Beroep aangetekend tegen winst Naval Group en Kamervragen in Nederland over vervanging mijnenjagers


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 05-04-2019 | Laatst aangepast: 05-04-2019


Op 15 maart werd bekend dat het consortium Belgium Naval & Robotics de toekomstige Belgische en Nederlandse mijnenbestrijdingsvaartuigen mag bouwen. De verliezende partijen kregen twee weken om bezwaar te maken. Volgens de Franse website Mer et Marine is daar gebruik van gemaakt. Ondertussen heeft ook de Vaste Kamercommissie voor Defensie zich over de aanbesteding gebogen en heeft maar liefst 184 vragen naar de minister gestuurd.

MCM
Een artist impression van de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen door Belgium Naval & Robotics. (Foto: Belgium Naval & Robotics)

Volgens bronnen die de Franse website Mer et Marine sprak heeft ťťn van de partijen bezwaar aangetekend en is dat waarschijnlijk Damen niet, maar mogelijk het consortium waar Thales, Chantiers de l'Atlantique, Socarenam en EDR deel van uitmaken: Sea Naval Solutions. Op korte termijn zal een Belgische rechter een uitspraak doen. Wat het bezwaar inhoudt is niet bekend.



Overigens was al voor de uitslag bekend was, door insiders tegen Marineschepen.nl de verwachting uitgesproken dat als er een mogelijkheid zou zijn om bezwaar aan te tekenen, dat daar ook gebruik van gemaakt zou worden.



Vragen
Behalve door de industrie, is ook door politiek Den Haag gereageerd op de keuze voor Naval Group. Afgelopen woensdag werd de lijst van vragen die de Vaste Kamercommissie aan de minister van Defensie heeft gesteld openbaar gemaakt.

Deze lijst is lang en de vragen zijn (ondanks de nodige dubbelingen) divers. Sommige vragen zijn duidelijk gesteld door commissieleden die kennelijk verder van de marine staan, veel vragen zijn wel erg interessant en helemaal wat het antwoord van de minister zal zijn. Duidelijk is wel dat de Kamercommissie de informatie die Defensie over de aanbesteding zelf, de keuze voor Naval Group en het vervolg veel te beperkt vindt.

Uit verschillende vragen blijkt dat de Kamercommissie de keuze voor een niet-Belgisch of Nederlands consortium, moeilijk te rijmen vindt met bijvoorbeeld de Defensie Industrie Strategie en het family of ships-concept van CZSK. Ook wordt gevraagd wat en of er nog een rol is voor de Nederlandse industrie met betrekking tot de mijnenbestrijdingsvaartuigen. Of kennisinstituten als TNO en MARIN nog betrokken worden bij de ontwikkeling en het testen van de schepen of drones. De minister wordt bovendien gewezen op haar toespraak van 15 november 2018: "Daarnaast willen we onze traditioneel sterke industrieŽn - zoals de marinebouw en radartechnologie - behouden en versterken. [Ö] Daar merk ik bij op: als het beste product voor de beste prijs in het buitenland te vinden is, dan zullen wij het daar aanschaffen. Maar ook dŠn zullen wij het Nederlandse bedrijfsleven zoveel mogelijk betrekken".

Andere vragen gaan over de aanbesteding zelf. Hoe het zit met de 200 miljoen euro korting van Naval Group, bijvoorbeeld. Tussen de regels door klinkt er ook kritiek op de de D-brief en dan vooral op het ontbreken van de uitslagen van de vergelijking: "Aangezien de D-Brief hier geen duidelijkheid over geeft, op grond van welke criteria precies waren de schepen van Naval het best?". En: "Kunt u toelichten waarom in deze brief niet uitgebreider is ingegaan op de belangrijkste functionele eisen, temeer aangezien in bijvoorbeeld de D-brief over het project ďContainersystemen en Subsystemen wel gedetailleerder is ingegaan op de gunningscriteria?"



Interessant is ook de vraag naar aanleiding van het bericht dat Naval Group op alle punten het hoogst scoorde: "Hoe kan een Frans bod op het punt EVB (Eigen Veiligheidsbelang) hoger scoren dan de Belgisch-Nederlands en Belgisch-Franse biedingen?"

Diverse vragen volgden, zoals gebruikelijk, op publicaties in de media waaronder naar aanleiding van berichten op Marineschepen.nl. Een vraag heeft betrekking op het bericht door het Belgische Knack dat de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders heeft toegegeven met zijn Franse evenknie heeft gesproken over het MCM-project en zijn kandidatuur voor een kandidatuur als secretaris-generaal van de Raad van Europa. (Overigens werd deze week bekend dat Reynders een van de laatst overgebleven kandidaten is.)

Een aantal vragen zijn eigenlijk te laat en laten zien dat de vragensteller zich niet gerealiseerd heeft wat samenwerking met een ander land kan betekenen, zeker als een ander land de leiding heeft over de aanbesteding. Er wordt gevraagd wat de economische return van Nederland zal zijn, terwijl al eerder duidelijk was dat BelgiŽ alleen koos voor een economische return voor het eigen land. Nederland hanteert zoals bekend het DMP als proces voor aanschaf van defensiematerieel en sinds de Walrusaffaire een risicoreservering van 20%. Daar wordt nu van afgeweken. "Bent u van mening dat bilaterale samenwerking met BelgiŽ, zoals in dit DMP-D wordt voorgesteld, als consequentie rechtvaardigt dat veel van haar eigen beleid niet wordt toegepast?" luidt dan ook de vraag.

De Vaste Kamercommissie wil van de minister nog veel meer weten. Zaken als risico's komen veelvuldig aan bod. Bijvoorbeeld over de inzetbaarheid tijdens de overgangsperiode 2024-2030 van oude naar nieuwe schepen, want dan zijn de nieuwe schepen nog niet allemaal gebouwd en zijn de oude schepen dik 40 jaar. En zijn de drones niet al verouderd als ze in 2030 allemaal zijn opgeleverd? Andere vragen hebben betrekking op het onderhoud. Is het budget inclusief het onderhoud, terwijl BelgiŽ pas in 2023 een onderhoudscontract tekent?

Half april zal het contract met Naval Group en ECA ondertekend worden, de minister heeft weinig tijd om de vragen te beantwoorden.

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Instagram
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen
Naval Group wint

NLse industrie 40 jaar buitenspel