Hoe een machinist het leven redde van vele bemanningsleden van Hr.Ms. Tromp


Laatst aangepast: 05-05-2017

Op Bevrijdingsdag blikt ook Marineschepen.nl terug op de Tweede Wereldoorlog. Nu geen verhaal over een grote zeeslag, maar over een moedige actie van een majoor-machinist aan boord van de kruiser Hr.Ms. Tromp. Daarmee redde hij het leven van vele collega's.

Tromp
Kruiser Hr.Ms. Tromp in AustraliŽ in april 1938. Het schip werd later door de Britten voorzien van radar en (voorloper van) sonar. Het bleef na de Tweede Wereldoorlog nog tot in de jaren '50 in dienst. (Foto: Koninklijke Marine/ NIMH)

Pieter Steenaard werd op 5 maart 1906 geboren in Vlissingen en meldde zich op 18-jarige leeftijd als vrijwilliger bij de Koninklijke Marine. Na zijn opleiding in Den Helder voer Steenaard op verschillende marineschepen vanuit Nederland en Nederlands-IndiŽ als stoker-machinist. Pieter Steenaard maakte aan boord van de kruiser Hr.Ms. Tromp het nodige mee tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar verreweg het spannendste moment was ongetwijfeld de inslag van een Japanse granaat op het schip van Steenaard. Door razendsnel te handelen voorkwam hij een ramp. Steenaard ontving voor zijn daad de Bronzen Leeuw, ťťn van de hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheidingen.



Tromp onder Brits commando
Na de verloren Slag in de Javazee in 1942 waren zowel Nederland als Nederlands-IndiŽ bezet. Desondanks vocht de Koninklijke Marine door, al kon deze niet meer zelfstandig opereren en werden de Nederlandse eenheden toegevoegd aan internationale vloten onder vooral Brits gezag. De Nederlandse marinestaf bleef wel zeggenschap behouden over de dislocatie van de marine eenheden.

Hr.Ms. Tromp (Trompklasse) viel na de Slag in de Javazee eerst onder Amerikaans bevel en vervolgens maakte het deel uit van de British Eastern Fleet. Deze vloot bestond uit Britse, Australische, Nieuw-Zeelandse en Amerikaanse schepen en het slagschip Richelieu van de Vrije Fransen.

De 132 meter lange kruiser was gebouwd op de NSM-werf in Amsterdam en in 1938 in dienst gesteld. De Tromp had als voornaamste bewapening zes kanons van 15cm. De bemanning bestond uit 295 personen.

Op 22 juli 1944 verliet Hr.Ms. Tromp met de 38-jarige Steenaard aan boord de haven van Trincomalee, Sri Lanka (toen Ceylon genaamd). Het schip voer samen met twee Britse vliegdekschepen, vier slagschepen, vijf kruisers en tien torpedobootjagers oostwaarts richting voormalig-Nederlands IndiŽ. Het doel was om Japanse zee- en luchtstrijdkrachten op het eiland Sabang (net ten noorden van Atjeh) aan te vallen met vliegtuigen en de kanons van de schepen.

Vier schepen zouden zich afsplitsen van de hoofdmacht: de torpedobootjagers HMS Quilliam (de latere Hr.Ms. Banckert), de Quickmatch, Quality en Hr.Ms. Tromp. De vier moesten de baai binnenvaren en havenwerken onder vuur nemen.



Hoe zij het deden
In de Alle Hens van oktober 1949 verscheen een artikel over het heldhaftige optreden van majoor-machinist P. Steenaard. (Hij werd in het artikel Steenaards genoemd, maar uit andere documenten blijkt dat een foutje te zijn geweest.) Het verslag van de actie verscheen in de Alle Hens onder de titel 'Hoe zij het deden'. Hoewel de auteur "F. Sch." (hoofdredacteur F. Schaepman) het verhaal mogelijk hier en daar wat geromantiseerd had, geeft het wel een mooi beeld van de gebeurtenissen:

'Hr.Ms. Tromp voerde het zwaarste en meeste geschut en kreeg daarom de vrije hand om de belangrijkste zichtbare doelen onder vuur te nemen. Om zich geheel op deze opgave te kunnen concentreren voer Captain R.G. Onslow (...) aan boord van de Quilliam voorop om de volgschepen grotendeels van de navigatiezorgen te ontheffen.

Het is in de vroege ochtend van de 25e juli 1944. Er drijven grijzige wolken en het water, krachtig opgezweept door een stevige zuidwesten wind, slaat schuimend tegen de schepen van de East Indies Fleet, die op 22 juli Trincomalee hadden verlaten. Straf in de wind klappert de vlag van de Commander in Chief, die zich aan boord van de Queen Elisabeth bevindt. Voor de vloot varen in een halve cirkel 10 Britse en Australische torpedobootjagers van de R- en Q-klasse, die een antionderzeebootscherm vormen tot beveiliging van de machtige slagschepen, kruisers en de vliegdekschepen Illustrious en Victorious.

De onderzeebootverkenners zitten aandachtig uit te luisteren achter hun asdicapparaten. De radarmensen turen op telkens weerkerende groenige trillende figuren op het radarscherm. Maar alles blijft rustig, geen waarschuwende ping en geen lichtend groen stipje in het leven geroepen door naderende onderzeeboten of vliegtuigen. De Jap op Sabang is zich nog steeds niet bewust van de komende gebeurtenissen.

Eigenlijk is er maar een enkeling die precies weet wat er gaat gebeuren. De bemanning van de Tromp weet wel, dat er iets op komst is.
Wanneer ineens in volle zee een tanker langszij komt om de olietanks bij te vullen, wanneer dan bovendien nog Engelse zeeofficieren aan boord komen en kort daarna alle boekwerken in zakken verpakt van boord gaan, dan zijn dat ruim voldoende aanwijzingen voor een ophanden zijnde actie. Men maakt zich daar niet zenuwachtig over, wanneer het zover is, och dan merkt men dat wel en tijdens de actie heeft men toch niet de gelegenheid om er over te denken.

Het is 05.15, vaag gloort het vroege ochtendlicht over de zich voort ploegende vloot. De uitkijk van de Tromp tuurt de horizon af, een moment blikt hij naar beneden, wanneer hij daar het alarmsignaal hoort. Even later ziet hij de mensen over het dek snellen, onderwijl hun staalhelmen vastgespend, in een run op weg naar hun posten. Even vangt zijn blik de stevige figuur van de majoor-machinist Steenaard die, ingedeeld bij de scheepsbeveiligingsdienst, naar zijn post achteruit snelt. Dan is het weer rustig. Vlaggenseinen worden gewisseld en uit het machtige konvooi scheiden, de Tromp en de drie Engelse torpedobootjagers zich af. In strakke linie varen zij weg.



Aanval op Sabang begint
Tegen half zes wordt er land in zicht gemeld, het is [het eilandje] Rondo, dat 20 minuten later aan bakboord wordt gepasseerd. Sumatra komt in zicht. De vliegdekschepen hebben de neus in de wind gestoken, wild schuimend slaat het water tegen de scherpe boeg, de wentelende schroeven trekken een bruisende baan. De snelheid wordt opgevoerd tot het hoogste vermogen om de Corsairs in staat te stellen op te stijgen. Ze hebben de opdracht om de vliegvelden van Sabang en Loo Nga bij Kota Radja vanuit de lucht aan te grijpen.

De Quilliam draait bakboord uit. KTZ. Stam kijkt op z'n horloge, 't is 6 uur in de morgen. Wanneer hij weer opkijkt ziet hij ver vooruit in de lucht kleine zwarte wolkjes. De Jap, wreed in zijn ochtendsluimering gestoord, is in angst en wanhoop naar de luchtafweerstellingen gerend en spuwt nu vandaar in razend tempo in het wilde weg de hoog in de lucht exploderende granaten. De luchtaanval schijnt succes te hebben, van de grond stijgen rookwolken omhoog. Zij die zich aan dek bevinden, zien reeds vaag de contouren van Poeloe Weh. Met een vaart van 22 mijl stevent men er op af.

Majoor-machinist Steenaard heeft het luik op het achterdek omhoog geduwd en diep de frisse ochtendlucht inademend neemt ook hij even poolshoogte van de stand van zaken. Van beneden klinkt een schreeuw: "Majoor, de radio". Snel laat hij zich zakken en kijkt gespannen naar de luidspreker die kraakt en sputtert, even een geruis en dan klinkt in de kleine ruimte de rustige stem van KTZ. Stam. Kort, heel kort, maar alles zeggend:
"Hier is de commandant. We gaan er zo dadelijk op los. Ik hoef niet te vragen dat een ieder zijn best doet bij deze eerste operatie van de Tromp na 2,5 jaar. Schiet raak en good luck".
De mannen kijken elkaar even aan, er zet zich een verbeten trek om hun mond. Ze knikken elkaar even toe met een vage glimlach. Zij zijn bereid hun plicht te doen, zo nodig hun leven te geven.

Het is 06.43 wanneer statig, krachtig slaand in de wind de gevechtsvlag omhoog gaat.
Er rinkelt een telegraaf, het gierend geluid van de turbines wordt hoger van toon, de snelheid wordt opgevoerd. Vanaf de commandobrug bespiedt men nauwkeurig de groen beboste hellingen die de baai van Sabang omzomen. Het is 06.55 uur wanneer aanslagen worden waargenomen, veroorzaakt door de kanons van de kruisers die met bun vťrdragend geschut ver achterwaarts zijn gebleven. Op volle kracht stoomt men nu de,baai binnen. De zenuwen zijn tot het uiterste gespannen. Boven het gegrom van de overscherende vliegtuigen uit klinkt het gerommel van de door inslagen veroorzaakte explosies.

Sabang
Sabang tijdens een aanval in april 1944.

Salvo's vanaf Hr.Ms. Tromp
Aan boord van de Tromp wordt in een koortsachtig tempo gewerkt. Vanuit de munitiebergplaatsen wordt de munitie naar boven gebracht. Even nadat de Quilliam om [06.58] het vuur heeft geopend, begint ook de Tromp te vuren. Het is een oorverdovend lawaai. De dreunende brul van de telkens losbarstende salvo's, het zenuwachtig geratel van de mitrailleurs er tussen door. Een vettige walm, die het ademhalen bemoeilijkt, hangt over het schip. Majoor-machinist Steenaard waagt weer een blik door het luik [naar buiten], duidelijk ziet hij een brandende loods waar, aangewakkerd door de wind, oranjerode vlammen uitslaan. Even deinst hij terug bij een daverende slag. "Raak", gilt een marinier, "'t is een munitieschip". Dikke rookwolken en opspattend schuim belemmeren het zicht op Sabang. Brokstukken hoog opgeslingerd tekenen zwart af tegen de rode gloed. De lucht is vervuld van een angstwekkend gedonder en gefluit.

Ook de Tromp krijgt zijn deel, de voorafstandmeter is buiten werking geraakt. In wilde kronkels hangt het koperdraad van de stukgeschoten antenne omlaag. Er klinkt een dreunende slag, gevolgd door gerinkel. Een 12 cm granaat is door de stalen zijwand van de stuurboords wasgang gedrongen. Het bordje "Alleen voor korporaals" slaat in scherven tegen de grond. Met een snerpend geluid is de granaat door het waterdichte langsschot verder gedrongen. Bij majoor-machinist Steenaard komt een melding binnen. Hij gaat naar de stuurboords wasgang waar de eerste officier de situatie opneemt. "We hebben er van de Jap een extra patrijspoort bij gekregen", zegt de eerste officier. Beiden gaan ze op zoek naar het gemelde lek. Bij de schoorsteendubbeling gekomen trekt de majoor de deur open; een hete verstikkende damp ontneemt hem de adem, hij wendt het hoofd om diep adem te halen en wil dan het trapje afgaan in de ruimte waar de rookkanalen doorgaan. Hij slaat wild zijn hand uit voor steun, het trapje is weggeslagen en hij valt voorover in de gloeihitte. De antiflash beschermt zijn gezicht, de stalen helm slaat tegen het rookkanaal.

Sissende granaat
Hij trekt zijn handen terug van de hete wand en grijpt zijn zaklantaarn, waarna hij de straal langs de wanden laat glijden. Een scherf heeft de sproeileiding lekgeslagen. "Juist, afzagen en een prop erin".
Hij hijst zich uit de gloeiende ruimte. Met een schok blijft hij staan. Het flitst plotseling door zijn gedachten. Ik voelde daarnet dat ik op iets ronds viel. Dat is daar nooit geweest. Verdimme, dat moet die granaat zijn.
"Gauw, gauw", roept hij tot een dichtbijstaande matroos. "Een paar jutte zakken, kletsnat". Na een ogenblik komt de man terug. Steenaards legt een zak over zijn rug en met de andere in zijn handen gaat hij terug in de verstikkende hitte boven de ketels, waar hij het vuur hoort loeien en waar dikke rook puilend ontwijkt uit de scherfgaten in het rookkanaal. Hij tast beneden zich, daar voelt hij de granaat, gloeiend beet, sissend wanneer hij er de natte zak omslaat en opheft om deze buiten de deur te leggen. Hij kent slechts een gedachte: "Weg met dat ding".

De Tromp helt over naar bakboord. De schepen gaan terug. Steenaards neemt de granaat in beide armen en rent door de wasgang naar de reling en werpt het projectiel over boord. De eerste officier staat naast hem en grijpt zijn hand. "Wat je daar gedaan hebt Steenaard was geweldig, dat was pracht werk".

Het lawaai is verminderd, het nevelapparaat is aangezet en in dikke slierten hangt de nevel achter het schip. De vier schepen stomen de baai uit. De opdracht is uitgevoerd.'

granaat
De illustratie bij het verhaal uit de Alle Hens van oktober 1949.

Bronzen Leeuw
Tot zover het verhaal uit de Alle Hens. Dat het een hevige strijd was blijkt ook wel uit de statistieken. Hr.Ms. Tromp vuurde zelf in 25 minuten 205 15cm, 51 7,6cm en 770 40mm granaten af. De Tromp was zelf ook meerdere keren getroffen en Steenaard was niet de enige die een Japanse granaat over boord gooide. Een 13cm granaat belandde in de kombuis in een vergiet, kwartiermeester Hendriks gooide het explosief over boord.1

Steenaard overleefde de Tweede Wereldoorlog en kreeg als adjudant machinist op dinsdag 18 september 1945 in Vlissingen de Bronzen Leeuw uitgereikt. De Bronzen Leeuw is een van hoogste Nederlandse militaire onderscheidingen en was anderhalf jaar voor Steenaard de onderscheiding kreeg uitgereikt, ingesteld.

Steenaard bleef bij de marine werken en werd uiteindelijk luitenant ter zee der tweede klasse oudste categorie. In 1956 ging Steenaard met pensioen.

Pieter Steenaard ging in de Scheldestraat 48 te Vlissingen wonen, waar hij in september 1956 werd opgezocht door een reporter van het Zeeuwse dagblad De Stem. Hij sprak niet graag over zijn heldendaad, wel zei hij: "Op zo'n moment denk je eigenlijk niet; je weet dat het om je schip en om de levens van je kameraden gaat. Dan doe je wat voor de hand ligt en grijp je toe." In de periode na de aanval op Sabang maakte Steenaard met de Tromp het nodige mee onder Brits en Amerikaans commando en leverde vele malen vuursteun bij meerdere amfibische landingen.1

Steenaard in De Stem: "Je doet veel om je vrijheid te bewaren."



Bronnen en noten
1.Lichte kruisers van de Tromp-klasse; Hr. Ms. Tromp (deel 2) Geraadpleegd op 5 mei 2017
2.Luit. ter Zee Steenaard maakte gloeiende granaat onschadelijk, Dagblad De Stem, 15 september 1956. Via Krantenbankzeeland.nl.



comments powered by Disqus

Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Slag in de Javazee