Avonturen van een korporaal vliegtuigspotter


Laatst aangepast: 26-06-2013

Korporaal ODVB (Operationele Dienst Verbindingen) Martin de Boer was één van de duizend mannen en vrouwen die met Fairwind 1986 naar Japan en Indonesië vertrok. De Fairwind-reis was voor deze marineman echter nog niet avontuurlijk genoeg. De Boer is van nature zo nieuwsgierig dat zijn onmetelijke interesse in vliegtuigen hem menigmaal binnen de hekwerken van buitenlandse vliegvelden deed belanden. Soms werd hij met alle egards ontvangen en soms moest de korporaal rennen voor zijn leven.
Als sergeant-majoor ODVB verliet hij een aantal jaar terug de dienst en Marineschepen.nl presenteert een paar van zijn mooiste anekdotes.


Fairwind 1986
KPLODVB Martin de Boer op de brugvleugel van Hr.Ms. De Ruyter met een "geleende" pet van een Chinese admiraal. (Foto: Martin de Boer)

Martin de Boer is bij vliegtuigliefhebbers bekend als auteur van een reeks boeken over onder andere F-16's en (het inmiddels gesloten) Marinevliegkamp Valkenburg.

Misschien is het goed om eerst helder te hebben wat een vliegtuigspotter dan bij de marine doet. Martin: "Ik ben 1978 bij de marine gegaan. Als je in die tijd bij de luchtmacht ging werken, ging je er om de hoek wonen en dertig jaar elke dag met je broodtrommeltje op je fiets naar de basis toe. Voor de rest kwam je in die tijd nergens. Er was maar één eenheid van de luchtmacht die geregeld naar het buitenland ging. Dat gold zeker voor ondersteunend personeel en omdat ik vanwege m'n ogen nooit vlieger kon worden, was de luchtmacht voor mij niet interessant. En de marine brengt je wel over de hele wereld en als je de hele wereld over gaat, kun je vliegvelden bezoeken. Dat heb ik vervolgens ruim dertig jaar gedaan, met wisselend succes."

Fairwind 1986
Het GW-fregat Hr.Ms. De Ruyter dat de vliegtuigspotter langs vliegvelden over de hele wereld bracht. (Foto: Martin de Boer)

Fairwind 1986: India, Thailand, China, Japan, Zuid-Korea, Indonesië
In 1985 hoorde Martin de Boer dat zijn schip Hr.Ms. De Ruyter op de lijst stond van de "Winterreis '86, een unieke oefen- en vlagvertoonreis die het marine-eskader (...) via tal van exotische landen en dito havensteden naar het Verre Oosten zal voeren."
Deze reis kreeg als eerste reis de codenaam "Fair Wind", waar eerdere reizen namen kregen als "Far East Racing Team". Maar die naam werd vaak door jaloerse thuisblijvers veranderd in "Far East Cruising Team". De bedoeling was dat er hard gewerkt en hard geoefend zou worden gedurende de vijf maanden door de vijf schepen. Al zou natuurlijk nog steeds het nodige te zien zijn voor de bemanningsleden zoals korporaal De Boer, want wat voor hem gold, gold voor meer mensen. De Alle Hens: "Het bezoeken van verre landen en havens is nog altijd een van de belangrijkste redenen om onder het aloude motto van 'Join the navy, and see the world', bij de Koninklijke Marine dienst te nemen."1



Aankondiging van zijn komst
In plaats van alleen dromen over de exotische stranden en bizarre kroegen in de Oost, greep de vliegtuigspotter direct naar een stapel briefpapier en een pen. " Ja, het was '85: geen internet en geen e-mail. Dus brieven met postzegels. Ik zocht uit welke interessante vliegvelden bij de havens in ons vaarprogramma lagen en daarna heb ik alle ambassades van die landen en vliegvelden aangeschreven met de vraag of ze me een dagje tijdens ons havenbezoek konden entertainen op het vliegveld! Zo simpel ging het. En daarna wachten op antwoord. Een paar stuurden wat terug, van de meeste hoorde ik niets meer. En achteraf blijkt dat er wel meer hadden gereageerd, maar niet naar mij!"

Fairwind 1986
Martin de Boer als vijfde (goed kijken) van links met bril. Hier legt het eskader een krans op de erevelden van 1500 Nederlanders die zijn omgekomen bij de bouw van de brug over de rivier de Kwai. Nederlandse krijgsgevangenen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Thailand door Japan tewerk gesteld onder erbarmelijke omstandigheden. (Foto: Martin de Boer)

Het museum in Bangkok
De eerste serieuze kans om vliegtuigen te spotten greep De Boer met twee handen aan en dat leverde direct een verrassing op. Hr.Ms. De Ruyter, Hr.Ms. Poolster en de S-fregatten Hr.Ms. Van Brakel, Hr.Ms. Van Kinsbergen en Hr.Ms. Callenburgh liepen op 1 maart Bangkok (Thailand) binnen.

In zijn memoires begint Martin de Boer dit verhaal naast een taxi: "Na twee dagen en nachten met volle teugen genoten te hebben van datgene wat Bangok te bieden heeft, is de tijd aangebroken om in actie te komen. Een kleine 10 minuten hebben we nodig om de taxichauffeur duidelijk te maken waar we heen willen. Het Royal Thai Air Force Museum nabij Don Muang Air Base.

Circa 35 minuten later staan we voor de vertrekhal van Bangkok International Airport. De taxichauffeur had het inderdaad niet begrepen. Wederom wordt er onderhandeld, maar de chauffeur blijft het niet snappen.

Dan zien we twee militairen van de Thaise luchtmacht lopen. De Boer verzamelt al zijn krachten en onderschept de militairen. Hun kennis van de Engelse taal is ver te zoeken, maar we kunnen meerijden. Of bedoelen ze iets anders?

Met het idee dat we nu goed zitten, rijden we om Bangok International heen richting Don Muang Air Base.

Zonder ons iets te vragen rijden we de basis op. We kijken elkaar met grote vraagtekens aan. Links van ons is de flight. Het staat vol met Thaise militaire vliegtuigen. Aan het einde van het platform staat een Amerikaanse C-135C, we rijden er recht op af. Bij de 'Militairy Airlift Terminal' worden we afgezet. 'Goodbye,' de wagen keert en rijdt weg. Ze denken zeker dat we Amerikanen zijn. Maar wat nu?

Het museum is buiten de basis en wij staan midden op de basis. Iedereen loopt in uniform en wij in burger. Niemand heeft een camera, behalve wij.
'Laten we eerst maar wat gaan drinken,' zegt één van ons. We hebben verschrikkelijke nadorst en lopen de eerste de beste deur in en vragen om wat drinken. Vriendelijk wordt ons duidelijk gemaakt dat de kantine twee deuren verder is.

Tussen de Thaise MP's die rijk vertegenwoordigd aan de tafeltjes zitten, doen we ons tegoed aan een 'coke'.

Er zal toch wel iemand zijn die Engels spreekt? Na een kwartiertje zoeken zit ik bij een Dakota-piloot op zijn bureau. Nee, het museum is inderdaad buiten de basis en foto's maken is uit den boze, tenzij je toestemming hebt van de commandant. 'O, maar de commandant weet dat ik er ben,' zeg ik. Vijf maanden geleden heb ik hem een brief gestuurd waarin ik hem mijn bezoek heb aangekondigd. De piloot pakt de telefoon en belt. 'The commander wants to speak to you' zegt hij en geeft de hoorn aan mij. De brief is niet aangekomen, het vliegveld is restricted area dus fotograferen is verboden en het museum is buiten de poort. Thank you. Terwijl we naar het museum lopen overleggen we wat we gaan doen: het museum bezoeken en via de achterdeur weer de basis op.



Alle egards of rennend naar het schip?
Binnen driekwartier lopen we weer richting het platform waar al die exotische vliegtuigen staan. Fotograferen durven we niet, maar aantekeningen maken wel. Ik kan mijn fotografielust niet langer onderdrukken als ik 16 Dakota's zie staan. Er moet wat geregeld worden. Vanuit de hangar staren wat Thaise koppies ons aan. De knoop wordt doorgehakt en ik loop regelrecht de hangar in. Gelukkig spreekt er iemand Engels. Of we hem maar willen volgen. Zijn gezicht staat me niet aan en ik heb het gevoel dat we de klos zijn. We komen in een hangar die dienst doet als commandementsgebouw en sporthal.

Nadat onze gids naar binnen gaat, worden wij na een paar tellen ontboden. Voor ons staat een voor Thaise begrippen fors persoon met een hoeveelheid strepen en bintangs waar niet overheen te fietsen valt. Handen worden geschud en hij stelt zich voor als 'Wing Commander'.

Door een simpele druk op de knop verschijnt er een ongelooflijk mooi meisje ten tonele. Of we wat willen drinken. Nou dat was niet tegen dovemansoren gezegd. De Wing-Commander is diep onder de indruk dat juist hij met een bezoek wordt vereerd. Alsof we met hem op de schietbaan hebben gelegen, zitten we te praten. De Thaise luchtmacht, de Koninklijke Marine, het koningshuis van zowel Thailand als Nederland en zijn familie zijn onderwerpen van gesprek.

Hierna volgt een rondleiding door de hangar en worden we voorgesteld aan de Squadronleader van het 603 Squadron. Onder zijn begeleiding mogen we het platform op om foto's te maken. Rolletjes worden volgeschoten. Terug in de commandementshangar krijgen we wederom de gelegenheid om iets te nuttigen. Dit keer in de crewroom. Tussen de Thaise piloten genieten we van de uitstekende koffie en cake. De Wing-Commander voegt zich weer bij ons en vraagt of we tevreden zijn. Nou, dat zijn we. Op de uitnodiging om de volgende dag op het feest van Squadron 603 te komen, kunnen we helaas niet ingaan. We hebben de wacht. Met de belofte dat we in de toekomst wat foto's opsturen nemen we afscheid. De Squadron-leader brengt ons met de auto naar de poort."

Fairwind 1986
De Thaise Dakota's op een rij op vliegbasis Don Muang. (Foto: Martin de Boer)

Airshow bij binnenkomst Nagasaki
Een paar dagen later verruilden de vijf schepen de haven van Bangkok weer voor het ruime sop en koersen via Shanghai (China) naar het Japanse Nagasaki. De nacht voor binnenkomst had Martin de Boer de wacht in de commandocentrale en besloot tijdens binnenkomst in zijn bed te blijven om fris aan het havenbezoek te kunnen beginnen. Eén van zijn doelen van dat weekend was het Japanse vliegveld Omura, ook al had hij niets gehoord van de brieven die eerder die kant op waren gestuurd.

De schok was groot toen hij die middag met een kop koffie het korporaalsverblijf binnenwandelde en een tv-scherm vol Japanse helikopters zag. "Wat is dat??" vroeg De Boer aan zijn collega's. "Dat was vanochtend tijdens het binnenlopen. We zijn onthaald door een formatie van helikopters boven het eskader." De Boer baalde en ging direct in de weer met kaarten en programma's van het openbaar vervoer, want die gemiste vliegshow moest ingehaald worden.

Na een busreis van een uur was de vliegtuigspotter op zijn bestemming. "Eerst liep ik langs een hek en ik zag allerlei helikopters overvliegen. Dat moest het dus zijn. Dus ben ik met mijn marine-legitimatiebewijs naar de poort gegaan en heb ik in mijn beste steenkolen-Engels verteld dat ik van de Nederlandse marine was: ik had de airshow gemist, maar nu was ik er dus de registers konden open!"

"De meneer bij de poort verdween in een hokje -je weet nooit hoe dat uitpakt- en hij ging bellen. Plots werd ik opgehaald door iemand die Engels sprak en werd ik hartelijk welkom geheten. Ik mocht mee naar de helikopters op het platform en in de cockpit plaatsnemen. Vervolgens heb ik uren rond gelopen en foto's gemaakt!" Aan het eind van de dag meldde De Boer zich weer netjes aan boord.

"Natuurlijk wist een aantal collega's van mij van mijn hobby en zij hadden ook gehoord van mijn verhalen. Bijvoorbeeld dat ik eens met mijn fototoestel over een hek hing van een Frans vliegveld, en dat ik me pas realiseerde dat er ook Mirage gevechtsvliegtuigen stonden met een nucleaire taak, op het moment dat van alle kanten jeeps met beveiligers aan kwamen stormen. Ik ben van het hek gesprongen en heb moeten rennen om uit handen van de beveiliging te blijven. Dat was natuurlijk niet handig, maar leverde wel mooie verhalen op voor aan de tap. Al wist het merendeel van de De Ruyter niets van mijn hobby."

Fairwind 1986
Als een kind zo blij in een Japanse Sea King op vliegbasis Omura. (Foto: Martin de Boer)

Nutteloze pogingen
Toch was de hobby van Martin de Boer bekend bij meer mensen dan hij wist. Op de weg terug naar Den Helder zat De Boer op zijn post in de commandocentrale, toen er plots iemand naast hem stond met de boodschap om zich direct op de hut van het Hoofd Logistieke Dienst (HLD) te melden. Terwijl hij de trappen opliep vanuit de centrale in de buik van het schip, vroeg de korporaal ODVB zich af waarom hij in godsnaam bij het HLD werd ontboden.

De Boer meldde zich op het stafdek en werd door het HLD in z'n hut ontvangen. "Ik moest gaan zitten en het HLD deed de deur dicht. Uit een la verscheen een enorme stapel papier. 'Moet je kijken wat ik hier heb,' zei het HLD. Dat ging dus over de brieven die ik had geschreven aan de vliegbases en ambassades. Deze waren via de marine inlichtingendienst aan boord gekomen, want de inlichtingendienst was niet blij met mijn hobby. Dus het HLD, die blijkbaar ook veiligheidsofficier was, confronteerde mij met mijn brieven. De brieven hadden niets opgeleverd, zei de man, en vergrootten alleen maar kans op narigheid in het buitenland. Ik moest maar beter niets op eigen houtje organiseren, want dat leidde tot niets!"



Breed glimlachend stapte Martin de Boer de hut weer uit. De dag van zijn leven in Bangkok en de fantastische rondleiding op vliegbasis Omura pakte niemand hem meer af. Nooit heeft hij het HLD verteld over zijn avonturen.

Later, toen De Boer op -nota bene- Marinevliegkamp Valkenburg werd geplaatst, pakte hij het slimmer aan en maakte hij goede afspraken met de inlichtingendienst over zijn fotografiehobby.

Fairwind 1986
Join the navy and see the world. Hier op het eilandje Madura, Indonesië, heeft de tijd stilgestaan. (Foto: Martin de Boer)

De verhalen van Martin de Boer over het voormalige Marine Vliegkamp Valkenburg zijn te volgen via de Facebook-pagina Vreemde Vogels op Valkenburg.

Noten
1.Vijf schepen en Marine-eskader, duizend opvarenden sterk, naar Verre Oosten; Alle Hens, januari 1986, pp 4-7

comments powered by Disqus



Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Dossiers

Gerelateerde artikelen
Overzicht Fairwind-reizen
GW-fregatten
S-fregatten
Fairwind 2000
Rangen en standen