De Slag in de Golf van Leyte: de beslissing in de Pacific

Bookmark and Share
Door: Onno de Meer/ Jomini online boekhandel
Geplaatst: 25-11-2013
Laatst aangepast: 27-10-2014


De Slag in de Golf van Leyte was de grootste zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog, zelfs in de geschiedenis. Van 23 oktober 1944 tot en met 26 oktober 1944 vochten Amerika met Groot-BrittanniŽ tegen Japan in de wateren rond het eiland Leyte, Filipijnen. In totaal kwamen 13.000 mannen om, waarvan 10.000 Japanners. De zeeslag was beslissend in de strijd om de Pacific.
Onno de Meer beschrijft de zeeslag en vooral de aanloop in dit artikel voor Marineschepen.nl.


USS Princeton
Brand aan boord van USS Princeton, een Amerikaans vliegdekschip, na een Japanse aanval door vliegtuigen. (Foto: US Navy)

Het "Sho"-plan
Nadat de bevelhebber van de Japanse marine admiraal Isoroku Yamamoto in 1942 de slagen om Coral Sea en om Midway had verloren, werd duidelijk dat Japan zijn offensieve doelstellingen niet zou kunnen halen. Voor het uitbreken van de oorlog had Yamamoto alleen ingestemd met een aanval op de VS als hij het plan zou kunnen uitvoeren dat tot een overwinning zou kunnen leiden. Dat plan was gebaseerd op een aanval op Pearl Harbor, waarbij de Amerikaanse vloot zou worden uitgeschakeld, waarna binnen twaalf maanden definitief het Japanse overwicht in de Pacific zou moeten worden behaald.1 Na Midway werd duidelijk dat dit doel niet gehaald zou worden en dat na de Amerikaanse aanval op Guadalcanal de Japanners in het defensief zouden gaan. De opvolgende offensieven van de Amerikanen brachten de Japanners, zoals Yamamoto al had gevreesd, in het defensief.



Op 18 april 1943 werd het vliegtuig van Yamamoto neergehaald. Met het sneuvelen van Yamamoto en de verloren slagen bij Midway en Coral Sea moesten de Japanners zich herbezinnen op hun strategie. In 1942 en 1943 waren zowel de Amerikaanse admiraal Nimitz, als generaal MacArthur bezig met een offensief, waarbij de Japanners langzaam terrein verloren. Vooral de aanvallen van Nimitz bedreigden het Japanse hoofdeiland. Het oorlogstheater in de Pacific werd door de Amerikanen in twee delen gesplitst, waarbij Admiraal Chester Nimitz met de US Navy, de centrale Pacific voor zijn rekening nam en Generaal Douglas MacArthur het zuidelijke en zuidoostelijke gedeelte van de Pacific.2

Om de Geallieerde dreiging het hoofd te bieden, ontwikkelde het Japanse Keizerlijke Generale Hoofdkwartier een nieuw strategisch plan om de belangrijkste gebieden die op dat moment bezet waren onder controle te houden. Dit Sho(overwinning)-plan werd op 24 juli 1943 van kracht en bevatte een geÔntegreerd plan om de Filipijnen, Formosa (hedendaags Taiwan), de RyuKyu- eilanden, de Japanse hoofdeilanden en de Koerillen te behouden voor de Japanners. Het plan was een uitgewerkt schema voor een allesomvattende beslissende slag.3 Omdat de beschikbare Japanse strijdkrachten inmiddels fors aan kracht hadden ingeboet, moest dit plan goed worden voorbereid en pas worden uitgevoerd als de situatie daartoe aanleiding voor gaf.

Het Sho-plan ging uit van vernietiging van vijandelijke invasietroepen door scheepsgeschut en vliegtuigaanvallen vanaf land. Om deze acties mogelijk te maken, zouden de Geallieerde maritieme eenheden moet worden weggelokt door de Japanse vliegdekschepen. Deze hadden al een verminderde slagkracht door de grote verliezen aan getrainde piloten en vliegtuigen. Eventuele Geallieerde troepen die toch nog aan land zouden komen, zouden door deze acties zo verzwakt zijn, dat de restanten door het Japanse leger redelijk eenvoudig zouden kunnen worden tegengehouden.

kaart Leyte Gulf
Kaart Japanse aanvalsplannen Filipijnen. (Bron: Wikimedia Commons)

MacArthurs terugkeer op de Filipijnen
Douglas MacArthur was na zijn gedwongen vertrek uit de Filipijnen in 1942 al weer snel in het offensief. De Japanse opmars werd al na een half jaar vechten gestuit bij Guadalcanal in augustus 1942. Vanaf dat moment gingen de Geallieerden weer richting Filipijnen. Dit offensief ging echter langzamer dan dat de Japanners waren opgerukt. Na veel gevechten op Nieuw-Guinea en op zee, was MacArthur pas in april 1944 in staat om de herovering van de Filipijnen voor te gaan bereiden. MacArthur was in constante strijd met Nimitz om de gunst van de publieke opinie, en wie daarmee de meeste voorrang zou krijgen bij het uitvoeren van zijn operaties. MacArthur had zich voorgenomen om de Filipijnen eigenhandig te heroveren, na zijn nederlaag in 1942.

De troepenopbouw vorderde. Gaande de maanden en tijdens een bijeenkomst tussen Roosevelt, Nimitz en MacArthur eind juli 1944, besloot Roosevelt om MacArthur de ruimte te geven met de bevrijding van de Filipijnen.4 De strijdmacht van MacArthur werd in september uitgebreid tot 18 divisies, waarna hij de benodigde reorganisaties doorvoerde om de landingen succesvol te maken. Initieel werden de landingen gepland voor 20 december op het eiland Luzon. Hoewel Roosevelt MacArthur al in juli de ruimte had gegeven, duurde het nog tot 3 oktober voordat de Joint Chiefs definitief een beslissing namen om de landingen uit te voeren. Nimitz kreeg opdracht op MacArthur te steunen bij de landingen, waardoor de sterke maritieme middelen uit de eenheden van Nimitz de landingen zouden gaan ondersteunen. Nimitz stond de Derde vloot onder commando van admiraal William F. Halsey en de Zevende vloot onder commando van vice-admiraal Thomas C. Kinkaid, af aan MacArthur. De Zevende vloot was de enige van de twee die direct onder commando van MacArthur kwam te staan. Kinkaid had de opdracht de landingen te ondersteunen en uit te voeren. Halsey had opdracht om vijandelijke maritieme eenheden tegen te houden en te vernietigen.

Kinkaid
Vice-admiraal Thomas Kinkaid. (Bron: Wikimedia Commons)

Voorbereiding van het Sho-plan
Het Japanse Sho-plan was een joint-plan (krijgsmachtdeel overstijgend), maar werd niet op die wijze aangestuurd. De land- en luchtstrijdkrachten vielen onder de respectievelijke generaals Yamashita en Tominaga, die op hun beurt onder veldmaarschalk, graaf, Terauchi vielen. Terauchi had een gebied onder zijn commando, waar de Filipijnen slechts een deel van uitmaakten. Birma en delen van het vaste land van AziŽ vielen daar ook onder. De zeestrijdkrachten maakten deel uit van de Combined fleet onder commando van admiraal Soemu Toyoda, een opvolger van Yamamoto. De zeestrijdkrachten bestonden uit twee delen, te weten:
- De Main body (vice-admiraal Ozawa) bestaande uit
o "A"-force (Northern force, vice-admiraal Ozawa) (4 vliegdekschepen, kruisers en jagers)
o Nr. 2 Diversion attack force (Southern force 2, vice-admiraal Shima)( 2 vliegdekschepen, 5 kruisers en jagers)

- Nr.1 Diversion Attack force (vice-admiraal Kurita)5 (5 slagschepen, 15 kruisers en jagers)
o Center force (vice-admiraal Kurita)
o Southern force 1 (vice-admiraal Nishimura)

De vliegdekschepen van Ozawa ("A"-force) werden gestationeerd in de wateren van Japan, terwijl de vloot van Kurita in de buurt van Singapore werd geplaatst. Shima zou met zijn vloot ook uit die richting moeten arriveren. De vliegdekschepen speelden een secundaire rol in de Japanse plannen. Deze schepen waren bedoeld als afleidingsmanoeuvre om de Amerikaanse bescherming van de invasievloten weg te leiden van de slagschepen van Kurita de invasie vloot zou aanvallen.

Fuso
Slagschip Fuso. (Bron: Wikimedia Commons)

De landingen vangen aan
Vliegtuigen van Halsey's vloot voerden begin oktober acties uit boven de Filipijnen. Zij ontdekten aanzienlijke zwakheden in de Japanse verdediging, waarna Halsey bij MacArthur aandrong op een aanzienlijke vervroeging van de landingen. In plaats van de oorspronkelijke datum van 20 december, werd nu gekozen voor 20 oktober als datum van de invasie.
De voorbereidende acties van Halsey's vliegtuigen waren zodanig zwaar, dat Ozawa in de veronderstelling was dat de landingen al daadwerkelijk werden uitgevoerd. Zijn directe reactie daarop, was een eenzijdige respons van de vliegtuigen van zijn vliegdekschepen tegen de vliegtuigen van Halsey. De vloot van Halsey was er een van immense omvang: honderd oorlogsschepen en een luchtvloot van duizend vliegtuigen. De luchtvloot van Ozawa was hier niet tegen opgewassen en verloor in korte tijd bijna zeshonderd vliegtuigen en waardevolle piloten. De echte uitvoering van het "Sho"-plan moest nog gaan beginnen. De aanvallen van Halsey's vliegtuigen en de reactie hierop van Toyoda, veroorzaakten grote verwarring onder Japanse commandanten over het van kracht gaan van het "Sho"-plan.6 De eerste voorbereidende Amerikaanse landingen waren al op 17 oktober begonnen, in combinatie met mijnenveegoperaties. Ondanks deze duidelijke Amerikaanse bedoelingen, verklaarden de Japanners het "Sho"-plan pas in de avond van de 18e oktober van kracht.

De Japanners lopen achter de feiten aan
Met het late van kracht verklaren van het "Sho"-plan, werden de Japanse vlooteenheden met een aantal dagen vertraging naar het operatiegebied gestuurd. De hoop om de Amerikaanse eenheden tijdens de landingen te verrassen was hiermee vrijwel onmogelijk geworden. De eerste Japanse eenheid die naar het operatiegebied vertrok, was de vloot van admiraal Ozawa die het lokaas moest worden, om de vliegdekschepen van Halsey van de landingen weg te trekken. Ozawa vertrok onder dekking van de duisternis op 20 oktober zuidwaarts. Verrassing was hierbij van groot belang en onderzeeŽrs en vijandelijke vliegtuigen moesten tegen elke prijs worden ontweken. De vloten van Kurita en Nishimura vertrokken na elkaar, op 22 oktober vanuit Brunei naar het noorden. Vice-admiraal Shima vertrok ook op de 22e oktober richting de Filipijnen.

Terwijl verrassing van het grootste belang was, werd de vloot van Kurita met zijn twee monsterlijke slagschepen, Musashi en Yamato, ontdekt door Amerikaanse onderzeeŽrs. Deze waarneming werd vlot doorgegeven aan Halsey, waarna de onderzeeboten bij duisternis de vloot van Kurita aanvielen. De aanval kostten de Japanners twee zware kruisers, die al snel zonken. Een derde zware kruiser werd zo zwaar getroffen, dat alleen terugkeer naar de haven een optie was. Begeleid door twee jagers werd het schip teruggestuurd. Kurita verloor door deze aanval vijf schepen van zijn vloot van 32 schepen. Het grootste nadeel was echter, dat Halsey nu op de hoogte was van de nadering van de Japanse vloot.

De eerste Japanse zet
Nu de gehele Japanse vloot op zee was en de Amerikanen de schepen van Kurita hadden waargenomen, was de strijd begonnen. De eerste aanvallen werden op 24 oktober vanaf marinevliegvelden op Luzon op Amerikaanse vliegdekschepen In de Filipijnse zee uitgevoerd. De vliegtuigen werden door Amerikaanse radar waargenomen, maar de Japanners slaagden er in om de USS Princeton, een licht vliegdekschip, in brand te bombarderen en uiteindelijk tot zinken te brengen.7 De vliegtuigen van het Japanse leger bestookten inmiddels de Amerikaanse landingstroepen. De Amerikaanse vliegtuigen (van de Zevende vloot van Kinkaid) die de landingstroepen moet beschermen konden hierdoor niet worden ingezet tegen de aanvallers op de vliegdekschepen. Ondanks de verminderde bescherming van de vliegdekschepen, was het vliegdekschip USS Princeton het enige slachtoffer.

Kurita en Nishimura waren inmiddels beiden met hun vloten de Filipijnse wateren ingevaren. Kurita ten noorden van het eiland Plaan en Nishimura ten zuiden daarvan. Beide vloten werden door vliegtuigen van Halsey's vliegdekschepen bestookt. De vloot van Nishimura had weinig problemen ondervonden, maar Kurita kreeg met zware luchtaanvallen te maken. Kurita's vloot stond uren lang bloot aan de aanvallen van Halsey's vliegtuigen waarbij, na zeventien bomtreffers en negentien torpedotreffers het slagschip Musashi, eindelijk zonk. Naast de Musashi werd ook nog een zware kruiser zwaar beschadigd, waarna deze ook terug moest naar Brunei.

De voortdurende aanvallen op Kurita's schepen hadden naast zware Japanse verliezen, ook een sterk moreel effect. Kurita was niet goed in staat om in de nauwe zeestraten te manoeuvreren en besloot daarom tijdelijk uit de Straat van San Bernardino terug te trekken. Toen aan het begin van de avond de duisternis begon in te vallen, werd Kurita zekerder over het uitblijven van Amerikaanse luchtaanvallen in het donker. Hierop keerde hij weer om, om door te steken naar de Golf van Leyte, waar de landingen nog steeds plaats vonden.

Halsey opent de jacht op Ozawa
Op de 24e oktober in de ochtend had Ozawa luchtaanvallen uitgevoerd op doelen van Halsey's Derde vloot. Ozawa was sinds 20 oktober vrijwel ongezien van het noorden uit genaderd. Terwijl de aandacht uitging naar de vloten van Kurita en Nirishima, werd hij niet eerder opgemerkt dan 24 oktober. Terwijl Kurita de volledige lading van de aanvallen van Halsey over zich heen kreeg, was Ozawa's vloot vrijwel ongeschonden. De aanvallen van Ozawa's onervaren piloten hadden echter weinig succes. Van het geringe aantal van 100 vliegtuigen was ongeveer de helft door Amerikaanse jagers en luchtdoelgeschut neergehaald. De rest van de piloten was zo onervaren, dat een geslaagde deklanding op de vliegdekschepen niet als reŽel werd ingeschat. De piloten weken allemaal uit naar vliegvelden op het eiland Luzon. Door deze vlucht van piloten en vliegtuigen kwamen de vliegdekschepen van Ozawa zonder noemenswaardige bescherming te zitten.

Na de forse klap die aan de vloot van Kurita was uitgedeeld, oordeelde Halsey dat de groep vliegdekschepen van Ozawa de grootste bedreiging vormde. Halsey wist dat de Zevende vloot de dreiging uit het zuiden van Nishimura en Shima de baas zou kunnen. Halsey schatte in dat Kurita geen gevaar meer zou zijn, vanwege de toegebrachte verliezen. De commandant van de Derde vloot wist niet dat de schepen van Ozawa vrijwel zonder vliegtuigen waren en daarmee eigenlijk geen bedreiging meer kon vormen. De inschatting dat Kurita op zijn schreden zou terugkeren, bleek ook een misvatting. Om 20:00 op 24 oktober 1944 opende Halsey de jacht op Ozawa's schepen en zette de achtervolging in.

Surigao
Slag bij Surigao straat. (Bron: Wikimedia Commons)

De bedreiging van de Zevende vloot/ Slag in Straat Surigao
Kinkaid beveiligde de landingen op Leyte met een aanzienlijke vloot schepen. Zes slagschepen en 24 vliegdekschepen in verschillende varianten. Hiermee was de slagkracht van de Geallieerde vloot groter dan ooit daarvoor.8 Kinkaid had zijn slagschepen in een lijn gepositioneerd aan de uitgang van Straat Surigao, waardoor zij dwars op de tegemoetkomende Japanse vloot lagen en zij met alle beschikbare kanons konden vuren terwijl de Japanners in eerste instantie alleen met de voorste torens konden vuren (dit wordt "crossing the T" genoemd). De zware kruisers van de Zevende vloot bevonden zich op de potentiele flanken van de Japanners, aangevuld met jagers. De vloot van Nishimura stoomde in de duisternis van de 25e oktober met hoge snelheid door Straat Surigao, waarbij Amerikaanse PT-boten de vloot waarnamen en met torpedo's aanvielen, snel daarna aangevuld met aanvallen met Amerikaanse jagers. Direct na de aanvallen van de jagers, openden de Amerikaanse slagschepen om 04:00 uur het vuur, waarbij vrijwel alle Japanse schepen (twee slagschepen, drie vliegdekschepen en verschillende kleine schepen)9 tot zinken werden gebracht of werden beschadigd. De verliezen aan Amerikaanse zijde waren uiterst beperkt (1 PT-boot gezonken, een PT-boot en een jager beschadigd). De zuidelijke dreiging was daarmee bezworen. De vloot van Shima werd door vliegtuigen op afstand gehouden.

Met de plaatsing van alle slagschepen bij Straat Surigao nam Kinkaid een fors risico. Het risico was echter volgens hem beheersbaar, omdat zijn noordelijke flank zou worden beschermd door de Derde vloot van Halsey. Wat Kinkaid niet wist (door een misverstand), was, dat Halsey de achtervolging had ingezet naar Ozawa. De bescherming van Kinkaid's flank rustte daardoor op de schouders van schout-bij-nacht Clifton Sprague met zijn Taskforce. Kurita stoomde bij zonsopgang op door Straat van San Bernardino en trof, tot zijn verbazing, vrijwel geen bescherming van de landingstroepen aan. De enige bescherming was de Taskforce van Sprague met zes kleine vliegdekschepen en een aantal jagers.

Takeo Kurita
Vice-admiraal Takeo Kurita. (Bron: Wikimedia Commons)

Zowel Kurita, als Sprague waren verrast door de situatie, maar Sprague reageerde als eerste. Zijn vliegtuigen waren als eerste in de lucht, en hij riep alle vliegtuigen die de landingstroepen ondersteunden terug en probeerde als eerste een dichtbij zijnde regenbui op te zoeken. De ongelijke strijd wist Sprague gedurende twee uur te rekken door gebruik te maken van rookgordijnen en lokale regenbuien. Sprague had snel via de radio versterking gevraagd, maar hij twijfelde of die hulp op tijd zou komen. De Amerikaanse vliegtuigen vielen als wespen de grote Japanse schepen aan, waarbij ze niet werden gehinderd door Japanse vliegtuigen. De escorterende jagers vielen met ware doodsverachting de kapitale Japanse schepen aan, daarmee chaos creŽrend in de Japanse Command and Control.10 Kurita en Sprague vochten ruim twee uur, waarbij Sprague een vliegdekschip, twee jagers en een escorte schip verloor. Sprague rekende op een verder slecht verloop, toen Kurita om 09:11 uur er vandoor ging. Kurita wilde de landingstroepen vernietigen en was benauwd voor verdere Amerikaanse luchtaanvallen. Direct nadat Kurita verder was gevaren, doemde een nieuwe dreiging op voor de gehavende vloot van Sprague. De Japanners zetten voor het eerst Kamikazevliegtuigen in. De aanvallen door deze Kamikazes resulteerden in het verlies van nog een vliegdekschip en beschadiging van verschillende andere schepen.



Halsey maakt de jacht op Ozawa niet af
Kurita besefte dat hij geen schade meer kon aanbrengen aan de landingstroepen en dat de Amerikanen hun vloten aan het concentreren waren voor een tegenaanval. Hij wist ook, dat daar de grote macht van de Derde vloot van Halsey bij zou zitten, met zijn grote macht aan vliegdekschepen en vliegtuigen. Halsey was op dat moment echter in het noorden nog aan het jagen op de vliegdekschepen van Ozawa. Ozawa had de Derde vloot ver naar het noorden gelokt, maar ondervond daar wel de gevolgen van. De schepen van Ozawa waren geen partij voor de vliegtuigen van Halsey. Halsey hoorde in de tussentijd de roep om hulp van Sprague, die in gevecht was met Kurita, maar Halsey koos ervoor om de jacht op Ozawa af te maken.

Admiraal Nimitz, die vanaf HawaÔ met de gevechten meeluisterde via de radioverbindingen, greep op een gegeven moment in en gaf Halsey opdracht om Ozawa te laten voor wat hij was en Sprague hulp te bieden. De vliegdekschepen van de Derde vloot bleven jagen op de schepen van Ozawa, maar de slagschepen van de Derde vloot, keerden om, om Sprague hulp te gaan bieden. Tegen de tijd dat Halsey met zijn kapitale schepen op locatie was, had Kurita al een goed heenkomen gevonden en was hij door de San Bernardino Straat terug op weg naar Brunei. Hierdoor had Halsey veel mijlen gemaakt, maar was hij niet echt in gevecht geraakt met de Japanse vloten.

USS Massachusetts
Slagschip USS Massachusetts. (Bron: Wikimedia Commons)

Epiloog
De serie van acties op zee, die later de geschiedenis ingingen als de "Slag bij Leyte Gulf" was een groot treffen tussen de Geallieerde en Japanse marine-eenheden. De strijd vond voornamelijk op zee plaats in de wateren rondom de Filipijnen. Het gevolg van deze slag was voor beide partijen van groot belang. Voor Japan was het een definitieve bevestiging dat de strategische neergang was ingezet. Het "Sho-plan", dat was opgezet om de Japanse belangen veilig te stellen, was volledig mislukt. Door een slechte coŲrdinatie in de commandovoering (afstemming tussen de marine en de landmacht) en een vernietigde Japanse marineluchtvloot, slaagden de Japanners er niet in om de landingen tegen te houden. De afleidingsmanoeuvre van admiraal Ozawa bleek wonderwel gelukt te zijn, want Halsey was met zijn volledige Derde vloot in de achtervolging gegaan. Kurita had daardoor met zijn slagschepen de Taskforce van Sprague kunnen aanvallen. Dat de schade daar beperkt bleef, had meer te maken met zeemanschap en volharding, dan met strategisch inzicht van de Amerikaanse vloot. De vloten van Shima en Nishimura liepen in een hinderlaag, waardoor de zuidelijke kant van de Japanse tangbeweging, volledig en snel door de Zevende vloot onschadelijk werd gemaakt. De gevolgen voor de uitvoering van het Japanse plan waren dan ook groot.

Aan Amerikaanse zijde liep alles beter af dan voor de Japanners. Het pleit werd definitief beslecht ten gunste van de Geallieerden. De Amerikaanse vloot was vanaf dat moment heer en meester in de Pacific. Tactisch gezien lieten de Amerikanen wel steken vallen die niet nodig waren. Zowel Halsey, als Kinkaid hadden een situatie laten ontstaan, waardoor de Taskforce van Sprague in een hachelijke situatie was beland. De uitgang van de San Bernardino Straat was na het begin van de jacht van Halsey op Ozawa niet bewaakt, noch door schepen, noch door vliegtuigen. Hierdoor was het voor Kurita mogelijk gebleken om ongemerkt door de passage heen te komen met zijn slagschepen. Uiteindelijk heeft de Slag bij Leyte Gulf de Geallieerden de mogelijkheid gegeven om met meer vrijheid de amfibische operaties in de Pacific uit te voeren.

Bronnen
- Bennett, Geoffrey D.S.C. R.N. (e.a.), The encyclopedia of sea warfare, from the first ironclads , to the present day, London: Spring books, 1976
- Falk, Stanley F. Leyte Gulf, In: Decisive battles of the Twentieth century land-sea-air, Noble Frankland and Christopher Dowling (ed.), London:Sidgwick & Jackson, 1976, pp. 277-288
- Kinkaid, T.D., Preliminary Action report of Actions in Leyte Gulf and off Samar island on 25 oktober, 1944, Commander Task Force Seventy-Seven, November 18, 1944, Secret, (www.ibiblio.org/hyperwar/USN/rep/Leyte/TF-77-Leyte.html, accessed 16 October 2013)
- Keegan, John and Andrew Wheatcroft, Who's who in military history, from 1453 to the present day, London: Routledge, 1996
- Marston, Daniel (ed.), The Pacific war companion, from Pearl Harbor to Hiroshima, Oxford: Osprey Publishing, 2005
- Woodward, C. Vann, The battle for Leyte Gulf, New York: The MacMillan company, 1947

Noten
1. John Keegan and Andrew Wheatcroft, Who's who in military history, from 1453 to the present day, London: Routledge, 1996, p.324
2. Stanley L. Falk, Leyte Gulf, In: Decisive battles of the Twentieth century land-sea-air, Noble Frankland and Christopher Dowling (ed.), London: Sidgwick & Jackson, 1976, p.277
3. Ibid.
4. Daniel Marston (ed.), The Pacific war companion, from Pearl Harbor to Hiroshima, Oxford: Osprey Publishing, 2005, p.134
5. C. Vann Woodward, The battle for Leyte Gulf, New York: The MacMillan company, 1947, p.14
6. Stanley L. Falk, Leyte Gulf, In: Decisive battles of the Twentieth century land-sea-air, Noble Frankland and Christopher Dowling (ed.), London: Sidgwick & Jackson, 1976, p.279
7. Ibid, p.281
8. Hier wordt gesproken over Geallieerde vloot, omdat de vloot ook uit enkele Australische vliegdekschepen en jagers bestond. 9. Thomas D. Kinkaid, Preliminary Action report of Actions in Leyte Gulf and off Samar island on 25 oktober, 1944, Commander Task Force Seventy-Seven, November 18, 1944, Secret, (www.ibiblio.org/hyperwar/USN/rep/Leyte/TF-77-Leyte.html, geraadpleegd 16 oktober 2013)
10. Stanley L. Falk, Leyte Gulf, In: Decisive battles of the Twentieth century land-sea-air, Noble Frankland and Christopher Dowling (ed.), London: Sidgwick & Jackson, 1976, p.285.





Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Slag in de Javazee
Slag bij Midway
De Bismarck zinkt