Vernieuwde Zeeleeuw maakte grote sprong door de tijd


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 07-08-2017


De vier onderzeeboten van de Walrusklasse ondergaan momenteel één voor één het instandhoudingsprogramma. De eerste boot, Zr.Ms. Zeeleeuw, heeft inmiddels de nodige zeemijlen als vernieuwde boot achter de rug. Voorlopige conclusie: op operationeel vlak maken de boten een grote sprong door de tijd.

Zeeleeuw IPW
De vernieuwde commandocentrale van Zr.Ms. Zeeleeuw. Nu er nog slechts 1 periscoop is, is er veel meer ruimte. (Foto: John van Helvert/ Defensie)

Afgelopen voorjaar verbleef Zr.Ms. Zeeleeuw in het Caraïbisch gebied voor intensieve trainingen en tests. Na een bezoek aan Curaçao werd met Maritime Special Operations Forces (MARSOF) van het Korps Mariniers geoefend op het verlaten en aan boord gaan van een onderzeeboot voor een speciale operatie op land. De volgende stap bestond uit lanceeroefeningen van torpedo's bij de speciale AUTEC range van de Amerikaanse marine bij de Bahama's.



De vuurleiding van Zr.Ms. Zeeleeuw werd getest door het lanceren van 4 nieuwe Mk 48 mod 7 torpedo's. Deze tests vormden de laatste stap na een intensief jaar dat volgde op het Instandhoudingsprogramma Walrusklasse (IPW).

Reis door de tijd
In de onveranderde retro longroom van Zr.Ms. Zeeleeuw sprak ik met LTZ1 Erwin Ruijsink. Ruijsink was vanaf de laatste fase van het IPW tot en met de reis naar de VS commandant van de Zeeleeuw en heeft dus een goed beeld van het IPW zelf gekregen. Ervaring met de Zeeleeuw had hij overigens al, Ruijsink had bijvoorbeeld in 2010 ook de leiding over de Zeeleeuw tijdens de anti-piraterijoperatie nabij Somalië. Voor het IPW was de ervaren onderzeebootcommandant gevraagd om het commando te aanvaarden over de eerste te moderniseren boot.

Het IPW kende een lange aanloop, maar in mei 2013 ging het officieel van start tegelijk met meerjarig onderhoud. Het programma behelsde o.a. vernieuwing van de drukhuid, verbeterde communicatiesystemen, een nieuw Combat Management System (CMS) en luchtmonitoring. Nadat ook asbest werd geconstateerd op Zr.Ms. Zeeleeuw werd de aanpak hiervan ook in het programma opgenomen.

Drie jaar en vier maanden later had de Zeeleeuw een reis door de tijd gemaakt. Van de jaren '80 naar heden. De ABC-toetsenborden waren verwijderd, de ronde analoge beeldschermen naar het museum en de vuurleiding die door buitenlandse collega's antiek werd genoemd, vervangen door een echt modern systeem. Ruijsink: "De laatste jaren werden de Nederlandse onderzeeboten onterecht high-tech genoemd. Maar dat is de Zeeleeuw nu wel echt." Althans, ten dele want de focus lag vooral op de 'gevechtskant' van de commandocentrale met, het budget stond een volledige midlife update niet toe.

Zeeleeuw
Zr.Ms. Zeeleeuw was in het jaar 2000 in New York, de boot was toen al elf jaar oud. (Foto: Koninklijke Marine)

Van GIPSY naar Guardion
Desondanks is de sprong groot en zijn de capaciteiten flink toegenomen. Dat heeft vooral te maken met het nieuwe CMS genaamd Guardion, dat het oude gevechtsinformatieverwerkingssysteem uit 1985 moet vervangen. Destijds was GIPSY (Geautomatiseerd Informatieverwerkend Systeem) de grote stap vooruit van de Walrusklasse onderzeeboten ten opzichte van de Zwaardvisklasse boten uit 1972. GIPSY zorgde er voor het eerst voor dat de informatie van o.a. de sonars, radar en periscopen werd gebundeld. Dat was high-tech in de jaren tachtig. Na al die jaren is GIPSY echter net zo oud als spelcomputers zoals de Commodore 64, die al bejaard waren voordat de matrozen die er nu mee werken werden geboren.

Was het voor die jongemannen een cultuurschok toen ze kennismaakten met de oude delen van de commandocentrale, het was ook een omschakeling voor de operators van de Zeeleeuw na IPW. Omdat de meeste bemanningsleden van onderzeeboten nooit op oppervlakteschepen varen, was er bij de mannen van de Zeeleeuw geen ervaring met Guardion, dat al jaren het CMS is van de bovenwatervloot.
Overigens is het CMS op de aangepaste onderzeeboten niet zomaar een kopie van de oppervlakte-Guardion. Radar speelt in de bovenwater versie van Guardion een belangrijke rol, maar onderzeeboten gebruiken zelden radar. Passieve sonar biedt in tegenstelling tot radar geen informatie over de afstand van een contact, alleen de richting. Dat is een groot verschil en vraagt om behoorlijke aanpassingen, omdat het CMS voor onderzeeboten ineens moest gaan werken met Target Motion Analysis (TMA), ofwel het schatten van de positie van een contact door het combineren van de (veranderingen van de) richtingen waar het geluid vandaan komt. In GIPSY was TMA niet opgenomen, dat gebeurde op een aparte laptop.

Ook de digitale kaart WECDIS werd van de bovenwatervloot naar de onderzeeboten gehaald en moest eveneens aangepast worden. WECDIS werkt namelijk met GPS, maar satellietnavigatie is onder water vaak niet mogelijk en moet in die gevallen genavigeerd worden zoals al decennia wordt gedaan.

De belangrijkste wijziging in de gemoderniseerde commandocentrales is echter dat alle informatie van de verschillende sensoren samen wordt gevoegd tot één plaatje. Dat gebeurde tot het recente verleden handmatig op een rol papier door plotters; mannen met headsets en stiften die contacten tekenden. Het totaalplaatje is nu een van de opties in het CMS en is op ieder beeldscherm te bekijken.

Op die beeldschermen is nu wel veel meer te zien. Hoewel de onderdelen van de sonars aan de buitenzijde ongewijzigd zijn gebleven, is de software wel gemoderniseerd. Dankzij de vele malen grotere rekenkracht is uit hetzelfde signaal veel meer informatie te halen en die informatie is op de beeldschermen ook nog eens samengevoegd. Dat is natuurlijk het grote doel geweest, want de Zeeleeuw kan daardoor op veel grotere afstanden schepen en onderzeeboten detecteren. Het levert gelijk een nieuwe uitdaging op, want te veel binnenkomende data kan het team in de commandocentrale afleiden.


Beelden van de Zeeleeuw in het Caribisch gebied, inclusief een interview met LTZ1 Erwin Ruijsink.

Varend leren
Sinds de Zeeleeuw in juli 2016 voor het eerst ging varen, waren er de nodige nieuwe uitdagingen. Ruijsink: "De trainer is pas deze zomer klaar, dus het leren opereren met de vernieuwde onderzeeboot kon alleen op zee. Varend leren dus. En dat gebeurt nog steeds. Er moet nog zoveel kennis en ervaring met de aangepaste boten worden opgebouwd."

Het testen van een verbouwde onderzeeboot is niet zonder risico's. Tijdens de eerste proefvaarten voer de onderzeeboot daarom boven water ", maar we deden alsof we onder water voeren. Alle luiken waren dicht en de bemanning zat op de posities voor onderwatervaart," legt Ruijsink uit.

Daarna volgde de eerste duik, de trimduik. Dat was spannend, zo herinnert Ruijsink zich. "Er waren systemen verwijderd en andere toegevoegd. Ook waren tijdens het IPW systemen lang uitgezet en dat is niet altijd goed voor bijvoorbeeld pakkingen en ringen. Maar de duik ging goed. Er waren wat kleine issues, de boot is goed ontworpen." De daaropvolgende diepduik naar maximale diepte verliep zonder problemen.

De grootste uitdagingen hadden vooral te maken met de vernieuwde commandocentrale. "In heel korte tijd zijn er hele grote stappen gezet. De stap van analoog naar digitaal is echt heel groot. Er is veel meer software, dus je krijgt ook te maken met bugs en softwareaanpassingen. Daarnaast moet je leren omgaan met de digitale informatie die eerst analoog werd gepresenteerd, op papier bijvoorbeeld. Dan zag je gelijk of het klopte of niet, maar nu lijkt de informatie door de mooie presentatie op de beeldschermen veel betrouwbaarder terwijl dat niet zo hoeft te zijn."



Rollen in de centrale
Een van de bekendste aanpassingen van het IPW is de optronische mast. In de oorspronkelijke situatie beschikken de Walrusklasse onderzeeboten over twee periscopen: de navigatieperiscoop met diverse extra's die mede daardoor een grotere kop heeft en de dunne aanvalsperiscoop. De optronische mast van L3 KEO (voorheen Kollmorgen) vervangt de navigatieperiscoop. Een belangrijk verschil is dat deze optronische mast, in tegenstelling tot een periscoop, niet meer in de centrale aanwezig is maar echt een mast is die vanuit het sail (de opbouw) omhoog schuift.

Het resultaat is een gigantische verbetering in de commandocentrale die eerder door de twee periscopen, en niet te vergeten het grote aantal mensen, nogal krap was. Er is daardoor plaats voor extra werkstations voor een paar nieuwe functies in de centrale.
Behalve een lekker ruime centrale, zou er echter een nog veel grotere verandering plaatsvinden, zo staat hier ook op Marineschepen.nl te lezen. De commandant is normaliter de enige die tijdens een echte operatie naar buiten kijkt. Hij is daardoor de enige die alle informatie in zijn hoofd heeft.

De optronische mast zou dit systeem op z'n kant zetten en de commandocentrale democratischer maken. Erwin Ruijsink denkt dat er wel wat zal veranderen, maar niet in die mate: "Vroeger legde de commandant inderdaad alle plaatjes van sensoren, dus inclusief de periscoop, over elkaar heen in je hoofd. Nu is alles voor iedereen in de centrale te zien op de beeldschermen. Maar de optronische mast is, net als de navigatieperiscoop, nogal dik en heeft een dikke kop waardoor hij zowel visueel als door radar eerder wordt gezien dan de aanvalsperiscoop. Als het echt spannend wordt, heeft de aanvalsperiscoop dus de voorkeur. En omdat die beelden alleen op het netvlies van de commandant vallen, verandert de rol van de commandant in die situaties niet."

Toch is de optronische mast een echte aanwinst. De mast kan bijvoorbeeld voorgeprogrammeerd worden om in een paar seconden een omgevingsbeeld te maken. Daardoor is de optronische mast maar heel even boven water. Het beeld is vervolgens in de commandocentrale voor meerdere operators en de commandant beschikbaar om uitgebreid bestudeerd te worden. Ook kan men dan bijvoorbeeld zonder kans op ontdekking de afstand tot een schip of object op land bepalen.



Kijkje in de toekomst
Het IPW is vanzelfsprekend van groot belang voor de huidige onderzeeboten, maar is ook cruciaal voor de -eventuele- nieuwe onderzeeboten. Het instandhoudingsprogramma bood de Onderzeedienst, Defensie en de vele interne en externe organisaties de kans om aan de slag te gaan met nieuwe ontwikkelingen op onderzeebootgebied. Daarnaast doet huidige en toekomstig personeel van de Operationele Dienst (voor de rest van de bemanning blijft de boot vrijwel ongewijzigd) belangrijke ervaring op met nieuwe systemen en kan vanuit die positie weer nagedacht worden wat een volgende stap moet zijn. Door het IPW als een tussenstap te gebruiken, wordt voorkomen dat er in één keer een sprong gemaakt moet worden van techniek die in de jaren 1970 was ontworpen naar techniek waarmee zestig jaar later op het hoogste niveau moet geacteerd in een nieuwe boot, en dat nog tot 2060 moet blijven doen.

De Zeeleeuw en consorten zullen dankzij het IPW wat de gevechtskant in de commandocentrale betreft weer jaren op het hoogste niveau meekunnen.

comments powered by Disqus




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Walrusklasse

Zeeleeuw weer te water