Marineschepen.nl
 
   
 

Nieuwe Nederlandse en Duitse fregatten moeten 'identiek worden' en 'mogelijk gebaseerd op F126'


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 14-10-2021 | Laatst aangepast: 14-10-2021


Tijdens een symposium eind september liet de Duitse marine voor het eerst iets los over de Nederlands-Duitse fregattensamenwerking. Daaruit blijkt, opmerkelijk genoeg, dat beide landen als doel hebben de huidige fregatten te vervangen door identieke schepen. Mogelijk gebaseerd op het Duitse F126-fregat.

F126
Een illustratie van de F126 (MKS 180). Dit fregat is 166 meter lang en heeft een waterverplaatsing van bijna 10.000 ton. (Beeld: Damen)

De Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF) en de Sachsenklasse-fregatten (ook F124 genaamd) zijn nu zo'n vijftien tot twintig jaar oud en moeten begin jaren '30 vervangen worden. De huidige schepen werden deels in gezamenlijkheid ontwikkeld, na de mislukte poging om een NAVO-fregat te bouwen. Destijds werd vooral op gebied van radars en wapensystemen samengewerkt tussen Nederland en Duitsland.



Zoals bekend willen Nederland en Duitsland opnieuw samenwerken op gebied van deze belangrijke fregatten, de Future Air Defenders (FuAD); eind 2020 werd een overeenkomst getekend. Maar er waren geen details bekend over de plannen of wensen. Vice-admiraal Carsten Stawitzki liet daar eind september voor het eerst iets over los tijdens een symposium in Duitsland.

Stawitzki zei in zijn toespraak tijdens de Marine Workshop, georganiseerd door DWT in Linstow, dat de toekomstige Nederlandse en Duitse fregatten mogelijk gebaseerd worden op de F126, voorheen MKS180. Dat is een fregat dat momenteel onder leiding van de Nederlandse werf Damen ontworpen wordt, en gebouwd zal worden in Duitsland.

Stawitzki wijdde in zijn toespraak wel uit over de samenwerking (daarover zo meer), maar liet verder niets los over de toekomstige fregatten.

Niet zeker
Daar moet bij opgemerkt worden dat het helemaal nog niet zeker is of de F126 daadwerkelijk de basis zal vormen voor de toekomstige fregatten. De Nederlandse Defensie Materieel Organisatie (DMO) zei in een eerste reactie na vragen van Marineschepen.nl dat er nog geen concept is en dat het programma zich nog in een heel vroege fase bevindt. DMO heeft dus nog geen besluit genomen en heeft zich nog geen beeld gevormd van hoe de FuAD er uit moet komen te zien.



Geen eenvoudige samenwerking
De uitspraak van Stawitzki is in bepaalde opzichten logisch, immers de F126 is het meest recent ontwikkelde fregat van de Duitse marine, heeft het volume dat past bij een toekomstig luchtverdedigingsfregat en het is een Nederlands-Duits project.

Toch is de uitspraak opvallend. In de eerste plaats omdat direct nadat het Nederlands-Duitse consortium onder leiding van Damen de miljardendeal voor de bouw van vier Duitse fregatten had gewonnen, een deel van de Duitse industrie en politiek enorme kritiek hadden. Fregatten werden snel tot 'sleuteltechnologie' verklaard en vrijwel onmiddellijk maakte de Duitse minister van Defensie bekend dat fregatten nooit meer internationaal aanbesteed zouden worden.

Hoewel de kritiek zich in Duitsland over het algemeen niet op Damen richtte, deed de woede en toezeggingen vermoeden dat de F126 geen vervolg zou krijgen. Maar vooralsnog is de Duitse marine zelf tevreden met de vorderingen in het project, zo blijkt ook nu uit de uitspraak van Stawitzki.

Toch zijn er de nodige uitdagingen voor de samenwerking. Want terwijl de F126 een Nederlands-Duits programma is, heeft de Duitse marine dit jaar gekozen om de Nederlandse SMART-L radar van Thales niet te vervangen door de Nederlandse vervanger, maar door een nog te ontwerpen radar van Hensoldt (Duitsland) en Elta (Israël).

Juist op gebied van sensoren en wapensystemen werd veel van de samenwerking verwacht door directeur DMO vice-admiraal Arie Jan de Waard. Tussen de Nederlandse en Duitse wensen op gebied van de platformen zelf zit namelijk een enorm gat. De vervangers van de M-fregatten zouden immers ook samen met Duitsland worden opgelopen, maar dat fregat (de latere F126) groeide naar een duizelingwekkende 10.000 ton. Nederland haakte al snel af en ontwikkelde zelf de ASW-fregatten.

Zo zien we dus een groot verschil tussen Nederland en Duitsland op gebied van de keuze voor de belangrijkste radar voor de huidige fregatten en de eisen voor fregatten. Maar ook de manier van verwerven is compleet anders: Duitsland laat veel meer over aan de scheepswerven en de Nederlandse Defensie ontwerpt traditiegetrouw zelf en drukt de kosten door risico's voor eigen rekening te nemen.

Stawitzki
De slide van Stawitzki tijdens de bijeenkomst eind september 2021.

Identieke schepen
De Nederlands-Duitse samenwerking leek na de recente berichtgeving aan lager wal geraakt, maar dat beeld staat haaks op een ander element uit de toespraak van Stawitzki. De vice-admiraal liet het publiek in Linstow weten dat het doel van de Nederlands-Duitse samenwerking is om te komen tot "een identieke klasse van schepen, inclusief hun belangrijkste systemen".

De samenwerking moet dus vele malen verder gaan dan die voor de ontwikkeling van de LCF'en en de Sachsenklasse-fregatten. Dat is niet onmogelijk, maar het is op z'n zachtst gezegd ambitieus, gelet op de grote verschillen tussen beide landen.

Dat er flinke uitdagingen zijn erkent ook Stawitzki, zo blijkt uit zijn presentatie-slide verder. Hij somde de uitdagingen namelijk op:
- Compromissen op gebied van eisen en voorschriften voor schepen vereist.
- Partnerschapsovereenkomst met betrekking tot industriële deelname, ook tegen de achtergrond van Duitse sleuteltechnologiën.
- Aanbestedingsrecht.

Er wordt tussen Nederland en Duitsland gesproken over het gelijktrekken van de eisen. Dat is niet eenvoudig. De Duitse marineschepen moeten voldoen aan zeer uitgebreide regels (German Naval Rules) waar directeur DMO VADM De Waard al over had gezegd daar niet aan te willen. Dat is voor Duitsland uiteraard lastig.

Het tweede punt dat Stawitzki opsomde is de kwestie van het verdelen van het werk over de industrie. Zeker in het licht van de eis voor 'identieke schepen' kan dit niet opgelost worden door bijvoorbeeld Thales de Nederlandse schepen te laten voorzien van radars en Hensoldt de Duitse schepen. Een van de twee radarbouwers zal hun topproduct op radargebied niet mogen plaatsen op de toekomstige schepen. Zo zijn er meer kwesties: mag RH Marine straks alle schepen voorzien van platformmanagementsystemen of gaat een Duits bedrijf dat doen?

Het gaat in deze zaak vaak niet alleen om werkgelegenheid en het verdelen van opdrachten, maar ook over de filosofie erachter. De Nederlandse platformautomatisering werkt anders dan in Duitsland, het Nederlandse combatmanagementsysteem is door Defensie zelf gemaakt en het Duitse systeem is van de markt.

Het gaat dus om welke filosofie of leverancier beide marines willen loslaten of aanpassen.

Een uitdaging op gebied van samenwerken geldt ook voor de politiek. De nieuwbouw van de schepen zal ook miljarden gaan kosten. Beide landen hebben echter een compleet andere verwervingsstrategie. Nederland heeft strikte afspraken over het informeren van de Tweede Kamer middels het Defensie Materieels Proces (DMP). Ook op deze punten moet dus overleg worden gevoerd.

Nederland-Duitsland
Globale vergelijking door Marineschepen.nl van enkele systemen, onderdelen en werkwijzen in Nederland en Duitsland bij de fregatten. Sommige verschillen zijn eenvoudig te overbruggen, zoals de diesels. Zeker omdat het Duitse MTU in handen van Rolls Royce is en het Nederlandse Stork door een Fins bedrijf is overgenomen. Lastiger en belangrijker zijn de platformautomatisering, het CMS, het onderhoud en wie de verantwoordelijkheid heeft. (Tabel: Marineschepen.nl)

Grote stappen
Voor Nederland is het belangrijk op te merken dat de F126 weliswaar door een Nederlands bedrijf is ontworpen, maar wel op basis van de Duitse eisen en die eisen waren eerder reden om niet voor een Nederlands-Duits fregat te kiezen. Nederlandse fregatten door DMO, deels samen met Damen ontworpen. De F126 zal ongetwijfeld aanknopingspunten bieden voor een identiek fregat, maar beide partijen zullen grote stappen moeten zetten om identieke schepen te kunnen bouwen.

Ook dat is niet onmogelijk. Noorwegen en Duitsland ondertekenden eerder dit jaar een contract voor de ontwikkeling van identieke onderzeeboten (Type 212CD). Ondanks dat Noorwegen en Duitsland al met soortgelijke onderzeeboten opereerden, duurde het jaren voor zij het eens konden worden over een gemeenschappelijk ontwerp.

Keuze
Ondanks alle obstakels zien beide marines kansen. In de eerste plaats vanwege de kosten. De kosten van veel systemen stijgen snel, marineschepen zijn steeds duurder geworden. Door zaken samen te doen, wordt gehoopt kosten te besparen.

Ook de Nederlandse fregatten kampten met kinderziektes, maar uiteindelijk heeft de Koninklijke Marine voor relatief weinig geld heel capabele schepen. Maar de Nederlandse budgetten zijn te klein geworden om zelfstandig een compleet nieuw luchtverdedigingsfregat te ontwikkelen. APAR was dertig jaar geleden al te duur voor alleen Nederland.
De Duitse marine is de laatste tijd niet erg tevreden over de kosten en prestaties van de laatste fregatten en korvetten. (Vandaar de aanbesteding voor de F126-fregatten.) Een samenwerking met Nederland, gebaseerd op de F126, zou dus voordelen kunnen bieden voor Duitsland.

Beide marines zijn om verschillende redenen min of meer gedwongen om samen te kijken naar gezamenlijke vervanging. De komende jaren zullen uit moeten wijzen of het doel van identieke schepen wordt gehaald.

De A-brief voor de vervanging van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF'en) wordt verwacht in 2023. Het eerste schip moet, volgens de Nederlandse planning, in 2032 aan de vloot worden toegevoegd.



comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact

Over deze site

Privacy

Adverteren
Blijf op de hoogte via:

Twitter

Facebook

Instagram
Copyright

Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen

Samenwerking lastiger na keuze Duitse radar

Duits-Nederlandse overeenkomst getekend

NL wil met Duitsland praten over fregatten