Verslag van de publicatie B-brief nieuwe onderzeeboten


Door: Jaime Karremann

Vrijdag 13 december wordt al wekenlang in de wandelgangen genoemd als dé datum voor de zogenaamde B-brief vervanging Walrusklasse onderzeeboten. Deze B-brief markeert het einde van de B-fase, een van de vijf fasen die doorlopen worden bij een grote aankoop zoals onderzeeboten. In deze B-brief zal staan welke aanbieders door gaan naar de volgende fase. Vier aanbieders zijn in de race (Naval-Group/ IHC, Navantia, Saab/ Damen en tkMS).
In deze liveblog updates, terugblikken en reacties.




21:30 uur | vrijdag 13 december 2019
Closing remarks
Vanaf de zijlijn is het makkelijk om kritiek te hebben en doemscenario's te bedenken, uit te spreken en op te schrijven. En dat gebaseerd op onvolledige informatie, de B-brief is immers niet volledig al is het alleen al uit veiligheidsoverwegingen. Maar de reacties, Marineschepen.nl heeft meer reacties ontvangen dan gepubliceerd, komen vaak overeen (maar stuur gerust meer reacties!). Velen maken zich grote zorgen over de rest van het traject.

Het ontwerpen en bouwen van onderzeeboten is al complex en Nederland heeft geen recente ervaring met nieuwbouw. Nu lijkt de vervanging van de Walrusklasse, misschien door allerlei politieke agenda's of doordat bepaalde stromingen alleen naar de euro's kijken, nog moeilijker te zijn geworden. Een dergelijk project is op zich al kwetsbaar. En dat terwijl de Walrusklasse het liefst zo snel mogelijk vervangen moet worden. Daarnaast wordt straks veel verwacht van de nieuwe boten. Door politiek, het publiek en de bemanning. Is een B-variant dan goed genoeg? Terwijl men dus genoegen neemt met een B-variant, moet er een werf met kop en schouders boven de rest uitsteken voor er een keuze wordt gemaakt. Als er dus geen werf met kop en schouders boven uit steekt, kan je toch prima een keuze maken. Kwestie van kiezen en doorgaan.

De B-brief is voor de drie overgebleven partijen goed nieuws. Voor veel andere belanghebbenden eigenlijk niet. De zorgen zijn gegroeid en, als we zo de reacties horen, zijn de risico's juist toegenomen. Veel buitenstaanders hebben de afgelopen jaren gezegd te vrezen voor een nieuwe Walrus-affaire. Die vrees was niet echt terecht. Zoals hier onder vermeld was de Walrus juist een succes, zelfs financieel, en het zal niet eenvoudig zijn om dat te evenaren. Laten we hopen dat de keuzes die gemaakt zijn, een evenaring van dat succes niet in de weg staan. Maar dan moet het vanaf nu wel echt heel anders gaan.



21:09 uur | vrijdag 13 december 2019
Carel Prins: "Op deze manier staat de Onderzeedienst in de kou"
Niet alleen John Weyne en Jaap Huisman, ook Carel Prins is bereid om zijn eerste reactie te geven. Prins werkte bij de RDM en stond daar aan de basis van de Moray, de onderzeeboot van RDM die ontwikkeld werd voor export. Na het faillissement van RDM stond Prins aan de wieg van het Dutch Underwater Knowledge Center (DUKC) en was betrokken bij het instandhoudingsprogramma van de Walrusklasse. Eerder pleitte hij al voor het doorgaan met één werf.

"Er staan echt goede dingen," zegt Prins. "Vooral over het eco-systeem dat men wil handhaven, de vraag naar onderzeeboten. Daar is niet zoveel op aan te merken."

Toch is ook Prins kritisch. "Ik lees in de B-brief op pagina 2, dat de C-fase wordt overgeslagen. Dus de eerste vraag die ik heb is: gaan ze nu inderdaad met de D-fase van start?"

De kosten-batenanalyse (pag. 6), die leidt tot de vier onderzeebootvarianten, vindt Prins mistig. "Ze zijn zelf met een soort virtuele concepten aan de gang gegaan op basis waarvan varianten A t/m D zijn ontstaan. En dan heb ik natuurlijk meteen de vraag: hoe heb je dat gedaan en hoe ziet dat er uit en wat zijn de criteria? Dat zullen ze niet willen zeggen. Maar het is wel cruciaal. Dan kiezen ze uiteindelijk variant B en dat lijkt op koopsmansgeest, van we willen niet de duurste, we willen niet de goedkoopste. We gaan er lekker tussenin zitten."

Prins: "Maar dat heeft wel een aantal beperkingen. Ze noemen die acceptabel, maar een van die beperkingen is dat variant B een kleinere torpedo-opslagruimte heeft. Als je nu al kijkt naar beperkte ruimte voor wapens, torpedo's, Harpoons, cruise missiles of wat dan ook. Als je die in de toekomst wel wil gebruiken, dan zit je nu al erg krap. Dan heeft die B-variant niet erg veel marge voor nieuwe technologie, als ik het zo lees. En ze zeggen ook dat het een kleinere romp is. Kleiner dan wat? Kleiner dan de Walrus?"

Tot welke variant zou de Walrusklasse behoren? "Ja, dat weet ik niet," zegt Prins, "maar blijkbaar variant A. Als ze bij B zetten dat er beperkingen zijn, dus kleinere boot, minder personeel en kleinere torpedo-opslagruimte, dan denk ik... ja, dat is een kleinere boot dan de Walrus. Dus dat ze misschien de Fransen gaan vragen om de Scorpène aan te bieden of de Duitsers de 212CD. Ik weet het niet, dat kunnen ze niet zeggen in de brief, maar hier mist wat."

"En dan komt het interessantste verhaal," zegt Prins. "Op pagina 9 staat 'deze dialoog biedt de ruimte om in samenwerking met die partijen tot een betaalbaar Programma van Eisen te komen'. Dat lijkt op zoals we het Instandhoudingsprogramma Walrusklasse gedaan hebben, waarbij we het ontwerp in samenzang met de marine gedaan hebben. En dat heeft heel goed gewerkt. Maar dat was 1 op 1 en nu gaan ze 3 op 1 doen. En gaat dat er toe leiden dat al die eisen gladgestreken worden tot één eisenpakket zodat iedereen voldoet? En wat krijg je dan? "

"Dus waar je in eerste instantie denkt: dat is een goede dialoog. Denk ik ja, maar hoe ga je dat doen als je niet 1 op 1 werkt? Ik denk dat de marine in fase D best een probleem krijgt. En dan staat onderaan: de Defensie kan in de huidige fase van het proces niet de specifieke eisen noemen. Als je niet eens je eigen eisen kan stellen! Je zou toch denken dat Defensie die eisen al heeft. En ga je die afstemmen met diverse landen? En dan zegt een land van ik kan maar acht torpedo's meenemen. Defensie: 'Nou dan geldt dat voor jullie allemaal. Hoef je maar acht torpedo's in die boot te doen.' Dat is toch van de gekke? Op die manier staat de Onderzeedienst in de kou. Je stuurt die mannen naar zee met iets waar mensen alle puntjes van afgehaald hebben."

"Ik ben maar aan het reageren op basis wat ik lees, maar dit vind ik opmerkelijk. Ik vind pagina 9 een moeizaam rommeltje."

Prins maakt zich ook zorgen over de deadline van 2031. "Dan zouden ze nu haast moeten maken. Dan zou ik een goed programma van eisen maken en die drie een offerte laten maken. Maar ze gaan nu eerst die ontwerpen aanpassen, dan die toetsen en vergelijken en praten over de uiteindelijke eisen. Dan zou het misschien zo zijn, als ik slecht denk, dat al die eisen aangepast worden aan diegene met de laagste performance. Want als je bepaalde eisen stelt en één van de werven voldoet niet, dan zal die werf een proces beginnen dat ze onterecht buiten de boot gevallen zijn."

19:20 uur | vrijdag 13 december 2019
Directeur DMO VADM De Waard is blij met B-brief
Veel buitenstaanders reageren kritisch op de B-brief. Directeur DMO vice-admiraal Arie Jan de Waard is positief. "Blij dat B-brief er is; ook met inhoud brief. Defensie Industrie Strategie is belangrijk uitgangspunt: beste garantie dat NL kennisdomein, nationale veiligheid en strategische autonomie zijn verzekerd in keuzeproces. Nu volop met drie overgebleven partijen aan de slag!" zegt hij in een tweet.

19:15 uur | vrijdag 13 december 2019
Damen wordt niet genoemd
Journalist Riekelt Pasterkamp zag dat Damen niet genoemd wordt in de communicatie van Defensie. Dat heeft te maken met dat Saab de werf is waar DMO formeel mee praat, omdat zij de onderzeebootexpertise hebben.

18:59 uur | vrijdag 13 december 2019
John Weyne: "U krijgt een B-versie, meer konden we niet betalen"
Oud-onderzeebootcommandant John Weyne is ook niet erg gelukkig. "Dit is een nonbesluit, een slecht besluit. Een shortlist van drie uit vier is Haagse logica," zegt Weyne in een telefonische reactie.

Weyne is ook niet te spreken over de vergelijking tussen de vier varianten (A t/m D, zie eerdere post in dit liveblog) en al helemaal niet met de keuze voor de B-variant. "Dat wordt leuk. 'U krijgt een B-versie, meer konden we niet betalen.' Ik heb de motivatie gelezen en ik snap ook wel dat je niet alles uitgebreid kan toelichten, maar dit is wel erg simplistisch. Zo komt het op mij over."

"Die 3,5 miljard komt op zich out of the blue. Daarna is men iets nader gaan kijken, maar nog steeds zonder details. Dan komen ze uit op drie boten. En dan toch 4 boten van de B-variant, want dan moeten het dus toch mindere boten zijn. Je kan ook zeggen: 'ik heb een nadere analyse heb gedaan en ik kan met het genoemde bedrag maar drie boten kopen, dus moet er meer geld bij.' Nee, nu nemen we geen chirurg want die kunnen we niet betalen, maar een slager want die kan ook snijden," zegt Weyne.

"Daar komt nog bij, als je die tabel ziet; de mogelijkheden tot innovatie bij de B-variant is minder. Dat is vragen om een situatie na 10 jaar van 'sorry, de boten zijn obsolete [verouderd, JK]. Of om toch te moderniseren zijn er onvoorziene kosten."

Ook over de planning is Weyne niet te spreken. "Ik kan me niet voorstellen dat het besluit om met drie partijen verder te gaan niet tot vertraging zal leiden. In 2022 contract en 2031 alle boten klaar. Je kan wel in 5 tot 6 jaar vier onderzeeboten bouwen, maar je moet ook nog een jaar proefvaren met de eerste boot. En contractonderhandelingen in Australië met de Fransen duurden ook een jaar. En nu is er nog geen ontwerp, geen CONOPS, geen uiteindelijke eisen. Het is vanaf nu tot 2022 wel erg kort dag."

Weyne wil niet alleen wijzen naar de politiek. De luchtmacht gaf in het JSF-dossier steeds duidelijk zijn mening. De marine houdt zich op de achtergrond. Weyne: "De Commandant der Strijdkrachten gaat de boten in de toekomst inzetten, niet de Commandant Zeestrijdkrachten. Dus de CDS moet zeggen: 'gaan we nu een B-versie kiezen? Dan zijn we niet voorbereid op de toekomst.'"

"Dat de luchtmacht stelling nam, begon ook wel in een andere tijd toen de bevelhebbers nog bevelhebbers waren. Maar zij hebben die toon wel doorgezet ook nadat de bevelhebbers minder te zeggen kregen. Dat had ik met vele andere ook bij de marine gewild. Heeft CZSK voldoende stelling genomen? In mijn ogen niet. Dat kan je niet alleen Rob Kramer kwalijk nemen, maar zijn voorgangers ook. Er mag wat mij betreft best iemand op z'n strepen staan."

18:24 uur | vrijdag 13 december 2019
Jaap Huisman: "Ik vind dit heel ernstig"
Van 1976 tot 2016 hield Jaap Huisman zich bezig met de totstandkoming van Nederlandse marineschepen. Hij was betrokken bij schepen van de S-fregatten tot de Karel Doorman, bij DMKM en DMO (zie ook post eerder in dit liveblog).

In een eerste reactie reageerde Huisman geschrokken op het nieuws vanuit Den Haag. "Ik ben wel blij dat de Duitsers nog meedoen, want ik vind dat tkMS wel kans moet maken. Dus dat ze met drie doorgaan is eigenlijk wel positief. Maar ik vind het negatief dat ze wachten met het maken van een keuze tot 2022. Het kabinet leeft dan niet meer. Ze schuiven het gewoon door naar het volgende kabinet. Dan moet er een nieuw kabinet komen, een minister, dan wordt het misschien wel veel later dan 2022. Ze schuiven het op de lange baan. Dat is heel ernstig. Dan zit er een nieuw kabinet met nieuwe prioriteiten en kan het zomaar later en later worden. Van uitstel kan afstel komen op deze wijze."

17:50 uur | vrijdag 13 december 2019
Waarom Navantia is afgevallen
Motivatie uit B-brief waarom Navantia is afgevallen: "Tijdens de werfselectie heeft de Spaanse werf Navantia aangegeven weinig af te kunnen wijken van het Military Off The Shelf (MOTS)-concept dat door Navantia is aangeleverd tijdens de eerste informatie uitvraag. Dit aangeleverde MOTS concept vormt geen onderdeel van de te kiezen varianten na de vergelijking en staat ver af van de door Defensie gekozen variant B. Hieruit heeft Defensie geconcludeerd dat de werf Navantia niet wordt geselecteerd voor het vervolgen van het project na de B-fase. De andere drie kandidaat-werven kunnen naar verwachting deze variant wel bouwen."

17:45 uur | vrijdag 13 december 2019
Vier varianten
In de A-brief, op basis van advies van de commissie Van der Veer, stonden vier opties (geen onderzeeboten, een homeland security boot, een expeditionaire boot en onbemande boten). De onbemande optie was al afgevallen, maar Defensie concludeert nu in de B-brief dat de homeland security variant en de expeditionaire onderzeeboot nauwelijks van elkaar waren te onderscheiden.

Vervolgens zijn vier andere varianten gemaakt. A t/m D. Wat de eisen precies zijn, is niet bekend gemaakt. Wel is duidelijk dat de A-variant veel capabeler is dan de D-variant. Die laatste is niet meegenomen, want die was niet geschikt. Uiteindelijk heeft Defensie gekozen voor de B-variant.

De B-brief: "Variant B is een long range, veelzijdig inzetbare conventioneel voortgestuwde onderzeeboot met acceptabele compromissen ten opzichte van de geambieerde behoefte. Ten opzichte van variant A heeft variant B een kleinere torpedoopslagruimte, die minder flexibiliteit biedt maar voldoende is om meerdere missie-types gedurende een inzet (met enige beperkingen) te ondersteunen. De kleinere romp ten opzichte van variant A beperkt de bemanningsgrootte, sensorcapaciteit en het bereik. Deze variant is echter zowel inzetbaar binnen het NAVO-verdragsgebied als voor de verder reikende Nederlandse belangen."

varianten
Bron: B-brief vervanging Walrusklasse

Opvallend is dat de B-variant op geen van de kernkarakteristieken hoog scoort. De forward operating base is "een vooruitgeschoven basis of positie voor het leveren van (logistieke) ondersteuning."

De grote vraag is natuurlijk tot welke variant de Walrusklasse behoort en of er nu concessies zijn gedaan aan de wensen van de Onderzeedienst. Hoe dan ook was de A-variant volgens Defensie te duur, de C-variant te beperkt.

17:15 uur | vrijdag 13 december 2019
Nederlandse maritieme industrie niet gelukkig
Terwijl de regering zegt het beste voor te hebben met de Nederlandse maritieme industrie, lijkt juist die industrie niet tevreden te zijn met het besluit. Na de NIDV zegt ook brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology (NMT) weten niet gelukkig te zijn: "Het kabinet laat de Nederlandse maritieme industrie nog langer in onzekerheid".

"Een definitieve beslissing valt pas in 2021 en wordt mogelijk zelfs genomen door een volgend kabinet. De vertraging die door dit besluit dreigt te ontstaan zet het Nederlandse maritieme bedrijfsleven op achterstand en zorgt voor nog hogere aanloopkosten. (...) Het risico van vertraging trekt een zware wissel op de sector en de zogeheten ‘Gouden Driehoek’," zo schrijft NMT in een persbericht.

Het NMT vervolgt: "Door de beslissing van het kabinet blijft ook de Gouden Driehoek tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen voorlopig buiten spel staan. De bedrijven en de kennisinstellingen binnen deze driehoek kunnen immers pas worden betrokken als de keuze voor één consortium is gemaakt. Dit alles zorgt ervoor dat de in Nederland aanwezige kennis en kunde voor het bouwen en het integreren van hoogwaardige technologie wordt bedreigd.

“De keuze om de volgende fase nog in competitie aan te gaan is erg nadelig voor ons als specialistische toeleverende bedrijven. We zijn erbij gebaat om in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken te worden bij het ontwerp van de toekomstige onderzeeboten. We moeten onze krachten kunnen bundelen en richten op één partij om de gehele ontwikkeling van dit complexe platform samen met de beoogde onderzeebootbouwer uit te voeren. Dit is de enige manier waarop we straks de instandhouding nét zo succesvol kunnen uitvoeren als we dat nu doen voor de huidige Walrusklasse onderzeeboten”, aldus Harm Kappen, voorzitter van het Dutch Underwater Knowledge Center en commercieel directeur bij system integrator RH Marine.

Brancheorganisatie NMT wijst bovendien op Defensie Industrie Strategie (DIS), waarin het kabinet pleit voor een ‘zo groot mogelijke betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven’. In de DIS staat zelfs letterlijk: ‘We gaan de Nederlandse defensie industrie versterken’. Het besluit dat nu is genomen staat lijnrecht tegenover de voornemens die in de DIS worden uitgesproken. NMT roept het kabinet dan ook op om de eerder gedane beloften waar te maken en vol te gaan voor de eigen industrie. Een voortvarende besluitvorming en gunning van de opdracht is daarbij essentieel. NMT voorzitter Bas Ort reageert: “Dit is echt een gemiste kans om op zo’n belangrijk strategisch onderwerp als de maritieme defensie industrie geen duidelijke Nederlandse keuze te maken. Ik roep onze overheid op om die keuze (...) alsnog op korte termijn te maken! De navenante spin-off van deze order voor de BV Nederland in de komende decennia mag immers niet worden onderschat.” "



16:55 uur | vrijdag 13 december 2019
Opmerkelijke zaken
Op het eerste gezicht, zo kort na het verschijnen van de B-brief en de persconferentie, zijn er wat opvallende zaken. Ten eerste de motivatie bij de uitschakeling van Navantia. Volgens vice-premier De Jonge zou Navantia "moeilijk [kunnen] afwijken van het van-de-plank-model". Marineschepen.nl heeft uiteraard niet gezien wat het Spaanse bedrijf heeft ingezonden, maar dat is een vreemde reden om een partij uit de race te zetten als er door Nederland ook niets bekend is gemaakt over de eisen. Navantia is lang gebleven bij het S-80 model, en heeft dat standpunt pas in de loop van 2019 veranderd. Toch is de S-80 de onderzeeboot die het dichtst bij de Walrusklasse zit. Hier zou best nog een grond voor bezwaar in kunnen zitten.

Wat verder opvalt is dat zowel Visser als De Jonge veel waarde zeggen te hechten aan de Nederlandse marinebouwcluster. Maar zij zijn juist het slachtoffer van de keuze voor drie partijen. En zij zijn ook niet blij met het besluit.

Een ander punt is wel de instelling van een Ministeriële Commissie, bestaande uit een aantal ministers. Zij zullen regelmatig over de vervanging gaan vergaderen. "In de vervolgfase van het project wordt een Ministeriële Commissie (MC) ingesteld. Het doel van de MC is om de politieke sturing van het kabinet op de vervolgfase te faciliteren en te stroomlijnen. De minister-president zit de vergaderingen van de MC voor. De vergaderingen van de MC zullen worden voorbereid door een Ambtelijke Commissie," zo staat in de B-brief.

En er is inderdaad vertraging. In 2022 wordt een contract getekend met een van de bouwers, dat is een jaar later dan gepland. Maar in 2031 moeten álle vier de onderzeeboten de oude Walrussen hebben vervangen. Die datum gaat schuiven...

16:44 uur | vrijdag 13 december 2019
Daar is ie dan: de B-brief
In het begeleidende artikel schrijft Defensie dat Navantia is afgevallen en dat er dus drie over zijn. "Aangezien geen van de kandidaat-werven als unanieme winnaar naar voren kwam in het uitgevoerde onderzoek, zal Defensie de verwerving in concurrentie voorzetten met Naval Group, Saab Kockums en tkMS. In de volgende fase worden de eisen, gunningscriteria en wegingsfactoren vastgesteld, waarbij factoren zoals beste boot voor de beste prijs, risicobeheersing en de uitwerking van het nationaal veiligheidsbelang en de strategische autonomie als uitgangspunt dienen."

Staatssecretaris Visser benadrukt opnieuw het belang van het Nederlandse marinebouwcluster. Visser: ”De Nederlandse marinebouwsector moet een zo goed mogelijke positie verkrijgen in de toeleveringsketens van buitenlandse werven. Een goede positie als toeleverancier biedt de Nederlandse bedrijven en kennisinstituten de kans om de eigen kennis en kunde te vergroten, waarvan Defensie ook weer profiteert.”

Volgens de huidige planning moet er in 2022 een contract worden getekend met 1 van de bouwers. Uiteindelijk moeten de nieuwe onderzeeboten de huidige Walrus-klasse in 2031 volledig hebben vervangen.

En hier de B-brief zelf.

16:34 uur | vrijdag 13 december 2019
De Jonge: "We hebben gekeken naar drie elementen"
De meest opvallende uitspraken in de persconferentie van vice-premier De Jonge over de B-brief:
"Kern van de brief is dat er nog geen aanbieder is die met kop en schouders boven de drie uitsteekt, wel is er een partij afgevallen omdat het onvoldoende kon afwijken van het eigen concept... onvoldoende kon leveren wat Nederland wil. Dat betekent dat er drie partijen in de race zijn voor vier nieuw te bouwen Nederlandse onderzeeboten."

In antwoord op vragen van BNR zei De Jonge: "Wat van belang is bij zo'n aanbesteding dat je kijkt naar het nationaal belang, naar het veiligheidsbelang, dat je kijkt naar het aandeel voor het Nederlandse bedrijfsleven. (...) Wat je daarnaast natuurlijk wilt is dat de kosten enigszins beheersbaar blijven. Dat zijn allemaal belangrijke elementen. En op die belangrijke elementen was er niet een partij die daar met kop en schouders boven uitsteekt en dan is het niet logisch om voor een partij te kiezen, dan is het juist logisch om met die partijen dat zouden kunnen leveren, en daar mogelijkerwijs een geschikte kandidaat voor zouden kunnen zijn dat je daar verder het gesprek mee aangaat. En probeert in die verwervingsstrategie, voordat je het daadwerkelijke contract tekent, een zo goed mogelijk bod op tafel te krijgen, dat op al die punten die voor ons van belang zijn (...) goed scoren."

"Wat we doen is zorgen dat we de beste boot kopen voor de beste prijs. Dat is wat wij doen en daarvoor is dit de meest verstandige strategie, die alledrie zouden kunnen leveren, maar alledrie werk te doen hebben om te kunnen leveren."

De Jonge gaf ook antwoord op vragen van Elsevier: "In de B-brief kies je hoe je de nieuwe onderzeeërs gaat verwerven. Daarbij was aanvankelijk sprake van een viertal werven die in beeld waren. Een van die werven is afgevallen omdat ze niet konden leveren wat we wilden. Die hadden een meer standaard model, konden eigenlijk moeilijk afwijken van het van-de-plank-model wat men had en daarmee was het geen geschikte werf om de Nederlandse bestelling te leveren. En daarom gaan we met drie partijen verder."

"Een van de dingen die van belang is is het nationaal veiligheidsbelang. Dat moet natuurlijk buiten kijf staan. Het tweede is dat we zo'n groot mogelijke betrokkenheid willen. We willen natuurlijk dat de Nederlandse economie profiteert van zo'n grote aankoop die je doet. En een derde element is dat je de kosten zoveel mogelijk beheersbaar houdt. Je wil zoveel mogelijk boot voor je geld. En dus moet je de kosten enigszins beheersbaar houden." Wanneer het kabinet gaat beslissen wist De Jonge niet, maar "in ieder geval in deze kabinetsperiode. Daar ga ik wel van uit."



16:15 uur | vrijdag 13 december 2019
NIDV: "Uitstel van keuze onderzeeboten compliceert de besluitvorming"
De Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV) reageert teleurgesteld op het besluit van de regering om met drie partijen verder te gaan. "Dit betekent vooral een uitnodiging aan partijen om de druk op Nederland en op dit dossier op te voeren," zegt de NIDV in een persbericht.

“Met uitstel laat het kabinet zien dat het niet hardop durft te kiezen voor Nederlandse industriële innovatie en Nederlandse banen ”, aldus NIDV-directeur Ron Nulkes.

Met het stellen van internationale concurrentie voor de onderzeeboten zet het kabinet de Nederlandse industriepositie op de Europese defensiemarkt onder druk. Grote Europese landen met onderzeeboten hebben nog nooit buitenlandse partijen mee laten dingen bij de aanschaf daarvan. Zij vinden de technologie te cruciaal om deze buiten de landsgrenzen te brengen. Dit mag voor Nederland niet anders zijn.

De keuze van het stellen van concurrentie staat dan ook haaks op de lijn van het kabinet zoals verwoord in de Defensie Industrie Strategie (DIS) van eind 2018. “Natuurlijk moet ook de prijs een criterium zijn”, aldus Nulkes, “Maar dan moet in die prijs tevens zijn meegewogen de waarde van op dit niveau opererende Nederlandse ondernemingen, in termen van technologie, innovatie en werkgelegenheid.” In het maritieme domein heeft Nederland van oudsher een stabiele basis met indrukwekkende kennis en bedrijvigheid. Op het gebied van sensortechnologie is Nederland wereldwijd één van de koplopers. “Dan mag je verwachten dat het kabinet uiteindelijk toch wil uitkomen bij Nederlandse werven en toeleveranciers. Waarom dan eerst nog onnodig maximale en heus indrukwekkende internationale tegendruk zoeken?”

“Momenteel voeren Nederlandse bedrijven een grootschalige en succesvolle upgrade uit voor de huidige Walrusklasse-onderzeeboten; 80% doen we dus al.” Nederlandse bedrijven hebben zich verenigd in het NIDV-platform “Dutch Underwater Knowledge Center“(DUKC), die dit programma uitvoeren. Met de verbeteringen van de Walrus is bewezen dat Nederland, in samenwerking, in staat is om succesvol complexe verbeteringen aan te brengen tegen lagere kosten dan landen met vergelijkbare onderzeeboten. Daarmee wordt de levensduur verlengd van de onderzeeboot totdat de nieuwe in de vaart komen. “Dat Nederland de kennis voor de bouw van onderzeeboten niet in huis zou hebben, wordt door de praktijk aantoonbaar weersproken”.

Lees hier het volledige persbericht.

16:10 uur | vrijdag 13 december 2019
"B-brief wordt binnen een half uur verstuurd"
De B-brief zal binnen een half uur worden verstuurd, zo wordt er gefluisterd in de Haagse wandelgangen.

15:45 uur | vrijdag 13 december 2019
Vice-premier De Jonge: "Verder met drie partijen"
Hugo de Jonge, vice-premier, begon 10 minuten na de aangekondigde tijd. De Jonge sprak eerst over uiteenlopende onderwerpen, van de Britse verkiezingen tot de discussie over stikstof. Tot slot over onderzeeboten: vanmiddag komt de B-brief en er wordt inderdaad verder gegaan met drie partijen. Wie is afgevallen zei De Jonge niet.

15:25 uur | vrijdag 13 december 2019
Om 15:30 uur persconferentie
Rutte is in Brussel, viceminister-president Hugo de Jonge zat de ministerraad voor en zal zo de besluiten in de ministerraad toelichten.

15:20 uur | vrijdag 13 december 2019
Een keuze in 2021 is dat uitstel? En hoe zit het met afstel?
Het is deze week al meerdere keren in artikelen verschenen: uitstel van de keuze tot 2021. Met uitstel werd dan vooral bedoeld het uitstellen van de keuze van een werf als Defensie met drie partijen verder gaat. Sommige media speculeerden zelfs over afstel. Dat laatste zorgde voor onrust en Commandant Zeestrijdkrachten VADM Rob Kramer stelde het personeel van de Onderzeedienst gerust: geen afstel.



En terecht want van afstel is nu geen sprake. Formeel is van uitstel ook geen sprake. Want de keuze voor een partij zou ook pas in de D-fase worden gemaakt en die staat gepland voor 2021.

Toch zijn zorgen wel terecht. Dat heeft te maken met dat de keuze voor drie partijen: weldegelijk een vertraging kan opleveren (zorg 1), niet per se de beste boot oplevert omdat sommigen de goedkoopste willen en de partijen niet het achterste van hun tong laten zien (zorg 2), de Nederlandse industrie pas in een veel later moment volledig in het dossier kan duiken (zorg 3), gevoelige informatie over Nederlandse onderzeeboten met partijen uit minstens vier landen wordt gedeeld (zorg 4) en de onderzeeboten pas door een volgend kabinet moeten worden besteld in een tijd van misschien wel economische recessie (zorg 5).

Maar laten we het even positief houden. De B-brief is immers nog niet eens verschenen!

15:03 uur | vrijdag 13 december 2019
'Grote opdracht voor RDM: onderzeeboten (half miljard)'
Nee, dit is geen berichtje van vandaag, maar van 18 mei 1978. Toen werd bekend dat de RDM de Walrusklasse onderzeeboten mocht bouwen. Het was voor veel kranten maar een kort berichtje. Want er werd voor de marine aan de lopende band gebouwd: zes jaar eerder was de Zwaardvisklasse in dienst gesteld, de Zuiderkruis was net in gebruik, de GW-fregatten ook en aan de tien S-fregatten werd volop gebouwd, de M-fregatten werden ontworpen en aan de Alkmaarklasse mijnenjagers werd gewerkt.

Het democratisch-socialistisch dagblad Het Vrij Volk schreef er op pagina 31 heel kort wat over: "De Rotterdamse Droogdok Maatschappij gaat voor 425 miljoen gulden twee nieuwe onderzeeërs voor de Nederlandse marine bouwen." Dat was dan de al helft van het artikel.
Een paar dagen later wist het Nederlands Dagblad (21 mei, pagina 5) wel wat meer op te tekenen. De gesprekken met de RDM waren afgerond en er zou voor vier jaar werk voor 550 man zijn, "terwijl toeleveringsbedrijven nog eens duizend manjaren werkgelegenheid krijgen." De boten zouden in 1981 gaan varen (dat werd dus later). En daarna heel eenvoudig: "Dit heeft de minister Scholten van defensie meegedeeld aan de Tweede Kamer".

Daarna raakte de pers meer geïnteresseerd in de nieuwe onderzeeboten.

14:25 uur | vrijdag 13 december 2019
Voor de Nederlandse staat hebben we het over lunchgeld
Als we het hebben over de vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten, dan hebben we het over een bedrag van 3,5 miljard euro. Dat heeft niet iedereen op z'n bankrekening staan, dus dat komt al snel over als veel geld. Maar voor een land valt dat wel mee, zo rekende Marineschepen.nl uit voor het artikel 10 vragen over nieuwe onderzeeboten

Van dat bedrag wordt in een jaar of tien het hele project gedaan. In 2019 geeft de Nederlandse overheid 295 miljard euro uit. In tien jaar tijd is dat dus 2,95 biljoen euro, of waarschijnlijk meer want de uitgaven stijgen al sinds 1945.

Dus de onderzeeboten kosten Nederland 0,12% van de uitgaven van 2019 t/m 2029 (het is een schatting want het project is eerder begonnen en pas in de jaren '30 klaar, dus het percentage is eigenlijk nog lager). Stel dat je een modaal inkomen hebt (€ 36.000 bruto per jaar) en je hebt een project dat verspreid over 10 jaar 0,12% van je inkomen kost. Dan is dat €432,-.

Het zou dan dus om een uitgave van €43,20 per jaar, en dat tien jaar lang. Zou je dan ook jarenlang twijfelen, commissies aanstellen, visie-documenten schrijven en keuzes uitstellen?

T/m maandag a.s. gratis verzending 'In het diepste geheim' en 'Orka'.
14:16 uur | vrijdag 13 december 2019
Nog geen B-brief in zicht
Er is nog geen nieuws over een B-brief. Het wachten is op de persconferentie van minister-president Rutte vanmiddag.

13:30 uur | vrijdag 13 december 2019
Verder met één of meerdere partijen: hoe ging dat vroeger?
In het verleden deed de marine niet aan concurrentiestelling, maar werd al op voorhand één partij gekozen. De Nederlandse schepen waren toch juist goedkoper dan in het buitenland en functioneerden goed of zelf beter. Iemand die daar meer over vertelde is Jaap Huisman, hij werkte 40 jaar bij de Directie Materieel Koninklijke Marine (DMKM) en daarna bij de samengevoegde variant DMO. Huisman deelde zijn mening in de podcast voor de premium website van Marineschepen.nl. Hieronder een samenvatting (10 minuten) van in totaal twee podcasts over de totstandkoming van Nederlandse marineschepen, inclusief alle politieke en financiële aspecten.

Een abonnement kost slechts €4,99 per maand (maandelijks opzegbaar) je krijgt veel unieke content én je zorgt ervoor dat Marineschepen.nl kan blijven bestaan. Inmiddels zijn er vijf afleveringen van de podcast te beluisteren.



12:40 uur | vrijdag 13 december 2019
Afscheid van oude onderzeeboot
Terwijl we het hebben over de nieuwe onderzeeboten, wordt maandag in Amsterdam afscheid genomen van een oude Sovjetonderzeeboot van de Zuluklasse (al wordt ie vaak aangezien als Foxtrotonderzeeboot).





11:10 uur | vrijdag 13 december 2019
Hoe zat het nu precies met die Walrusaffaire?
De kosten van de onderzeeboten van de Walrusklasse waren in de periode van 1977 t/m 1984 met honderden miljoenen gestegen. Het eerste bedrag waar de marine mee rekende was een kopie of aangepaste kopie van de Zwaardvis uit 1972. Het bedrag was toen 122,5 miljoen gulden per boot. Maar er werd niet gekozen voor een (aangepaste) Zwaardvis, de Walrus werd een totaal nieuwe boot: 500 miljoen gulden. Wat verwachtingsmanagement had wonderen gedaan en dat werd de marine en de ambtelijke leiding van Defensie ook aangerekend.

Toch was dat voor de prijs van een nieuwe boot niet overdreven veel geld. 500 miljoen gulden is omgerekend 416 miljoen euro nu. Generatiegenoot van de Britse Upholderklasse (later verkocht aan Canada en nu bekend als de Victoriaklasse) was in 1992 ongeveer 620 miljoen pond voor vier boten en dat is nu 1,8 miljard pond, dus 550 miljoen euro in 2019 per boot. Met problemen (zie Victoriaklasse hieronder).

Een andere bron spreekt over bijna 298 miljoen dollar per boot in 1992 voor de Britse Upholders, dat is 546 miljoen dollar in 2019 en 488 miljoen euro nu. Dus opnieuw duurder dan de Walrusklasse onderzeeboten die 416 miljoen euro kostte.

Maar waar kwam die kostenstijging nu door? In eerste plaats dus door een te eenvoudig plan en wijzigende wensen. Maar ook door inflatie en faillissement van de scheepsbouwer RSV. De discussie over taakspecialisatie die de PvdA destijds opstartte hielp ook niet mee, want daardoor vertraagde het besluitvormingsproces. Die vertraging wilde de regering weer inhalen om de RDM van werk te voorzien en haalde het project Walrusklasse naar voren in de tijd.

Toenmalig marinevoorlichter Pieter Hoffen schreef in het reünistenblad Klaar voor Onderwater van juni 2005 echter dat de kostenoverschrijdingen juist werden aangegrepen door de Centrale Organisatie: "het antwoord van de KM was niet zo verontrustend doch DGM was een andere mening toegedaan en ik heb de stellige overtuiging dat er eindelijk een argument in hun handen was om de soms eigenzinnelijke denkbeelden, met name op materieels gebied bij de KM een halt toe te roepen."

Nu lijkt de Walrusaffaire opnieuw te worden aangegrepen voor andere doeleinden.



10:40 uur | vrijdag 13 december 2019
Walrusklasse financieel fiasco?
Een van de redenen waarom Den Haag nu zou kiezen om met drie partijen door te gaan is angst voor een nieuwe Walrus-affaire. Zo schrijft het Nederlands Dagblad: "Het kabinet is beducht voor de risico’s wanneer ontwerp en bouw nu al bij één consortium komen te liggen. Een nieuwe ’Walrus-affaire’ ligt op de loer, het financiële fiasco waarop in de jaren tachtig de bouw van de bestaande onderzeeboten van de Walrus-klasse uitdraaide."

Voormalig onderzeebootcommandant John Weyne noemde het maandag al een smoesje om steeds die Walrus-affaire er bij te slepen. Die affaire hoort thuis in het archief sinds de invoering van het Defensie Materieel Proces (DMP). Immers, op die manier wordt de Kamer steeds geïnformeerd. Volgens hem is doorgaan met drie partijen een "een carte blanche voor budgetoverschrijdingen".

Daarnaast is de Walrusklasse natuurlijk geen financieel fiasco, als we de cijfers (die zijn wel iets verouderd) er bij pakken.



dagen op zee onderzeeboten
Gemiddeld waren er 100 vaardagen per jaar per Nederlandse onderzeeboot tot de boten door de modernisering een lange periode op de werf waren. Met die 100 dagen per jaar tot omstreeks 2015 scoorde de Nederlandse Onderzeedienst erg hoog. De Canadese onderzeeboten liggen het vaakst in de haven. Canada en Nederland hebben 4 onderzeeboten, de andere landen in dit overzicht 5 of 6.

Canada onderzeeboot
Over een echt financieel fiasco gesproken. Dit is de beschikbaarheid van de Canadese Victoriaklasse. In geen enkel land zijn onderzeeboten 100% beschikbaar voor training of operaties. In veel landen zijn boten 6 tot 8 jaar beschikbaar en gaan dan 2 jaar in onderhoud. Dat gaat echter niet op voor de Canadese onderzeeboten.

09:50 uur | vrijdag 13 december 2019
Voormalig directeur materieel SBN b.d. Nanninga verrast om afschrijven Navantia
Volgens scout-bij-nacht b.d. Coos Nanninga, eerder directeur van de Directie Materieel Koninklijke Marine (DMKM) reageert op de berichtgeving dat Navantia zou zijn uitgeschakeld: "Ervan uitgaand dat Defensie een boot met overeenkomstige capaciteiten als de Walrus-klasse voor ogen heeft, kom je uit op een boot met een waterverplaatsing van rond 2800 - 3000 ton. Europa en de NAVO hebben wel een groot aantal kleinere onderzeeboten ter beschikking met aan de andere kant alleen de VS, VK en Frankrijk veel grotere nucleaire boten. Alleen Nederland heeft in deze klasse vier boten operationeel."

"Drie van de vier aanbieders gaan uit van of grotere of kleinere ontwerpen die aangepast moeten worden met alle direct daaraan verbonden technische en financiële risico's. Spanje bouwt op dit moment vier nieuwe onderzeeboten in dezelfde klasse als de Walrus en zou in ieder geval uitstekend als benchmark voor de risico's en kosten kunnen dienen. Het is dan ook opvallend dat in alle publicaties juist deze kandidaat ofwel nergens wordt genoemd of al is afgeschreven."

Volgens Nanninga hebben de partijen nog niet alles kunnen laten zien, omdat de eisen die Nederland heeft gesteld niet zijn gedeeld met alle partijen. Wat hem betreft zou het proces juist met vier aanbieders door moeten gaan.

09:01 uur | vrijdag 13 december 2019
Voor wie het had gemist: Nieuwsuur
Afgelopen maandag 9 december besteedde Nieuwsuur een item aan de vervanging van de Walrusklasse. Een deel was opgenomen tijdens de defensiebeurs NEDS in Ahoy eind november. Opvallend is het antwoord van CEO van Naval Group Hervé Guillou, die geërgerd reageert op de vraag of Naval Group niet een staatsbedrijf is. Het bedrijf is inderdaad een privaat bedrijf, maar de Franse staat heeft ruim 62% van de aandelen. Het grootste deel van de overige aandelen zijn in handen van Thales, dat overigens ook voor een deel in handen is van de Franse staat. Die nuance mist in de reactie van Guillou.



08:45 uur | vrijdag 13 december 2019
Waarom op vrijdag?
Iedere vrijdag vergaderen alle ministers in de ministerraad. De staatssecretarissen zijn daar alleen bij als ze zijn uitgenodigd. Na afloop is er een persconferentie en geeft de minister-president een toelichting op de besluiten. Het tijdstip van de persconferentie varieert wekelijks. De ene week is dat al om 1300 uur, de andere week twee uur later.

08:05 uur | vrijdag 13 december 2019
Komt de brief vandaag?
De verwachting is dat de regering zal besluiten om met drie partijen verder te gaan. Maar dat is vooralsnog niet bevestigd door Defensie en daar moeten we toch echt voor wachten op de B-brief. Maar komt ie wel vandaag? Het ANP liet vannacht weten dat zij van ingewijden horen dat de brief ook volgende week vrijdag zou kunnen verschijnen. De Tweede Kamer is ongeduldig en staatssecretaris Visser had beloofd om dit jaar nog met een brief te komen. Om die op 20 december te laten verschijnen, is dan wel erg laat. Maar we gaan het zien.





comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Instagram
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen