Waarom de Russen het Marineterrein in Amsterdam in de gaten hielden


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 11-01-2018


Onlangs verscheen in Het Parool een stukje over een Russische kaart van Amsterdam. Tot grote verbazing van de betreffende journalist hadden de Russen interesse in de toenmalige Marinekazerne op Kattenburg. Waarom hadden de Russen interesse in die kazerne? Het antwoord: de zeer geheime activiteiten van de Nederlandse Marine Inlichtingendienst ter plaatse.

Gebouw 012
Gebouw 012. Tot 2005 gebeurde hier verreweg het geheimste op het Marine Etablissement Amsterdam. Codes werden hier gekraakt en berichten van over de hele wereld werden meegelezen. Foto genomen op 11 januari 2018. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Zo'n zestig jaar werden achter de grote gesloten poorten van het Marine Etablissement Amsterdam (MEA) de geheime berichten van vriend en vijand ontcijferd en geanalyseerd. Geheim verkeer van Egypte, Venezuela, IndonesiŽ en natuurlijk de Sovjet-Unie/ Rusland werd er afgeluisterd. Dat gebeurde door een afdeling van de Marine Inlichtingendienst en die afdeling boekte grote successen. Het bestaan van deze afdeling, die er in 2005 vertrok, op het MEA is al een tijdje geen geheim meer en er is ook al het een en ander over gepubliceerd.



Eind december 2017 verscheen in Het Parool het artikel "Amsterdam door de ogen van de Sovjets uit de Koude Oorlog" waarin stond dat het Marineterrein, zoals de gemeente Amsterdam het gebied tegenwoordig noemt, strategisch niet belangrijk was.
Op een onlangs opgedoken Sovjetkaart van Amsterdam van begin jaren tachtig werd o.a. het Marine Etablissement Amsterdam (MEA) gemarkeerd als een strategisch object. Tot grote verrassing van de journalist, kwamen de Sovjetkaartenmakers "tot de conclusie dat het Scheepvaartmuseum militair en strategisch belangwekkend zou kunnen zijn. Net als overigens een aantal andere 'objecten' op het toenmalige Marineterrein, waar ook destijds vooral onschuldige afdelingen als personeelszaken zaten."

De Ruyter
Detail van de Sovjetkaart. (Bron: dirkmjk.nl)

Het klopt dat er veel alledaagse afdelingen waren op het MEA. Zoals de wervings- en keuringsafdeling, de TOKM (Technische Opleidingen Koninklijke Marine), de Verbindingsschool, de Marine Cantine Dienst (MARCANDI), een ziekenboeg, de Audiovisuele Dienst van de KM en had de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten er zijn woonhuis. Bovendien werd en wordt het MEA dagelijks door zo'n honderd jonge mannen en vrouwen bezocht die er voor hun sollicitatie komen. Niet bepaald spannend, ondanks de indrukwekkende blauwe poort en de lange muren rond het terrein.

Toch gebeurde er het nodige aan geheime zaken, want de Marine Inlichtingendienst zat er ook. Dat is overigens al geruime tijd bekend, De Telegraaf schreef er begin 1992 al kort over, ook het NRC Handelsblad refereerde er aan in 1993. Toch is het goed om wat uitgebreider stil te staan bij wat deed de MARID in Amsterdam precies deed? En hoe kwamen ze er terecht?

Paleis MEA
Het Paleis op het Kogeleiland, onderdeel van het Marine Etablissement, was het eerste onderkomen van de 'afuisterafdeling' na de Tweede Wereldoorlog. Het Paleis werd in 1968 gesloopt om ruimte te maken voor de IJtunnel. Detail van foto uit 1930. (Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Paleis MEA
De situatie vanaf de jaren '60. De IJtunnel is er (boven in beeld, de weg rechts van het VOC-schip) en de MARID is verhuisd naar het nieuwe gebouw aan de korte zijde van het voetbalveld, onder in beeld. Deze foto stamt uit de jaren tachtig. (Foto: Koninklijke Marine)

Van MARID VI naar SVIC
Na de Tweede Wereldoorlog wilde Nederland de zeer gespecialiseerde kennis en ervaring op het gebied van het onderscheppen, analyseren en rapporteren van berichten behouden. In de jaren '30 werden Japanse berichten onderschept en na de bezetting van Nederlands-IndiŽ door Japan, gingen de Nederlandse verbindingsinlichtingen door vanuit AustraliŽ en, zoals KNIL-officier Jacobus Verkuyl, vanuit Washington.1

Begin 1947 werd, na een nota van regeringscommissaris Fock, een afdeling opgericht die zich zou bezighouden met verbindingsinlichtingen, ofwel SIGINT (Signal Intellicence). Het was een afdeling voor alle krijgsmachtdelen en zelfs buiten Defensie, maar viel onder de Marine Inlichtingendienst (MARID), omdat de andere krijgsmachtdelen geen ruimte hadden. De naam: MARID sectie VI.

De nieuwe afdeling begon in Amsterdam in het Paleis op het Kogeleiland. In die tijd zag het Marine Etablissement er nog uit als een werf: waar nu het 'Marineterrein' is, was in die tijd water. Er omheen stonden gebouwen. En waar nu de ingang van de IJtunnel is, lag het Kogeleiland. Daar stond het Paleis, met op het dak vanaf 1946 een aantal extra antennes.

Al snel, in 1948, vertrok een deel van de geheime afdeling naar Hellevoetsluis en in 1952 naar Zeeburg, wat toen een militair eiland was aan de oostkant van Amsterdam (op dit Zeeburgereiland komt tegenwoordig de Piet Heintunnel uit, is er een afslag van de A10). In 1962 werd in Eemnes (Utrecht) het Radio Ontvangst Station van de marine opgericht. Daar werd vanaf dat moment geluisterd naar vooral Warschaupact zenders. Later kwamen er de grote satellietschotels in Zoutkamp (Groningen) bij. Alle data werd doorgestuurd naar het MEA.

De afdeling was inmiddels flink gegroeid van 50 personen in 1948 naar 165 in de jaren vijftig.2

Ondertussen was het MEA door de bouw van de IJtunnel getransformeerd van werf naar een heuse kazerne. Het Paleis was gesloopt, Kogeleiland afgegraven en het bassin opgespoten. Op het opgespoten land was ruimte voor nieuwe gebouwen, waaronder een compleet gebouw, gebouw 0123, voor MARID Sectie VI, dat sinds 1963 de naam Wiskundig Centrum (WKC) had gekregen.

In de jaren daarna bleef de afdeling op de Marinekazerne. Wel veranderde de afdeling van naam: in 1982 werd het Technisch Informatie Verwerkingscentrum (TIVC) en later, toen het over was gegaan naar de Militaire Inlichtingendienst, werd het Strategisch Verbindingsinlichtingen Centrum (SVIC).

De afdeling vormde de basis van de in 2014 opgerichte Joint Sigint Cyber Unit. Zij luisteren namens de MIVD en AIVD wereldwijd telefoons en satellieten a, en hacken computers. De Nederlandse variant van de Amerikaanse NSA dus.

computers
De wiskundigen en analisten in Amsterdam waren afhankelijk van krachtige computers. In 1975 werden bijvoorbeeld de PDP 11/45 en PDP 11/70 16-bit minicomputers (nou ja, 'mini' voor die tijd dan!) van DEC aangekocht door de MARID voor gebouw 012. De PDP op de foto is overigens de 11/ 40. (Foto: Stefan KŲgl, CC 3.0)

Codes kraken
Cruciaal voor de afdeling was uiteraard het onderscheppen van berichtenverkeer. Dat konden militaire, maar ook economische of diplomatieke berichten zijn. De regering wilde bijvoorbeeld politieke en economische berichten lezen van landen waar de regering interesse in had, de marine had behoefte aan militaire informatie over buitenlandse strijdkrachten. Hierdoor moest MARID VI al van meet af aan wereldwijde communicatie onderscheppen.

Zeker in de beginjaren waren dat berichten die in Amsterdam en Hellevoetsluis werden onderschept, later gebeurde dat vanaf Eemnes en de grote satellietschotels in Zoutkamp (Groningen). De marine werkte bovendien samen met de PTT, het staatsbedrijf dat verantwoordelijk was voor post, telegrafie en telefonie. Zo werden in het hoofdpostkantoren te Amsterdam en Den Haag geheime berichten van buitenlandse diplomaten gekopieerd en doorgestuurd naar het MEA voor analyse.

Onderscheppen is ťťn, en dat was niet altijd eenvoudig, maar de berichten waren doorgaans ook gecodeerd. Daar was juist de afdeling van de MARID in gespecialiseerd: het kraken van codes, ofwel cryptoanalyse. Achter de lange reeksen cijfers of letters ging een geheim bericht schuil. Aan de hand van wiskundige formules en grote computers werd de encryptie van buitenlandse mogendheden gekraakt, waarna kon worden meegelezen.

Het lezen van geheim buitenlands berichtenverkeer ligt uiteraard zeer gevoelig. Dat bleek een aantal jaar terug weer toen Wikileaks bekendmaakte dat Amerikaanse inlichtingendiensten ook NAVO-bondgenoten afluistert (In de wereld van inlichingendiensten bestaan geen vriendschappen).
Los van het risico van ophef in de media of diplomatieke schade, wordt zo min mogelijk openbaar gemaakt: de bronnen, de capaciteiten en de vergaarde inlichtingen. Wat een SIGINT-organisatie weet en kan, is geheim om hun doelen in het ongewisse te laten zodat de inlichtingenvergaring niet gehinderd wordt. Ook het werk van de SIGINT-afdeling op Kattenburg was dus ultrageheim.



Amerikaanse hulp
In het prille begin van MARID VI kwam hulp vanuit de VS. De directeur van de afdeling, kolonel (KNIL) b.d. Verkuyl, was tijdens de Tweede Wereldoorlog bevriend geraakt met cryptoanalist Joseph Sidney Petersen. De Amerikaan werd na de oorlog hoofd van de Rusland-sectie van de NSA. Vanaf 1947 tot begin jaren '50 ontmoetten de twee elkaar regelmatig4, waarbij Petersen zonder toestemming van bovenaf de Amsterdamse afdeling zeer gevoelige informatie over het breken van codes overhandigde, waaronder een top secret analyse van het binnenste van de Hagelin Cryptograph type B-211. Deze codeermachine werd door veel landen gebruikt voor geheime berichten, en men dacht dat deze berichten niet gekraakt werden. Zo ook Nederland. Mis. Petersen informeerde MARID VI dat zijn Amerikaanse collega's de geheime Nederlandse diplomatieke berichten konden lezen.
Petersen deelde ook geheime informatie over Noord-Korea in de periode dat Nederland met o.a. marineschepen betrokken was bij de Koreaoorlog. Hij overhandigde het document Routing of North Korean Political Security Traffic as indicated by Group A2, een top secret traffic analyse uit februari 1951. Daarnaast gaf hij een geheim Chinees codeboek voor commerciŽle berichten.5

Petersen deed dit naar verluidt om Nederland te helpen met o.a. de cryptobeveiliging, iets dat uiteraard ook in het voordeel was van de VS. Omdat Petersen de informatie deelde zonder toestemming, en in het geheim afsprak, werden de acties door Petersen gezien als spionage.

Petersen viel in september 1953 door de mand en werd in 1954 gearresteerd. Hij werd veroordeeld tot zeven jaar cel en kwam na vier jaar vrij.6 De zaak werd in de VS hoog opgenomen en de relatie tussen de Nederlandse en Amerikaanse inlichtingendiensten bekoelde. Terwijl andere landen hulp kregen van de NSA, kreeg Nederland die in de daarop volgende periode minder of niet. Dat was voor MARID VI geen groot probleem, de afdeling schoot uit de startblokken dankzij de verkregen informatie en werd vervolgens uitgedaagd om zelf nieuwe problemen op te lossen in plaats van hulp in te roepen.7 Later zijn de banden tussen de Nederlandse en Amerikaanse inlichtingendiensten weer aangehaald.

Golfoorlog
Snel nadat Irak in augustus 1990 Koeweit was binnengevallen, stuurde Nederland het S-fregat Hr.Ms. Pieter Florisz (voor) en L-fregat Hr.Ms. Witte de With richting de Golf. De Nederlandse schepen kregen vanuit Amsterdam belangrijke inlichtingen over de bewegingen van de Irakese luchtmacht. (Foto: Koninklijke Marine)

Van Egypte tot Venezuela
Achter de blinde bakstenen muren van het Marine Etablissement Amsterdam, aan de toen grauwe en benauwde Kattenburgerstraat, gebeurde dus veel meer dan menigeen dacht en denkt. Continu kwamen er nieuwe berichten binnen, de grote computers ratelden en gekraakte berichten werden er geanalyseerd. Interessant is natuurlijk de vraag wat er werd gelezen en wiens berichten in het geniep werden ontcijferd.

Veel is nog altijd geheim, maar er is in de loop der jaren in menig publicatie wel wat informatie verschenen.
In de beginjaren speelde cryptoanalyse en traffic-analysis een belangrijke rol tijdens de politionele acties in IndonesiŽ. Met een gehuurde IBM-computer werden in Amsterdam de eerste successen geboekt door binnen vijf weken verschillende Indonesische codes te breken.

In de jaren zestig verschoof door o.a. het vertrek uit de Oost en door de Cuba-crisis de aandacht naar het Caribisch gebied. De opgerichte Radio Controle Dienst Nederlandse Antillen8 onderschepte vanaf Sint Joris te CuraÁao berichtenverkeer in de Cariben en stuurde deze door naar Amsterdam. Daar werden de codes gekraakt en konden van meerdere landen de sterkte en structuur van buitenlandse strijdkrachten worden bepaald, evenals politieke berichten worden meegelezen. Het ging de Nederlandse regering in dit geval uiteraard voornamelijk om Venezuela, dat ook toen aanspraak maakte op de Benedenwindse Eilanden. De MARID kon al snel bruikbare informatie verkrijgen over de Venezolaanse krijgsmacht. Maar ook werd ruim aandacht besteed aan het Cubaanse diplomatieke verbindingsnet, het HF-wereldnet van de Sovjet-Unie om de informatie die in Nederland werd onderschept te kunnen complementeren, ook berichten van Russische walstations in Vladivostok en Tasjkent, Russische hulpposten in Angola en op Cuba, konden door de antennes in de West worden onderschept. Zo werden bewegingen van vlooteenheden door de MARID al vroeg ontdekt. Daarnaast kon de MARID dankzij deze luisterposten de gebeurtenissen tijdens de Falklandoorlog goed volgen.9 Toen ArgentiniŽ de berichten met meer vermogen de ether in stuurde, kon ook in Groningen en Duitsland de Argentijnse signalen worden ontvangen.
In september 1962 had de dienst al aanwijzingen gekregen dat er raketten op Cuba waren, alleen de Fransen hadden die inlichtingen een maand eerder al.10

Ondanks de successen werd het ontvangststation van de marine op Curacao op 1 juli 1990 gesloten, voornamelijk uit bezuinigingsoogpunt.11



Vanuit Amsterdam werden niet alleen Venezuela, Cuba en de Sovjet-Unie bespioneerd. Want ook het Ministerie van Economische Zaken was afnemer, evenals het Ministerie van Landbouw. Dat ging via de Inlichtingendienst Buitenland (IDB). Zo werd TsjechiŽ afgeluisterd toen het land voor Nederland bestemde goederen naar Rusland en Polen stuurde, de verkregen informatie leverde de regering voordelen op in onderhandelingen over een nieuwe handelsovereenkomst. Ook werden bijvoorbeeld berichten over de aardappeloogst in Malta onderschept, in de jaren vijftig de concurrent van Nederland op aardappelgebied.12

Ook Nederlandse multinationals als Philips, Shell en Fokker kregen informatie vanaf de Marinekazerne die afkomstig was uit gekraakte berichten. Ook had de Nederlandse scheepswerf De Schelde voordeel bij onderschepte informatie over de aanbesteding van fregatten en probeerde het een Duitse scheepswerf af te troeven. Die werf had echter ook informatie van Duitse inlichtingendiensten ontvangen.13

Als marineorganisatie was het WKC uiteraard verplicht om de marines van de Sovjet-Unie, Polen en Oost-Duitsland op de Oostzee, Noordzee en Atlantische Oceaan in de gaten te houden. De afdeling volgde de berichten van deze marines nauwlettend met behulp van High Frequency Direction Finding (HFDF). Daardoor konden de posities van marine-eenheden van het Warschaupact worden geplot. Het WKC werd later ook betrokken bij het volgen van de Sovjetvloot in de Indische Oceaan en Stille Oceaan. De ontvangst van dagelijkse weerrapporten vanaf Sovjetkoopvaardijschepen, leverde op hun beurt informatie op over de bewegingen van de staatskoopvaardijvloot.14

Het diplomatieke verkeer was, zoals eerder al gezegd, niet veilig voor de geheime afdeling op het Marineterrein. Zo werd tot eind jaren zestig twintig jaar lang het Franse diplomatieke berichtenverkeer afgeluisterd. Er was in het gebouw van het WKC zelfs een aparte Franse kamer, waar de Franse berichten werden ontcijferd. Meer dan ťťn MARID-medewerker werkte fulltime aan het ontcijferen van het Franse verkeer.15 Nederland kon zo bijvoorbeeld in de jaren vijftig tijdens de Franse Vietnamoorlog vanuit Amsterdam de berichten tussen Parijs en Saigon lezen.16 Verder werd het diplomatieke verkeer van BelgiŽ, ItaliŽ, Turkije, Afghanistan, Iran en Pakistan jarenlang ontcijferd en afgeluisterd.17 Doordat het Italiaanse berichtenverkeer van bouwbedrijven in 1981 werd meegelezen, werd belangrijke informatie over de Irakese nucleaire reactor bij Osirak ontdekt. Israelische bommenwerpers konden met deze informatie de reactor bombarderen.18



Vanaf halverwege de jaren zestig werden ook de berichten van de Egyptische marine gelezen (en doorgespeeld naar IsraŽl, die de info waarschijnlijk gebruikte tijdens de oorlog in 1967), het Turkse militaire en diplomatieke berichtenverkeer werd ontcijferd en de verbindingen in SomaliŽ werden afgeluisterd omdat het naar de Sovjets neigde.19

Ook in de jaren '70 bleef Egypte in de belangstelling staan van de MARID. In september en oktober 1973, het jaar waarin de Koude Oorlog bijna ontplofte, kon men in Amsterdam het gehele berichtenverkeer van de Egyptische marine en luchtmacht meelezen. Net als zes jaar eerder werd die informatie vermoedelijk weer gedeeld met IsraŽl. De IsraŽlische premier Golda Meir zei later dat IsraŽl dankzij Nederlandse inlichtingen vijftien uur voor de aanval van Egypte en SyriŽ op de hoogte was van het aanstaande geweld.20

Behalve Egypte werden nog veel meer Arabische landen gevolgd door de SIGINT-afdeling van de MARID, zoals TunesiŽ. Hetzelfde lot trof overigens ook Shell, BP en Mobil wiens codes eenvoudig te kraken waren. De Oliecrisis in 1973-1974 had dus weinig geheimen voor de inlichtingendienst. Tijdens de Golfoorlog in 1990 slaagde het TIVC er in zeer waardevolle informatie te verzamelen over de Iraakse krijgsmacht, en voornamelijk de luchtmacht, voor de Nederlandse marineschepen in de Perzische Golf.21

De SIGINT-afdeling op Kattenburg boekte dus vele successen. Volgens dr. Cees Wiebes werden niet alle codes werden gebroken. Tijdens de Koude Oorlog werden naar verluidt weinig successen geboekt in het ontcijferen van berichten van de Sovjet-Unie en China. Zo was de Hongaarse revolutie in 1956 een complete verrassing, tot grote ergernis van de directeur van het WKC. Daarna werd meer geÔnvesteerd in (computer)apparatuur voor o.a. cryptoanalyse.

SIGINT bleek erg duur en de marine was veel geld kwijt aan deze afdeling van de MARID, terwijl de KM bij lange na niet de enige afnemer was. De marine slaagde er echter niet in om de andere partijen te laten betalen voor de verkregen informatie. Eind jaren '90 werd duidelijk dat de marinetop af wilde van het TIVC, het drukte te veel op de gekrompen begroting. De marine werd overtuigd, maar uiteindelijk ging de afdeling toch op in een defensiebrede SIGINT-afdeling.
In maart 2004 verruilden de eerste medewerkers van het SVIC Amsterdam voor de tiende verdieping van de Frederikkazerne te Den Haag. Sinds 2015 is de Nationale Reserve gehuisvest in gebouw 012, waar ontelbare buitenlandse geheimen werden achterhaald.

gebouw 012
In de kantoren grenzend aan deze gangen werden de geheime berichten geanalyseerd. (Foto: Facebook/ Nationale Reserve)

gebouw 012
De oude toegangsdeur van het extra beveiligde deel. (Foto: Facebook/ Nationale Reserve)

gebouw 012
De kluis. (Foto: Facebook/ Nationale Reserve)

Natuurlijk gebeurde er meer achter de schermen op het 'Marineterrein'. Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali (2004-2005) zaten er in het geheim ondergedoken. Verder werd het MEA gebruikt door speciale eenheden van politie en marine bij 'bijzondere situaties' in de stad.

Sinds enkele jaren is Defensie de kazerne aan het verlaten. In 2018 zal het grootste deel van de kazerne worden overgedragen aan de gemeente.

Meer over geheimen lezen? Zie het boek 'In het diepste geheim'.

comments powered by Disqus

Bronnen
• Cryptomuseum.com
• Facebook.com
• Jensen, M.W. en Platje, G., De MARID, De Marine Inlichtingendienst van binnenuit belicht; Sdu Uitgevers, Den Haag, 1997
• Kahn, D., The Code-breakers, The Comprehensive History of Secret Communication from Ancient Times to the Internet (revised and updated), Scribner, New York 1996
• Metze, M., Ingelijfd door de NSA (geannoteerde versie), De Groene Amsterdammer, 29-01-2014, geraadpleegd op 11 januari 2018
• Platje, W., Een zee van geheimen; Inlichtingenoperaties tijdens de Koude Oorlog, uitgeverij Boom, Amsterdam 2010
• Lemmers, A., Van werf tot facilitair complex, 350 jaar marinegeschiedenis op Kattenburg, NIMH, Den Haag 2005
• Stichtingargus.nl
• Wiebes, C., Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94, in: Intelligence and National Security Vol. 16 , Iss. 1,2001, pag. 243-284
• Wiebes, C., Het belang van Sigint, in: Graaf, B.A. de, Muller, E. R. & Reijn, J.A. van (red.), Inlichtingen- en veiligheidsdiensten, (Alphen aan de Rijn, 2012), Kluwer, pag. 463


Noten
1. Tuyll van, Jaap; Een verantwoord oordeel over Weeffouten, Ingelicht, maart 2004, nr. 2., pag. 12 en Van 'Kamer 14' tot MARID Sectie VI, Ingelicht, april 2004, nr. 4., pag. 11
2. Wiebes, C., Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94, in: Intelligence and National Security Vol. 16 , Iss. 1,2001, pag. 243-284
3. Crypto in het Marinepaleis, Ingelicht, mei 2004, nr. 5, pag. 19
4. Cryptologic Almanac 50th Anniversary Series, Betrayers of the Trust: Joseph Sidney Petersen, NSA, 1998
5. Kahn, D., The Code-breakers, The Comprehensive History of Secret Communication from Ancient Times to the Internet (revised and updated), Scribner, New York 1996, pag. 690-692
6. Betrayers of the Trust: Joseph Sidney Petersen
7. Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94
8. Platje, W., Een zee van geheimen; Inlichtingenoperaties tijdens de Koude Oorlog, uitgeverij Boom, Amsterdam 2010, pag. 301
9. De MARID, 240
10. Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94
11. Een zee van geheimen, 135
12. Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94
13. Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94
14. Een zee van geheimen, 134
15. Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94
16. Crypto in het Marinepaleis, Ingelicht, mei 2004, nr. 5, pag. 19
17. Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94
18. Een zee van geheimen, 134
19. Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94
20. Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94
21. Dutch Sigint during the Cold War, 1945-94



Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Marinekazerne Amsterdam weg in 2018