Marineschepen.nl
 
   
 

België plaatst mijnenjager Primula alvast dichter bij Straat van Hormuz

Door: Kasper Goossens
Bericht geplaatst: 23-04-2026 | Laatst aangepast: 23-04-2026


De Belgische mijnenjager Primula heeft het NAVO-vlootverband SNMCMG1 in de Oostzee verlaten en meerde dinsdag af in Oostende ter voorbereiding op een reis naar de Middellandse Zee. De Belgische regering wil het schip zo 'prepositioneren' richting het Midden-Oosten. Zo moet het schip snel inzetbaar zijn voor ontmijningsmissies in de Straat van Hormuz, na een vredesakkoord tussen de VS en Iran.

Belgische mijnenjager
De Belgische mijnenjager BNS Primula. (Foto: Belgische Defensie)

"Ik gaf opdracht om onze mijnenjager Primula vanuit de Baltische Zee naar de Middellandse Zee te laten varen. We zijn klaar om onze verantwoordelijkheid te nemen in de Straat van Hormuz als dat nodig is", zo maakte de Belgische minister van Defensie Theo Francken (N-VA) zaterdag bekend via X.

Zaterdagavond bevond het schip zich nog in het oosten van de Baltische Zee, in de wateren tussen de Letse kust en het Estse eiland Saaremaa. Maandagmiddag voer het schip al in Nederlandse wateren, ten noorden van Ameland en Terschelling, zo was te zien op scheepstrackingwebsite VesselFinder.

Tijdens het Kamerdebat van woensdag zei Francken dat het dinsdag in Zeebrugge wordt "klaargemaakt om naar de Middellandse Zee te vertrekken, opnieuw in een NAVO-context of NAVO-operatie".

Met de prepositionering van het schip wil de Belgische regering voorsprong nemen op de feiten: tussen Iran en de VS werd op 8 april een staakt-het-vuren gesloten, maar van een echte vrede is nog geen sprake. Ook behouden beide landen hun blokkade in de Straat van Hormuz, waar Iran overigens ook naar eigen zeggen zeemijnen legde. België kan, na een vredesakkoord, een rol spelen in de mijnenbestrijding, zo is het oordeel.


BNS Primula, Flowerklasse: zusterschepen van de Nederlandse mijnenjagers van de Alkmaarklasse. (Foto: Belgische marine)

Beschikbaarheid
Tegelijk rijzen vragen over de inzetbaarheid van de Primula. Enerzijds wordt steeds gehamerd op de Belgische expertise op gebied van mijnenbestrijding (België beschikt met de mijnenbestrijdingsschool Eguermin in Oostende over een het Center of Excellence 'Naval Mine Warfare' van de NAVO). Anderzijds valt de realiteit niet te ontkennen: de Belgische marine zit in volle transitie, en kan daardoor vandaag maar weinig capaciteiten aan de dag leggen.

Waar het land ooit tien Flowerklasse mijnenjagers kocht, zijn daar vandaag nog slechts twee van in de vaart, de Primula en Lobelia. De Lobelia werd in 1988 te water gelaten, de Primula twee jaar later. Dat geeft beide schepen vandaag een leeftijd van zo'n 36 tot 38 jaar. Die leeftijd komt ook met ouderdomskwaaltjes: zo wordt de maximale snelheid van de schepen gehalveerd, van 15 naar 8 à 9 knopen, zo verklaarde admiraal Botman, commandant van de Belgische marine, op RTBF. Aan dat tempo kan het een maand duren voor het schip in de Straat van Hormuz is. In De Morgen geeft de admiraal nog mee dat de Primula ook nog moet worden aangepast aan het warmere klimaat. "Het is pas begin juni inzetbaar", zegt hij.



Nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen
Eind 2028 moeten ook de Primula en Lobelia uit dienst zijn gehaald bij de Belgische marine. De schepen worden vervangen door zes nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen, de Cityklasse. Het eerste schip uit die reeks, de Oostende, werd in november al geleverd aan de Belgische marine. Alleen, het is nog lang niet inzetbaar. Het volledige gereedstellings- en opwerkingstraject van de schepen duurt in totaal 37 weken, zo leert het rapport van het Belgische Rekenhof van augustus vorig jaar.

Geteld vanaf begin november bevindt de Oostende zich vandaag in week 24, waarbij alle systemen worden getest. Nadien volgen nog zeker vier weken waarin het schip op zee gaat oefenen in mijnenbestrijding. In een laatste stap moet het schip nog grondige oefeningen doorlopen waarin alle aspecten worden getest, van mijnenbestrijding tot brandbestrijding aan boord. De Belgische marine geeft zelf aan dat het schip pas eind 2026-begin 2027 inzetbaar zal zijn.

De nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen maken gebruik van zogeheten toolboxes, een geheel aan drones dat instaat voor de detectie en eventuele uitschakeling van drones. De eerste toolboxes werden al geleverd, maar zijn nog niet compleet. Ook hiervoor moet de bemanning nog verder worden opgeleid voor deze inzetbaar zijn. Handig aan de toolboxes is dat deze niet noodzakelijk vanop de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen moeten worden ingezet.

"Het zou een oplossing kunnen zijn om de toolbox met een militair vliegtuig naar de Straat van Hormuz te sturen. Dan is die snel inzetbaar, bijvoorbeeld op het schip van een ander land uit de coalitie", zo suggereerde Botman in De Morgen. De drones zullen dan aangestuurd worden vanuit een commandocentrale in een zeecontainer. Ook deze kan per vliegtuig (België beschikt over Airbus A400M Atlas-transportvliegtuigen) worden getransporteerd.

Nog geen zekerheid
De Belgische regering koos echter voor de Primula, al is nog niet zeker of deze ook echt zal worden ingezet. Eens in de Middellandse Zee zal het aansluiten bij waarschijnlijk het NAVO-eskader aldaar: SNMCMG2.

Voordat de Primula door zal varen naar de Straat van Hormuz, zal dit eerst in het Belgische parlement worden besproken, zei Francken in het Kamerdebat. "In de commissie voor Defensie zullen wij samen met de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen een debat hebben, naar ik aanneem op basis van een resolutie."

Francken vertelde ook meer over de voorwaarden die België stelt: "De veiligheidscontext moet een gecontroleerde en proportionele inzet toelaten, bij voorkeur in het kader van een verifieerbaar staakt-het-vuren. Dat is ook een van de voorwaarden. Er moet een duurzaam staakt-het-vuren zijn voordat we dat zouden doen. Mark Rutte heeft Europese bondgenoten aangespoord om concrete militaire bijdragen te leveren aan de zogenoemde Hormuzcoalitie en sluit niet uit dat de NAVO zelf een rol zal spelen."

België heeft daar contact over gehad met het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en "heel wat andere partnernaties".

"Ik meen dat het om tientallen partnernaties ging die bereid zouden zijn om eventueel in een coalition of the willing een actie op operationeel niveau te ondersteunen. Daarom hebben we beslist tot de prepositionering van de Primula naar de Middellandse Zee. Dat gebeurde in het kader van de vergadering van vrijdag die onze premier heeft bijgewoond", zei Francken.

Leopold I
BNS Leopold I. (Foto: Belgische marine)

Bescherming
Een bijkomende voorwaarde voor inzet in de Straat van Hormuz is de aanwezigheid van andere schepen. De Belgische mijnenjager beschikt met drie .50-machinegeweren namelijk amper over bewapening. In geval van een opflakkering van het geweld is het schip dus niet in staat zichzelf te verdedigen tegen bijvoorbeeld drones of raketten.

Ook op dit gebied zijn de Belgische opties beperkt. De Belgische marine beschikt op dit moment niet over een operationeel fregat. De Louise-Marie, een M-fregat dat België tweedehands van Nederland kocht, gaat in groot onderhoud, terwijl zusterschip Leopold I aan het opwerken is. Het schip zal ten vroegste binnen één maand naar de regio kunnen gaan.

Maar ook de Leopold I is flink verouderd; het beschikt bijvoorbeeld nog over Harpoon-antischeepsraketten en SeaSparrow-luchtafweerraketten. Zeker de Sea Sparrow wordt vandaag niet langer gemaakt. In 2023 kocht België nog 14 SeaSparrow-raketten van Duitsland, afkomstig van de F123-fregatten. Acht daarvan zouden worden geleverd aan Oekraïne, de overige zes dienen voor de eigen fregatten.

Niet zomaar opgelost
Als de vijandelijkheden in de Straat van Hormuz worden gestaakt, kunnen mijnenbestrijdingsvaartuigen aan de slag. Maar dat is geen klus die snel is geklaard, zo kregen Amerikaanse parlementsleden gisteren tijdens een een besloten briefing te horen, schrijft de Washington Post.

De Iraanse Revolutionaire Garde waarschuwt voor een mijnengevaarlijk gebied van 1400 vierkante kilometer. Vergelijkbaar met anderhalf keer Waals-Brabant in België of de provincie Utrecht in Nederland.

Daar komt bij dat er ook drijvende mijnen zijn, voorzien van GPS, waardoor zij moeilijker te detecteren zouden zijn.

Volgens experts tijdens de besloten briefing, zo lieten bronnen aan de Amerikaanse krant weten, zou het zes maanden duren om dit gebied mijnenvrij te maken.

Kasper Auteur: Kasper Goossens
Kasper schrijft sinds november 2023 als freelance journalist voor Marineschepen.nl. Eerder werkte hij onder meer voor de Belgische nieuwswebsite Business AM, waar hij zich specialiseerde in defensie en geopolitiek. Wekelijks bundelt hij de belangrijkste gebeurtenissen in deze sectoren in een nieuwsbrief op Substack, 'Defense in Brief'. Kasper studeerde Journalistiek aan de Arteveldehogeschool in Gent.


comments powered by Disqus


Marineschepen.nl

Contact

Over deze site

Adverteren

Doneren
Blijf op de hoogte via:

Bluesky

Facebook

LinkedIn

Instagram

Copyright

Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen