Nieuwe fregatten: naast BelgiŽ en Nederland, mogelijk derde land


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 25-06-2020 | Laatst aangepast: 28-06-2020


De nieuwe fregatten die vanaf 2027 de huidige M-fregatten voor Nederland en BelgiŽ gaan vervangen, zijn "schepen waar beide marines trots op kunnen zijn", zegt vice-admiraal Arie Jan de Waard. En niet alleen De Waard is positief over de schepen, er is serieuze belangstelling uit het buitenland. "Dat kan binnen een half jaar rond zijn", volgens projectleider Vervanging M-fregatten Rob Zuiddam. Marineschepen.nl sprak beiden uitgebreid over de nieuwe schepen, de problemen, oplossingen en natuurlijk de details.

vMFF
Geen twee, maar misschien drie of meer landen... (Beeld fregat: DMO, bewerking: Marineschepen.nl)

Op het gedecimeerde Marine Etablissement Amsterdam sprak ik gistermiddag met directeur Defensie Materieel Organisatie (DMO) vice-admiraal De Waard en Rob Zuiddam over de nieuwe schepen. De stemming was uiterst positief: "het is een feestdag", zei De Waard, terwijl de B-brief naar de Tweede Kamer werd verzonden.



Snelkookpansessies
Met de brief wordt de tweede fase, de onderzoeksfase, van het project waarmee de oude Belgische en Nederlandse fregatten moeten worden vervangen, afgerond. Zoals woensdag al door Marineschepen.nl was gepubliceerd, was het de laatste maanden nog spannend of er wel goed nieuws zou komen over de nieuwe fregatten.

Voor het eerst kon De Waard openlijk over de problematiek praten. "DMO maakt op basis van de eisen die door de CDS [Commandant der Strijdkrachten, JK] worden opgesteld, een ontwerp. Dan gaan wij de dialoog met de industrie voeren om te kijken wat het moet kosten. De 22D-versie, die lag uiteindelijk op tafel, maar daar kwamen we niet uit. Die paste niet binnen het budget."

"Toen kwam de industrie met een alternatief. Het SIGMA 11515-ontwerp. Dan kan je twee dingen doen. Je zegt dat je het niet wilt, omdat het niet past in de traditie van de Koninklijke Marine dat we schepen van de plank kopen. Of je gaat het serieus bekijken. We hebben dat laatste gedaan. We hebben in een intensieve pressure cooker-periode van zes weken geprobeerd om alle eisen in het ontwerp te accommoderen. Zes sessies, plus high level reviews met de CDS, commandant Zeestrijdkrachten, hoofd-directeur Finance & Control. Daar uit bleek dat dat niet het schip was wat wij wilden hebben. De industrie is daar ook van overtuigd."

"En het is belangrijk dat wij dat gedaan hebben, anders zou je altijd hebben gehoord dat je dit ontwerp geen kans hebt gegeven. We hebben het echt tot op de bodem uitgezocht en toen bleek bijvoorbeeld dat er in een later stadium niet voldoende toegevoegd kon worden, de verblijven waren niet op de juiste locatie voor ons en de wereldwijde inzetbaarheid was te beperkt." "Ondertussen zette de staatssecretaris van Defensie veel druk op het systeem. Ze zag de noodzaak van de vervangingen en wilde de brief voor de zomer verzonden hebben."

De Waard vervolgt: "Maar dankzij die sessies begreep de industrie beter waarom wij in ontwerp 22D tot de keuzes die we hadden gemaakt, waren gekomen. Wij leerden waarom de industrie tot de keuzes van de 11515 was gekomen, en ontdekten wij welke aanpassingen we moesten doen waarmee we toch binnen budget konden blijven. Uiteindelijk is het resultaat een flexibel en schaalbaar fregat, dat met een uitmuntend staaltje van de Gouden Driehoek tot stand is gekomen. Kennisinstituten, industrie en Defensie werkten samen om dit resultaat te bereiken."

"Was het niet gelukt, dan hadden we een C-fase op moeten starten en dan waren we tien maanden tot een jaar langer bezig geweest."

vMFF
Uitgesneden beeld van het concept dat eind 2019 uitlekte. Dit was ontwerp RMF-22D, dat aangepast moest worden. (Beeld: DMO, bewerking: Marineschepen.nl)

vMFF
Schets van de vervanging van het M-fregat (juni 2020). Er zijn meer aanpassingen gedaan, zo is ook de brug anders. Opvallend is ook dat er minder ruimte is tussen de VLS en de opbouw. Uitbreiding van VLS lijkt daardoor niet mogelijk. (Beeld: DMO)

Kleiner is niet goedkoper
Hoewel Marineschepen.nl eerder alleen had begrepen dat het ontwerp kleiner was geworden, werden daarmee maar weinig vragen beantwoord. Kleiner is immers niet goedkoper. "Je moet er dingen af halen", zegt Rob Zuiddam. Zuiddam was eerder projectleider OPV's en heeft sinds 2015 de leiding over de totstandkoming van de toekomstige fregatten.

En er is dus ook wat af gegaan, ten opzichte van ontwerp 22D. "22D was het ideale ontwerp, wat we nu hebben is nog steeds een ideaal schip. Met hele kleine aanpassingen konden we toch aan iedereen z'n wensen tegemoet komen. Het ging bijvoorbeeld om de berekening van de brandstofcapaciteit, op advies van Damen hebben we dat aangepast en werd het gewicht kleiner. We zijn van rond de 80 opstappers naar 40 gegaan, de ruimte voor FRISC'en van 12 meter is verkleind naar ruimte voor RHIB's van 7 meter. De 22D modified heeft een lager voortstuwingsvermogen door kleinere elektromotoren. Dat telt allemaal op en dan kom je binnen budget."

Het levert een ontwerp op dat 1,09 meter korter is, iets smaller en 200 ton minder waterverplaatsing.

"Ik las op jouw site in de reacties dat iemand denkt we zo ver hebben gesneden dat het een korvet is geworden", zegt De Waard, "maar dat is natuurlijk niet zo. Met 5500 ton waterverplaatsing is het een serieus fregat."



Positieve spiraal
Hoe kan het dat DMO in een situatie was gekomen dat in het ontwerp moest worden gesneden? Was het budget te laag of was vooraf niet goed ingeschat wat de kosten waren? De Waard: "Het budget was niet te laag." Ook bestrijdt de vice-admiraal de theorie dat DMO de kosten vooraf te laag had ingeschat. "We hebben aan de voorkant niet gezegd hoe hoog de kosten zouden zijn." Dat BelgiŽ heel precies een budget had vastgelegd, had er volgens De Waard meer mee te maken met dat de zuiderburen een heel ander systeem hebben.

Zuiddam: "Zij beginnen een project met een budget en dat moet ook op die manier eindigen. Bij ons gaat het anders. Wij praten er over met elkaar en zoeken met de industrie naar een oplossing. En dat is een mooi systeem. Er hoeft nu geen geld bij. We kunnen dit realiseren binnen budget."

Wat volgens Zuiddam wel gebeurde was dat het ontwerp was gaan groeien. "We waren in een negatieve spiraal terecht gekomen, dan blijf je groeien. Net als Duitsland met MKS 180, maar zij bleven doorgaan met stapelen tot een schip van 9 tot 10.000 ton. Wij hebben op een gegeven moment een stap terug gezet en zijn naar een positieve spiraal gegaan, zijn gaan kijken hoe we dingen anders konden doen, waardoor het schip kleiner kon worden."

Overigens, zo merkt De Waard op terwijl hij verwijst naar de historie van de M-fregatten, het is heel normaal bij de ontwikkeling van schepen dat zij gaandeweg het ontwerpproces van omvang veranderen. "Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon."

Het LCF is verge- leken met de Duitse F124 een kwart goedkoper.

Vice-admiraal De Waard
Directeur DMO

Goedkoop
Vergeleken met de Britse Type 26 en Duitse MKS 180 fregatten die beide ongeveer 1,2 miljard euro per stuk kosten, zijn de nieuwe Belgische en Nederlandse fregatten met dik 500 miljoen euro per stuk veel goedkoper. Het is belangrijk om vooraf op te merken dat de bedragen niet zomaar te vergelijken zijn. Immers, van geen van de projecten is in het publieke domein bekend wat exact deel van het contract uitmaakt (bijv. opleidingen, simulatoren, documentatie).

Toch blijft er een groot verschil tussen de Belgische en Nederlandse fregatten aan de ene kant en de Britse en Duitse fregatten aan de andere kant. En dat is niet voor het eerst. "Kijk naar al onze schepen in het verleden", reageert Zuiddam. "Vergelijk de OPV's maar met wat de Britten twee jaar later onder contract brachten. De meeste landen kopen een turn-key project. Duitsland MKS 180 is all inclusive. Wij kopen een platform, wij kopen sensoren, wij kopen wapens, wij kopen andere systemen. En die zetten wij aan boord en die integratie ligt bij ons. Elke partij heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Wij hebben de verantwoordelijkheid over het totaal."

En dat is een verschil met Duitsland, zo erkent ook Zuiddam. "Want Duitsland heeft de totale verantwoordelijkheid bij Damen neergelegd. Daar betaal je dan ook voor."

De Waard: "Het LCF is vergeleken met de Duitse F124 een kwart goedkoper. De systemen die we er op hebben staan en ook het functioneren van het schip, zeg ik het voorzichtig, doen we er niet voor onder. Aan de Duitse kant, een turn-key project is ook niet de garantie dat je opgeleverd krijgt wat je wil hebben. Kijk naar de F125 en de oplevering." "Wat wij doen", vervolgt De Waard, "zie je ook terug in de prijs. En wij maken de software zelf. Wij vinden dat ook erg belangrijk. Dat is iets wat zich in het verleden heeft bewezen. Als vice-admiraal Kramer zegt dat hij een aanpassing wil dan gaat een software engineer aan de slag. Als zijn collega in Duitsland dat zegt, dan moeten ze terug naar de industrie, dat kost geld en gaat niet zo makkelijk als wat wij doen." vMFF
Close-up. (Beeld: DMO)

Groter schip, minder mensen
Als het gaat om het nieuwe fregat is er wel nieuws onder de zon. "Het is een volgende generatie oorlogsschip", zegt De Waard. "Er zit echt een filosofie achter. Het gaat om schaalbaarheid, om flexibiliteit, om voorbereid te zijn op de toekomst. Het is een geduchte opponent op gebied van onderzeebootbestrijding en met veel innovatie."

De schepen worden dus zo'n 133 meter lang, met een waterverplaatsing van 5500 ton. Er is ruimte voor een NH90-helikopter, onbemande vliegtuigen en in plaats van de RHIB's kunnen zeven meter lange Unmanned Surface Vehicles (USV's) mee. (Door die kortere lengte is er dus geen ruimte voor de USV's van de mijnenbestrijdingsvaartuigen.)

Opnieuw gaat een nieuw fregat gevaren worden door weer minder mensen. 160 bemanningsleden op een fregat van 122 meter was in de jaren '90 bij de introductie van de M-fregatten bijzonder. Dit schip is groter en gaat met minder mensen varen. "We maken een stap in het innovatief omgaan met het opereren en instandhouden van het schip," zegt De Waard. Een van de nieuwe elementen is dat het fregat continu in contact staat met een ondersteuningsafdeling op de wal die informatie krijgt over de status van het schip.

Van radars tot lasers
Als het gaat om de sensoren, wapen- en commandosystemen (SEWACO), is er nog veel niet bekend. Op de arist impression staan weliswaar te herkennen systemen, maar dat zegt niets over welk wapen of sensor er op zal komen. Veel systemen zijn nog in aanbesteding. "Maar je kan het scheepsontwerp niet laten wachten tot de aanbestedingen zijn afgerond," zegt Zuiddam. "Dus zetten we er het grootste systeem op en dan past de kleinste ook."

Een paar systemen zijn wel zeker. Zuiddam: "ESSM Block 2 staat gewoon in de opdracht. Dus komt er een VLS [verticale lanceerinrichtin, JK] op en die keten moet je aansturen. Dat doe je met sensoren gebaseerd op AWWS, die nu worden ontwikkeld met de laatste technieken en laatste dreigingsscenario's. Hetzelfde systeem komt op de Duitse MKS 180 fregatten, inclusief APAR Block 2." Daarmee zetten de nieuwe fregatten een flinke stap vooruit ten opzichte van de M-fregatten, die niet zo'n geavanceerde radar als APAR hebben. Dit is dus de opvolger van de APAR op de LCF'en.

Het hart van het schip wordt gevormd door een vernieuwde LFAPS, Low Frequency Active Passive Sonar. Een sonar die op lage frequenties kan pingen naar onderzeeboten. Doordat deze achter het schip in het water wordt gelaten, kan ook onder temperatuurlagen worden gezocht. Dankzij de lage frequentie kunnen onderzeeboten heel goed worden opgespoord. De LFAPS is een grotendeels Nederlandse ontwikkeling, waar in het buitenland heel veel interesse in is. Nederland wil die kennis echter niet met veel landen delen.

Dat gaat vanaf 2027 wel gebeuren met BelgiŽ als de Belgische fregatten voor het eerst ook voorzien worden van LFAPS, en dan gelijk de nieuwe.

Een mogelijk toekomstig wapensysteem is een laserkanon. In de reacties op Marineschepen.nl is al vele malen vraagtekens gezet bij het laserwapen. De Waard en Zuiddam zien het als een realistische optie. De Waard: "In een maritieme omgeving met veel vocht en slecht weer moet laser ook werken. Dat is een uitdaging in de lasertechniek. De tweede uitdaging is de energie aan boord om het laserkanon te kunnen voeden. Maar prototypes op het land als op zee zijn in voorbereiding, testen zijn ook gaande. Je weet het nooit zeker met techniek, maar het is veelbelovend. Het grote voordeel is dat je er niet veel munitie voor hoeft mee te nemen. We houden er wel terdege rekening mee dat lasers er ooit een keer gaan komen."

En als dat gebeurt is de vervanger M-fregat er klaar voor. "Er is ruimte voor battery packs en het energiesysteem kan het aan. Dat zit allemaal in het platform," zegt De Waard.

LFAPS
De LFAPS op een van de huidige fregatten. (Beeld: Koninklijke Marine)

BelgiŽ: zelfde schepen en apparatuur
Een zorg in het Belgische parlement is dat BelgiŽ weliswaar dezelfde rompen krijgt, maar zonder spullen. Die zorg wil VADM De Waard wegnemen: "Wat bij het vertrekpunt altijd voorop heeft gestaan: BelgiŽ en Nederland krijgen fregatten die exact hetzelfde kunnen doen. En dat gebeurt dus ook, BelgiŽ krijgt geen grijs jacht waar niks op zit. Zij krijgen dezelfde sensoren en wapensystemen, alleen zijn sommige systemen bij ons dubbel uitgevoerd, bij hun enkel."

BelgiŽ heeft ook de wens om een bijdrage aan Ballistic Missile Defense te leveren, door de mogelijkheid om SM-3 in de VLS te plaatsen. Dat is ondanks de aanpassingen nog steeds mogelijk bevestigt Zuiddam. "Maar", zegt hij, "het aantal plekken is beperkt. De functionaliteit is er, het is wel een stap die BelgiŽ moet zetten. In de Sigma was die optie lastiger geweest."

Met de opmerking over beperkte ruimte doelt Zuiddam ongetwijfeld dat er, zoals er in de tekeningen staat, een VLS is met 16 cellen. ESSM kan met vier in ťťn cel, maar SM-3 met maximaal ťťn. Los van de prijs, is de vraag of BelgiŽ in de praktijk zal kiezen om SM-3 te laden. Een schip dat over die capaciteit beschikt is een interessant doelwit en dan wil je juist een goede verdediging hebben. Dan gaat het aantal ESSM's dat aan boord is, meetellen.

ASW-fregatten
De namen van de individuele fregatten zijn nog lang niet bekend, maar ook de typenaam nog niet. Dat moet een nieuwe naam worden, M-fregat kan dus al niet. "Ook omdat het geen multipurpose-fregat is, zoals de M-fregatten in die tijd waren bedoeld", zegt De Waard. "Het is een fregat dat speciaal bedoeld is voor onderzeebootbestrijding, met ook capaciteiten in andere domeinen. De marine is aan het broeden op een mooie werknaam van die fregatten."

Misschien hebben de lezers van Marineschepen.nl nog goede suggesties?



Bouw in Nederland? Oplevering 2027
De planning is nog steeds dat eind 2021 het contract met Damen getekend moet worden, al wil Zuiddam proberen om dat naar voren te halen. Met nieuwe werkmethodes zoals Concurrent Design Facility, afkomstig uit de ruimtevaart, hoopt het projectteam meer snelheid te kunnen maken. "De eerste resultaten hebben laten zien dat CDF een positieve bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en wellicht ook aan een snellere bouw van de schepen", zo meldt de B-brief.

Desondanks is de verwachting dat het eerste schip in 2027 wordt opgeleverd. Twee jaar later dan in 2018 werd verwacht. De Waard: "We hebben toen ook gezegd 'naar verwachting 2025' en dat de bouw van het schip complex is en minimaal zeven jaar in beslag neemt. Uit de intensieve dialooog die we hebben gevoerd met de industrie, bleek dat er nog wel twee jaar nodig is om van het huidige ontwerp een gedetailleerd ontwerp te maken en te gaan bouwen. Ja, dan kan ik wel zeggen dat ze sneller moeten zijn, maar we hebben gekeken naar wat zij moeten doen en we snappen dat. Wij komen nu uit op 2027. Dan gaan we er mee proefvaren en zo snel mogelijk overgedragen aan de Koninklijke Marine om er mee te gaan opereren. Het laatste schip komt wel binnen de eerder verwachte tijdsspanne. Alle vier worden in de periode 2027-2030 opgeleverd."

In de B-brief stond overigens nog een interessante passage over de bouw van de schepen. Omdat de laatste 18 jaar Nederlandse marineschepen vrijwel zonder uitzondering door Damen in RoemeniŽ werden gebouwd, was het logisch dat ook de bouw van deze fregatten daar zou plaatsvinden. Toch staat dat nog helemaal niet vast: "In de verwervingsvoorbereidingsfase (D-fase) van het project 'verwerving Combat Support Ship' is de loonontwikkeling in RoemeniŽ als risico onderkend waardoor het financiŽle voordeel van bouwen in lagelonenlanden gedeeltelijk teniet wordt gedaan. In de D-fase van het project Vervanging M-fregatten zal Defensie bezien of en hoe een zo groot mogelijk deel van de fregatten in Nederland kan worden gebouwd, rekening houdend met het taakstellende financiŽle budget."

Voor de provincie Zeeland kan de bouw van de vier fregatten in Vlissingen, naast het ontwerp aldaar van de MKS 180 fregatten, een enorme impuls betekenen.

Internationale belangstelling
En misschien worden het er wel meer dan vier. Want er is zeker ťťn serieuze belangstellende "uit Europa" om deel te nemen. De Waard en Zuiddam kunnen niet zeggen om welk land het gaat. "Het is niet openbaar", zegt Zuiddam. "Maar er is een formele brief gestuurd door dat land. Dus het is nog even wachten, al kan het binnen een half jaar rond zijn."

Dat er interesse is uit het buitenland in de vervangers van de M-fregatten, is niet nieuw. Wel dat de interesse zo concreet is. Al een tijdje worden vooral landen als Portugal (dat erg tevreden is met de M-fregatten en de huidige modernisering) en Noorwegen (dat ideeŽn had om het gezonken fregat Helge Ingstad te vervangen met twee nieuwe fregatten) genoemd.

Mochten er drie Europese landen dezelfde nieuwe fregatten aanschaffen, is dat heel goed nieuws voor het project en een bijzondere gebeurtenis in de geschiedenis van de Europese fregattenbouw.

Reactie commandant Zeestrijdkrachten
Het Commando Zeestrijdkrachten zal straks gebruiker worden van de nieuwe schepen. VADM Rob Kramer reageerde vanzelfsprekend positief op de vooruitgang: "Dit is een cruciale stap, op het juiste moment, om een belangrijke maritieme capaciteit van de Nederlandse Marine te waarborgen. Vervanging van de huidige M-fregatten door een innovatief en vernieuwend fregat, dat verder tot stand gaat komen in nauwe samenwerking tussen defensie en het Nederlandse Marine bouwcluster is belangrijk voor onze veiligheid nu maar vooral ook in de toekomst. Daarom ben ik blij dat het nieuwe fregat weer 'state of the art' systemen krijgt en voldoende groeipotentieel heeft om relevant te blijven in de volgende decennia. Kortom, vanuit het Marine perspectief zijn wij zeer tevreden met het versturen van deze B-brief waarin de contouren van een operationeel relevant fregat nadrukkelijk naar voren komen."

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact

Over deze site

Privacy

Adverteren
Blijf op de hoogte via:

Twitter

Facebook

Instagram
Copyright

Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen

Vervanging M-fregatten

Nieuw beeld vervangers M-fregatten lekt uit