Nieuw boek: Out-of-area, de marine buiten NAVO-gebied



Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 19-12-2016 | Laatst aangepast: 19-12-2016


Vorige week is het boek Out-of-area verschenen, geschreven door dr. Anselm van der Peet, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Out of area is het resultaat van jarenlang onderzoek naar operaties van de Koninklijke Marine buiten het NAVO-verdragsgebied.

Heemskerck
Luchtverdedigingsfregat (L-fregat) Hr.Ms. Jacob van Heemskerck krijgt brandstof van het Amerikaanse vliegkampschip USS Ranger. De Heemskerck zorgde in 1991 tijdens Desert Storm samen met een internationaal eskader voor de luchtverdediging. (Foto: US Navy)

Met het verschijnen van Out-of-area, de Koninklijke Marine en multinationale vlootoperaties 1945-2001, is de trilogie compleet. De drie boeken, waarvan eerder Pugno Pro Patria en Overstag en toch op koers verschenen, behandelen de geschiedenis van de Koninklijke Marine van na 1945. Daarmee is het werk van de Commissie voor Zeegeschiedenis van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) en het NIMH voltooid, iets meer dan vijftien jaar nadat het idee voor een trilogie voor het eerst werd besproken.



Imponerend
Van der Peet, destijds historicus bij het Instituut voor Maritieme Historie, was in een vroeg stadium bij het project betrokken omdat hem werd gevraagd één van de delen te schrijven. Tevens werd geopperd om op het onderwerp te promoveren. Door fusies en andere verplichtingen kon Van der Peet pas jaren later aan zijn promotieonderzoek beginnen. Vorige week had de grote finale plaats en promoveerde Van der Peet aan de Universiteit van Utrecht.

Het moge duidelijk zijn dat het resultaat van het onderzoek, het bijna 600 pagina's tellende proefschrift Out-of-area, imponerend is. Het boek is goed en vlot geschreven, toch kunnen de eerste hoofdstukken door het hoge theorie-gehalte de lezer wat angst inboezemen mede met het ook op de nog resterende pagina's. "De informatiedichtheid is vrij hoog," beaamt Van der Peet in een telefonische reactie. "Zeker het eerste hoofdstuk met begripsvorming en theorieën, dat hoort tenslotte in een proefschrift. Dat is in die zin wat stuggere materie. Maar ik kan je beloven dat het boek na het begin van hoofdstuk twee voor de gemiddelde lezer een stuk aantrekkelijker is. Dan wordt het ook verhalender."

Anselm van der Peet
Anselm van der Peet in gesprek met KTZ b.d. Driekus Heij. Van der Peet is senior wetenschappelijk medewerker bij het NIMH. Zijn specialisme is de Koninklijke Marine in de twintigste eeuw. Heij was tijdens de Golfoorlog in 1990-1991 en de crisis in Joegoslavië Commandant Onderzeedienst. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Het onderzoek naar de marine-operaties buiten het NAVO-verdragsgebied kon ook verhalender worden doordat Van der Peet zich in zijn boek vooral richt op aansprekende Nederlandse marinemissies: Korea (1950-1955), het Midden-Oosten (1984-2000) en de Balkan (1992-2001). Deze missies passeren soms tot in detail op operationeel niveau de revue. Toch gebruikt Van der Peet de drie episodes vooral als case studies om de out-of-area operaties te onderzoeken op politiek-militair niveau. Een grote rol in het boek is dus weggelegd voor de Nederlandse politiek in het nationale en internationale speelveld.

Van der Peet heeft hier voor gekozen omdat dit onderwerp, in tegenstelling tot operaties op land, nauwelijks zijn onderzocht: "Het is een historiografische lancune. Vandaar dat ik de walmissies van het Korps Mariniers meer en marge behandel. Die zijn al onderzocht of worden nu onderzocht." Bovendien zijn deze vlootmissies (waar overigens mariniers wel betrokken waren), volgens Van der Peet ook de missies waar de marine het langst en meest divers in actie is geweest.

Interessante mix met nieuwe inzichten
In Out-of-area heeft Anselm van der Peet een interessante mix van operationele en politieke gebeurtenissen kunnen samenstellen.

Van der Peet beschrijft bijvoorbeeld uitvoerig de politieke discussie in Nederland over het wel of niet deelnemen van Nederlandse marineschepen aan een Britse eskaderreis begin jaren '70 die de schepen onder andere langs Zuid-Afrika zou voeren. Nederland had zich aangesloten bij het wapenembargo tegen Zuid-Afrika in verband met het Apartheidsregime, maar marineschepen vielen hier niet onder. In dat licht had o.a. minister van Buitenlandse Zaken Luns weinig moeite met de reis. Het voornemen van de Koninklijke Marine zorgde echter voor langere tijd de nodige deining in de Tweede Kamer en in de media.

Dankzij de keuze voor een aantal concrete operaties is er een prettige afwisseling in het boek. Zo valt ook te lezen hoe Hr.Ms. Piet Hein in 1952 dicht onder de kust 'kietelslagen' uitvoerde op Chinees-Noord-Koreaanse bevoorradingstreinen. Door het vernietigen van treinen traden de schepen toe tot de Train Busters Club.

Interessant is ook de passage over het Lido II incident in mei 1994, waarin wordt beschreven hoe een internationaal eskader -met o.a. de fregatten Hr.Ms. Jacob van Heemskerck en Hr.Ms. Van Kinsbergen- te maken kreeg met tanker Lido II als blokkadebreker. Joegoslavische patrouilleschepen voeren op die dag met een openstaand luik van de Styx-lanceerinrichting op de NAVO-schepen af.

Over deze periodes van de Nederlandse marinegeschiedenis is al het één en ander gepubliceerd. Toch is het interessant om over deze gebeurtenissen in een meer internationale en politieke context te lezen. Bovendien komt Van der Peet regelmatig met nieuwe inzichten.

Eén van de nieuwigheden van het onderzoek naar 'Korea' is dat de Nederlandse schepen niet onder Amerikaans commando, maar onder commando van de Britse smaldeelcommandant vielen. Ook dat het mandaat van de Britse marine gematigder was dan de berichten via de media en andere verslagen deed vermoeden.

Dat de Nederlandse marine de Royal Navy als zustermarine zag is niets nieuws, maar de mate van verwevenheid verraste Van der Peet zelf wel: "Iedereen weet wel dat de KM goed samenwerkt met de Royal Navy, dat is een publiek geheim, maar dat dat zo intens was en in sommige gevallen nog steeds zo intens is. Dat trof mij wel."
Dankzij die innige samenwerking vond Van der Peet verrassende details over de Nederlandse marine in Britse biografieën: "Bijvoorbeeld in de biografie van Sir Lewin of Greenwich, uiteindelijk Chief Defence Staff tijdens de Falklandoorlog. Hij was begin jaren '70 goed bevriend met de Nederlandse admiraal Maas [Bevelhebber der Zeestrijdkrachten 1968-1972, JK]. Zij hadden samen de Group Deployments naar het Oosten opgezet vanuit de Britse en Nederlandse marines. Ook in de biografie van Sir Geoffrey Howe, de Britse minister van Buitenlandse Zaken in de jaren '80, staat fantastische informatie die zelfs in de Nederlandse archieven niet terug te vinden is."

Out-of-Area
Het boek Out-of-area.

Was de Koninklijke Marine een speelbal of medespeler?
Aan de hand van diepgravend onderzoek en interviews geeft Van der Peet antwoord op een aantal vragen. Eén van die vragen is of de marine een speelbal was of een medespeler binnen de politieke besluitvorming als het gaat om de marine-operaties.

Van der Peet over de resultaten: "Tot begin jaren '70 was de marine in Den Haag een medespeler. De KM was na de Tweede Wereldoorlog erg ambitieus. De marine was tijdens de oorlog wel blijven varen, maar heel versnipperd, waardoor er op het hoogste niveau weinig inbreng was. Door te sturen richting een grote marine die op de oceanen kon varen, moest die inbreng er wel komen. Er was bovendien een eigen staatssecretaris van Marine, en in het begin ook een minister van Marine. Daarnaast was minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns, die van 1952 tot 1971 in de politiek actief was, ontzettend navy-minded. En Piet de Jong was in die tijd staatssecretaris, later minister van Defensie en uiteindelijk premier. Dus je had een heel conglomeraat op politiek niveau die de KM steunde en die de KM best veel politieke ruimte gaven."

Dat veranderde begin jaren '70. "Historicus Jan-Willem Brouwer noemt dat ook de verbinnenlandisering van de buitenlandse politiek waar Defensie een onderdeel van uitmaakt. Protestgroepen, de maatschappelijke ontwikkelingen, je kent het wel. Daardoor wordt de marine steeds meer de wind uit de zeilen genomen en moet de KM andere manieren vinden om toch enige invloed uit te oefenen. Dat gebeurt via de media, contacten met Kamerleden op de achtergrond en lobbyisten. Dat is wel een groot verschil met de periode daarvoor."

Andere vragen die Van der Peet met zijn onderzoek beantwoordt zijn: was het vlootoptreden byuiten het NAVO-verdragsgebied een normaal verschijnsel in de Nederlandse buitenlandse politiek? En: was de zeemacht bij deze uitzendingen een effectief politiek instrument?



Mission creep
Een voordeel van de opzet van het onderzoek door Van der Peet is dat de drie afwisselende periodes te vergelijken zijn. Tijdens de Korea-oorlog was het ruime Nederlandse mandaat bijvoorbeeld opvallend, vergeleken met latere juist krappere mandaten. Hoe ziet Van der Peet dat?

"De perceptie in de Tweede Kamer en in politiek Nederland is dat de Britten altijd achter de Amerikanen aanlopen en alles willen doen op hun niveau. Dat moet een beetje worden bijgesteld, want de Britten hadden vaak toch een veel gematigder mandaat. Dat bovendien veel dichter bij Nederland lag dan aanvankelijk werd ingeschat. Daarom werd die samenwerking met Nederland ook relatief gemakkelijk."

Van der Peet vervolgt: "In 1987-1988 waren Nederlandse mijnenjagers in de Perzische Golf maar ze mochten aanvankelijk niet met de Amerikanen samenwerken. Gaandeweg de operatie zie je dat toch gebeuren en dat dat door politiek Den Haag ook uiteindelijk wordt geaccordeerd. Ook gaan die mijnenjagers de Golf zelf in. Dat was niet zoals dat in eerste instantie aan de Tweede Kamer was verteld. Dat wordt mission creep genoemd, dat gaandeweg de missie steeds meer mag. En de marine pusht dat enigszins."

Dezelfde oprekking van een mandaat ontdekte Van der Peet ook tijdens de Golfoorlog in 1990-1991. "Eerst mochten de Nederlandse schepen niet te ver de Golf in gaan. Uiteindelijk kruipt het mandaat ook op en dan werken ze niet zozeer samen in WEU-verband, maar juist in Angelsaksisch verband en dus ook daar zie je die verschuiving."

"Het laatst zie je vooral in Joegoslavië. In het begin is dat alleen maar monitoren. Dat begint in de zomer 1992 tot november. Ze kunnen alleen constateren of schepen afwijken van wat ze hebben beloofd. De marineschepen mochten na zo'n constatering niks doen, want dat zat niet in het mandaat. En dat mandaat wordt naderhand pas opgerekt, dat je wel met een boordhelikopter met mariniers aan boord gaat en de besturing overneemt."



Gezaghebbende trilogie
Door de eerder genoemde politiek-militaire mix is het boek niet alleen interessant voor wie geïnteresseerd is in de Nederlandse marinegeschiedenis, maar ook in bijvoorbeeld politiek(e geschiedenis) of in internationale betrekkingen.

Net als de auteurs van eerste twee delen van de trilogie over de KM sinds 1945, is ook Van der Peet er in geslaagd om de gebeurtenissen op zee en in Den Haag in de onderzochte periode op een wetenschappelijke manier in kaart te brengen. Van der Peet vervult echter niet alleen in een behoefte van toekomstige onderzoekers, maar zijn boek levert ook een belangrijke bijdrage aan de beeldvorming over de marine in de context van operaties buiten het NAVO-verdragsgebied.

'Out-of-area. De Koninklijke Marine en multinationale vlootoperaties 1945-2001' is uitgegeven door uitgeverij Van Wijnen, telt 591 bladzijden en de prijs de €39,50.
Klik hier om het boek te bestellen via Bol.com.


comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Overstag en toch op koers