Marineschepen.nl
 
   
 

Hoe marineschepen die dik dertig jaar meegaan toch bij de tijd kunnen blijven


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 21-06-2021 | Laatst aangepast: 21-06-2021


Een marineschip gaat op gezette tijden het onderhoud in en wordt vaak een keer grondig gemoderniseerd. Maar de technologie en de dreigingen ontwikkelen zich steeds sneller waardoor er dreigingen kunnen ontstaan die tijdens de bouw van het schip nog helemaal niet bestonden. Thales denkt na hoe schepen veel vaker en beter bij de tijd kunnen blijven.

Usman-Harun
KRI Usman-Harun, het bijna 90 meter lange korvet wordt momenteel gemoderniseerd. (Foto: Indonesische marine)

In samenwerking met Thales presenteert Marineschepen.nl de rest van het jaar maandelijks een artikel over een onderwerp dat nu of in de toekomst bij veel marines speelt. Van cyber tot autonome systemen. In deel 2: hoe kunnen marineschepen relevant blijven? Meer info onder aan deze pagina.

"De kleine UAV [drone] is zo'n voorbeeld", zegt Adriaan Smits, hoofd Services bij Thales. "Die bestonden niet toen de LW-08 radar voor de S-fregatten en M-fregatten werd ontwikkeld. En het klinkt heel simpel om UAV's te zien, maar dat valt vies tegen. Qua bewegingskarakteristieken lijken ze namelijk veel op vogels, ze zijn ongeveer even snel en even groot. Oude radars kunnen ze wel detecteren, maar vogels en UAV's worden door het systeem gezien als clutter [ruis] en niet getoond."



"Om toch kleine UAV's, zoals de gemiddelde commerciŽle drone, te kunnen herkennen en onderscheiden van vogels, zijn aanpassingen benodigd. Dat vergt van de radar speciale golfvormen, speciale kijkfrequentie, zoekpatronen, etc. Dat is hartstikke moeilijk. Om dat te doen heb je een nieuwe radar nodig." Want de oude LW-08 radar krijg je niet makkelijk meer zover om ook UAV's te gaan detecteren.

Vroeger was dus de enige oplossing: wachten op een volgend schip of bij een midlife update de radar vervangen door een nieuwe die dat trucje wel kan toepassen. Maar net als bij de vorige radar liep een marine dan weer het risico dat de nieuwe radar niet geschikt was voor een volgende dreiging. Dan was het weer een jaar of 15 wachten.

Overigens gaat dit niet alleen op voor radars, maar voor veel meer systemen waar software een grote rol speelt. Denk ook aan het combat management systeem (software voor de commandocentrale) en cybersecuritysystemen.

Smits: "Wat nu toch anders is dat de operationele behoefte sneller verandert dan vroeger. Het gaat dan niet om of je systeem dertig jaar lang blijft werken, maar om of het systeem tien jaar na inbedrijfstelling niet ineens nutteloos wordt door nieuwe ontwikkelingen."

"Natuurlijk is er nu ook regelmatig onderhoud en worden schepen soms gemoderniseerd", zegt Smits, "maar die instandhouding is vooral bedoeld zodat schepen kunnen blijven doen waar ze ooit voor bedacht werden. Als er onderdelen niet meer geleverd kunnen worden, dan moet daar een oplossing voor komen zodat het systeem toch kan blijven werken."

"We hebben het nu over functionele obsolescence. Dat is een nieuw niveau waar je vroeger niet zo makkelijk wat aan kon doen. Behalve je oude schepen terugtrekken en nieuwe ontwikkelen", zegt Smits.

Zr.Ms. Van Speijk
Zr.Ms. Van Speijk, een M-fregat. De grote zwarte radar is de LW-08. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

SMART-L
Zr.Ms. De Zeven ProvinciŽn, een Luchtverdedigings- en Commandofregat. De SMART-L MM/N is de zwarte radar, de APAR bevindt zich op de voorste mast en is op deze foto precies links naast de SMART-L te zien. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Oplossing
De oplossing voor het probleem klinkt simpel: software-updates. Smits: "Wat nieuw is, is dat veel meer door software bepaald wordt dan vroeger. Dat betekent dat je de functie van apparaten voor een heel groot deel kan veranderen door de software te veranderen. Daardoor kan je gedurende de levensduur van het product de functie echt aan te passen. Dus van het traditionele na vijftien jaar onderhoud doen, systemen van boord, overschilderen en draaiende delen vervangen, kan je naar bij wijze van spreken een jaarlijkse evaluatie: doet het systeem nog wat je wilt? En zo nee, kunnen we hem zo aanpassen dat ie dat wel gaat doen. Dat kan je bovendien regelmatig doen."

"Het begon eigenlijk met APAR", zegt Smits die zich jarenlang met die radar heeft beziggehouden. "Maar bij onze nieuwste radars, daar is de hardware vooral een manier om energie de ruimte in te sturen, maar die hardware wordt softwarematig aangestuurd. En de ruimte om de software aan te passen is behoorlijk groot."

Volgens Smits kunnen radars ook aangepast worden om UAV's te kunnen zien. "Moderne radars zijn flexibel, maar hoe je dat inbrengt hangt af van het systeem. Een aanpassing gaat verder dan alleen de software."

"Ook op gebied van hardware is de technologie schaalbaarder geworden. De NS-100 kan je ook uitbreiden met meer ontvangst of zendtegels voor meer vermogen of andere processinghardware. De wisselwerking tussen hardware en software biedt enorme flexibiliteit. Vanwege de snelle technologieontwikkeling moet je eigenlijk toch de processing af en toe vervangen door een nieuwe generatie. Omdat die weer meer kan, is er meer ruimte om nieuwe functionaliteiten te programmeren: snellere computers, meer mogelijkheden."

Design for change
Volgens Smits blijven deze nieuwe mogelijkheden niet beperkt tot alleen radars, maar hebben ze betrekking op het hele schip. Dat begint al bij de stafeisen en de ontwerpfase. Smits: "Wij noemen dat design for change; in je productontwerp moet je rekening houden met aanpassingen. parameters zo breed mogelijk proberen te houden, zodat je flexibiliteit inbouwt. Je kan ook fysiek meer ruimte vrijhouden voor upgrades."

Geen massale updates
Kunnen operators in de commandocentrales van alle marines over de hele wereld die met Thales-radars varen, rekenen op pop-ups met de melding dat ze updates van de radarsoftware kunnen downloaden? Voorlopig is dat nog niet aan de orde.

Smits: "Dit is in de civiele wereld inmiddels normaal, maar past niet goed op de defensiewereld. App-updates op je telefoon kunnen vaak worden gedaan omdat ontwikkelaars continue data van die apps krijgen en er ook data naartoe kunnen sturen. Dat is in de defensiewereld niet mogelijk omdat die data strategische waarde heeft en natuurlijk niet vrij gedeeld wordt."

"Verder kunnen wij in de defensiewereld niet zomaar alle voor een product ontwikkelde upgrades met alle gebruikers delen. Ook hierbij is het aangaan van de dialoog belangrijk. Het vormen van user groups zou hier een geschikte benadering kunnen zijn."

"We kennen de voordelen dus, maar er zijn blokkades en daar moeten we over met elkaar in gesprek", zegt Smits.

Gesprek
En het gesprek aangaan ziet Smits als eerste stap om ook andere uitdagingen van het nieuwe moderniseren het hoofd te bieden. Want al is het allemaal technisch mogelijk, veel marines zijn er niet op ingericht. "Alles, bij ons ook, is ingericht op innovatie en nieuwe generatie systemen maken, en vervolgens onderhoud doen. Bestaande processen bij veel organisaties zijn vaak niet ingericht op regelmatige aanpassingen van systemen."

Natuurlijk kan de industrie zelf besluiten om gedurende veertig jaar updates aan te bieden, maar dat is in deze markt financieel onhaalbaar zonder een geschikt contract. Nu is het zo dat de kennis over een bepaalde radar bij de industrie al snel verdwijnt, de technici gaan met pensioen, ergens anders werken of richten zich op een nieuwe generatie radars. "Als een klant na vijftien jaar ineens zegt: ik wil een update doen, dan balen we allebei. Dan moeten we zeggen dat we de mensen met die kennis niet meer hebben en krijgt de klant de gewenste update niet", licht Smits toe. "Want om de kennis te behouden, moet je bezig blijven met het product."

"Wat denk ik heel belangrijk is, is dat er een continue dialoog ontstaat tussen de marines, kennisinstituten en industrie om samen tot oplossingen te komen. Er is al een bijzonder effectievere samenwerking in de vorm van Nederland Radarland. Dat model zou kunnen worden uitgebreid naar de hele asset life cycle management, waarbij dus niet alleen gekeken wordt naar hoe ontwikkelen we een nieuw platform, maar ook naar hoe gaan we er mee om als het eenmaal vaart."

"Iets anders is: welke afspraken maak je? Als een marine zegt: ik wil 20 jaar die flexibiliteit kopen, betekent dat voor ons dat wij die kennis beschikbaar moeten houden. We moeten dan die periode software updates kunnen aanbieden, maar we hebben nu nog geen idee wat er geherprogrammeerd moet worden. Het heeft dus zowel organisatorisch, contractueel, en op uitvoeringsgebied aspecten, die op een aantal punten de status quo uitdagen."

Andere landen
In Nederland is er de zogenaamde Gouden Driehoek, bestaande uit Defensie/ de marine, kennisinstituten en de industrie. Er is hierdoor vaak contact, een dialoog over dit nieuwe onderwerp is daarom relatief eenvoudig opgezet. Maar hoe zit dat in andere landen?

Niet alle marines gaan op dezelfde manier met hun materieel om, er zijn marines die alleen onderhoud doen als er iets kapot gaat. Andere marines hebben uiterst professionele organisaties voor onderhoud. Maar ook de marines die nu met beperkte middelen werken, krijgen vroeg of laat met de software-mogelijkheden te maken die je nu ook ziet bij de NS-100.

Bij aanbestedingen vermeldt Thales al de technologische flexibiliteit. Smits: "We beschrijven de mogelijkheden, maar het gebruik maken daarvan is tot nu toe een aparte transactie. Om de volle flexibiliteit te benutten wil je toe naar een relationeel model, waarin wij een basistechnische capaciteit inrichten en je via een georganiseerd discussieplatform samen met de gebruiker bepaalt wat de juiste updates worden."

"Want," gaat Smits verder, "dat is dť manier om dit te realiseren. Als je geen samenwerking aangaat, dan kunnen klanten misschien nog wel profiteren, maar veel meer vanuit het traditionele model. Als er bijvoorbeeld een nieuwe functie wordt ontwikkeld dan staan de marines waarmee je dat gedaan hebt vooraan. Ook om mede te bepalen aan wie we die update mogen verkopen. Dus het zou best kunnen dat als je niet meedoet aan zo'n discussieplatform, dat je dan niet kunt profiteren van de updates of dat je dan de hele ontwikkelkosten moet betalen."

"Je zou dit kunnen organiseren via een gebruikersgroep, waarin meerdere gebruikers van een product samen met industrie de upgrade-roadmap van het product afstemmen. Je zou de internationale samenwerking richting ontwikkeling van de APAR als voorloper van zo'n gebruiksersgroep kunnen zien.
Binnen de groep zijn destijds ook afspraken gemaakt, mocht er een andere partij bij komen."

Ziet Smits al concrete kansen voor dit model in de toekomst? Zeker: "Voor de nieuwe SMART-L MM/N staat eigenlijk alles al klaar om dat te doen."

Dit is een gesponsord artikel. Bij een gesponsord artikel kiest een opdrachtgever het onderwerp van het artikel. Thales heeft Marineschepen.nl betaald om dit artikel te schrijven over dit onderwerp, maar Thales had geen invloed op de journalistieke inhoud.



comments powered by Disqus




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:

Twitter

Facebook

Instagram

Copyright

Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Cyber op zee