De nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen, wat is de stand van zaken? Een interview met de projectleiding (Deel 1)


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 09-03-2020 | Laatst aangepast: 09-03-2020


Bijna een jaar geleden werd de opdracht voor twaalf mijnenbestrijdingsvaartuigen plus bijbehorende -middelen voor BelgiŽ en Nederland aan het consortium Belgium Naval & Robotics gegund. Het was even stil rond het project, maar er gebeurde achter de schermen veel. En dat moet wel om over krap vier jaar en drie maanden het eerste schip met onbemande mijnenbestrijdings-tools op te leveren. Wat er gaat gebeuren en hoe de schepen er precies uit gaan zien, vertelden de Belgische en Nederlandse projectleiders in een uitgebreid interview aan Marineschepen.nl.

MCM
Mijnenbestrijdingsvaartuig met USV. (Beeld: Naval Group)

"De nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen hebben een rompvorm als die van een sleepboot," reageerde een lezer van Marineschepen.nl na publicatie van het ontwerp in 2019. Waarom hebben de schepen zo'n opvallende vorm? Is al bekend welke wapens en radars er op de schepen komen? Krijgen de Nederlandse schepen Guardion? Het zijn maar een paar vragen die sinds voorjaar 2019 gesteld zijn en nu eindelijk beantwoord worden.

In een reeks van vier artikelen worden de mijnenbestrijdingsvaartuigen, de mijnenbestrijdingsmiddelen (MCM-tools), de wapens en de sensoren, uitgebreid besproken. In dit eerste deel het ontwerp en de weg naar de oplevering.

Deel 1: de schepen

Deel 2: bouw en onderhoud

Deel 3: wapens en sensoren

Deel 4: drones en simulator



Stevig in handen
Op een uiterst winderige maandagmiddag heb ik met de projectleiders fregatkapitein Claude Bultot (BelgiŽ) en kapitein ter zee (TD) Paul Willemse (Nederland) afgesproken om uitgebreid over het eerste Belgisch-Nederlandse nieuwbouwproject te praten. De vervanging van de mijnenbestrijdingsvaartuigen is in Belgische handen en natuurlijk heeft onze afspraak dan plaats in Brussel.

Het projectteam is gevestigd in het hoofdkwartier van de Belgische strijdkrachten, op een grote, maar sobere kazerne, in een groot gebouw waar men vooral indruk zal moeten maken met de output van het werk, en men niet kan pronken met uiterlijk vertoon. En dat past wel een beetje bij de houding van het projectteam, waar de afgelopen jaren stug is doorgewerkt naar het einddoel: de vervanging van de huidige Belgische en Nederlandse mijnenjagers en het Belgische ondersteuningsschip Godetia.

Het is niet zo dat er nooit discussie was over de keuzes die zijn gemaakt, sterker er volgens bronnen was er in de periode voor 2016 discussie over het standoff-concept, en in Nederland was er in de buitenwacht achteraf kritiek op de keuze om Europees aan te besteden. Maar enkele jaren terug is een vrij duidelijk pad ingezet op weg naar de nieuwe capaciteit. En dat is tot op heden zonder al te veel zijpaden binnen de tijd bewandeld. Uit alles blijkt ook dat de projectleiding het project stevig in de greep heeft, al is er nog een lange weg te gaan tot het eerste schip wordt opgeleverd.


Video van Belgium Naval & Robotics die op Marineschepen.nl voor het eerst wordt gepubliceerd.

23 mei 2024
Dat moet gebeuren in mei 2024. Het consortium Belgium Naval & Robotics, bestaande uit de Franse bedrijven Naval Group en ECA, versloeg begin 2019 de twee andere consortia na een vrij korte aanbesteding. Op 22 mei 2019 werd het contract getekend. "De eerste dag na de ondertekening is de startdatum van het contract en kort erna zijn we begonnen met een kick-off meeting," zegt fregatkapitein Bultot. "Zestig maanden later, op precies 23 mei 2024 zal het eerste nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig met MCM-tools overhandigd worden aan BelgiŽ. Een jaar later volgt het eerste schip voor Nederland."

Uiteindelijk moeten er twaalf schepen voor Nederland en BelgiŽ worden gebouwd, en onbemande (onderwater) vaartuigen en vliegende drones en die de strijd met onderzeese explosieven moeten aangaan. Die combi van onbemande middelen, zijn de MCM-tools.



Van 2019 naar 2024
In vijf jaar moeten de eisen worden uitgewerkt naar een eerste schip met onbemande MCM-tools. Het project kent een uitgebreide route naar 23 mei 2024 (en daarna), hieronder de fases in hoofdlijnen:

23 mei 2019 - 23 oktober 2019: system requirement review
24 oktober 2019 - april 2020: system functional review
april 2020 - oktober 2020: preliminary design review
oktober 2020 - februari 2021: critical design review van de romp (van rest volgt later)
23 februari 2021: start bouw 1e schip
23 mei 2024: oplevering 1e schip

Leerzaam bezoek aan Den Helder
Na de ondertekening startte de system requirement review. Alle eisen van het bestek (beschrijving van wat het schip en de systemen moeten kunnen) werden vertaald naar unieke specificaties, bestemd voor de ingenieurs van Naval Group en ECA.

"Dat was ook het moment waarop wij goed kunnen luisteren of zij begrepen hadden wat we bedoelden in het bestek," zegt Willemse. Bultot vult aan: "Bepaalde functionaliteiten kunnen op verschillende manieren uitgevoerd worden. En zij werken veel met de Franse marine die bepaalde oplossingen gewoon is."

"We hebben hen meegenomen naar Den Helder om aan boord van Nederlandse en Belgische schepen te kijken," vervolgt Bultot, "naar oplossingen zoals wij die zagen. Voor de Franse ingenieurs was dat zeer interessant en zeer verhelderend omdat ze soms bij bepaalde specificaties niet erg goed begrepen wat wij bedoelden. Dat is echt een versnelling geweest in het proces."

Bultot: "Een voorbeeld was de watermist. Zij hebben niet de gewoonte om in alle ruimtes watermist te plaatsen, zij doen dat alleen in bepaalde ruimtes zoals de machinekamer. Dat hadden wij wel geŽist om de risico's voor de manschappen zoveel mogelijk te beperken. Dat hadden zij aanvankelijk niet goed begrepen. Een ander voorbeeld is de sluittoestand. Wij hadden een indicatie van de sluittoestand bij elke deur van het schip geŽist. En zij dachten aan een systeem waarbij we bijvoorbeeld een magnetische schijf op elke deur zouden plakken. 'Dat is niet wat wij bedoelen,' zeiden we. 'Wij bedoelen een systeem dat met ťťn druk op de knop het ganse schip weet welke sluittoestand het is. Die automatisatie is nodig omdat we met een zťťr gereduceerde bemanning varen.' Dus dat gaan ze zo voorzien."

Op 23 oktober (de 23e komt vaker terug) eindigde de analyse-fase en begon de system functional review. Bultot: "In die fase worden praktische oplossingen gezocht voor elke functionele eis, netwerken worden gedetailleerd en uitgetekend zoals brandblusnetwerken, koelingsnetwerken, elektriciteitsnetwerken, communicatienetwerken, gevechtssysteemnetwerken, etc. Tegen april moet dat gedaan zijn."

Belgium Naval Robotics
Het nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig, de illustratie is van eind april 2019. Voor veel meer beeld, zie verder hieronder op deze pagina. (Beeld: Belgium Naval & Robotics)

Iedereen wilde in het midden
Niet alleen de technici van DMO en de Belgische evenknie DGMR keken naar de schema's. Ook personeel van de mijnendiensten werd naar hun mening gevraagd. Zij kwamen op bezoek in St. Kruis (Brugge) en kregen de indeling van het schip te zien. In Belgisch-Nederlandse groepjes, met koks, verpleegkundigen, technici, etc, konden ze in twee dagen de tekeningen analyseren. Zo werd onder andere gekeken naar de logistieke routes van magazijnen naar de kombuis, naar brandbestrijding is intensief gekeken, en naar nog veel meer zaken.

Overigens gebeurde dat op basis van tekeningen op papier, niet met bijvoorbeeld 3D-technieken. Die analyse gebeurt pas in een later stadium.

"Het leverde meer dan 200 opmerkingen op," zegt Bultot. "Ons projectteam heeft al die opmerkingen gefilterd en uiteindelijk kwamen we uit op zestig opmerkingen die we naar Naval Group en ECA hebben gestuurd en zij zijn gaan wijzigen." De fregatkapitein wijst naar een groot vel papier op de muur met de indeling van het schip en vele rode wolkjes. "Die wolkjes zijn de wijzigingen die al zijn doorgevoerd naar aanleiding van de opmerkingen." Onder andere de kombuis en de ziekenboeg zijn verplaatst.

Maar niet met alle opmerkingen kon wat worden gedaan. Bultot: "De meesten wilden in het midden, dat is alom gekend als de plaats waar het schip het minst beweegt en dus het meeste comfort biedt. Maar dat is natuurlijk niet compatibel met de globale ruimte-indeling van het schip; het voorste deel moet ook gevuld worden."

"En," gaat Bultot verder "er waren sommigen die bepaalde zaken helemaal bovenin wilden. De werf heeft onmiddellijk aangetoond dat dat niet kon, omdat de stabiliteit dan in het gedrang zou komen."

Een andere ruimte die veel gewijzigd is, is de commandocentrale. Vele versies hebben inmiddels op tafel gelegen en ook daar heeft een binationale werkgroep steeds feedback op geleverd. "In een paar maanden is de inrichting geŽvolueerd naar wat je hier ziet," zegt Willemse. "Maar dat hoeft nog helemaal niet de eindsituatie te zijn, want elke ruimte zal nog in een latere fase geoptimaliseerd worden. Je ziet nu al heel duidelijk wel een totaal verschil van inrichting, vergeleken met het eerste voorstel."



De werf stelt voor, de opdrachtgever kiest
Dat de toekomstige bemanningen hun zegje mogen doen over de indeling, betekent niet dat zij of de projectleiding de oplossingen zullen aandragen. Die moeten van de werf komen.

Centraal in de hele samenwerking met de bouwers staat dat BelgiŽ en Nederland eerst functioneel omschrijven wat een systeem moet kunnen of in het geval van de reviews wordt het probleem voorgesteld, en dan moeten de bouwers concrete oplossingen aanreiken. Paul Willemse: "Dat doen we om de fabrikanten een beetje uit de tent te lokken. Zo van kom maar eens met een goed concept. Want als wij de oplossingen gaan bedenken en het werkt later niet, dan wijst de bouwer naar ons. Het consortium moet de totale eindverantwoordelijkheid behouden."

Die insteek heeft vergaande gevolgen, want dit heeft ook betrekking op sensoren en wapensystemen. Hier wordt zichtbaar hoe fundamenteel anders deze schepen tot stand komen dan schepen die door Nederland alleen worden besteld, want dan kiest Defensie zelf de apparatuur.

Over deze wapens en sensoren in een volgend artikel meer, maar de kern is wel dat de keuze voor de leverancier van de systemen niet bij de opdrachtgever ligt, maar bij het consortium.

Ook de risico's liggen daardoor bij het consortium. Bultot: "Wij hebben tevens minimale eisen gesteld voor bepaalde specificaties. Daarbij kon de inschrijver een betere score halen indien hogere waarden in de offerte werden vermeld. Daar kan Belgium Naval & Robotics niet meer van afwijken. De schepen mogen bijvoorbeeld niet achteraf een lagere maximumsnelheid hebben dan in de offerte is aangegeven. Ook het budget staat vast. Dat betekent dat hij de risico's heeft moeten incalculeren in zijn offerte. Enkel bij overmacht volgens de wet bepaald, kan tijdens de uitvoering van het contract hiervan afgeweken worden."



Critical design review
Na april zal men steeds verder tot in detail gaan ontwerpen. Tegen het einde van 2020 moet er een voorlopig ontwerp zijn (einde van de preliminary design review). Dan zal, alleen voor de romp, de critical design review plaatshebben. Dan staat de vorm van de romp vast. Later, terwijl de bouw van de romp al begonnen is, komt het binnenste van het schip vast te staan.

In februari 2021 wordt de eerste staalplaat gesneden en daarmee start de bouw.

Deel 1: de schepen

Deel 2: bouw en onderhoud

Deel 3: wapens en sensoren

Deel 4: drones en simulator



comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Instagram
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Deel 2: bouw en onderhoud

Nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen