Marineschepen.nl
 
   
 

Nederland en Duitsland willen samenwerken, maar ook niet helemaal


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 18-01-2021 | Laatst aangepast: 18-01-2021


Half december tekenden staatssecretaris Barbara Visser en haar Duitse collega Benedikt Zimmer een samenwerkingsovereenkomst voor onder andere een bundeling van krachten bij de ontwikkeling van nieuwe fregatten. Het lijkt een logisch en nieuwe stap van weer een Duits-Nederlandse militaire samenwerking. Maar klopt dat wel? De nieuwe samenwerking lijkt heel anders te worden omdat beide landen hun eigen industrie aan boord willen hebben, en dan vooral concurrenten Thales Nederland en Hensoldt. Dat lijkt geen probleem om de bedrijven te verplichten tot een project, maar het wordt niet makkelijker en mogelijk ook niet goedkoper.

Barbara Visser Arie Jan de Waard
Staatssecretaris Visser en VADM De Waard tijdens de ondertekening van de samenwerkingsplannen met Duitsland. (Foto: Defensie)

Het was een klein berichtje, op vrijdag 18 december op de site van Defensie, het winterverlof was voor velen al begonnen. Er werd niet eens een persbericht verzonden. Toch was het niet zomaar een bekendmaking: Nederland en Duitsland hadden die donderdag ervoor vier overeenkomsten getekend die betrekking hadden op nieuwe fregatten, nieuwe antitankwapens en elektronische oorlogvoering (over een vierde onderwerp spreekt het artikel niet.)



De info op Defensie.nl over de fregatten was kort: "Zo bundelen ze de krachten bij de vervanging van de Nederlandse luchtverdedigings- en commando- en Duitse F124 Sachsen-fregatten. Beide landen gaan onder meer samenwerken op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en verwerving. De landen werken daarbij aan gelijke operationele eisen. Visser: 'Het is ook de bedoeling dat de industrieŽn van onze landen hier optimaal van profiteren.'"

Ondanks de bescheiden aankondiging, op de Duitse defensiewebsite is er zelfs helemaal niets over te vinden, werd het nieuws door enkele internationale defensiemedia opgepikt.

LCF
Voorbeeld van samenwerking. Boven het Duitse F124-fregat (Sachsenklasse) en daaronder een Nederlands Luchtverdedigings- en Commandofregat. Duitsland en Nederland hebben de schepen zelf ontworpen, maar hebben wel samengewerkt op gebied van bijvoorbeeld de sensoren en wapensystemen voor luchtverdediging. Het resultaat is dat de Nederlandse en Duitse schepen beide over de APAR en SMART-L beschikken van Thales en over dezelfde SM-2 en ESSM-raketten. (Foto's: Duitse en Nederlandse marine)

Al langer samenwerking
Een militaire samenwerking tussen Nederland en Duitsland is op zich niets nieuws (net als samenwerkingen met Groot-BrittanniŽ, BelgiŽ en de VS). Voor de Tweede Wereldoorlog waren er al samenwerkingen, de Nederlandse en Duitse landmachten werken sinds lange tijd samen, Holland Signaal werkte nauw samen met Duitse scheepswerven, en natuurlijk zijn de Duitse F124-fregatten en de Nederlandse LCF'en familie.

Trek die lijn door en dan is een samenwerking op gebied van de vervangers van de F124 en LCF'en logisch -nog los van nieuwe onderzeeboten en de F126-fregatten (MKS 180) die Damen met Blohm + Voss gaat bouwen.

Een fregattensamenwerking is echter niet zo eenvoudig en er lijken meer uitdagingen te zijn dan in het verleden. Nederland en Duitsland zijn op marinegebied de afgelopen jaren namelijk helemaal niet naar elkaar toegegroeid, in tegendeel.



Nederlandse Defensie: samenwerking, maar niet dezelfde schepen
De enorme verschillen tussen de Nederlandse en Duitse ontwerpfilosofie is niet eerder publiekelijk zo zichtbaar geweest als in de toekomstige F126-fregatten (voorheen MKS 180) en de vervangers van de M-fregatten. Terwijl Nederland aanvankelijk wilde samenwerken met Duitsland voor nieuwe fregatten, besloot Nederland na verloop van tijd het project te verlaten.

Natuurlijk, de basis was niet hetzelfde. Duitsland had een ander schip voor ogen (multifunctioneel oorlogsschip) dan Nederland (onderzeebootbestrijding met goede luchtverdediging). De Duitse aanbestedingsmethodiek was totaal anders en het Duitse schip bleef maar groeien tot bijna drie keer de omvang van het M-fregat, maar met een heel beperkte bewapening.

Verkiezingen, bezuinigingen en de Europese aanbesteding maakten samenwerken lastig, maar ook de German Naval Rules. Strenge regels die het schip lieten groeien. Brede gangen en trappen, sauna's, etc. Dit was duidelijk geen optie voor Nederland. Directeur Defensie Materieel Organisatie vice-admiraal De Waard zei er in juni over tegen Marineschepen.nl dat Duitsland zeer solide en prachtige schepen bouwt, maar "de manier waarop Duitsland dat doet kost een hoop geld en dat geld hebben wij niet". Daarnaast is bekend dat de Duitse marine, ondanks de hoge eisen en kosten, de laatste jaren veel technische problemen heeft gehad met nieuwe schepen.

Identieke schepen zijn dus wat DMO betreft niet het doel in de samenwerking. "Je zou ook de afspraak kunnen maken dat je hele platform en hoe je dat inricht, door ieder land op zijn eigen manier laat doen. Wij hebben een andere bouwfilosofie. Maar daar moet je je niet door laten ophouden." De samenwerking zou zich dan moeten richten op de sensoren, wapensystemen en software: SEWACO. "Het gaat dan vooral ook om het investeren in SEWACO. Dus niet eens zozeer om het platform", zei De Waard in februari 2020.

Okť, dus Duitsland en Nederland werken samen, maar ieder ontwerpt en bouwt zijn eigen schip. Samen worden de wapensystemen en sensoren ontwikkeld of aangeschaft. Dat lukte eerder (zij het met enige moeite) zie de F124 en LCF'en.

Vervanger F124
Schets van de vervanger van de F124 door het Duitse bureau MTG. Deze schepen moeten radars krijgen waarmee ze ballistische raketten kunnen opsporen (BMD). (Beeld: Duitse marine)

Spaak in het wiel of samenwerkingspartner?
Dit verhaal klonk logisch. Tot 18 november 2020. Op die dag maakte Thales Nederland namelijk bekend dat het met hoofdaannemer Damen een contract had getekend voor de ontwikkeling van de nieuwe sensoren voor de F126-fregatten.

Wat opviel in een beeld van een filmpje van Thales, was dat in het pakket van radars en software (AWWS, Above Water Warfare Suite) een van de twee belangrijkste radars niet afkomstig was van Thales, maar van het Duitse defensiebedrijf Hensoldt. Naast de APAR Block 2 van Thales, was namelijk de TRS-4D radar te zien.

Dat is van belang want AWWS is al sinds 2019 in ontwikkeling voor de nieuwe Nederlandse en Belgische M-fregatten. Natuurlijk mag Duitsland zelf weten welke radars zij bestellen voor hun fregatten, wel betekent een andere radar (met andere frequentie) dat de Duitse en Nederlandse systemen niet hetzelfde zijn. Een andere radar zal een behoorlijke impact hebben op het hele pakket, en dus de familievorming beperken.

Nog geen probleem natuurlijk voor de vervangers van de F124 en LCF'en. Maar waar de Duitse marine voor de Duitse F124-fregatten de Nederlandse radars SMART-L en APAR accepteerde, heeft men voor F126 gekozen voor Duitse radars.

Thales
Systemen van MKS 180 (F126) van de Duitse marine. Deze systemen worden geÔntegreerd in een geheel. Een onderdeel van AWWS is de volumezoekradar, ofwel de radar die op grote afstand zoekt naar contacten. Voor de Duitse schepen is gekozen voor de TRS-4D, zie rechtsboven, een radar van Hensoldt. Zie hier het filmpje. (Beeld: Thales)

Waarom? Is er een technische reden? Misschien. Of is het industrie-politiek? Hensoldt lijkt voor de Duitse overheid een veel belangrijkere rol te spelen dan DASA in de ontwerpfase van het LCF. Het bedrijf kent een lange geschiedenis en is het resultaat van vele fusies en overnames, waardoor het onderdeel werd van DASA, EADS, daarna Cassidian en toen Airbus. In 2017 werd het bedrijf verkocht aan Amerikaanse investeerders, de Duitse overheid werd voor 25,1% eigenaar.

In 2017 waren er ook gesprekken tussen Nederland en Duitsland over nieuwe onderzeeboten. Het verhaal is bekend: Duitsland zou aan Nederland onderzeeboten leveren en Nederland zou aan Duitse fregatten werken. Dat liep anders. Ten eerste omdat de Duitse F126-fregatten in een Europese aanbesteding terechtkwamen (en de Duitse overheid dus geen 'uitruil-afspraken' met andere landen kon maken), maar ook omdat men het 'nieuwe' Hensoldt niet zomaar wilden passeren ten gunste van Thales Nederland. Hensoldt werd een van de spaken in het wiel van de Nederlands-Duitse onderzeebootdeal.

Terug naar fregatten. Zoals bekend heeft Thales de SMART-L MM/N ontwikkeld, de vervanger van de oude SMART-L die op de LCF'en en de F124 staat. Met deze nieuwe radar kunnen de genoemde fregatten een rol spelen in de verdediging tegen ballistische raketten. Sinds Thales in 2006 aantoonde die raketten in de ruimte te kunnen detecteren zijn er flinke stappen gezet en momenteel vaart Zr.Ms. De Zeven ProvinciŽn als eerste schip met de nieuwe ruimteradar.
Duitsland heeft ook interesse in de verdediging tegen ballistische raketten. Negen jaar nadat Nederland de nieuwe radars besloot aan te schaffen, heeft Duitsland dat nog niet gedaan.

Hensoldt
Illustratie van de nieuwe BMD-radar die Hensoldt met Elta presenteerde als vervanger van de SMART-L van Thales op het F124-fregat. (Beeld: Hensoldt)

Opnieuw komt Hensoldt in beeld. Op 16 december 2020 maakte Hensoldt bekend dat het samen gaat werken met het IsraŽlische bedrijf Elta om een nieuwe radar die ballistische raketten kan detecteren, voor de F124-fregatten te ontwikkelen. Hensoldt, voor een kwart eigendom van de Duitse staat, gaat de concurrentie aan met Thales. Een concurrentie op een gebied dat een sterke link heeft met de toekomstige Nederlandse en Duitse fregatten, een dag voor de Nederlands-Duitse samenwerking werd ondertekend.

Samenvattend: Hensoldt is voor Duitsland zo belangrijk, dat Nederland voor de toekomstige fregatten niet om het Duitse bedrijf heen kan.

SMART-L
De nieuwe BMD-radar van Thales op Zr.Ms. De Zeven ProvinciŽn vorige maand. Het verschil tussen de oude SMART-L en de nieuwe is enorm, maar van buiten haast niet te zien. Alleen de vlakjes op de radar verraden dat het gaat om de SMART-L MM/N (ook wel SMART-L ELR genoemd). (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Uitdagingen
Dus terwijl duidelijk is geworden dat de Duitse en Nederlandse ontwerpfilosofieŽn zeemijlen ver uit elkaar liggen, blijkt ook op sensorgebied een samenwerking niet zo eenvoudig. Tenzij Thales en Hensoldt samen de radars van de nieuwe fregatten gaan ontwikkelen, maar dat is een risico. En, misschien nog complexer, de systemen waaronder wapens en software, gaan integreren. Ook dat is een hele opgave en, belangrijker nog, wat levert het Nederland op?

Nanniga Feldes
Directeur Materieel Koninklijke Marine schout-bij-nacht Coos Nanninga (links) ontving in september 1997 een medaille uit handen van de Duitse flottillenadmiraal Feldes uit dank voor "zijn grote inzet bij het tot stand brengen van de Duits/Nederlandse samenwerking in het kader van het LCF en F124 project". (Bron: MarineNieuws 424, oktober 1997)

Eerdere samenwerking met Duitsland ook moeilijk, maar Nederland kon niet zonder Duitsland
Schout-bij-nacht b.d. Coos Nanninga was als Directeur van de Directie Materieel Koninklijke Marine (DMKM) nauw betrokken bij de totstandkoming van de LCF'en en de samenwerking met Duitsland. Nanninga herinnert zich dat de samenwerking (vooral op industriegebied) niet eenvoudig was, maar dat er wel afspraken waren die de samenwerking werkbaar maakten. "We gingen met Duitsland de subsystemen, dus diesels, generatoren, gasturbines, etc. aanschaffen. We kregen offertes, maar hadden vooraf afgesproken dat we niet per se dezelfde systemen hoefden te kopen. Wij kozen bijvoorbeeld Rolls Royce gasturbines omdat we die ook op de S en M-fregatten hadden, dat was logistiek voor ons beter. De Duitsers kozen om dezelfde redenen voor gasturbines van General Electric."

"Voor SEWACO [sensor-, wapen- en commandosystemen] hebben we veel meer samen gedaan", zegt Nanninga. De APAR werd bijvoorbeeld door Holland Signaal, nu Thales, met TNO, het Duitse DASA en het Canadese Northern Telecom ontwikkeld. "Signaal was toen al heel ver met de ontwikkeling, maar heeft toch een deel in Duitsland aanbesteed, omdat de Duitsers ook hun workshare wilden hebben. Want het verdelen van het werk en de kosten was een enorm belangrijk item in de samenwerking."

Zonder samenwerking met Duitsland was het volgens Jaap Huisman, destijds ook werkzaam bij DKMK, zelfs niet mogelijk geweest om het LCF te bouwen door de hoge kosten van de ontwikkeling van APAR. Nanninga bevestigt dat: "De vervangers van de GW-fregatten zouden eerst een vergroot M-fregat worden. Dat wilde ik niet. Ik wilde een nieuw en groter ontwerp en daarnaast wilden we een volgende stap zetten op gebied van luchtverdediging. Vooral de daarvoor nodige ontwikkeling van de phased array multi functie radar, APAR, kostte veel meer geld en daar was geen ruimte in het budget voor. We zouden zo nooit een luchtverdedigingssysteem met APAR en SMART-L en een compleet nieuw schip kunnen ontwikkelen en dus moesten we wel samenwerken."
Toch was de samenwerking niet eenvoudig, vanuit beide landen was er voortdurend druk om systemen van hun industrieŽn aan boord te krijgen. Omdat Holland Signaal met de sensoren al een eind was voor de samenwerking startte, moest met kunst en vliegwerk gezorgd worden dat Duitse bedrijven, vooral DASA, ook opdrachten kregen.



Oude vrienden zijn nu concurrenten
Nanninga ziet voor de toekomstige samenwerking echter nog meer uitdagingen, DASA was destijds geen concurrent van Holland Signaal. Het Duitse luchtvaartbedrijf had net daarvoor, in 1989, op verzoek van de Deense marine voor het eerst een marineradar ontwikkeld. De lichtgewicht TRS-3D/16. Zo'n 28 jaar later groeide DASA uit tot Hensoldt, de TRS-3D/16 werd de TRS-4D en is een grote radar geworden voor onder andere de MKS180-fregatten.

"Met het LCF en F124 is het uiteindelijk goed gekomen. Nu wordt het een stukje ingewikkelder als de samenwerking afhangt van twee volwaardige concurrenten die moeten samenwerken. Duitsland ziet Hensoldt nu als een strategische producent. Duitsland zal dus eisen dat Hensoldt ook aan boord komt en Nederland wil dat Thales Nederland het werk gaat doen."

Kunnen ze het werk dan niet gewoon verdelen, dus Hensoldt en Thales krijgen ieder een deel van de radars en integratie van wapensystemen? "Dat kan wel, dan moet dat vastgelegd worden in een MoU [Memorandum of Understanding] tussen Duitsland en Nederland. Hensoldt kan dan de integratie van de sonars doen en Thales het kanon, ik noem maar wat. Maar dat moet daarna wel allemaal aan elkaar geknoopt worden. Het wordt er niet makkelijker op en de vraag is of het goedkoper wordt."

"Deze samenwerking is meer een politieke overeenkomst", vervolgt Nanninga. "In de Tweede Kamer ligt internationale samenwerking namelijk goed. Maar als je niet oppast wordt de markt verengd tot enkele hoofdproducenten, en dat moet Nederland zo lang mogelijk zien te vermijden, want dat kost je alleen maar geld volgens mij. Tenzij je alles van de plank wil kopen."

"Dat conflicteert met het andere politieke argument: 'we willen onze kennis en kunde in ons land houden', zeker op gebied van radartechnologie", zegt Nanninga. "Dus ik verwacht ook niet dat we met Duitse radars gaan varen, want radartechnologie vinden wij ook van strategisch belang. Ik hoop dat ze er uit komen. Misschien wel op de manier zoals bij de LCF'en en F124: agree to disagree."

Reactie DMO
Marineschepen.nl heeft een reactie op het stuk gevraagd aan DMO. Deze reactie luidde: "Samenwerken in Europa is geen kwestie "of", maar "hoe". De geopolitieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren benadrukken deze noodzaak. Duitsland en Nederland hebben een lange traditie van militaire samenwerking. Natuurlijk zijn er uitdagingen; maar denken dat we als Nederland zelfstandig de militaire kennisontwikkeling en capaciteiten volledig zelfstandig overeind kunnen houden, is een doodlopende weg. Kortom, we schaken zorgvuldig, hebben onze strategische autonomie en het nationaal veiligheidsbelang in het achterhoofd en zetten serieus in op samenwerking met onze natuurlijke partners."



comments powered by Disqus


Marineschepen.nl

Contact

Over deze site

Privacy

Adverteren
Blijf op de hoogte via:

Twitter

Facebook

Instagram

Copyright

Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen

Gesprek met Duitsland over samenwerking nieuwe fregatten