Raketschild of Ballistic Missile Defense (BMD)


Door: Jaime Karremann
Laatst aangepast: 01-04-2015


Nederland gaat over een paar jaar actief deelnemen aan het NAVO raketschild. Termen als raketschild en Ballistic Missile Defense (BMD) zullen daarom steeds vaker in de media naar voren komen. Ook omdat steeds meer landen balistische raketten hebben. Maar wat houdt de verdediging tegen ballistische raketten eigenlijk in? In dit artikel de basis met de focus op BMD vanaf zee.

SM-3
Destroyer van de Arleigh Burkeklasse USS Hopper lanceert een SM-3 raket, bedoeld tegen ballistische raketten. (Foto: Amerikaanse marine)

Dit artikel is onderdeel van een reeks:
- Ballistische raketten
- Raketschild of ballistic missile defense (BMD)
- SMART-L radar
- Luchtverdediging- en Commandofregatten

De verdediging tegen ballistische raketten is zeer complex. Ballistische raketten gaan ver, hoog en snel. Bij Ballistic Missile Defense (BMD) gaat het al snel om grote afstanden en hoge snelheden. Een samenwerking tussen veel landen, krijgsmachtdelen, verschillende sensoren en wapensystemen is daarom een vereiste.

Aan de hand van uitgebreid bronnenmateriaal en een presentatie van Bart van der Graaff, Capability manager IAMD/ BMD, Thales Naval Nederland, wordt in dit artikel de basis van Ballistic Missile Defense uitgelegd.

BMD van Koude Oorlog tot Golfoorlog

De eerste ballistische raketten werden door Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog ingezet. De verdediging tegen ballistische raketten begon in de jaren '50 in de Verenigde Staten. Later begon ook de Sovjet-Unie hiermee. Maar in 1972 kwamen beide partijen overeen de ballistic missile defense te beperken.



Tijdens de Koude Oorlog hoopte men op enige stabiliteit doordat de NAVO en de Warschaupactlanden wisten dat een nucleaire aanval met ballistische raketten zou betekenen dat de twee partijen vernietigd zouden worden. Als ťťn van de zijden een verdediging zou hebben, zou dit niet meer opgaan en waren er kansen op een nieuwe wedloop met een oorlog tot gevolg.

Toch werd aan nieuwe BMD mogelijkheden gewerkt, de Amerikanen ondernamen met het Strategic Defense Initiative (SDI, ook Star Wars project genoemd) zelfs pogingen om in de ruimte raketten uit te schakelen. Van een ruimteschild kwam het in die jaren '80 niet, maar de aandacht bleef.

De NAVO begon pas met BMD toen Saddam Hoessein met relatief eenvoudige Scud-B ballistische raketten veel angst en ook wat schade kon aanrichten. De verdediging tegen ballistische raketten bleek beperkt.

De focus had daarvoor vooral gelegen op verdediging tegen Russische ICBM's, maar de dreiging na de Koude Oorlog kwam van ballistische raketten met een kortere afstand en afgevuurd door groeperingen en landen waar niet mee te praten viel.


Een vroege impressie van het Luchtverdediging- en Commandofregat, dat al in de conceptfase bedoeld werd voor o.a. de verdediging tegen ballistische raketten. (Bron: Alle Hens, juni 1998)

De Koninklijke Marine en BMD

Binnen Europa is Nederland ťťn van de voorlopers van de verdediging tegen ballistische raketten. Dat heeft te maken met een aantal factoren: het ambitieniveau van de marine, gebruik van Amerikaanse raketlanceerinrichtingen (Patriot van de luchtmacht en Mk 41 VLS voor de fregatten), de kwaliteit van de radars van Holland Signaal en later Thales, en dat toevallig de LCF'en ontworpen werden op een cruciaal moment in de geschiedenis van BMD.

Nederland kwam tijdens de Golfoorlog voor het eerst echt in aanraking met de verdediging tegen ballistische raketten. Nederlandse Patriot-lanceerinrichtingen droegen tijdens de eerste maanden van 1991 bij aan de verdediging van Turkije en IsraŽl tegen Iraakse Scuds.

Voor de Koninklijke Marine begon de BMD-historie iets later. In 1994 bepaalde de NAVO dat BMD de hoogste prioriteit moest krijgen. De marine was toen de Luchtverdediging- en Commandofregatten (LCF) aan het ontwerpen en die bleek eenvoudig aan te passen voor BMD. Later bleek dat dit toch iets minder eenvoudig was, maar de weg richting BMD werd door de marine in 1994 ingeslagen.

Vanaf 2017 zullen de schepen beschikken over de BMD-radar uit Hengelo, de SMART-L EWC. Of de schepen ook een raket krijgt tegen ballistische raketten, is nog onderwerp van discussie.

Lees op de pagina van de Luchtverdediging- en Commandofregatten op Marineschepen.nl meer over de historie van de Nederlandse marine en BMD.


Een schematische weergave van hoe men in 1998 de verdediging tegen ballistische raketten zag door het nog te bouwen Luchtverdediging- en Commandofregat. Op het plaatje is te zien hoe (rechts) een ballistische raket wordt gelanceerd op een stad. Direct na lancering wordt de raket door de SMART-L van het fregat opgemerkt. Daarna doorloopt de verdediging een aantal volgende stappen van het volgen van het doel (establish track tot de kill). Hier is ook te zien dat tegen het einde van de baan de APAR van het LCF de raket ook in track krijgt, zodat de SM-2 Block 4 naar het doel gestuurd kan worden. De SM-2 werd later geannuleerd en verruild voor de SM-3. Tegenwoordig wordt voor het LCF uitgegaan van een grotere hoeveelheid sensoren en wapensystemen, verspreid over een groter gebied. (Bron: Alle Hens, juni 1998)

Amerika gaat door

In 1998 lanceerde Noord-Korea ballistische raketten voor oefening en dat spoorde de Verenigde Staten aan om nog meer haast te maken. In 2005 wist de Ticonderogaklasse kruiser USS Lake Erie een ballistische oefenraket neer te halen.

De Amerikanen vonden echter dat de ontwikkeling te langzaam ging. Zeker in Europa. In 2007 stelden zij voor een verdedigingssysteem in Polen te bouwen tegen raketten uit Iran. Het systeem bestond slechts op papier, maar zorgde voor een aardig zeetje in de Europese en Russische media.

In 2009 wordt het oorspronkelijke plan in Polen geannuleerd en besluiten de VS door te gaan met bestaande systemen: AEGIS en SM-3 op schepen en EPAA (AEGIS en SM-3 van schepen, gekopieerd op land).

Ook NAVO besluit dat territoriale verdediging Europa tegen ballistische raketten van belang is in 2010. En in 2013 worden (o.a. Nederlandse) Patriots in Turkije geplaatst.

In 2015 zijn EPAA en AEGIS ashore gereed in RoemeniŽ.

Verdedigingsstappen van de NAVO

De NAVO kent vijf fases in de verdediging tegen ballistische raketten. Het neerschieten van een raket is slechts een onderdeel maar misschien wel het lastigste onderdeel.
De vijf fases:
  1. Counter proliferation. Dit is het voorkomen dat landen ballistische wapens krijgen door o.a. diplomatie. Dit werkt echter matig zo blijkt.
  2. No launch. Het voorkomen van lanceringen door o.a. vredesbesprekingen en afschrikking (aanval zal beantwoord worden met eveneens een aanval). Maar afschrikking werkt niet tegen non-state actors; het zal terreurgroepen niets uitmaken of er wordt teruggeschoten.
  3. No launch door Conventional counterforce. Het vooraf uitschakelen van wetenschappers, fabrieken en lanceerinrichting door speciale eenheden en UAV's. Dit kan ook achteraf voor een volgende aanval. Daarbij kan het gesteund worden door de SMART-L EWC met zijn launch point indicatie.
  4. Active defense: BMD
  5. Passive defense. Bunkers of smartphone apps zoals in IsraŽl met informatie voor burgers over een eventuele aanval.


Film van de NAVO over het raketschild.

BMD: het onderscheppen van een ballistische raket

Zoals gezegd is het onderscheppen van een ballistische raket ontzettend moeilijk. Dat heeft te maken met de volgende eigenschappen van ballistic missiles:
  • Ballistische raketten kunnen erg ver vliegen (max. 15.000 km), waardoor een enorm gebied potentieel doelwit is.
  • Ze kunnen heel hoog (max. 2.000 km) vliegen, dat is buiten bereik van de verdediging.
  • Ballistische raketten gaan hard: max 28.000 km per uur. De vluchttijden zijn dus heel kort en er is weinig tijd om te reageren.
  • Ballistische raketten maken steeds meer gebruik van tegenmaatregelen.
Door bovenstaande wordt BMD groot aangepakt. Van het concept dat een schip met een goede radar en flink wat raketten een raketschild kan vormen, is men allang afgestapt. BMD kan alleen slagen als een netwerk van systemen wordt opgebouwd. Alle onderdelen moeten op grote afstand met elkaar kunnen samenwerken. Een LCF kan met zijn SMART-L EWC bij Cyprus liggen, het commandocentrum in Duitsland en de lanceerinrichting in Frankrijk.

Wat zijn de onderdelen van het NAVO raketschild?
  • Het commando. Er is binnen de NAVO een ťťnhoofdige leiding. Vanuit het commandocentrum in Ramstein (Duitsland) wordt de verdediging tegen ballistische raketten geleid.
  • Sensoren. Meerdere landen moeten sensoren leveren. Die varieren van speciale Amerikaanse satellieten tot de Nederlandse SMART-L EWC.
  • Lanceerinrichtingen: Patriot, Arleigh Burkeklasse destroyers, LCF'en, etc.
  • Communicatie. De lanceerinrichtingen en de sensoren staan vaak ver uit elkaar en ook het commandocentrum kan op enorme afstand liggen. Speciale communicatie is benodigd om de verdediging als een netwerk te kunnen laten samenwerken.
Hoe gaat een onderschepping in zijn werk?
In het algemeen is de verwachting dat voordat een ballistische raket wordt gelanceerd, er sprake is van een opbouw. Aan de hand van berichten in de media of inlichtingen wordt het dreigingsniveau aangepast. Op dat moment worden BMD-eenheden in stelling gebracht.

De meeste ballistische raketten kunnen in iedere fase van de vlucht worden aangepakt. Of dit in de praktijk ook kan hangt af van o.a. het type raket, de locatie, de beschikbare verdedigingsmiddelen en informatie.

Bij een lancering is het zaak de raket zo vroeg mogelijk op te sporen. Dat wordt lastiger naarmate raketten een groter bereik hebben en ver in het binnenland kunnen worden geplaatst voor lancering. Voordeel is wel dat ballistische raketten in het begin van de vlucht nog kolossaal kunnen zijn en daardoor goed te zien zijn op de radar.

Na lancering wordt de raket gevolgd en wordt geprobeerd om zo snel mogelijk, aan de hand van o.a. hoogte, hoek, snelheid en richting uitgerekend waar de raket naar toe zal vliegen.

Ondertussen zal de eenheid die de ballistic missile volgt de gegevens realtime doorsturen naar Ramstein. Andere eenheden die kunnen volgen of schieten krijgen die informatie eveneens.

In Ramstein wordt aan de hand van de baanberekening en realtime info bepaald wanneer welke eenheid gaat schieten en met hoeveel missiles.

Een eenheid die schiet hoeft dus niet de eenheid te zijn die de raket volgt, en vice versa. Sterker, volgens Bart van der Graaff, BMD-expert van Thales, is de beste locatie voor de sensor (dicht bij de lancering) de slechtste plek om te schieten.

Als het goed is verlaat de BMD-raket op het ideale moment de lanceerinrichting. De SM-3 kan vervolgens een snelheid halen van 10.000 km per uur en een maximale hoogte van 1500 km.
De daadwerkelijke uitschakeling van de ballistic missile verloopt anders dan die van bijvoorbeeld een vliegtuig of een kruisvluchtwapen. De "gewone" luchtverdedigingsraketten schakelen hun doel uit door in de buurt uiteen te spatten. Het doel wordt doorzeefd met scherven waardoor het ontploft of cruciale systemen kapot gaan.

Dat werkt niet bij de veel sterkere ballistische raketten, die immers ook de terugreis door de dampkring moeten kunnen overleven. De ballistische raket kan alleen uitgeschakeld worden door een direct hit. De SM-3 doet dat door het doel in de laatste fase op te sporen met infraroodsensoren. Dat is eenvoudig want door de hoge snelheid van de ballistic missile is deze enorm heet. Dan stuurt de SM-3, nu alleen nog bestaande uit een zogenaamde kill vehicle, zich in de baan van de ballistische raket en veroorzaakt een fatale botsing.

BMD Amerikaanse marine
Een schematische weergave van een BMD-oefening door de Amerikaanse marine. Hier is te zien dat er drie schepen worden ingezet. Alledrie zoeken en volgen de ballistische raket en twee lanceren de onderscheppingsraketten. (Bron: Amerikaanse marine)

Tegenmaatregelen

Ballistische raketten of de mensen die deze lanceren kunnen tegenmaatregelen treffen. De eenvoudigste is de lanceerpositie tot op het laatste moment buiten beeld te houden. Dat is ťťn van de redenen waarom de intercontinentale ballistische raketten (ICBM's) en zeker de submarine launched raketten (SLBM's) het moeilijkst zijn om te verdedigen.

Een andere optie is door een afwijkende baan te vliegen: hoger of lager dan normaal of zelfs slingerend.

Decoys (nepoorlogskoppen) en jamming (storen) zijn andere mogelijkheden. Het idee van de nepoorlogskoppen werd bedacht tijdens de Golfoorlog. Bart van der Graaff van Thales was zelf betrokken bij de luchtverdediging en vertelt hoe het idee van decoys tot stand kwam: "In de Golfoorlog zorgden de Iraakse Scud raketten voor onverwachte problemen en onverwachte voordelen voor de aanvallers. De raket bleek te zwak om in z'n geheel terug te keren naar de aarde. Hij viel in de ruimte uit elkaar. Voor de personen achter de radar was dat plotseling een uitdaging want het puin van de raket zorgde voor veel echo's, en welke van de echo's was de oorlogskop?
Uiteindelijk kwam men er achter dat de operators moesten kijken naar het snelste echo, want de oorlogskop was zwaarder dan de losse onderdelen van de raket. Nu wordt deze methode van puin echter gebruikt als tegenmaatregel om de radarschermen van de verdediging te bedekken met echo's."

LCF SMART-L
Zr.Ms. De Zeven ProvinciŽn op de Noordzee. De grote zwarte radar rechts is de SMART-L. Deze radar van Thales Hengelo speelt vanaf 2017 een belangrijke rol in BMD. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Welke sensoren zijn er?

BMD-sensoren, of early warning radars zijn essentieel voor ballistic missile defense. Maar ze zijn schaars.

Dit zijn de sensoren van de NAVO:

(Toekomstige) gebruikers Systeem Type ballistische raket
Verenigde Staten satellieten ICBM
VS, Japan AN/ SPY-1 radar ICBM
VS, VAE AN/ TPY-2 radar MRBC, IRBM
Nederland, Duitsland en Denemarken SMART-L EWC ICBM
Frankrijk GS1000 radar SRBM, MRBM
o.a. ItaliŽ en Polen AN/TPS-77 radar

Volgens de NAVO zijn er minimaal 15 radars nodig voor de verdediging van Europa. In potentie zijn er nu al 20 schepen met die capaciteit binnen Europa. De SMART-L EWC is straks de eerste Europese BMD-sensor die gereed is.

Nederland zal in 2018 het eerste land zijn met de SMART-L EWC. Duitsland is ook bezig met verwerving en de Deense politiek heeft eveneens aangegeven hun SMART-L op de Iver Huitfeldtklasse fregatten te willen opwaarderen.

Behalve Nederland, Duitsland en Denemarken (in totaal 10 schepen), zouden ook de SMART-L varianten op de Italiaanse, Franse en Britse schepen aangepast kunnen worden. Deze landen zijn echter nog aan het bestuderen of ze hun S1850M radars willen laten aanpassen. Groot-BrittanniŽ neigt echter om hun Britse Sampson radar aan te passen voor BMD.

Spanje en Noorwegen hebben het Amerikaanse AEGIS en zouden op het eerste gezicht dus ook deel kunnen nemen aan het BMD programma. De radars op de Alvaro de Bazanklasse kan echter alleen tegen veel kosten aangepast worden. De AEGIS radar op de Noorse Fridtjof Nansenklasse is te klein en niet geschikt voor BMD.

Welke wapensystemen zijn er?

Om een ballistische raket uit te schakelen is een speciale raket nodig. De onderscheppingsraket moet snel genoeg zijn en voldoende bereik hebben. Daarnaast moet het de ballistic missile met een direct hit treffen.

Op zee is op dit moment de RIM-161 Standard Missile 3 het belangrijkste wapen tegen ballistische raketten. Dit (grotendeels) Amerikaanse wapen is speciaal ontworpen om ballistische raketten uit te schakelen. De SM-3 kan gelanceerd worden vanuit een Mk41 VLS, de lanceerinrichting die op veel schepen binnen de NAVO gebruikelijk is en ook is geÔnstalleerd op de Nederlandse LCF'en.

De nieuwste versie van de SM-3 haalt snelheden van 16.000 km per uur en een maximale hoogte van 1.500 km. De SM-3 kan dus in de hogere lagen ballistische raketten treffen.

De SM-3 kan gelanceerd worden op basis van informatie afkomstig van andere eenheden. Deze externe sensordata komt binnen via Link 16 of satelliet.

De vuurleidingsradar APAR op de Nederlandse, Duitse en Deense fregatten heeft wel een rol bij een lancering van SM-3, maar hoeft de missile niet te volgen, zoals bij de SM-2. De locatie van de missile is voor het eigen schip minder belangrijk. De APAR wordt alleen als radiozender gebruikt om de informatie naar de raket te zenden. Hierdoor hoeft het bereik van de APAR te worden opgeschroefd, zoals bij de SMART-L radar wel het geval was.

Behalve de SM-3 is er straks ook de Aster raket die ballistische raketten kan aanpakken. De Aster 30 block 1 NT kan op vrij korte afstand en in de onderste lagen een ballistic missile onderscheppen. Door fabrikant MBDA wordt nu ook aan een specifieke onderscheppingsraket tegen ballistische raketten gewerkt: Aster 30 block 2.

LCF Standard Missile
Lancering van een SM-2 door Zr.Ms. De Zeven ProvinciŽn op de Noordzee. Een SM-3 geeft een soortgelijk effect, maar is specifiek bedoeld voor ballistische raketten. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Wat als Nederland de SM-3 heeft?

De Aster wordt gelanceerd uit de Sylver lanceerinrichting en die staat aan boord van de Britse Type 45 destroyers en Franse en Italiaanse Horizonklasse. De Verenigde Staten en Japan beschikken reeds over de SM-3 en andere landen overwegen deze raket. Hieronder vallen Denemarken en Turkije.

Ook in Nederland gaan stemmen op over de aanschaf van de SM-3 voor de LCF'en. De combinatie van SM-3 en SMART-L EWC zou de Nederlandse fregatten uniek maken in Europa.

Volgens Bart van der Graaff van Thales is het beslissingsproces ťťn van de punten waar Nederland afspraken over zou moeten maken als het over SM-3's beschikt. De raketten kosten zo'n 11 tot 24 miljoen dollar per stuk, maar niet de commandant van het marineschip bepaalt of die raket gelanceerd wordt. Dat doet men in het NAVO commandocentrum in Ramstein.
Van der Graaff: "Besluit dan een Belg in Duitsland dat een Nederlands schip een salvo afvuurt ter waarde van 36 miljoen euro? De oplossing is volgens mij een tussenstation in Nederland dat 24/7 bemand is. Zij krijgen alleen fire control data zodat zij een akkoord kunnen geven. Dat vertraagt minimaal, maar zorgt wel dat je enige controle houdt. De Amerikanen doen dit zelf ook."

De verantwoordelijkheid die BMD met zich meebrengt

De SM-3 is een strategische raket en de SMART-L EWC een strategische radar.

Deze systemen brengen veel verantwoordelijkheden met zich mee. Als een schip hiermee is uitgerust, betekent dat het een nichecapaciteit heeft en door de NAVO veel gevraagd zal worden voor oefeningen en zelfs patrouilles.

Daarnaast zijn BMD-eenheden interessante doelwitten voor tegenstanders. Deze zullen zichzelf goed moeten kunnen verdedigen en verdedigd moeten worden door andere schepen. Het werk als forward based BMD sensor tijdens een conflict is dull and dangerous.

In landen die niet altijd een goede band hebben met de NAVO, zijn de BMD-eenheden beduidend minder geliefd. Zo schreef de Russische ambassadeur in Denemarken op 21 maart 2015 in een dagblad dat de Deense fregatten die zouden toetreden tot het NAVO raketschild, doelwit zouden zijn van Russische kernraketten.



Rondjes in de Med

De Middellandse Zee is bij uitstek een zee waar de schepen met BMD-sensoren eventuele raketten uit het Midden-Oosten of Noord-Korea, maar ook Rusland kunnen zien.

Volgens een rapport van de U.S. General Accounting Office zouden schepen voor het onderscheppen van Iraanse ballistische raketten het best tussen Nederland, Groot-BrittanniŽ en ScandinaviŽ op de Noordzee moeten varen. Ook zou dat een gunstige positie zijn om Russische ballistic missiles aan te pakken.

De Amerikaanse BMD-schepen zijn sinds kort vaak in de Middellandse Zee te vinden. Als de Nederlandse LCF'en straks de SMART-L EWC hebben en zij toetreden tot het NAVO raketschild, is dan te verwachten dat er steeds een LCF in de Middellandse Zee al turend in de ruimte? Bart van de Graaff: "De last moet wel van de Amerikaanse schouders gehaald worden. Zij zeggen ook: 'hť, het is jullie continent!' Dus je kunt er wel op rekenen dat de LCF'en straks veel in de Middellandse Zee zijn, maar niet continu.
Een BMD-schip zal tegen die tijd in het NAVO eskader SNMG-2 zitten en BMD zal deel uitmaken van de oefeningen. Als het nodig is, zal dan een BMD-schip gepositioneerd worden. Maar het is niet zo dat er continu een schip bij Cyprus moet liggen die zoekt naar ballistic missiles. Want er zal eerst sprake zijn van een escalatie voor een land ballistische raketten gaat lanceren."

Nederland is daarom wel gebaat bij meer marines die deelnemen aan het raketschild, om zo de last niet alleen maar op de vier (van de zes!) Nederlandse fregatten te laten neerkomen.

LCF Noordzee
Zr.Ms. De Zeven ProvinciŽn ploegt in de schemering door de golven. Vanaf 2018 zal dat gebeuren in het kader van het NAVO raketschild. Onder in beeld is de MK 41 VLS lanceerinrichting te zien waar behalve de SM-2 ook de SM-3 in past. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Niet alleen marine

Zoals gezegd is BMD niet alleen iets voor marineschepen. Dit artikel heeft daar wel de focus op gelegd in verband met het onderwerp van deze website.

Wel hebben marineschepen wat voordelen ten opzichte van landgebonden ballistische verdediging. Marineschepen zijn per definitie mobiel en uitbreiding met BMD mogelijkheden is vaak niet zo ingrijpend.

comments powered by Disqus

Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Ballistische raketten
SMART-L radar
LCF'en
Arleigh Burkeklasse