Volgende fase aanbesteding onderzeeboten is knock-out ronde


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 14-01-2020 | Laatst aangepast: 15-01-2020


In 2022 moet het contract worden getekend met een van de drie scheepswerven die nog in de race zijn voor de nieuwe Nederlandse onderzeeboten. Maar zeer waarschijnlijk zullen niet alle werven in de race blijven tot 2022. De volgende fase, de D-fase, is namelijk een 'knock-outronde', werven kunnen al eerder afvallen. Dat bleek gisteren tijdens de Technische Briefing aan de Tweede Kamer.

Tweede Kamer
De Technische Briefing in de Aletta Jacobszaal van de Tweede Kamer. Links de vertegenwoordigers van Defensie, rechts leden van de Vaste Kamercommissie voor Defensie. (Bron: Tweede Kamer/ Creative Commons CC BY-NC-ND)

Dinsdagmiddag had in de Tweede Kamer de Technische Briefing plaats over de B-brief die minister van Defensie Bijleveld in december 2019 naar de Kamer had gestuurd. Volgende week vindt het (besloten) debat plaats over de brief. Tijdens de briefing werd de Kamer bijgepraat door de heer R. de Jong (voorzitter Onderzeebootberaad), generaal-majoor (landmacht) I.M. de Jong (vertegenwoordiger CDS en Plv Directeur DMO), generaal-majoor (luchtmacht) A. Steur (directeur Plannen en National Capability Director), kapitein-luitenant ter zee W. Faber (vertegenwoordiger DMO en inhoudelijk materiedeskundige).



Ondanks de stevige kritiek op de B-brief, zo mogelijk nog meer dan op de A-brief, was de Technische Briefing tam en niet bepaald scherp. Tussen de regels door werd er echter veel interessante informatie gedeeld. Soms verhelderend, maar lang niet altijd.


Bron: Tweede Kamer (Creative Commons CC BY-NC-ND)

Hieronder een overzicht van de opvallendste zaken.

Military off the shelf
Het is 2015. In een propvol zaaltje in Ahoy, tijdens de beurs Underwater Defence Technology (UDT), geeft Saab Kockums een presentatie over de nieuwe Zweedse onderzeeboot A26 en hoe deze onderzeeboot geschikt gemaakt kan worden voor andere klanten. Na afloop staat iemand van het Duitse tkMS op: "Denk je echt dat je dit [A26 en afgeleiden, JK] een familie kunt noemen? We hebben een andere ervaring met de Type 209, waarvan we de diameter met volgens mij 20 cm moesten verbreden. Dezelfde indeling, zelfde systemen, gewoon om meer drijfvermogen toe te voegen. Het resultaat was dat we een compleet nieuw ontwerp hadden. Elke tekening moest worden gewijzigd, dus hoewel alle apparatuur hetzelfde is. De eenmalige kosten voor dat project waren bijna de kosten van het ontwerp van een nieuwe onderzeeboot."

Het antwoord van Saab bevestigde deze constatering ook, maar omdat er toch dezelfde systemen worden gebruikt (voortstuwing, software, etc), zouden de risico's meevallen.

Het gaat echter om het idee dat een ogenschijnlijk kleine aanpassing in een onderzeebootontwerp (in dit geval alleen de diameter) veel kan betekenen voor de boot. Of het nu gaat om het groter of kleiner maken van de boot of om de voortstuwing aanpassen van nucleair naar diesel-elektrisch, het is niet zomaar gedaan.

Defensie zei in het begin van het project geen nieuwe onderzeeboot te willen ontwikkelen, maar een Military off the shelf (MOTS) onderzeeboot te willen en die dan aanpassen. Dat komt echter heel dicht bij een nieuw ontwerp. En gaandeweg het project leek DMO ook afstand te nemen van 'aangepaste MOTS', want de voorstellen die de verschillende partijen hebben gedaan (en zijn geaccepteerd door DMO in de B-fase), wijken moeten behoorlijk van de oorspronkelijke MOTS afwijken om aan de eisen te voldoen.

Terug naar 2020, Tweede Kamer. In de politieke arena blijkt dat MOTS evolved (aangepaste MOTS) nog springlevend is. De voorzitter van de onderzeebootraad, De Jong, "De C-fase slaan we over omdat we geen ontwikkeling gaan doen. Het streven is een MOTS, Military off the shelf, onderzeeboot te kopen, die uiteraard wel wordt aangepast zal moeten worden. Maar het uitgangspunt is een bestaande onderzeeboot." De Jong vervolgt later: "Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat deze onderzeeboot ontwikkeld gaat worden. Het is een bestaand Military off the shelf onderzeeboot waar aanpassingen op gedaan worden. En aanpassingen zijn iets anders, minder ingrijpend dan ontwikkelingen."

"Ik vind het een leeg statement en niet erg technisch onderbouwd," zegt Carel Prins. In de jaren '80 en '90 werkte hij aan het ontwerp van de Moray-onderzeeboot en stond aan de basis van het Dutch Underwater Knowledge Center (DUKC). "MOTS is 'ik koop een A26 of een 212CD of een Scorpene' en die moeten dan aangepast worden want die voldoen niet. Wat Nederland wil neigt naar een nieuw ontwerp. MOTS voor Nederland bestaat niet, maar het is een politiek antwoord. Het maken van een boot die we willen hebben op basis van de 212 of een A26 is net zo ingewikkeld als het ontwikkelen van een Walrus 2.0 en dan hoef je niet eens de diameter aan te passen."



Navantia
Als we het dan toch over MOTS hebben, is de Spaanse werf Navantia een aanbieder die al een onderzeeboot heeft van meer dan 3.000 ton. Navantia is afgewezen omdat zij volgens DMO zelf hebben aangegeven dat ze niet veel van hun ontwerp konden afwijken. Navantia is het daar niet mee eens, zij hebben het afgelopen jaar werk verricht om hun ontwerp te kunnen aanpassen aan Nederlandse wensen.

Het lijkt er op dat Navantia geen tweede kans wordt gegund. GENMAJ De Jong maakte gisteren bekend dat DMO een brief heeft gestuurd naar Navantia "waarin wij toezeggen op zeer korte termijn mondeling de achterliggende redenen waarom ze zijn afgewezen toe te lichten". De aanwezige politici stelden er geen vragen over.

De manier en argumentatie waarmee Navantia is afgewezen, dat wel zo'n vier jaar in de race was, baart zorgen. DMO had immers ruim de tijd om de argumentatie te onderbouwen, waarom is dat niet grondig en schriftelijk gedaan op 13 december? De kans is klein dat de Spanjaarden de toelichting voor 23 januari, wanneer het debat plaatsvindt, te horen krijgen.

Hoe zouden tkMS, Damen of Naval Group op een dergelijke afwijzing hebben gereageerd? Met een leger juristen. En twee van die partijen moeten de komende twee jaar ook worden afgewezen.

Tweede Kamer
Van links naar rechts plaatsvervangend directeur DMO generaal-majoor De Jong, KLTZ Faber en rechts voorzitter onderzeebootraad De Jong. Faber is in het verleden werkzaam geweest bij de Onderzeedienst en is later o.a. commandant van Caribisch ondersteuningsvaartuig Zr.Ms. Pelikaan en mijnenjager Zr.Ms. Vlaardingen geweest. Inmiddels dus werkzaam bij DMO. (Bron: Tweede Kamer/ Creative Commons CC BY-NC-ND)

B-variant
Zoals in de B-brief werd bekendgemaakt kiest DMO niet voor de beste onderzeeboot die voldoet aan de behoeften, maar voor een B-versie. Dat baarde opzien en leverde veel vragen op. De Technische Briefing was weinig verhelderend op dit punt.

KLTZ Faber zei nogmaals dat de door DMO bedachte A-variant te duur zou zijn. De eveneens door DMO bedachte B-variant past wel binnen het budget en voldoet aan de "inzetambitie van Defensie". Ook zei Faber over de B-variant dat die boot een goede slagkracht heeft, goed bereik en goede logistieke onafhankelijkheid. Daarmee kan de onderzeeboot volgens DMO ongemerkt het missiegebied in en uit varen.

Toch somde Faber een reeks aan downgrades op. Vergeleken met variant A heeft de B-variant:
• een kleinere torpedo-opslagruimte "die minder flexibiliteit biedt maar voldoende is om meerdere missietypes gedurende de inzet te ondersteunen"
• een 10 tot 25% kleinere romp
• beperkte bemanningsgrote
• minder sensorcapaciteit
• kleiner bereik
• minder opslagcapaciteit voor operaties met Special Forces ("maar die blijven wel mogelijk")
• minder ruimte voor onderwatersensoren
• minder werkruimte
• minder accommodatie

Faber over de laatste twee punten. Die "zijn met name bepalend voor het aantal specialisten dat aan de bemanning kan worden toegevoegd. Dit beÔnvloedt onder andere de mate waarin kan worden bijgedragen aan geÔntegreerd optreden in een maritieme taakgroep, maar ook de technische zelfredzaamheid bij storingen aan boord."

Toch kwamen zowel generaal-majoor Steur en KLTZ Faber superlatieven tekort over de B-variant. Steur sprak over, in vergelijking met de Walrusklasse, van een "quantum leap", "een uitstekende onderzeeboot". En Faber: "Subvariant B is een state-of-the-art onderzeeboot. Echt een toponderzeeboot. En die kun je gewoon niet vergelijken met de Walrus, wat technologie van 40 jaar geleden is. We gaan daarmee echt een hele grote stap vooruit."

De grote vraag is natuurlijk wat die varianten precies inhouden. Is de A-variant een soort mythische superonderzeeboot die op alle vlakken 100 punten scoort? Of is het een moderne Walrus? De Kamer vroeg er half naar (over het bereik en de kosten van de A-variant), maar die vragen konden niet beantwoord worden vanwege vertrouwelijkheid.

"Hier ga je mensen die geen verstand hebben van onderzeeboten toch niet mee duidelijk maken hoe het in elkaar zit? Ik vind het mist. Grote mist," zegt Carel Prins. "Dit is geen heldere verklaring. Prima als je zegt ik ga de Kamer informeren met cijfers en het is confidentieel, dan kan ik dat nog begrijpen. Maar dit is toch geen technische toelichting? Het is een praatje bij de haard. Waar is het op gebaseerd? De Kamer moet het maar slikken. Ik zou hier als Kamerlid heel ongelukkig mee zijn."

En dat het een toponderzeeboot is? Een quantum leap? Dat zijn de meeste nieuwe onderzeeboten die momenteel door Westerse landen worden gebouwd. De vraag is alleen welke onderzeeboot top is voor de Nederlandse taken en het Nederlandse budget.

MARSOF
Special Forces van het Korps Mariniers blazen bij het verlaten van de onderzeeboot een rubberboot op. Zij kunnen ook gebruik maken van onderwaterscooters. Hier moet echter wel ruimte voor zijn. (Foto: Peter Bijpost/ Defensie)

Kennis behouden
Na de bouw van de Walrusklasse en het verdwijnen van RDM is er kennis op gebied van onderzeeboten verloren gegaan, maar er is nog steeds veel onderzeebootkennis in Nederland. Bij bedrijven als TNO, MARIN, RH Marine en Nevesbu wordt nog altijd aan onderzeeboten gewerkt. Weliswaar vooral voor het buitenland. Daarnaast worden de huidige boten in Den Helder onderhouden en gemoderniseerd (in samenwerking met bedrijven).

Moeten we die kennis behouden? Het antwoord lijkt ja. Maar Defensie is minder stellig. "Nederland kan zich niet veroorloven om [op gebied van operaties en onderhoud] volledig afhankelijk te zijn van andere landen en daarmee van buitenlandse industrie," zei voorzitter De Jong gisteren. Maar hij vervolgt: "Het is van belang te onderkenen dat die strategische autonomie niet betekent dat we die kennis zelf allemaal in huis moeten hebben. Die moet beschikbaar zijn. Dat is de essentie van het verhaal."

Vanuit de Kamer kwam direct een vraag: "U zegt het moet beschikbaar zijn, maar we hoeven geen eigenaar te zijn?" De Jong antwoordde bevestigend, maar kwam later met een kleine correctie: "er zijn natuurlijk wel bepaalde gebieden waar je niet afhankelijk van een ander land wil zijn, om allerlei moverende redenen."



Het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) reageerde eerder in een rapport kritisch op dit punt in de B-brief: "Ook hier lijkt volgens het DMP-B het primaat van de keuze bij de potentiŽle leveranciers te liggen, waarna Defensie een keuze uit drie pakketten moet maken. Dit lijkt de werkgroep niet de juiste benadering om een top product voor de Nederlandse krijgsmacht te bouwen. De werkgroep hecht zeer veel waarde aan het nationaal borgen van technische kennis met betrekking tot het ontwerpen produceren en instandhouden van een onderzeebootcapaciteit."

"Je kan wel zeggen dat het beschikbaar moet zijn," zegt Prins, "maar je bent toch afhankelijk van werven in het buitenland of het beschikbaar is. Wat de kosten zijn en of het in hun planning past," zegt Prins. "Het is wederom inperken van de Nederlandse mogelijkheden."

Betekent dit dat er wat DMO betreft geen kennis hoeft te worden overgedragen? Zeker niet. Want Defensie is wel van plan om de rechten van het ontwerp te verwerven, zo blijkt uit de woorden van De Jong: "Wij zullen met de landen waar de werven gesitueerd zijn contact opnemen om te kijken wat we kunnen doen met de intellectual property rights. Over het algemeen zijn ze eigendom van het betrokken land, niet van de werf. Dat betekent dat we MOU's met die landen moeten sluiten om die intellectuele rechten naar ons toe te halen."



Knock-out
De kans dat alle werven tot 2022 in de race blijven is klein. De aankomende D-fase is een knock-outronde, zei De Jong: "In de presentatie van GENMAJ De Jong heeft hij nadrukkelijk gesproken over knock-out. En dat is absoluut de bedoeling. Dat we dus niet wachten tot het einde van de D-fase, maar dat we reeds gedurende de D-fase waar mogelijk en noodzakelijk die knock-out zullen gaan gebruiken."

Zijn naamgenoot, generaal-majoor De Jong, had eerder de D-fase geschetst als een periode waarin het programma van eisen wordt uitgewerkt ("boekwerk van honderden pagina's") en in dialoog met de werven de eisen moeten worden aangescherpt. "We gaan tegelijkertijd de verwervingsvoorbereiding verder afronden. We gaan knock-outcriteria, gunningseisen, wegingsfactoren vaststellen, om uiteindelijk tot een besluit te kunnen nemen in de D-fase. En daarbij is het uitdrukkelijk meer dan alleen de beste boot voor de beste prijs. We kijken echt naar de hele levensduur van de schepen, de wijze waarop die in die periode te kunnen onderhouden, de mogelijkheden voor aanpassingen en de mogelijkheden voor het delen van de technologische kennis met de Nederlandse defensie-industrie."

Er is bij experts veel kritiek op de plannen van DMO om het programma van eisen samen met de drie partijen 'aan te scherpen'. Prins: "Waar zijn ze nou mee bezig? Het grote probleem bij de Walrus was dat ze begonnen met bouwen terwijl de eisen niet klaar waren. En nu is het weer zo'n vage toestand. Gaan nu de klanten mede bepalen wat de eisen zijn?"

KIVI schreef hier eerder over dat de verleiding bij de drie werven (die immers aan het concurreren zijn) groot zal zijn om te proberen "aan (vrijwel) alle gestelde eisen te voldoen tegen een prijs die verondersteld wordt lager te zijn dan die van de concurrentie. De ervaring bij soortgelijke projecten in het buitenland leert dat industrieŽn in zoín situatie de prijs extreem of onrealistisch laag stellen en/of andere vergaande beloften doen om de opdracht gegund te krijgen." KIVI vreest in deze "race to the bottom" in een later stadium "flinke kostenverhogingen en vertragingen".

Meer budget
Defensie heeft het budget van de nieuwe onderzeeboten verhoogd. Als antwoord op vragen over of het budget leidend is geweest (ook gelet op de varianten-discussie), antwoorde GENMAJ Steur dat er geld is toegevoegd. Op basis van het eerdere budget, was er voldoende geld voor drie onderzeeboten. Steur: "Ik denk dat defensie altijd te maken heeft met budgettaire werkelijkheid, maar waar het ons in de kern om gaat is dat bepaalde rol moet vervullen binnen de NAVO en EU. Daar hoort een geambieerd ambitieniveau bij en dat is leidend geweest voor deze behoeftestelling en daarmee is niet een vooraf vastgesteld budget alleen maar leidend geweest. Zoals u hebt kunnen lezen hebben we uiteindelijk de keuze gemaakt om extra budget toe te passen om van drie naar vier boten te gaan. Dus het gaat om wel degelijk om de capaciteit en de beste boot voor onze jongens en meisjes in uniform. En variant B voldoet daar aan."

Walrus bouw
De Walrusklasse is op leeftijd. Hier de Walrus in mei 1987 op de werf. (Foto: Koninklijke Marine)

2028
In de B-brief was al, niet met zoveel woorden, gemeld dat de eerste onderzeeboot in 2028 in gebruik wordt genomen. Het project is daarmee een jaar opgeschoven. Volgens Defensie kan de huidige Walrusklasse tot zeker 2025 in de vaart blijven. Door vertragingen in het Instandhoudingsprogramma Walrusklasse (IPW) is die datum waarschijnlijk opgerekt voor de boten die later gereed zijn, maar meer vertragingen in de vervanging kan de Onderzeedienst niet gebruiken.

De Tweede Kamer praat 23 januari weer over nieuwe onderzeeboten.

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Instagram
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Nieuwe onderzeeboten

Meer risico's door deze manier van aanbesteden