Eerste gemoderniseerde onderzeeboot te water


Bericht geplaatst: 03-12-2015 | Laatst aangepast: 03-12-2015

Vandaag ligt Zr.Ms. Zeeleeuw na twee jaar moderniseren weer in het water. De onderzeeboot van de Walrusklasse is de eerste boot die gemoderniseerd wordt, zodat de Nederlandse onderzeeboten tot 2025 inzetbaar zijn. De tewaterzetting in Den Helder is een belangrijke mijlpaal van het het InstandhoudingsProgramma. Jaime Karremann van Marineschepen.nl sprak met Hoofd Materile Instandhouding Groep Onderzeeboten, KLTZ (TD) Henk de Weerd.

IPW Zeeleeuw
De Zeeleeuw gaat in de schepenlift te water. (Foto: John van Helvert/ Defensie)

Vanochtend werd in Den Helder een belangrijke mijlpaal bereikt in het InstandhoudingsProgramma Walrusklasse (IPW). Na twee jaar onderhoud en modernisering werd Zr.Ms. Zeeleeuw in het water gezet in het bijzijn van de medewerkers, commandeur Kees Boelema Robertus, directeur van de Directie Materile Instandhouding (DMI), en schout-bij-nacht Pieter Bindt, n van de eerste commandanten van de Zeeleeuw.



De vier onderzeeboten van de Walrusklasse ondergaan een modernisering om de boten tot 2025 operationeel inzetbaar te kunnen houden. Onder leiding van kapitein-luitenant ter zee (TD) Henk de Weerd, hoofd Materile Instandhouding Groep Onderzeeboten, hebben sinds mei 2013 110 tot 150 mensen gewerkt aan de eerste te moderniseren boot. Nu is onder andere de drukhuid van de Zeeleeuw hersteld, zijn sonars vervangen en heeft n periscoop plaatsgemaakt voor een optronische mast met o.a. HD-camera's, zijn communicatiesystemen verbeterd en is de commandocentrale voorzien van nieuwe computers, beeldschermen en software.

Voor KLTZ (TD) Henk de Weerd was Zr.Ms. Zeeleeuw overigens bij de start van het IPW al een oude bekende. De Weerd voer in de jaren '90, met SBN Pieter Bindt als commandant, zelf op de toen piepjonge Zeeleeuw.

IPW Zeeleeuw
De volledig gestripte commandocentrale van de Zeeleeuw, in april van dit jaar. In de lege rekken stonden de beeldkasten voor o.a. sonars en radar en uit de stalen koektrommels op het dek kwamen de periscopen. Inmiddels is deze centrale helemaal ingericht. En periscoop is nu terug (de aanvalsperiscoop, links) en de andere is vervangen door een optronische mast, maar die komt niet meer uit in de centrale. (Foto: John van Helvert/ Defensie)

"Op een gegeven moment stonden we er z slecht voor"
Lang werd toegewerkt naar deze belangrijke mijlpaal, omdat de onderzeeboot op tijd klaar moet zijn voor een cruciale test in Dok IV. "We hebben er heel veel druk op gezet en hebben hele lange werkdagen gemaakt om het voor elkaar te krijgen," zegt De Weerd, die vooral erg opgelucht is: "want er ging een hoop mis, waardoor we een jaar langer bezig waren dan gepland. Op een gegeven moment stonden we er z slecht voor. Met alles. We liepen met alles achter."

De belangrijkste tegenslag was de ontdekking van asbest aan boord van de Zeeleeuw. "Dat was volkomen onvoorzien. We hebben 7 maanden tegen een spook gevochten. Hoe ontdek je en haal je asbest van een onderzeeboot? Niemand had die kennis. Dat hebben we gaandeweg moeten ontdekken en in de greep moeten krijgen, nou dat hebben we nu in de greep. Dat asbestspook is bedwongen en de boot is nu asbestveilig. En wij zijn onzettend deskundig geworden op het gebied van asbest op onderzeeboten."

Maar er waren meer tegenslagen en die bleven het project tot op het laatste moment buitengewoon spannend houden, zo blijkt uit de woorden van De Weerd, zelf een ervaren onderzeebootman: "Vier weken geleden hadden we nog geen schroef en drie weken geleden bleek de schroefasafdichting niet te passen. [Waardoor de boot niet waterdicht zou zijn, JK] Toen werden de achterduikroeren afgeleverd in okergeel, in plaats van zwart. Dat kan helemaal niet! Tot 4 dagen geleden had ik nog geen 100% zekerheid dat we de deadline zouden halen."

"Toch hebben we het gefikst. De boot is dicht, alles zit er op en alles zit er in. Ik ben heel erg trots op de club dat ze dit gedaan hebben. We hebben een jaar geleden een nieuw planning gemaakt en we hebben eigenlijk sindsdien alle mijlpalen gehaald. Inclusief deze tewaterzetting."



Testen en afregelen
Nu de Zeeleeuw in het water ligt is het werk nog niet gedaan. "Nee," antwoord De Weerd: "alle componenten zitten er in en hij is nu waterdicht. De boot is nu gereed om in bedrijf te worden gesteld en we gaan alles afregelen. We moeten nu bijvoorbeeld checken of de sensoren op de juiste waarden staan, het dieselbedrijf starten en het torpedobedrijf gereed maken."

De volgende mijlpaal is gesteld op eind maart, dan moet de Zeeleeuw gereed zijn om naar zee te gaan. DMI krijgt in deze fase ook hulp van de Onderzeedienst zelf; de bemanning komt nu aan boord. Die mannen gaan na eind maart met de boot een trim- en diepduik doen. De diepduik is een spannende test: de boot gaat dan naar maximale duikdiepte.



Voor een veilige onderwatervaart is stabiliteit essentieel, de onderzeeboot moet kunnen zweven onder water. Als een onderzeeboot niet in zwevende toestand zou kunnen worden gebracht, zou hij bijvoorbeeld steeds onbedoeld boven water kunnen komen of dieper gaan dan gewenst. Daar is de belangrijke test voor in Dok IV. De Weerd: "Tijdens het InstandhoudingsProgramma is het n en ander aan staal en gewichten veranderd, en dus moeten we nu weten wat voor boot het is. Tijdens een slingerproef wordt gemeten wat de massa van de boot en wat de stabiliteit is. Om dat te testen worden er gewichten op geplaatst en aan de hand van de slingering en slingertijd wordt de stabiliteit berekend. Als er iets niet goed is, kunnen we dat nog corrigeren."



Dolfijn is de volgende
DMI heeft veel geleerd tijdens de modernisering van de Zeeleeuw volgens Henk de Weerd. Dat is al te zien aan hoe aan de volgende boot, Zr.Ms. Dolfijn, wordt gewerkt: "Die wordt op dit moment ontmanteld en kaalgestraald. Het conserveren van de drukhuid en het uitvoeren van onderhoud gaan niet met elkaar samen, zo merkten we. Dat levert zo'n hoop rotzooi op. De Dolfijn ligt nu als een casco in het schepenliftcomplex en medio volgend jaar gaan we beginnen met opbouwen."

Van een vertraging van het totale project is volgens De Weerd geen spraken: "Nee, we gaan het binnen de tijd redden. Een deel van het onderhoud gaan we uitsmeren door de andere boten iets eerder aan te pakken. En we gaan vooral winst maken door de conservering van de drukhuid niet meer geheel samen met het onderhoud te doen. Dat lijkt met de Dolfijn al te lukken, dus eind 2019 zijn de vier boten klaar."



comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Walrusklasse
Asbest op de Zeeleeuw