Eerste afvaller(s) voor vervanging Nederlandse onderzeeboten volgende maand bekend


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 18-01-2019 | Laatst aangepast: 23-01-2019


Het wordt spannend de komende weken in Den Haag als het gaat om de vervanging Walrusklasse onderzeeboten. In februari zal staatssecretaris van Defensie Barbara Visser met de B-brief Onderzeeboten komen en de verwachting is dat dan de eerste afvaller(s) bekend worden. Drie van de vier partijen zijn echter niet zomaar af te schrijven, maar toch wordt waarschijnlijk een van die drie naar huis gestuurd. Durft Den Haag straks Merkel, Macron of Damen de deur te wijzen?

Barbara Visser
Staatssecretaris van Defensie Barbara Visser in gesprek met Rolf Wirtz, de CEO van ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS), op het NIDV-symposium in november 2018. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Formeel komt de staatssecretaris in "het voorjaar van 2019" met de B-brief onderzeeboten. Deze brief zou eind 2018 verschijnen, maar dat werd uitgesteld naar 2019 op verzoek van het CDA-Kamerlid Hanke Bruins Slot in verband met de Defensie Industrie Strategie (DIS). In de wandelgangen wordt verwacht dat de brief echter in februari zal verschijnen. De besluitenlijst van de vaste Kamercommissie voor Defensie lijkt dat te bevestigen: "Agenderen voor een algemeen overleg Materieel Defensie, te plannen rond begin februari na ontvangst van de B-brief Onderzeeboten," vermeldt het document bij punt 10.



Met die B-brief wordt de B-fase, de onderzoeksfase in het project vervanging onderzeebootcapaciteit, afgesloten. Voor de B-fase hebben de aanbieders van onderzeeboten meerdere keren informatie (Request For Information 1 en 2) moeten aanleveren over hun scheepswerven en onderzeeboten.

Maar al geruime tijd is de verwachting dat dan ook bekend wordt welke partijen door gaan naar de volgende ronde. Dat blijkt uit gesprekken die Marineschepen.nl de afgelopen maanden met insiders voerde, maar ook uit openbare bronnen zie bijvoorbeeld deze nieuwsbrief van de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV). Dat is ook gebruikelijk bij dit soort projecten omdat in een volgende fase nog dieper in de materie wordt gedoken, bovendien heeft de Defensie Materieel Organisatie (DMO) niet de capaciteit om de stapels met documentatie en berekeningen die de aanbieders in die fase moeten sturen, in korte tijd grondig te bestuderen.

Uit hoeveel partijen die zogenaamde shortlist zal bestaan, daar verschillen de verwachtingen over. De meest gehoorde optie is twee partijen. Dat is logisch want met drie partijen zadelt DMO zich nog altijd met heel veel werk op en met één partij is er natuurlijk al een keuze.



Europese aanbesteding of niet
Maar wacht eens even. Waarom is er zoveel onduidelijkheid? Er is toch een Defensie Materieel Proces (DMP) met duidelijke stappen? Ja, maar welke stappen worden gezet is nog niet duidelijk.

Toen de vervanging van de onderzeeboten een aantal jaar terug werd opgestart, was politiek Den Haag vooral gericht op Europees aanbesteden van defensiematerieel. De laatste tijd is dat veranderd en wordt nu weer makkelijker gekozen voor de nationale industrie. Dat mag, want volgens artikel 346 van het Verdrag Werking Europese Unie (VWEU) mogen landen direct een bedrijf of product kiezen als het gaat om nationale veiligheid.

Voor wat betreft de vervanging onderzeeboten is het onzeker welk traject DMO volgt. Tot op heden worden met Request for Information 1 en 2 wel de indruk gewekt dat dit een Europese aanbesteding betreft, maar Nederland kan ook op basis van artikel 346 het project in een keer gunnen of een aanbesteding volgens nationale regels opzetten.



Internationale politieke lading
Extra lastig is in deze situatie dat iedere selectie nogal wat impact heeft. Zoals bekend zijn er vier aanbieders: Saab-Damen (Zweeds-Nederlands), Naval Group (Frans), Navantia (Spaans) en TKMS (Duits). Op de Spanjaarden na zijn alle partijen op soms hoog politiek niveau bezig met dit miljardenproject. Volgens onbevestigde berichten bemoeien zowel Macron als Merkel zich persoonlijk met de zaak.

Zeker is dat beide landen hun zinnen op deze deal hebben gezet, waar meer dan 2,5 tot 4 miljard euro mee gemoeid is. De Franse defensie attaché verschijnt sinds kort op allerlei marinebijeenkomsten, de Fransen hebben een kantoor geopend in Nederland en beloven duizenden banen. Zelfs Franse politici prijzen hun onderzeeboten aan bij de Nederlandse voorzitter van de Eerste Kamer. Ook de Duitsers zitten niet stil en er is al langere tijd sprake van een aanbod dat Duitsland de Nederlandse onderzeeboten bouwt en Nederland de Duitse fregatten. De druk bij de Duitse industrie is echter nog hoger doordat TKMS, dat gepasseerd werd voor de Duitse fregatten en hun schepen en onderzeeboten met technische problemen kampten, te koop zou staan. In Duitsland, maar ook in Frankrijk zijn duizenden banen en hun status als onderzeebootbouwers gemoeid met deze deal. Het gaat dan niet om het betrekkelijk kleine aantal van vier boten, maar dat Nederland dat op het hoogste niveau met onderzeeboten opereert speelt wel mee.



Zomaar een van deze zwaargewichten af laten vallen is er dus niet bij, zeker niet omdat de vervanging Walrusklasse een internationale politieke lading heeft gekregen. Hoe dan ook zal Nederland de Fransen of de Duitsers teleur moeten stellen. Of allebei. Want de Zweedse-Nederlandse combinatie is een van de grote kanshebbers. En gelet op de Defensie Industrie Strategie die in november uit kwam, waar in stond dat vaker Nederlandse waar zou worden gekozen, kan ook die tandem niet zomaar opzij worden geschoven. Want al is het aanbod van Saab-Damen voor het overgrote deel een Zweeds ontwerp, het wordt door het publiek gezien als een Nederlandse boot.

Saab Damen
De topmannen van Saab en Damen op het NIDV-symposium: Gunnar Wieslander (CEO Saab Kockums), Hein van Ameijden (directeur Damen Schelde Naval Shipbuilding), Kommer Damen (oprichter) en René Berkvens (CEO Damen). Met op de achtergrond een oranje onderzeeboot. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Uitstel
Natuurlijk kan de pijn even uitgesteld worden door drie partijen door te laten gaan. Van Navantia verwachten de meesten niet dat zij door gaan, op ontwerpgebied is er nog het nodige aan te merken, en is er ook geen politieke druk, dus zij kunnen zonder al te grote politieke en juridische problemen op de vierde plaats eindigen.

Maar als er drie partijen doorgaan, moet niet alleen DMO meer investeren, ook de drie overblijvers moeten dat doen. Gevolg: de drempel om een van hen weg te stemmen wordt nog hoger.

Naval Group
CEO van Naval Group Hervé Guillou (links met bril) in gesprek met vice-admiraal Arie-Jan de Waard, directeur DMO, en met Diederik van Rijn, executive director services van Royal IHC (uit Sliedrecht) tijdens het NIDV-symposium. Op de achtergrond de stand van Naval Group met Nederlandse vlag. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Politieke keuze
Aangezien de brief volgende maand naar de Kamer zal gaan, zal de keuze door DMO na lang rekenen inmiddels wel gemaakt zijn. Maar daarmee zijn we er nog niet. Want voor de B-brief verstuurd wordt, moet het kabinet zich er nog over buigen. Waar DMO makkelijk over de politieke implicaties heen kan stappen en zich niet hoeft te laten verleiden door eventuele politieke beloftes, is dat heel anders voor het kabinet dat de knoop moet doorhakken: de Duitsers, de Fransen of de Zweedse-Nederlandse combinatie er uit.

Het wordt spannend! Volgende maand weten we meer.

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Instagram
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Voorstel Navantia

Voorstel Saab-Damen

Aanbod Naval Group