meest interessante zijn -voor het eerst- uitgebreid beschreven in het boek 'In het diepste geheim'.

Natuurlijk is ook de eerste patrouille beschreven, maar slechts kort. In dit artikel, wordt iets langer stilgestaan bij die patrouille van de Potvis en de Dolfijn aan de hand van eerdere interviews gehouden met oud-bemanningsleden en informatie uit de scheepsjournalen van deze onderzeeboten. De scheepsjournalen zijn sinds 1993 openbaar. Toch is ook deze operatie officieel nog geheim, zo bleek uit antwoorden van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in 2017 tijdens een WOB-verzoek van Marineschepen.nl.


'In het diepste geheim' kwam in juni 2017 uit. Inmiddels zijn meer dan 10.000 exemplaren van het boek verkocht. In 2018 volgde de onderzeebootthriller 'Orka'. Beide boeken zijn te koop via de boekhandel en via de webshop.

10 juni 1968
Dat er geschiedenis werd geschreven, dat wisten hooguit enkelen. Officieel waren het oefeningen. Genaamd Warm Water. Bestemming: Den Helder, een maand op zee en geen havens. Dát de onderzeeboten naar zee zouden gaan werd, zo melden de scheepsjournalen, pas op de donderdag ervoor bekend gemaakt.

Het was een zonnige dag die maandag. 17 graden en een zwakke wind. De Dolfijn en Potvis lagen afgemeerd bij het Onderzeedienstgebouw aan Het Nieuwe Diep in Den Helder (het gebouw naast Buitenveld). De commandant van de Dolfijn en Potvis (jaargenoten LTZ1 Eric van Swaaij en LTZ1 Carl Brainich von Brainich Felth) hadden de afgelopen maanden al oefeningen gedaan met hun bemanningen ter voorbereiding op deze reis.

Desondanks waren er voor vertrek nog de laatste controles. 1400 Torpedoalarm, controleren te bezetten posten en aanvalsmiddelen, vermeldt het journaal. Een paar uur later kwam Commandant Onderzeedienst KTZ Herman Starink aan boord en werd het 'schip' gereed gemaakt voor vertrek naar zee. Om 1804 uur maakte de Potvis zich los en tien minuten later volgde de Dolfijn.

Van Swaaij
Eric van Swaaij, commandant Dolfijn. "Als je wat wilde weten over onderzeeboten, moest je Van Swaaij hebben. En door hem ben ik eigenlijk bij de Onderzeedienst gebleven", zei Nico Buis. (Foto: NIMH/ Koninklijke Marine)

Brainich
VADM Carl Brainich von Brainich Felth (eerder commandant Potvis) in 1989. Marten de Haan over zijn oud-commandant: "Een man die door zijn uitstraling, zijn sociale bewogenheid de bemanning wist te motiveren. Aan hem heb ik heel goede herinneringen over gehouden." Brainich von Brainich Felth is inmiddels ver in de 80. Hij wilde helaas niet geïnterviewd worden voor 'In het diepste geheim'. (Foto: NIMH/ Koninklijke Marine)

Tussen Noorwegen en IJsland
De twee onderzeeboten koersten samen naar het noorden. Eerst boven water, een groot deel van de Noordzee is te ondiep voor veilige onderwatervaart, en daarna ten westen van Bergen (Noorwegen) gingen de boten onder water.

Het doel van de reis was, naast ongetwijfeld bekend raken met deze nieuwe opdracht, het verzamelen van marineschepen van de Sovjet-Unie in de wateren tussen IJsland en Noorwegen. De verwachting was immers dat bij een grootschalig conflict de Sovjetvloot via deze route zou proberen uit te breken naar de Atlantische Oceaan om konvooien tussen de VS en Europa te onderscheppen.

Maar de Noord-Atlantische Oceaan en de noorderlijker gelegen Noorse zee zijn groot, schepen zijn klein. Dus het was vooral een proef in wachten en het zoeken van vermaak. Aan boord van de Potvis bijvoorbeeld met het nodige leesvoer. In 2016, vlak voor zijn dood, interviewde ik VADM b.d. Nico Buis over zijn tijd bij de Onderzeedienst. Buis: "Stripverhalen werden er ingeslagen. We hadden Kuifjes gekocht. Mijn toenmalige commandant was Brainich von Brainich Felth en die stond helemaal… 'Wat ís dit?! Dit is een stupiditeit! Dit zijn mijn officieren, die lezen Kuifje!' Dat vond ie verschrikkelijk."



Behalve twee latere Bevelhebbers der Zeestrijdkrachten (Brainich en Buis), was er ook een officier aan boord van de Potvis die later commandant Onderzeedienst zou worden, Driekus Heij. Ook Heij beaamt dat die eerste reis niet bepaald spectaculair was. Het was ook "kijken hoe het uithoudingsvermogen is van je bemanning" zei hij later. "Later heb ik als oudste officier met de Tonijn vier of vijf weken liggen wachten op een onderzeeboot die langs zou komen. En uiteindelijk hadden we hem. Dat is de grootste kunst onder water: hoe hou je je bemanning optimaal in conditie? Vooral dat ze geestelijk fit achter dat ding zitten. En dan vier weken lang. Dat is heel, heel lang." En als het moment daar is, moet men aan de slag.

Potvis
Hr.Ms. Potvis (foto) en Dolfijn waren onderzeeboten van de Dolfijn- en Potvisklasse en werden driecilinders genoemd. De boten waren ontworpen door Nevesbu en gebouwd in Rotterdam door Wilton-Fijenoord en RDM. (Foto: NIMH/ Koninklijke Marine)

Oceanografen
Voor de Dolfijn is het geen heel memorabele patrouille geworden, voor de Potvis was dat iets anders. De onderzeeboten arriveerden op 15 juni in hun patrouillegebied en gingen aan de slag.

In de nacht van 15 op 16 juni ging de Potvis kort naar de oppervlakte om de periscoopglazen schoon te maken, daarna werd met grote regelmaat de EOV-mast opgezet waarmee radarsignalen van schepen en vliegtuigen kunnen worden opgepikt. Nadat die ochtend de batterijen waren opgeladen was het weer muisstil aan boord. Geruisloze vaart en patrouillevaart meldt het scheepsjournaal van de Potvis.

Op de 16e, ongeveer 260 km ten oosten van de Noorse kust ter hoogte van Trondheim, was het raak. 16.53 Nemen russische opnemer "Dezhnev" waar, noteerde Driekus Heij in het scheepsjournaal. Het ging om een van de nieuwste oceanografische onderzoeksvaartuigen van de Sovjetmarine, een schip van de Nikolay Zubovklasse (Project 850) uit 1966. De 90 meter lange schepen van deze klasse hielden zich bezig met onderzoek naar de zee en de zeebodem, maar werden ook ingezet als inlichtingenschepen. In 1975 woonde een van deze schepen ongevraagd oefeningen bij van Amerikaanse onderzeeboten die tests uitvoerden met Trident (ballistische raket) en Harpoon. De schepen hebben behalve de nodige antennes ook sensoren onder water.

Precies een dag later volgde nog een detectie. Na weer een hele dag afwisselend de EOV-mast, periscoop, patrouillevaart en geruisloze vaart, besloot Brainich von Brainich Felth om redenen die niet in het scheepsjournaal vermeld staan, tot een voor onderzeeboten ongebruikelijke actie: 17.13 uur radar bij. Maken één sweep. Al is het maar één rondje (een sweep), detectie is mogelijk. Hoe dan ook, het droeg mogelijk bij aan de detectie van de tweede oceanograaf: 17.51 Nemen russische opnemer "Andrey Vilkitsky" [waar], noteerde Heij in het journaal.

Zubov
De Nikolay Zubovklasse waren oceanografische onderzoeksvaartuigen, maar werden ook voor allerlei inlichtingenwerk ingezet. (Foto: Britse luchtmacht)

'Je schrikt je te barsten'
Het moet tijdens een van deze ontmoetingen zijn gebeurd. De vraag is namelijk wat zo'n opnemer precies uitvoert en wat ie kan. Als het echt een onschuldig onderzoeksschip was geweest, was het niet in dienst geweest van de Sovjetmarine. Onderzeeboten zijn in staat om niet alleen schepen van dichtbij te volgen, maar ook de onderzijde te bekijken.

Nico Buis kon het zich in 2016 goed herinneren: "Er lag een Russische hydrograaf en wij zouden daar wel even onder gaan. Wij varen er onder en hoorden ineens een gigantisch lawaai." Zonder dat de bemanning van de Potvis het had gezien, hing er vanaf dat Sovjetschip een ketting in het water. "En die ketting schoof van voor naar achteren langs de scheepshuid. Nou we schrokken ons helemaal te barsten natuurlijk. Als dat tegen je duikroer komt ben je goed de neus."

Hofmeester Marten de Haan lag op dat moment op bed. Tijdens patrouillevaart mocht er geen eten bereid of geserveerd te worden. Op bed was je stil en verbruikte je het minste zuurstof. De Haan: "WWWHHHHONNNNNNNNNNNNNNNNNNN en toen zakte hij weer af. En dat is díe reis geweest. Dat maakte zo'n indruk op me. Ik lag in mn bedje in de brede zij. Automatisch, logisch, vraagt iedereen zich af: 'wat is dit?' En dan realiseer je je: de boot is smal van voren en smal van achter… Voor hetzelfde geld komt ie in de schroef te zitten. Dat is niet gebeurd, want men heeft een goede manoeuvre gemaakt. Maar dat is heb ik helder voor geest."

Buiten de commandocentrale werd niet gezegd wat het was. Een groot deel van de mannen aan boord werd niet verteld wat er was gebeurd. Toch had De Haan (49 jaar lang) een vermoeden dat het met Russische schepen te maken had. "Dat komt omdat je met officieren werkt, je vangt het nodige op natuurlijk. Maar daar praat je verder niet over. Als hofmeester is het een kwestie van 'horen, zien en zwijgen'. Dat wordt er van begin af aan ingepompt."

In februari 2017 kreeg De Haan de bevestiging dat inderdaad een ketting van een Sovjetschip langs de scheepshuid moest zijn geschraapt.

Op de sterren
Na dik twee weken afzonderlijk van elkaar in de Noorse Zee te hebben gevaren, was het moment voor de Potvis en Dolfijn daar om weer huiswaarts te gaan. Dat wilden zij gezamenlijk doen en werd een ontmoetingsplek afgesproken. Onder water.

Dan is er natuurlijk een kans op een aanvaring, maar daar was op te lossen door elkaar niet op dezelfde diepte te naderen. Juist het vinden van de andere onderzeeboot was nog lastiger. De boten waren namelijk wekenlang ver weg van de kust en vrijwel voortdurend onder water geweest (natuurlijk zonder GPS, dat zou pas in 1977 volgen), dus alles hing af van de precisie van de navigatie gedurende die afgelopen weken.



Driekus Heij: "We hadden geen GPS. Navigatie ging op de sterren. Bij de kust kon je Decca gebruiken, Loran C had je ook, maar dat was niet goed daar. Dus werkten we met stersbestek en gistbestek. Ik was navigatieofficier en dan was het heel spannend of we elkaar zouden vinden, dat weet ik nog wel."

Op 30 juni om 2100 uur zouden de twee elkaar ontmoeten, ze zouden elkaar dan oproepen via de onderwatertelefoon. De vraag was natuurlijk of ze om 2100 uur ook op de juiste locatie waren. Heij: "Die onderwatertelefoon heeft een bereik van laten we zeggen 5.000 yards [ongeveer 5 km]. De een zat in die laag en de ander in die laag. Van Swaaij en Brainich, jaargenoten, bedienden zelf de onderwatertelefoon. Precies op de goede tijd, op de juiste locatie. En dat is natuurlijk fantastisch als je dan na al die tijd onder water elkaar weer weet te vinden."

Na ruim een maand, op 11 juli 1968, keerden de onderzeeboten weer terug in Den Helder.

Wat deze patrouille precies heeft opgeleverd blijft geheim. Wel zouden na de eerste nog vele volgen. Veel van de meest succesvolle patrouilles werden overigens niet in de Noord-Atlantische Oceaan of de Noorse Zee gedaan. Later zouden de Middellandse Zee de thuiswateren worden van de Nederlandse Onderzeedienst.



comments powered by Disqus


Marineschepen.nl

Contact

Over deze site
Blijf op de hoogte via:

Twitter

Facebook

Instagram
Copyright

Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen

In het diepste geheim