Marineschepen.nl
 
   
 

Duitse onderzeebootbouwer: 'Wij bieden Nederland als enige een bestaand ontwerp'


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 08-03-2024 | Laatst aangepast: 08-03-2024


De aanbesteding voor onderzeeboten is aan de ene kant een internationale strijd om een miljardenorder, maar aan de andere kant de broodnodige vernieuwing van de Nederlandse Onderzeedienst. tkMS hoopt Nederland te kunnen verwelkomen in de familie van 212-onderzeeboten en biedt de Type 212CD E aan die, volgens tkMS, in 2031 kan worden opgeleverd.

Dit is een gesponsord artikel. Meer info onder aan deze pagina.

212CD E
Illustratie van de Type 212CD E. (Beeld: tkMS)

In 2029 moet de eerste Noorse Type 212CD-onderzeeboot in dienst worden gesteld. Van die boot, die straks 74 meter lang moet worden, met buitenluchtonafhankelijke voortstuwing, accommodatie voor ongeveer dertig personen en lithium-ionbatterijen, worden de eerste delen nu gebouwd.



Dat gebeurt aan de Kieler Fjord, dat begint in Kiel en uitmondt in de Oostzee, op het terrein van marinebouwer thyssenkrupp Marine Systems (tkMS). Vanaf het centrum van de stad, aan de andere kant van de fjord, zijn de nieuwe hallen van tkMS goed te zien. Maar wat er achter de grote grijze wanden schuilgaat, is normaliter voorbehouden aan medewerkers van tkMS die werken aan deze 212CD-onderzeeboten voor Noorwegen en Duitsland.

In september vorig jaar werd het eerste staal van deze boten gesneden. Tijdens een bezoek van Marineschepen.nl aan de scheepswerf eind februari was onder andere te zien dat onder andere de eerste ringen van de nieuwe onderzeeboten klaar waren. Het tempo ligt hoog: binnenkort moet de eerste van vijf secties in de hal staan.

'Bestaand ontwerp'
In deze nieuwe hallen kunnen ook de toekomstige boten voor Nederland worden gebouwd. Dan moet tkMS wel de concurrenten uit Frankrijk, die een onderzeeboot gebaseerd op de nucleaire Barracudaklasse, en Zweden, met een variant op de A26, verslaan.

"Waarin wij ons onderscheiden van de concurrentie", zegt Holger Isbrecht, programmamanager voor de Nederlandse onderzeebootaanbesteding bij tkMS, "is dat wij de enige zijn die een bestaand ontwerp aanbieden. Een bestaand ontwerp dat bovendien in productie is, waardoor er minder risico's zijn. Wij bieden geen volledig nieuw ontwerp aan. Je kan op de knop drukken en we beginnen morgen met bouwen."

De 212CD E die tkMS heeft voorgesteld is echter niet exact gelijk aan de 212CD voor Duitsland en Noorwegen, de boot die is ontworpen om te voldoen aan de eisen van de Nederlandse marine is groter, heeft meer ruimte voor wapens, heeft een groter bereik en een grotere bemanning om lange expeditionaire missies mogelijk te maken. "Maar", zegt Isbrecht, "we gebruiken dezelfde kernsystemen en -onderdelen als voor de 212CD. Dus dezelfde elektromotor, dezelfde brandstofcellen, etc. En de ontwikkeling van die componenten is afgerond. Delen die iets anders zijn, zoals de accommodatie, de brandstoftanks, hebben niet veel impact op het ontwerp."

"Begin je met een wit vel papier om een nieuw ontwerp te maken, dat ook moet voldoen aan de Nederlandse eisen, dan ben je jaren langer bezig", zegt Isbrecht. "Die tijd is er niet. De Nederlandse onderzeeboten worden ouder en er is dus veel tijdsdruk. Wij zijn de enige die echt kunnen bijdragen aan het voorkomen van een gat in de capaciteit."

"Want wat betreft de planning: we zijn altijd op tijd en blijven altijd binnen budget. Dat hebben we al laten zien en daar zijn wij dan ook erg trots op."

tkMS
De 212CD voor Noorwegen en Duitsland. (Beeld: tkMS)

Aansluiten bij Noorwegen en Duitsland
Noorwegen en Duitsland varen in het volgende decennium met dezelfde boten en, zo zegt Isbrecht, ook in hetzelfde gebied. "De focus ligt op de noordflank van de NAVO."

Tijdens een bezoek aan de marinebasis in EckenfŲrde, waar ook het trainingscentrum van de Duitse onderzeedienst is gevestigd, blijkt ook hoe dicht deze onderzeediensten tot elkaar zijn gekomen. Momenteel, zegt een Duitse onderzeebootofficier, gebruikt de Duitse marine de Noorse marinehaven bij Bergen als uitvalsbasis. Roulerend met andere Duitse onderzeeboten, opereert een 212A drie tot vier maanden lang vanuit Bergen.

Daar past Nederland, als het aan Isbrecht ligt, dus prima bij. "De operatiegebieden komen overeen. En Nederland kan aansluiten bij de gezamenlijke opleidingen, training en logistiek. Dat betekent in de praktijk dat als je op zee bent en problemen hebt met een motor, dat je dan ook naar Duitsland zou kunnen gaan en vragen of je onderdelen kan gebruiken. Opereer je in de Atlantische Oceaan, zou je naar Bergen kunnen varen voor een reparatie of om daar in onderhoud te gaan."

"En er zijn andere goede voorbeelden. ItaliŽ en Duitsland delen reserveonderdelen", zegt Isbrecht over de 212A-onderzeeboten die beide landen hebben. Ook Portugal, Griekenland en Turkije hebben onderzeeboten van tkMS. "Er zijn dan ook meerdere scheepswerven in de Middellandse Zee die onderzeeboten van ons kunnen onderhouden en repareren. Het geeft Nederland dus een echt goede en stabiele basis voor de vloot."

"Er is geen reden voor marines om individueel te opereren", gaat Isbrecht verder. "Zeker niet sinds de oorlog in OekraÔne. Sindsdien weten we hoe belangrijk standaardisatie en het hebben van standaardonderdelen is; de levertijden kunnen lang zijn en het delen met andere landen kan ervoor zorgen dat je de belangrijke onderdelen altijd voor handen hebt."

tkMS
Een van de nieuwe hallen waar straks de secties van de 212CD zullen komen te staan. In deze hal wordt nu tests gedaan met onder andere augmented reality. De bouw van de 212CD is papierloos. (Beeld: tkMS)

Onderhoud
Een belangrijk onderdeel van een samenwerking is onderhoud. "Wij zorgen ervoor dat Nederland het onderhoud geheel zelfstandig kan doen", zegt Isbrecht. "Het onderhoud maakt echter geen deel uit van het contract. Het onderhoudscontract wordt apart afgesloten. We hebben daar nog niets voor voorgesteld en er is ook niets afgesproken."

"Maar onze filosofie is om de bestaande capaciteiten in Den Helder te gebruiken en daar een maintenance valley op te richten. We weten hoe capabel de Nederlandse marine is en we willen graag samenwerken. Wat we kunnen toevoegen is kennis over AIP [buitenluchtonafhankelijke voortstuwing] en het Combat Management Systeem [CMS, de software in de centrale waarmee de sensoren en wapens bediend kunnen worden]."

"Een idee is bijvoorbeeld ondersteuning bij het onderhoud van het CMS. Ons idee is dat we echt integraal gaan samenwerken met Maritieme IT [software-afdeling van Defensie die het CMS voor de marine maakt]. We willen werken met open boeken: als er lessen zijn tijdens een missie of als er behoefte is aan aanpassingen van bestaande systemen, kunnen we dit samen doen."



Samenwerking met Nederlandse industrie
Behalve samenwerken met de marine, belooft tkMS ook samenwerking met Nederlandse bedrijven. Isbrecht: "We werken al met Nederlandse bedrijven. Wij maken heel vaak gebruik van de diensten van MARIN. Wij hebben goed samengewerkt met Nevesbu. Wij hebben goede contacten met Van Halteren, Heinen & Hopman, wij hebben samengewerkt met RH Marine. We beginnen dus niet vanaf nul."

Een intensieve samenwerking met Nederlandse bedrijven kan dan beloofd worden, maar valt dat te rijmen met het strakke tijdschema van Nederland en de garantie van tkMS dat snel geleverd kan worden? Want het betrekken van bedrijven die eerder niet in de keten van toeleveranciers van tkMS zaten, kost tijd.

Isbrecht: "Een belangrijk punt van een industriŽle samenwerking met Nederland is dat we dit over een langere periode willen doen. Een ander punt is dat we een breed perspectief hanteren als het gaat om samenwerking. We hebben bijvoorbeeld een sterke focus op bedrijven als Nedinsco, Nevesbu of Thales Nederland. Deze bedrijven zijn zeer belangrijke technologieleveranciers in Nederland. Door deze bedrijven te betrekken bij onze marineprogramma's, kunnen we in de komende jaren bijdragen aan het in stand houden van de Nederlandse maritieme industrie.

De ruimte om dus snel een onderzeeboot te bouwen met zoveel mogelijk bestaande toeleveranciers, is er omdat het ministerie van Economische Zaken niet eist dat de winnende werf Nederlandse bedrijven betrekt bij de onderzeeboten zelf. Een samenwerking met de defensie-industrie in den brede is voldoende.

"De industriŽle samenwerking zal dus vooral gebaseerd zijn op indirecte projecten", zegt Isbrecht, "en de integratie van de Nederlandse industrie in onze brede toeleveringsketen voor internationale projecten in onder meer BraziliŽ, Noorwegen, Egypte en Duitsland, evenals voor dochterondernemingen, zoals Atlas en Aguas Azuis."

Dit is een gesponsord artikel. Bij een gesponsord artikel kiest een opdrachtgever het onderwerp van het artikel. tkMS heeft Marineschepen.nl betaald om dit artikel te schrijven over dit onderwerp, maar tkMS had geen invloed op de journalistieke inhoud.



comments powered by Disqus




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:

Twitter

Facebook

Instagram

Copyright

Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen

'Met nieuw proces kunnen we bouw versnellen'