10 vragen over de nieuwe onderzeeboten


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 08-04-2019 | Laatst aangepast: 08-04-2019


In 2013 was het nog zo eenvoudig: Nederland wil misschien de Walrusklasse onderzeeboten vervangen. Inmiddels is er zoveel gebeurd, zoveel veranderd en weer terug veranderd, en is ook op Marineschepen.nl een berg aan artikelen ontstaan. Het project is voor buitenstaanders lastig te volgen en als je er dankzij recente media-aandacht voor het eerst van hoort, is het ook niet altijd even overzichtelijk. Daarom tien vragen en antwoorden. Dan weet je precies… wat ook insiders niet weten.

Walrus
Zr.Ms. Walrus. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

1. Waar gaat dit over?
Die vraag komt vaker voorbij, maar dan met 'gaat' die uit vier a's bestaat.
Nederland heeft vier onderzeeboten, van de Walrusklasse. Ontworpen door de Koninklijke Marine en de industrie, gebouwd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM). Dat gebeurde allemaal in de jaren '80: de oudste boot stamt uit 1989, de jongste uit 1994.



In 2013 werd voor het eerst gesproken over vervanging van de vier onderzeeboten, want de boten zijn echt oud aan het worden.

Een kleine zes jaar later is er een keiharde competitie aan de gang. Er zijn vier internationale scheepsbouwers in de race, wie gaat afvallen wordt de komende weken bekend gemaakt.
In 2027 moet de eerste boot klaar zijn. Maar of dat nog gaat lukken is de vraag.



2. Waarom hebben we onderzeeboten nodig?
Onderzeeboten zijn ontzettend moeilijk op te sporen en hebben het zwaarste wapen van de Nederlandse krijgsmacht. Best een goede combi. Daarnaast kunnen ze ongezien speciale eenheden aan land zetten (voor spionage, sabotage, etc.) en ze kunnen zelf inlichtingen verzamelen over andere landen of hun marineschepen.

Andere eenheden bij Defensie kunnen sommige taken ook volbrengen, maar niet allemaal (bijna) tegelijk, zo lang en zonder dat iemand het ziet. Ook stealth vliegtuigen worden gezien en niet alles is mogelijk met cyberaanvallen.

Daarnaast kunnen Nederlandse onderzeeboten ver van huis hun opdrachten uitvoeren. Dat is een erfenis uit de tijd dat de Onderzeedienst ook in het uitgestrekte Nederlands-Indië moest opereren. Andere landen blijven vaak voor hun eigen kust met hun onderzeeboten en hebben dus kleinere boten.

In de Koude Oorlog waren het Nederlandse onderzeeboten die op enkele meters afstand Sovjetschepen bespioneerden in de Middellandse Zee en de Noorse Zee.



3. Waarom bouwt Nederland niet zelf een onderzeeboot?
Het ontwerpen van een onderzeeboot is erg moeilijk. Een onderzeeboot is complexer dan een vliegtuig. Honderdduizenden onderdelen moeten op precies de juiste plaats in de onderzeeboot komen, gekoppeld worden en samen één systeem vormen. En dat binnen een stalen buis die honderden meters diep kan. Die bemande robot moet dan ook nog 30 jaar mee kunnen en binnen budget en tijd worden opgeleverd.

Sinds 1906 bouwt Nederland de onderzeeboten zelf, al waren de eerste paar ontwerpen afkomstig uit de VS.

Dit is nu voor Nederland de allereerste keer dat er nieuwe boten worden besteld die deels in het buitenland worden gebouwd. Onderzeeboten werden eerst door De Schelde (nu Damen) in Vlissingen gebouwd en de laatste drie generaties door de RDM. Maar de RDM is al jaren failliet doordat in de jaren '90 werd besloten om twee oude boten niet te vervangen en de export van een zelf ontworpen type lukte niet.

Dat betekent niet dat er helemaal geen kennis meer is. Bedrijven die zich hebben verzameld binnen het Dutch Underwater Knowledge Center (DUKC) hebben zelfs nog recente ervaring met het moderniseren of ontwerpen van onderzeeboten. Maar die kennis en ervaring zijn te dun voor een eigen onderzeebootproject.

Henk Boomstra
Door Henk Boomstra/ Wordtgetekend.nl. Klik hier voor meer cartoons.

4. Wat heb ik tot nu toe gemist?
Veel. Of, weinig, want er is nog niets besloten of gebouwd. En het project gaat nog zeker vijftien jaar duren, dus dit is een mooi moment om in te stappen.

Een onderzeeboot gaat normaal zo'n 25 tot 30 jaar mee. Dus rond 2004 had de Nederlandse politiek al moeten beginnen met de vervanging, maar dat waren nog tijden van ongekende bezuinigingen. In 2013 werd voor het eerst openlijk gesproken over vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten. Wel heel voorzichtig.

Er was al een inventarisatie gedaan: welke kennis hebben we nog in Nederland? Samenwerking met andere landen bleek toen nodig. Onder andere de Onderzeedienst zag toen het liefst een Walrus 2.0, dus een moderne variant van de huidige boot. Anderen spraken al over een samenwerking met Duitsland, maar minister Hennis van Defensie sloot die optie in 2014 uit.

Niet veel later werd bekend dat het Nederlandse Damen en de Zweedse onderzeebootbouwer Saab Kockums samen gingen werken op onderzeebootgebied. Tot grote ergernis van het Ministerie van Defensie, want Hennis was naar verluidt van plan om Damen te koppelen aan de meest geschikte buitenlandse kandidaat. (Net als in Australië.)

Gesprekken met Duitsland werden toch weer opgepakt en er werd gesproken over één (nieuw) type onderzeeboot voor Duitsland, Noorwegen en Nederland. Ondertussen was Hennis gevraagd om een toekomstvisie te schrijven over de Onderzeedienst. Die kwam in juni 2015 en Hennis was duidelijk wat ze wilde: 1. nieuwe onderzeeboten en 2. onderzeeboten die dezelfde taken moeten kunnen vervullen als de Walrusklasse.

Het Duitse TKMS en het Franse Naval Group (toen nog DCNS) bevestigden rond die tijd publiekelijk dat ze ook interesse hadden.

Negen maanden gingen voorbij waarin ogenschijnlijk niets gebeurde. Maar achter de schermen werd er druk gesproken door Noorwegen, Duitsland en Nederland.

Het wachten was nog altijd op de start van het project: de A-brief van de minister. Voor het zover was, had in maart 2016 een rondetafelgesprek plaats in de Tweede Kamer. Daar kwam Hennis plotseling met een klankbordgroep. Deze klankbordgroep, bestaande uit leken, moest onderzoeken of er wel nieuwe onderzeeboten nodig waren.

Tien dagen later bleek in de Tweede Kamer een brede steun voor vervanging van de onderzeeboten maar veel onbegrip over de klankbordgroep. Toen de A-brief in juli 2016 verscheen bleken er wat algemeenheden in te staan en kwam de klankbordgroep met vier opties: geen onderzeeboten, alleen drones, een kleine onderzeeboot, een boot met taken van de Walrusklasse. Dit moest worden onderzocht in de B-fase, die zou worden afgesloten met de B-brief in najaar 2018.

De gesprekken met Noorwegen, Duitsland en Nederland gingen ondertussen door en dat najaar werd gefluisterd dat de onderzeeboten uit Duitsland zouden komen: Type 212CD van TKMS. Maar de formele aanbesteding ging ook door en nadat de Tweede Kamer in het voorjaar 2017 akkoord was met de vervanging, werden bedrijven voor de eerste keer uitgenodigd om zich voor te stellen. Ook de Spaanse onderzeebootbouwer Navantia meldde zich.

Het tweede verzoek om informatie volgde in 2018 en de bedrijven stuurden voorstellen op.

Ondanks de vele gesprekken met Duitsland en Noorwegen lukte het niet om alle partijen op één lijn te krijgen. In maart 2018 liepen de gesprekken vast.
Later in 2018 het antwoord op de vragen van de klankbordgroep: toch onderzeeboten die dezelfde taken als de Walrusklasse kunnen vervullen. Nu is die keuze goed onderzocht en stevig onderbouwd, maar komen we toch weer uit op het idee uit de tijd van de toekomstvisie Onderzeedienst in 2015.

En die B-brief? Die is inmiddels regelmatig uitgesteld, eerst werd die in februari verwacht, toen in maart. Nu lijkt het april te worden, maar niets is zeker.

5. Wat kost dit allemaal?
Dit project valt in de categorie "meer dan 2,5 miljard euro". Lekker vaag, maar dat heeft te maken met de categorieën die politiek Den Haag voor aanbestedingen niet helemaal handig heeft ingedeeld.

Het bedrag dat in de wandelgangen wordt genoemd is 3,5 miljard euro.

Dat is voor de gemiddelde mens veel geld. Maar voor een land valt dat nog wel mee. Van dat bedrag wordt in een jaar of tien het hele project gedaan. In 2019 geeft de Nederlandse overheid 295 miljard euro uit. In tien jaar tijd is dat dus 2,95 biljoen euro, of waarschijnlijk meer want de uitgaven stijgen al sinds 1945.

Dus de onderzeeboten kosten Nederland 0,12% van de uitgaven van nu t/m 2029 (het is een schatting want het project is eerder begonnen en pas in de jaren '30 klaar, dus het percentage is eigenlijk nog lager). Stel dat je een modaal inkomen hebt (€ 36.000 bruto per jaar) en je hebt een project dat je verspreid over 10 jaar 0,12% van je inkomen kost. Dan is dat €432,-. In die tijd geef je meer uit aan je telefoon of je Videoland-abonnement!



6. Wat wil Nederland eigenlijk?
Tja, goeie vraag. Daar is weinig over bekend. De eisen waar de nieuwe onderzeeboten aan moeten voldoen zijn niet gedeeld met de scheepswerven, laat staan met de media. Hoe diep, ver, snel ze moeten kunnen gaan, hoeveel mensen en wapens er aan boord moeten passen, wat de eisen zijn voor wat betreft schok, geruisloosheid en hoeveel ze zelf moeten kunnen detecteren? Veel wordt nog stil gehouden.

Dat is een doorn in het oog van de onderzeebootbouwers, die al wel allerlei vragen hebben moeten beantwoorden en maar moeten gissen naar wat Nederland nu precies wil. Aan de andere kant wil Defensie niet in dit stadium natuurlijk te veel prijs geven, want de eisen liggen heel gevoelig.

Daarnaast, wat de Onderzeedienst wil is niet per se hetzelfde als wat Defensie wil. Of wat andere krachten zoals het ministerie van Financiën wil. Laat staan wat individuele politici, zoals de minister president, willen. Het is dus een heel complex spel.

De toenmalig Groepsoudste Onderzeedienst zei in 2014 dat Nederland zelf een onderzeeboot moest bouwen en niet een boot van de plank moest kopen. Een paar jaar later was dat van de baan en was het standpunt van Defensie dat er een 'kant-en-klare' onderzeeboot gekocht moest worden: een Military of the shelf (MOTS) onderzeeboot. Officieel is dat nog steeds het standpunt: MOTS en eventueel aangepast. Maar ondertussen is wel duidelijk dat de onderzeebootbouwers geen MOTS-onderzeeboten gaan aanbieden. Of het aangepaste MOTS-boten (MOTS evolved) worden, is ook maar de vraag. Alleen het aanbod van het Spaanse Navantia is een MOTS evolved. Deskundigen zeggen over de andere ontwerpen: het zijn nieuwe ontwerpen.

7. Wat zijn de risico's dan?
'Risico's', een doodeng woord. Maar die zijn er wel degelijk. Zeker als er sprake is van een nieuw ontwerp, want dan weet je nog niet zeker hoe het werkt als je het ontwerp in elkaar zet. De theorie is dat als je een boot van de plank (MOTS) koopt, je minder risico's hebt. De problemen in de beginfase zijn er dan hopelijk al uit, maar hoe lang blijft je boot nog modern? Ben je al snel extra kosten kwijt om de boot weer up to speed te krijgen met potentiële tegenstanders?

Daarnaast is de kennis bij Defensie op gebied van onderzeebootbouw erg dun geworden door de bezuinigingen. Die kennis moet dus op korte termijn worden uitgebreid en verstevigd, daar werkt Defensie ook aan, maar dat moet dan wel zonder de echte ervaring van onderzeebootbouw.

Als de kennis bij de opdrachtgever (Defensie dus) beperkt is, is het lastig om goed te onderhandelen. Ook is het dan voor Defensie moeilijk om tijdens de ontwerp- en bouwfases tijdig problemen te kunnen ontdekken. In de tijd dat de Zwaardvis- en Walrusklasse onderzeeboten werden gebouwd, was er voortdurend ervaren toezicht vanuit de marine. Jan Jaap van Rijn, Hoofd Bureau Onderzeeboten bij de Directie Materieel van de Koninklijke Marine (DMKM), was tijdens het hele proces nauw betrokken en hield streng toezicht. Van de eerste berekeningen tot de controles op de werf van de lasnaden. Niet alleen de kennis is nu minder, de afstand tot de werf is ook groter.

Ook de onduidelijkheid over MOTS en nieuw ontwerp baart zorgen. Misschien is dat niet terecht en heeft men achter de schermen alle processen aangepast op een nieuw ontwerp, officieel zegt Defensie nog voor MOTS of MOTS evolved te gaan.

Ondertussen worden de Walrus-onderzeeboten snel ouder. Dat levert een heel ander risico op: dat ze te oud worden om er veilig mee te varen voordat de nieuwe boten er zijn. Probeer dan de Onderzeedienst maar overeind te houden. De overgang in Canada van de Oberonklasse naar de Victoriaklasse laat zien hoe het niet moet.

Barracuda
Illustratie van de Barracuda. Op deze nieuwe nucleaire onderzeeboot van Frankrijk is het ontwerp voor Nederland gebaseerd. (Bron: Naval Group)

S-80
De S-80. De vier toekomstige onderzeeboten van de Spaanse marine zijn qua omvang ongeveer gelijk aan de Walrusklasse onderzeeboten. De nieuwe Spaanse subs zijn 200 ton lichter, maar wel langer en hebben een grotere diameter. Navantia stelt een (licht) aangepast ontwerp voor. (Beeld: Navantia)

Saab Damen onderzeeboot
Het voorstel van Saab-Damen, gebaseerd op de Zweedse A-26. (Beeld: Saab)

Type 212 CD
De Type 212CD die door Duitsland en Noorwegen wordt gebouwd. Deze boot heeft een waterverplaatsing van 2400 ton. Voor Nederland wil TKMS het ontwerp aanpassen. (Foto: TKMS)

8. Wie heeft het beste aanbod?
Eigenlijk is er nog weinig bekend over het aanbod van de verschillende partijen. Dat heeft natuurlijk te maken met dat Nederland nog weinig heeft losgelaten over de eisen. Aan de andere kant houden de partijen zich op sommige punten op de vlakte. Er zijn vier deelnemers: Naval Group (Frankrijk), Navantia (Spanje), Saab-Damen (Zweden-Nederland) en TKMS (Duitsland).

Welk aanbod het beste is hangt ook af van waar je naar kijkt. Zoveel mogelijk banen? De Fransen claimen dat hun aanbod duizenden onderzeebootbanen oplevert, maar op die claims komt ook veel kritiek van concurrenten die zeggen dat de cijfers zijn overdreven. De goedkoopste boten? Misschien zijn dat de Spanjaarden wel, die een bestaand ontwerp wat kunnen aanpassen en verder door kunnen bouwen. De meeste ervaring? De Duitsers hebben vele onderzeeboten gebouwd in binnen- en buitenland, op een afstandje gevolgd door de Fransen. De beste samenwerking? De Nederlands-Zweedse combinatie heeft dankzij Damen als enige ervaring met de Nederlandse marine en sluit ook qua cultuur het beste aan.
Uiteindelijk moet het gaan om welke boot het beste is voor de Nederlandse Onderzeedienst. Natuurlijk moet die betaalbaar zijn, maar in de eerste plaats op z'n taak berekend.

In deze fase is het dus vooral goed zoeken naar de beste match op gebied van cultuur, het basisontwerp en de bereidheid om op gelijkwaardige manier samen te werken.

9. Wordt er nog een beetje gelobbyd?
Ja. Door alle partijen, al lijken de Spanjaarden daar het minst aan te doen. Zij doen ook het minst aan mediarelaties. Voor Marineschepen.nl was het in het begin ook erg lastig om met Navantia in contact te komen. Dat lukte en leverde een boeiend bezoek op in Cartagena, waar de Spanjaarden uiterst gastvrij waren. Maar pas een paar weken geleden maakten ze aan de internationale defensiepers bekend dat ze deelnemen aan het Nederlandse programma. Marineschepen.nl sprak meerdere defensiejournalisten uit diverse landen en zij waren allemaal enorm verrast door het persbericht.

Ondertussen klaagt men bij Navantia dat, ondanks dat ze een staatsbedrijf zijn, de Spaanse politici zich bij Nederland niet willen hard maken voor hun aanbod. TKMS en zeker Naval Group hebben op dat punt minder te klagen gehad. TKMS had zoals eerder vermeld de deal al zo goed als zeker binnen dankzij de Nederlands-Duits-Noorse politieke gesprekken. Naval Group (deels van de Franse staat en deels van Thales) krijgt actieve steun vanuit de Franse politiek. Zowel Frankrijk, Duitsland als Zweden zien hun onderzeeboottechnologie als iets van strategisch belang. Dan is export om de eigen werven aan werk te houden ook van groot belang. Dus is het niet vreemd dat Franse politici hun producten bij Nederlandse collega's aanprijzen.

10. Wie gaat er winnen?
De hamvraag. Vooralsnog heeft de Zweeds-Nederlandse combinatie Saab-Damen de beste papieren om door te gaan naar de volgende ronde. Dat klinkt saai, want velen dachten in het begin al dat Damen zou winnen, het ironisch genoeg was het echter het Duitse TKMS dat toen aan kop ging en pas sinds de zomer van 2018 zijn de kansen voor Saab-Damen gekeerd.

Wie gaan er nog meer door naar de volgende ronde? Waarschijnlijk het Franse Naval Group, dat dankzij het conflict over Air France-KLM een betere onderhandelingspositie heeft. De kansen voor TKMS en het Spaanse Navantia zijn waarschijnlijk kleiner, al leidde het aanbod van TKMS om de onderzeeboten in Den Helder te bouwen tot veel lokaal enthousiasme. En als Defensie zich houdt aan de eerste ideeën die het had voor een onderzeeboot van de plank kopen, dan zou Navantia zomaar een plaatsje in de volgende ronde kunnen krijgen, toch zijn maar weinig mensen die dat verwachten.

En wie uiteindelijk de boten gaat bouwen hangt van veel zaken af, vooral op politiek vlak. Saab-Damen heeft de beste papieren voor de eindoverwinning. Hun directe concurrent is Naval Group, maar de kans dat Nederland na de winst van Naval Group op gebied van de mijnenbestrijdingsvaartuigen ook voor Naval Group als onderzeebootbouwer kiest, wordt klein geacht.

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Instagram
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Nieuwe onderzeeboten