De spanningen rondom Iran, Jemen en de Rode Zee lopen de laatste weken weer op en de Verenigde Staten lijken daarop te reageren door met twee carrier strike groups van de Nimitzklasse in de regio aanwezig te zijn. Het verblijf van USS Harry S. Truman wordt verlengd, terwijl zusterschip USS Carl Vinson onderweg is. Ondertussen is ook de Franse carrier FS Charles de Gaulle in de buurt nu er in het Westen grote zorgen zijn over de Houthi-rebellen in Jemen en het Iraanse nucleaire programma.
USS Harry S. Truman (Nimitzklasse) op archiefbeeld is al enige tijd in de Rode Zee. (Foto: Amerikaanse marine)
De nucleaire carrier USS Harry S. Truman vertrok afgelopen september vanuit het Amerikaanse Norfolk en ging vervolgens via de Noordzee en enkele NAVO-oefeningen richting het Midden-Oosten. Het verblijf in de regio van US Central Command liep bijna af, maar de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth besloot de missie te verlengen. Het schip blijft nog zeker een maand in de regio.
Dubbele bezetting
Ondertussen is er met USS Carl Vinson een tweede carrier strike group van de Nimitzklasse in aantocht. Op satellietbeelden is te zien dat dat het schip vanuit de Filipijnse wateren richting Iran gaat, nadat het vorige week een bezoek bracht aan Guam. Het doel van de Carl Vinson is volgens Defensie het bevorderen van stabiliteit, het terugdringen van agressie en het bewaken van de veiligheid en vrijheid van de commerciële vaart in de regio.
Naast de Carl Vinson maken ook kruiser USS Princeton (Ticonderogaklasse) en destroyer USS Sterett (Arleigh Burkeklasse) onderdeel uit van het eskader. De Vinson heeft behalve F/A-18 toestellen ook F-35C gevechtsvliegtuigen aan boord. Het zou twee tot drie weken duren voordat de carrier in de Rode Zee arriveert.
Dit betekent dat er een korte periode van overlap is met twee Amerikaanse eskaders met vliegkampschepen in het gebied. De laatste keer dat dit gebeurde, was in de zomer van 2024 toen Nimitz-klasse carriers USS Abraham Lincoln en USS Theodore Roosevelt op de US Central Command waren.
Als vervanger van de Carl Vinson in het Pacifisch gebied is USS Nimitz aangewezen. Dat schip is afgelopen vrijdag vertrokken en gaat vermoedelijk zijn laatste reis maken. De Nimitz werd in 1975 in dienst gesteld en is dus bezig aan zijn 50e dienstjaar bij de US Navy.
Een F-35C op het dek van USS Carl Vinson in de Zee van Japan, eind vorige maand. (Foto: Amerikaanse marine)
Strijd met Houthi-rebellen
Het Pentagon kondigde eerder al extra militaire activiteit aan in het Midden-Oosten. De reden hiervoor is tweeledig. Ten eerste is de strijd tegen de Houthi-rebellen in Jemen na een periode van rust weer opgelaaid. Al anderhalf jaar vallen de door Iran gesteunde rebellen civiele en militaire schepen in de Rode Zee aan vanwege de oorlog tussen Hamas en Israël.
Tijdens de periode van wapenstilstand hielden ook de Houthi's zich koest, maar sinds de Amerikaanse bombardementen in Jemen zijn de aanvallen weer begonnen. Onder meer USS Harry S. Truman zou zijn bestookt en president Donald Trump kondigde op social media aan dat de Houthi's volledig vernietigd zullen. Verder riep Trump Iran op om te stoppen met het bevoorraden van de rebellen. Sindsdien voeren de Amerikaanse schepen regelmatig aanvallen uit op Jemen.
Grote zorgen om nucleair programma Iran
Trump zou daarnaast indirect met Iran spreken over het nucleaire programma, maar dreigde ook met een aanval op het land. Dit heeft alles te maken met het akkoord uit 2015, dat een looptijd van tien jaar heeft en dus in oktober van dit jaar afloopt.
Iran is al jaren bezig met het verrijken van uranium en stelt zelf dat het hier louter vreedzame doelen mee voor ogen heeft. Westerse landen maken zich echter zorgen om het nucleaire programma en legden dit middels het akkoord uit 2015 aan banden met sancties.
Het is het Westen er veel aan gelegen om zo snel mogelijk tot een nieuwe deal te komen met Iran. Ook Frankrijk bemoeit zich hier actief mee en het lijkt geen toeval dat de Franse nucleaire carrier FS Charles de Gaulle zich ook in de buurt bevindt. De Charles de Gaulle is momenteel in Djibouti op de weg terug van een Pacifische reis. Hierbij werd vorige maand onder meer India aangedaan.
Geen deal? Dan "militaire confrontatie bijna onvermijdelijk"
Afgelopen woensdag was er een besloten bijeenkomst in Parijs, voorgezeten door president Emmanuel Macron. Hierbij waren ministers en experts aanwezig om het Iraanse dossier te bespreken. Even later kwam de Franse minister van Buitenlandse Zaken naar buiten met stevige taal richting Iran.
Volgens Jean-Noel Barrot is er nog maar een zeer beperkte mogelijkheid om tot een akkoord te komen en is actie noodzakelijk als dit akkoord uitblijft: "We hebben een paar maanden tot het akkoord verloopt. Als het niet lukt om een deal te sluiten, is een militaire confrontatie lijkt onvermijdelijk."
"Ons vertrouwen en onze overtuigingen blijven intact. Iran mag nooit nucleaire wapens tot zijn beschikking krijgen. Het is de prioriteit van Frankrijk om een controleerbare en duurzame oplossing te vinden om de nucleaire activiteiten van Iran te beperken", aldus de minister.
Kernwapens wereldwijd
Op dit moment zijn er negen landen in de wereld die beschikken over nucleaire wapens. Volgens ICAN (International Campaign to Abolish Nucleair Weapons) gaat het in totaal om 12.512 kernkoppen wereldwijd.
Rusland zou met 5.889 de meeste kernwapens hebben, gevolgd door de Verenigde Staten met 5.224. Daarna wordt het aantal snel minder met China op een derde plek met 410 kernwapens. Frankrijk, Groot-Brittannië, Pakistan, India, Israël en Noord-Korea maken het gezelschap compleet.
Verder zijn er nog zes landen die wel kernwapens herbergen, maar hier niet zelf de beschikking over hebben. Dit zijn Italië, Turkije, België, Duitsland, Nederland en Belarus.
Auteur: Tobias Kappelle Tobias werkt sinds augustus 2020 als freelance journalist voor Marineschepen.nl. Daarnaast is hij vooral actief in de sportjournalistiek bij onder andere AD Sportwereld, Eurosport en Hockey.nl. Tobias studeerde Geschiedenis en Bestuurs- en Organisatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht en deed een master Media & Journalistiek aan de Erasmus University Rotterdam.