De absurditeit van de A-brief vervanging onderzeebootcapaciteit - Deel 2


Door: Jaime Karremann
Laatst aangepast: 19-07-2016


Deel 2 over de A-brief. Een brief die het vloeiende begin moest zijn van een complex en langdurig project, maar dat geenszins is. Geen brief zo tegenstrijdig als de A-brief vervanging onderzeebootcapaciteit.

Bruinvis
Zr.Ms. Bruinvis duikt in het zogenaamde 'kuiltje' voor de Helderse kust. Dit is één van de weinige plaatsen in de buurt van Nederland waar een onderzeeboot veilig onder water kan. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

In het eerste deel van dit artikel over de A-brief, is vooral het werk van de klankbordgroep besproken. De groep, onder leiding van oud-Shell-topman Jeroen van der Veer, presenteerde na twee maanden werk een reeks rammelende adviezen.

Minister van Defensie Hennis had die zonder grote problemen (deels) naast zich neer kunnen leggen. Dat deed ze echter niet en liet de aanbevelingen opnemen in de A-brief. Het resultaat is een onooglijk compromis, en dat kan voor Hennis geen verrassing zijn want zij schreef zelf de tegenargumenten.

Dit is het tweede deel van het tweeluik over de A-brief. Hier Deel 1.



Zelfs voor de slechte lezer is binnen een paar minuten duidelijk dat het samenvoegen van die uitkomsten een brief oplevert die -laten we er een positieve draai aan geven- vrijwel alle vragen van de klankbordgroep zelf beantwoordt. En wel in de pagina's voordat de vragen gesteld worden. Jammer dat we dan toch tot 2018 moeten wachten op de formele onderzoeksresultaten.

cartoon
Cartoon door Henk Boomstra.

Functionele eisen
Defensie begint de A-brief met een zelfverzekerde analyse over de rol en het belang van onderzeeboten. Daarna, op pagina 6, komt de kern van de brief: de functionele eisen waar de eventuele nieuwe boten aan moeten voldoen.

1. Strategische beïnvloeding. Een wapensysteem dat niet of lastig is op te sporen, maar dat wel een grote impact kan hebben.
2. Grote en precieze maritieme slagkracht. Onverwacht hard toeslaan in een gebied dat beheerst wordt door de tegenstander.
3. Wereldwijd verzamelen, analyseren en delen van inlichtingen. Weken achtereen, heimelijk in een gebied activiteiten van (potentiële) tegenstanders observeren en analyseren.
4. Speciale operaties. In het geheim met special forces te opereren een vijandelijke kust.

Defensie hanteert een prioritering in de functionele eisen, vervolgt de brief: "Defensie hecht het grootste belang aan de strategische beïnvloeding, de maritieme slagkracht (waaronder de bescherming van relatief kwetsbare oppervlakteschepen tegen vijandelijke onderzeebten) en het afschrikkingsvermogen."



Vier opties
Op pagina 7 is de eerdere stelligheid over het belang van onderzeeboten verdwenen als sneeuw voor de zon. De meest bizarre aanbeveling van de klankbordgroep verschijnt ten tonele. De vier opties. 1. Een nul-variant (geen onderzeebootcapaciteit)
2. Een expeditionaire variant
3. Een homeland security variant
4. En een variant met onbemande onderzeeboten waarbij bijvoorbeeld een oppervlakteschip het lanceerplatform is."

Deze opties zullen in ieder geval door Defensie worden onderzocht, zo staat in de brief. Het aantal opties kan zelfs nog verder uitgebreid worden. Doordat Defensie de opties in de brief opneemt, lijkt het alsof Defensie alle eerdere argumenten laat vallen. Terwijl die argumenten uit bijvoorbeeld de Toekomstvisie Onderzeedienst, het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer en de A-brief zelf juist voldoende antwoorden geven. Misschien dat de eigen argumenten niet meer tellen, de functionele eisen zijn volgens de brief desondanks leidend. Dan blijkt pas echt de absurditeit van de A-brief.

Expeditionair
De expeditionaire variant is de normale opvolger van de Walrusklasse, net zoals de eerdere Driecilinder onderzeeboten en de Zwaardvisklasse ook expeditionaire boten waren. Dit is de enige realistische optie gelet op de jarenlange successen, unieke kennis en ervaring in Nederland op dit vlak en de voor moderne onderzeeboten grotendeels oninteressante Noordzee. De drie andere te onderzoeken opties zijn bovendien onmogelijk, veel duurder en/ of voldoen niet aan de functionele eisen. Dat betekent niet dat er helemaal niets valt te onderzoeken en te bediscussiëren. Expeditionaire onderzeeboten zijn ook in verschillende varianten mogelijk. Maar daar rept de A-brief niet over.

walrusklasse-suez-kanaal
Een Walrusklasse onderzeeboot vaart door het Suezkanaal op weg naar een missie ver van huis. Voor de homeland security boten van Duitsland, bleek begin dit jaar dat dit te ver was. (Foto: Koninklijke Marine)

Nul-variant
Geen onderzeebootcapaciteit, dat is volgens Hennis onwenselijk, zo zei ze op 23 maart jl. tijdens het Algemeen Overleg: "We zijn een maritieme natie, een handelsnatie. We hebben er belang bij om actief te zijn op bepaalde maritieme handelsroutes, we hebben belang bij rust in de Cariben. En bepaalde inlichtingenvergaring. En we hebben belang bij dat we ook een betrouwbare partner zijn. Juist door ons te profileren in een aantal nichecapaciteiten. Dus er zijn een hoeveelheid van redenen waarom het buitengewoon onverstandig zou zijn om te zeggen: 'weet je wat, de Walrusklasse die loopt in 2025 zo'n beetje af, dan is het einde van de levensduur in zicht. Laat maar lekker zitten.' Omdat alles er op wijst dat ook een land als Nederland, misschien wel juist een land als Nederland, maar met nog een aantal andere landen, juist baat hebben bij voortzetting van een dergelijke capaciteit. In EU verband, in NAVO verband."

In de nul-variant van de A-brief kunnen ook andere systemen de taken van onderzeeboten overnemen. Dat moet lastig zijn, gelet op de unieke capaciteiten van onderzeeboten.
"Alleen de onderzeeboot kan gedurende langere tijd onopgemerkt blijven, ook in een omgeving waar de dreiging groot is en geen militair overwicht bestaat," schreef Hennis in de Toekomstvisie. "De combinatie van capaciteiten en de mogelijkheid daar snel tussen te wisselen, maken de onderzeeboot geschikt voor de strategische beïnvloeding van tegenstanders," vermeldde de A-brief.

De vraag is bovendien of de Nederlandse politiek bereid is om een keur aan nieuwe wapensystemen aan te schaffen en andere uit te breiden, in de hoop dat de onderzeeboten door die combinatie vervangen kan worden. Want het is wel duidelijk dat met de bestaande systemen geen combinatie mogelijk is met dezelfde capaciteiten.

Laten we heel kort naar wat functionele eisen kijken.
Bijvoorbeeld een grote slagkracht. Fregatten en vliegtuigen kunnen marineschepen tot zinken brengen. Er zijn ook raketten waar schepen zich op dit moment niet tegen kunnen verdedigen, denk aan hypersonische wapens. Maar er zijn geen Westerse landen die die wapens hebben, laat staan Nederland. Geen enkel fregat ter wereld zal schrikken van de offensieve wapens van Nederlandse fregatten en vliegtuigen. Bij een torpedo is dat wel anders.

Vliegtuigen en fregatten kunnen special forces afzetten. Kunnen zij dat ook onopgemerkt in een gebied waar de vijand de volledige controle heeft? Absoluut niet. Een onderzeeboot wel.

Zo zijn er nog veel meer capaciteiten van een onderzeeboot die zelfs niet door een combinatie van andere systemen kan worden overgenomen. Al was het alleen maar omdat een onderzeeboot snel kan wisselen van opdracht. Een boot met special forces aan boord kan op één dag verkenningen uitvoeren, mariniers aan land zetten en een vijandelijk schip tot zinken brengen. Dat is een voorbeeld van hoe grote maritieme slagkracht, verzamelen van inlichtingen, werken met special forces en strategische beïnvloeding in één platform zijn samengepakt, zoals opgesomd in de Toekomstvisie.


walrusklasse nimitz
Kleine onderzeeboten kunnen grote vliegkampschepen tot zinken brengen, ondanks de grote bescherming. Kan een fregat met onbemande vaartuigen dat ook? Of zou dat fregat, dat zich niet kan verstoppen, direct een ongekende aanval van vliegtuigen, missiles en torpedo's op zich af krijgen vanaf de Carrier Battle Group? Einde fregat, einde onbemande vaartuigen. (Beeld: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Onbemande variant
Op pagina 5 van de A-brief is de onbemande onderzeeboot overleden: "De fysische eigenschappen van zeewater bieden voordelen met het oog op de heimelijkheid, maar maken het technisch lastig om te communiceren en data te versturen. De menselijke controle en aansturing van een onbemand onderwatersysteem is (nog) aan forse beperkingen onderhevig. Vooralsnog is er geen zicht op volledig onbemande systemen waarin alle inzetmogelijkheden (waaronder wapeninzet) kunnen worden gebundeld. Naar de huidige inzichten blijft de bemande onderzeeboot het effectiefste platform, met onbemande systemen als aanvulling."

Toch wil de klankbordgroep onderzoek naar onbemande onderzeeboten die vanaf marineschepen of vliegtuigen ingezet kunnen worden. Het is een mooie gedachte, zeker voor de industrie die vele miljoenen zo niet miljarden nodig zal hebben om een variant te maken die de bemande onderzeeboot kan vervangen. Die variant bestaat namelijk niet en er is geen land dat nu bezig is met een dergelijke variant dat binnen 10 - 15 jaar een geloofwaardig alternatief biedt.

Het voldoet dus al niet aan het afwegingscriterium Financiële duurzaamheid uit de nota In het belang van Nederland: "Tevens moet de juiste balans worden gevonden tussen bewezen technologie enerzijds en innovatieve technologie anderzijds," staat op pagina 6 van de A-brief.

Ook het afwegingscriterium Internationale samenwerking is lastig volgens de A-brief: "Defensie kan zich de vervanging alleen permitteren als (delen van) een nieuwe capaciteit samen met een of meer partnerlanden wordt ontwikkeld, gebouwd en geëxploiteerd." Welk land is nog meer geïnteresseerd in deze optie? Noorwegen, Zweden en Duitsland in ieder geval niet zo blijkt uit hun keuzes voor nieuwe bemande onderzeeboten.

De functionele eis Grote en precieze militaire slagkracht is onhaalbaar met een onbemand vaartuig, blijkt uit de A-brief: "Het vermogen om onverhoeds grote slagkracht aan te wenden in gebieden waar (nog) geen militair overwicht is." Hiermee wordt gedoeld op de heavy weight torpedo, zoals de Mk 48, die in één klap een groot marineschip kan breken. Stelt u zich een onbemand vaartuig voor dat onder andere meerdere torpedo's van 6 tot 7 meter en een gewicht van ongeveer 1.800 kg bij zich kan dragen. Hoe groot moet het moederschip of gigantisch moet het vliegtuig dan worden? Een onderzeeboot heeft meer dan 20 van deze jongens bij zich.

Om uw voorstellingsvermogen nog verder op de proef te stellen: er moeten ook special forces kunnen werken vanaf het onbemande vaartuig, volgens de functionele eisen op pagina 7.

Tot slot nog even terug naar het platform. De onbemande systemen moeten volgens de A-brief kunnen worden ingezet "vanaf een oppervlakteschip." Twee alinea's daarboven wordt echter een belangrijke rol van onderzeeboten beschreven: "bescherming van relatief kwetsbare oppervlakteschepen tegen vijandelijke onderzeeboten."
Ai.

Homeland security
De treurigste variant. In alle opzichten. De hele Nederlandse krijgsmacht moet expeditionair zijn: ver van huis kunnen opereren, zonder hulp. En de homeland security boot? Die blijft thuis. Die is voor de roerige Hollandse thuiswateren.

Deze kustboot is de variant van Duitsland, Noorwegen en Zweden. Deze landen zetten hun boten in hun fjorden of in de Oostzee in en zijn niet langer dan een week van huis. Ze zijn niet bedoeld om met hun fregatten mee te gaan om ze ook in de Middellandse Zee, de Indische Oceaan of in het Caribisch Gebied te kunnen beschermen.

Inderdaad. Andere landen hebben deze boten, en Nederland heeft een expeditionaire. Daarom kan Nederland een belangrijke bijdrage leveren op gebieden waar zich tekorten voordoen. Weet Hennis dat? Jazeker, ze heeft niet voor niets de term nichecapaciteit bedacht.
Nederland zou ook niet veel hebben aan kustonderzeeboten. Het grootste deel van de Noordzee is te ondiep voor onderzeeboten. Dus waar zouden die homeland security boten ingezet moeten worden?

Nederland heeft volgens de Grondwet bovendien verplichtingen in de West.

Ook kan de boot niet voldoen aan de functionele eisen. Strategische beïnvloeding op de Noordzee? Grote en precieze militaire slagkracht voor als de vijand de Noordzee beheerst? Wereldwijd verzamelen van inlichtingen op de Noordzee? Drie keer nee, dus drie keer nee voor de homeland security onzin.

Canada onderzeeboot
Het ene land heeft geen conventinele expeditionaire onderzeeboten, het andere land heeft problemen met z'n conventionele expeditionaire onderzeeboten. Hier de dramatische beschikbaarheid van de Canadese onderzeeboten, generatiegenoten van de Walrusklasse.

Internationale samenwerking en financiën
Dat internationale samenwerking een grotere rol moet krijgen volgens Hennis, is al enige tijd bekend. Samenwerking is ook noodzakelijk, er is geen enkele Nederlandse onderzeeboot tot stand gekomen zonder internationale samenwerking.

Toch is hier iets vreemds aan de hand. Minister Hennis heeft bijvoorbeeld eerder, tijdens het Algemeen Overleg, de verwachtingen met betrekking tot internationale samenwerking getemperd.
Hennis destijds: "Onderzeeboten koop je niet van de plank. Dat zou wel een feestje zijn geweest, moet ik zeggen. Want dat is immers ook het uitgangspunt. En de realiteit is dat er op dit moment vooralsnog geen twee landen zijn in de wereld die over exact hetzelfde type onderzeeboot beschikken. En toch proberen we nu de tijd te benutten, en dat gaat in de B-fase steeds verder vormkrijgen, om te streven naar zo groot mogelijke overeenkomsten en harmonisering van eisen."

Er zijn namelijk niet veel landen om mee samen te werken omdat sommige landen nu geen nieuwe onderzeeboot willen en andere landen alleen een kleine onderzeeboot willen. Datzelfde geluid was ook eerder tijdens het Rondetafelgesprek over de Toekomstvisie Onderzeedienst te horen.

In de B-fase zal Defensie "indringend aandacht besteden aan internationale samenwerking", staat nu in de brief te lezen.

If it ain't broken, don't fix it. Vergeleken met landen met vergelijkbare onderzeeboten zijn de Nederlandse subs vaker op zee, voor veel minder geld. Dat heeft volgens TNO onder andere te maken met de manier van onderhoud doen die in Nederland uniek is.

Het doordrukken van meer internationale samenwerking brengt risico's met zich mee. Behalve Canada en Australië heeft geen enkel Westers land recente ervaring met expeditionaire conventionele onderzeeboten. Bij een intensieve samenwerking met bijvoorbeeld Duitsland, Noorwegen en Zweden is de kans groot dat werkwijze met de samenwerkingspartner uiteen lopen erg groot. Toch moet worden samen met één of meer partnerlanden de onderzeeboten niet alleen ontwikkeld, gebouwd, maar ook geëxploiteerd moeten.

Terecht stelde PvdA-Kamerlid Günal-Gezer tijdens het Algemeen Overleg de vraag of Nederland de nichecapaciteit niet zou kwijtraken als het de eisen (zoals Hennis had aangekondigd) zou harmoniseren met andere landen die alleen over kustonderzeeboten beschikken.

Niet het verbeteren van het onderhouden en exploiteren van onderzeeboten lijkt centraal te staan, maar het (nog) goedkoper maken. En dat kan op de lange termijn veel geld kosten.

Geld is sowieso een belangrijke drijfveer in dit project. Dat blijkt ook uit de zogenaamde kostenbatenanalyse die de klankbordgroep heeft voorgesteld. Er is volgens de A-brief zelfs al een werkgroep voor samengesteld om uit te zoeken welke systematiek het best kan worden toegepast.



Rampzalige combinatie
Vertraging, verspilling, verwarring: het effect van de A-brief. Tijdens de onderzoeksfase valt er voldoende te onderzoeken en zijn er vele rapporten te typen. Veel van de beloofde onderzoeken zijn alleen zo overbodig.

De schade zou meevallen als de B-fase kort was, maar die duurt maar liefst twee jaar. Twee kostbare jaren van dit project gaan verloren aan onderzoeken waarvan een deel onvoorstelbaar onzinnig is.

Er is natuurlijk een kans dat het onderzoek naar bijvoorbeeld de vier opties in een middag is afgerond (dat is op zich al lang). Maar Defensie kennende zal hier het maximale uit de kast worden gehaald om er echt serieus naar te kijken. En om dan tot de conclusie te komen dat de expeditionaire onderzeeboot toch de beste variant is.

Zelfs als er weinig tijd wordt besteed aan wat onzinnige onderzoeken, is dat pure verspilling. De Defensie Materieel Organisatie (DMO) is uitgedund, de Walrusklasse onderzeeboten zijn oud, er is weinig geld, weinig tijd en weinig ervaring. Iedere m/v, iedere euro en ieder uur is keihard nodig om een goede onderzeeboot te ontwikkelen. Gekke ideetjes van een klankbordgroep moeten deze kostbare middelen niet opsouperen.

Maar een klankbordgroep en een reeks onderzoeken geeft Hennis de mogelijkheid om zich in te dekken. Het lijkt alsof zij de discussie dan niet meer aan hoeft te gaan, want ze heeft het zorgvuldig aangepakt. Toch blijft frappant dat zij voor deze middelen kiest terwijl er in de Kamer een meerderheid lijkt te zijn voor nieuwe expeditionaire onderzeeboten.

Aan de andere kant deed Hennis in het licht van de klankbordgroep op 23 maart tijdens het Algemeen Overleg wat opmerkelijke uitspraken: "Weet u, ik heb daar intern toch heel veel over gesproken. Over klein, groot tonnage. Expeditionair en niet expeditionair. En op een gegeven moment, dat was ook … intern ga je een beetje tunnelvisie krijgen." Later: "Stap heel even af van dat er maar één model mogelijk zou zijn, om daar nog relevant een bijdrage van te leveren. Want dat is precies wat we nu gaan bekijken. En ik heb niet gezegd dat we in 2018 dus een besluit volgt, want dat kan ook een ander besluit nemen."
Dat was weliswaar nadat de klankbordgroep was aangekondigd, maar nog vóór deze aan het werk ging. Het onderzoeken van meerdere "modellen" is precies wat de klankbordgroep na weken werk voorstelde op 30 mei, maar Hennis lijkt hier al op 23 maart op te doelen.

Hoe dan ook, de B-fase wordt nu misbruikt om eerder gemaakte keuzes nog eens uit te leggen, zonder de discussie te hoeven aangaan.

De verkiezingen spelen ongetwijfeld een rol. De Britse Onderzeedienst mocht tijdens de Koude Oorlog in de weken voor de verkiezingen geen geheime operaties uitvoeren, zo beschrijft het boek Silent Deep. Uit vrees voor een incident op zee, met gevolgen voor de zittende politici.

Hoe nu verder?
Het vervangen van de Walrusklasse is moeilijk. De verwachtingen en eisen van marine, inlichtingendienst en politici zijn onvoorstelbaar hoog dankzij de goede prestaties en lage kosten. Om dat te evenaren wordt veel gevraagd van Defensie en industrie. De start van zo'n belangrijk en complex project verdient beter dan een A-brief als deze. Als dit de voorbode is voor wat er komen gaat, is een waardige vervanger van de Walrusklasse uiterst onzeker.

Het project vervanging Walrusklasse is slechts één van de projecten de komende jaren. Allemaal verlopen ze volgens hetzelfde DMP. Maar Hennis heeft nieuwe elementen toegevoegd. Wat betekent dat voor volgende projecten? Krijgen we iedere keer een klankbordgroep die nut en noodzaak gaan beoordelen? En weer vier opties in de A-brief?
Moeten straks de opties voor kustmijnenvegers, Noordzeefregatten en in de toekomst vliegtuigen met extreem kort bereik worden onderzocht?

Met deze A-brief is Defensie ver van huis. In spreekwoordelijke zin.



comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Opinie

Gerelateerde artikelen
De absurditeit van de A-brief

Walrusklasse