Nieuw Noors bevoorradingsschip mag niet varen


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 27-12-2019 | Laatst aangepast: 27-12-2019


Het nieuwe Noorse marineschip KNM Maud dat eerder dit jaar in Zuid-Korea werd gebouwd, mag voorlopg niet naar zee. Het schip blijkt te kampen met diverse problemen en tekortkomingen. Deze zijn zo ernstig dat de splinternieuwe bevoorrader niet naar zee mag. De verwachting is dat het schip pas in het tweede kwartaal van 2020 hersteld zal zijn.

Maud
KNM Maud op weg van Zuid-Korea naar Noorwegen. Na de indienststelling heeft het schip weinig of niet meer gevaren. (Foto: Noorse marine)

KNM Maud werd in mei dit jaar bij de Noorse marine in dienst gesteld, het doel was om het schip in 2020 operationeel te hebben, zodat het de taak van de oude KNM Valkyrien kon overnemen. Na inspecties in november, zo bleek afgelopen maandag, werd door klassenbureau DNV GL besloten dat het schip niet naar zee mag. Het is onveilig.



Dat een marineschip niet door een inspectie komt is een zeldzaamheid. In 2014 overkwam het Zr.Ms. Mercuur, maar dat schip was op leeftijd en lang niet onderhouden. Dat nu een schip onveilig blijkt te zijn dat slechts een half jaar in dienst is, is helemaal verrassend. De bemanning was overigens niet verrast, want zij hadden de tekortkomingen natuurlijk al lang gezien en zij kenden een van de belangrijkste oorzaken: het schip was slecht onderhouden.



Problemen in Zuid-Korea
Na een langdurige aanloop die begon in 2002, werd in 2013 gekozen voor de Zuid-Koreaanse scheepswerf Daewoo Shipbuilding & Marine Engineering (DSME), voor de bouw van het Logistic Support Vessel KNM Maud. De Nederlandse scheepswerf Damen, het Spaanse Navantia, maar ook Noorse en Duitse werven waren in de eerste ronde afgevallen. Daewoo kwam als "efficiŽntste" uit de bus en hield daarmee in de laatste ronde Naval Group (toen DCNS), Fincantieri en het Noorse Bergen Group achter zich.

Met de keuze voor DSME werd ook een keuze gemaakt voor het AEGIR-ontwerp van het Britse BMT. Dat ontwerp vormde ook de basis voor de vier Tideklasse-tankers die voor Groot-BrittanniŽ in Zuid-Korea werden gebouwd. De bouw van de Tideklasse was een jaar eerder gestart. DSME, BMT en het Noorse projectteam gingen aan de slag en ontwierpen een op de Noorse eisen aangepast schip. Dat schip moest volgens de eerste plannen in september 2016 opgeleverd worden, maar er waren technische problemen en tot overmaat van ramp raakte DSME, een van de grootste scheepswerven ter wereld, in de financiŽle problemen en moest de Zuid-Koreaanse staat in 2017 bijspringen om een faillissement te voorkomen.

Vertraging op vertraging volgde. Tegenover het Noorse techniektijdschrift Teknisk Ukeblad bevestigde DSME in de zomer van 2017 bovendien dat (vertaling Google Translate) "het project veel complexer is dan aanvankelijk gedacht. De planning en het budget van het logistieke schip zijn sterk onderschat. Mensen hebben de complexiteit van het werk en de moeilijke werkprocedures die specifiek voor dit project gelden niet begrepen." Ook voor Noorwegen was dit een nieuw project, het is de eerste echte bevoorrader van de Noorse marine.

Uiteindelijk werd het schip met twee jaar vertraging, op 16 november 2018 overgedragen aan de Noorse marine. Niet veel later kon het richting Noorwegen.

Overigens had ook de eerste Britse bevoorrader, RFA Tidespring, een vertraging van een jaar opgelopen. De andere schepen zijn wel op tijd opgeleverd.



Onderhoud
De twee jaar vertraging had het schip geen goed gedaan. Want al die tijd (de werf worstelde met financiŽle problemen, branden en dodelijke ongevallen, en er waren naar verluidt opdrachtgevers die extra's betaalden om voorrang te krijgen tijdens de bouw van hun schip) lag de Maud stil en van onderhoud kwam weinig terecht. Althans, dat is het vermoeden, want er is door DSME geen informatie overgedragen aan Noorwegen over het onderhoud.

Bemanningsleden waren al langer bezorgd over de onderhoudssituatie, schrijft de Noorse krant Aftenposten. Ook nadat het schip door Noorwegen werd overgenomen, is niet al het vereiste onderhoud uitgevoerd, zo staat in het rapport dat naar aanleiding van de inspectie verscheen.

DNV GL ontdekte onveilige situaties, bleek dat er allerlei onderdelen niet waren geleverd, dat er problemen zijn met borden die vluchtwegen moeten aanduiden en met waterdichte deuren. Ook is medische apparatuur verouderd en missen bemanningsleden expertise om met bepaalde apparatuur te werken.

Terecht wijst de Noorse marine op het feit dat de Maud nog in de garantie valt en dat in deze fase juist tekortkomingen worden opgespoord, zodat ze verholpen kunnen worden.

Dat technische problemen die aan het licht komen bij nieuwe marineschepen in de garantieperiode, is ook door de kleine series die worden gebouwd, gebruikelijk. Ook bij de Britse schepen kwamen problemen aan het licht. Maar dat die problemen zo ernstig zijn dat het schip niet mag varen is uitzonderlijk.

De verwachting is dat de problemen tussen maart en juni 2020 zijn opgelost.

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Instagram
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen