Wat houdt de Duitse en Nederlandse marinesamenwerking nu echt in?


Bericht geplaatst: 05-02-2016 | Laatst aangepast: 05-02-2016

Gisteren hebben aan boord van Zr.Ms. Karel Doorman de Nederlandse en Duitse ministers van Defensie een intentieverklaring voor intensieve samenwerking ondertekend. Marineschepen.nl was bij de ondertekening aanwezig en sprak meerdere hoofdrolspelers over de samenwerking en de plannen.

Zr.Ms. Karel Doorman
Zr.Ms. Karel Doorman in Amsterdam aan de Veemkade voor de ondertekening. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Het voertuigendek van het grootste Nederlandse marineschip was vandaag het decor van een korte ceremonie die in het teken stond van intensieve samenwerking tussen de Duitse en Nederlandse krijgsmachten. Met op de achtergrond tanks van de Duitse landmacht en voertuigen van het Seebataillon, zetten de ministers van Defensie Jeanine Hennis en Ursula von der Leyen hun handtekening.



Dat Duitsland medegebruiker wordt van Zr.Ms. Karel Doorman en het Duitse Seebataillon geïntegreerd wordt binnen de Koninklijke Marine, was al langer bekend. Maar veel meer ook niet en dat leidde tot zorgen -die hier ook op Marineschepen.nl zijn geuit- over de schaarse capaciteit die de Doorman voor Nederland heeft, en vragen via social media.

"Gaat de Doorman onder Duitse vlag varen?" "Hoeveel gaan de Duitsers betalen?" Waren een paar van die vragen.

De ondertekening gisteren bood eindelijk de kans om meer over de samenwerking te weten te komen. En om direct bovenstaande vragen te beantwoorden: nee, de Doorman blijft ten alle tijden een Nederlands marineschip en Duitsland gaat niet betalen in de vorm van geld, want het is een uitruil van mensen en middelen.

Toch kunnen nog lang niet alle vragen beantwoord worden, de ondertekening betrof een intentieverklaring; een eerste stap richting intensieve samenwerking, de details moeten nog uitgewerkt worden.

Volgens Hennis was het desondanks wel belangrijk dat die verklaring gisteren ondertekend werd, zei ze in haar toespraak: "Vandaag en morgen ontvang ik hier in Amsterdam alle Europese defensieministers. En het belang van Europese defensiesamenwerking is de rode draad tijdens onze vergadering. En de unieke samenwerking tussen Duitsland en Nederland zal zeer zeker als voorbeeld dienen."

Ursula en Jeanine
Hennis en Von der Leyen zijn beiden erg gelukkig met de samenwerking. Geheel rechts de plaatsvervangend commandant van het Seebataillon korvettenkapitän Norman Bronsch. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Uitruilen zonder dat het pijn doet
Direct betrokken bij de samenwerking is uiteraard Commandant Zeestrijdkrachten, luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk. Hij ziet de samenwerking als zeer waardevol en het Duits medegebruik van de Doorman hoeft volgens Verkerk geen probleem te zijn voor de Nederlandse marine: "Wij hebben de Karel Doorman hard nodig voor het op zee bevoorraden (BOZ) van de vloot. Dus als Duitsland gebruik maakt van dit schip voor zeetransport of als seabase, moeten we wel kijken hoe we gecompenseerd kunnen worden voor het verlies van BOZ-capaciteit. Bijvoorbeeld door van Duitse zijde een evenredig aantal tankerdagen beschikbaar te krijgen, want zij hebben meerdere tankers. Op die manier kun je wel tot uitruilen komen zonder dat het pijn hoeft te doen."

Duitsland beschikt over vijf bevoorradingsschepen: drie van de Berlinklasse en twee van de Rhönklasse.
"De nadelen kun je dus mitigeren door op een slimme manier om te gaan met elkaars capaciteiten. Want van een samenwerking moet je allebei voordelen ondervinden."

Ook heeft Verkerk een goed gevoel bij de samenwerking met het Seebataillon. "Wat je uiteindelijk wil is dat het Seebataillon en vergelijkbare eenheden van het Commando Zeestrijdkrachten interoperabel zijn, zodat de Duitsers op ieder moment snel kunnen inklikken. Het Seebataillon kent veel specialiteiten voor een eenheid van pakweg 800 man. We moeten dus eerst kijken waar de juiste partners binnen de Koninklijke Marine zitten en dan vervolgens oefenprogramma's op elkaar afstemmen en technieken, tactieken en procedures."

Seebataillon
Luitenant-generaal der mariniers Verkerk naast vice-admiraal Andreas Krause (bevelhebber van de Duitse marine) temidden van mannen van het Seebataillon. Hoewel het Seebataillon een groen gevechtspak heeft, zijn zij allemaal werkzaam bij de marine. De rangonderscheidingstekens (op de schouders) zijn dan ook de gewone Duitse marineonderscheidingstekens. Op de baretten prijkt een embleem met daarin een anker verwerkt. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Seebataillon: multitool van de Duitse marine
Voor velen de grote onbekende in de samenwerking is het Seebataillon dat in april 2014 werd opgericht. Volgens plaatsvervangend commandant korvettenkapitän (vergelijkbaar met luitenant ter zee der eerste klasse) Norman Bronsch wordt het Seebataillon gezien als de multitool van de Duitse marine.

Bronsch: "Het Seebataillon is onderdeel van de Duitse marine en bestaat uit een infanteriecompagnie, een compagnie duikers gespecialiseerd in mijnenbestrijding, een boardingcompagnie en een verkenningscompagnie. Wij doen uiteenlopende operaties op zee en op land."

Hoewel het Seebataillon nog geen twee jaar bestaat, zijn zij twee jaar geleden niet op nul begonnen: "In het verleden hadden we verschillende gespecialiseerde eenheden van de marine, die zijn samengebracht in het Seebataillon. Separaat is er ook een Special Forces bataljon."

Het Seebataillon zal ondanks de integratie in Eckernförde gestationeerd blijven. Dat betekent dus op en neer naar Den Helder, maar dat is geen probleem volgens Bronsch, want voor oefeningen met de Duitse landmacht moeten zij veel grotere afstanden afleggen.

Voor Bronsch en zijn mannen is de samenwerking een unieke kans. "We kunnen met ons materieel aan boord van de Karel Doorman, maar mogelijk ook de Rotterdam en de Johan de Witt, naar een locatie waar ook ter wereld varen en dit schip als basis op zee gebruiken. Duitsland heeft die schepen niet, en het duurt nog… vele jaren voor we een dergelijk schip krijgen. We zien deze samenwerking ook als kans om de politiek te laten zien wat we met zo'n schip kunnen en waarom wij ook zo'n schip nodig hebben."

Overigens werkt het Seebataillon niet alleen samen met Nederlandse, maar ook met andere marines. Dat gebeurt in het kader van het European Amphibious Initiative.

Voertuigendek
Het voertuigendek van Zr.Ms. Karel Doorman is groot genoeg voor een ceremonie, inclusief twee tanks en twee pantservoertuigen. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)


Een Leopardtank van de Duitse landmacht moest na de ceremonie even plaatsmaken, zodat twee andere voertuigen van het schip konden.

Hoe nu verder?
Marineschepen.nl sprak met kolonel der mariniers Frank Boots iets meer in detail over de samenwerking. Boots is hoofd afdeling Strategie en Advies van de Koninklijke Marine en heeft deel uitgemaakt van het team dat de intentieverklaring heeft voorbereid.

De samenwerking kwam tot stand omdat na de bezuinigingen in 2013 bepaald werd dat Zr.Ms. Karel Doorman wel zou blijven, maar alleen de bemanning zou krijgen om het schip als bevoorradingsschip te gebruiken. Om het als strategisch transportschip of basis op zee te gebruiken, zou de marine een beroep moeten doen op internationale partners.

Volgens Boots zal dus dankzij de samenwerking niet alleen Duitsland gebruik kunnen maken van de twee extra capaciteiten van de Doorman, maar ook Nederland. Want de basisbemanning van de Doorman zal, indien deze voor de Duitse marine wordt ingezet, worden versterkt met Duits marinepersoneel dat benodigd is voor sealift of seabasing. "Zie het als een plugin die je als extra capaciteit aan boord meeneemt, waardoor je meer kunt doen," licht Boots toe.

Om hoeveel extra mensen het gaat is niet bekend, dat hangt ook van de Duitse visie af.



Het schip zal dus niet onder Duitse vlag varen, maar Duitsland zal wel een soort trekkingsrecht krijgen. Boots: "Op basis van de intentieverklaring gaan we de Duitsers in ieder geval een prioriteit geven in het medegebruik. Als zij aangeven dat ze behoefte hebben aan bijvoorbeeld seabasing in verband met een bepaalde operatie, dan wordt bekeken of dat kan en als wij zelf ook een behoefte hebben, wat dan prioriteit heeft." Het operationaliseren van het medegebruik dient nog verder uitgewerkt te worden in een zogeheten Technical Agreement (TA).

De eerstvolgende mijlpaal van het project komt al in zicht. Zr.Ms. Karel Doorman zal namelijk medio maart tijdens een reis ook een Duitse haven aan doen. Boots: "Dan zullen we proberen de middelen van het Seebatatillon mee aan boord te nemen en die verplaatsen we dan naar een andere locatie in Duitsland. Daarmee laten we zien wat een JSS kan en hoe je er mee kunt werken. Want ook voor de Duitsers is het een heel nieuw inzetmiddel waar zij nog een goed beeld van moeten krijgen."

"Strategisch transport is wat anders dan zomaar materieel van A naar B brengen. Je kunt in situaties terechtkomen die minder vriendelijk zijn, maar je moet dan wel zorgen dat je middelen veilig ter plaatse komen."

Seebataillon
Twee pantservoertuigen reden via de stern quarterramp van boord om zelfstandig huiswaarts te keren. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Seebataillon
(Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Maar eerst kennismaken
Kennismaking staat voor de komende tijd centraal in de nieuwe samenwerking. Behalve de verschillende talen, zijn de culturen ook anders. Daarnaast moet uitgezocht worden wat het niveau is van de samenwerkende partijen en hoe je ervoor zorgt dat je samen op het niveau komt waar je wilt. Ook het materieel van beide landen moet bij beide partijen bekend zijn. En dan zijn er nog de procedures die op elkaar moeten worden afgestemd. Wat zijn de procedures voor bijvoorbeeld helikopteroperaties, voertuigenbeladingen en operaties?

Doordat de specialismen in het Seebataillon bij de Nederlandse marine verspreid zijn over vloot en Korps Mariniers, moet nog goed bekeken worden hoe invulling wordt gegeven aan de integratie.

"We zijn nu aan het kijken welke Duitse en Nederlandse onderdelen aan elkaar gekoppeld worden. De Defensie Duik- en Demonteergroep maakt bijvoorbeeld gebruik van de Remus [een UUV, JK.] en het Seebataillon ook. Dus die kunnen mooi samenwerken. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse mariniers en de Duitsers die met de Raven [UAV, JK] werken."

"Een deel van de capaciteiten hebben wij dus ook al binnen de marine, maar dat zijn vaak kleine niches. Door ze samen te laten werken vergroot je de slagkracht van die kleine onderdelen."

De kern van deze samenwerking ligt dus in eerste instantie op specifieke kleine onderdelen. Een gelijkenis met de UK/NL Amphibious Force is er dus niet volgens Boots. "Dat is een complete amfibische taakgroep, dat is van een andere orde; een veel grotere organisatie."



comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Zr.Ms. Karel Doorman