Horizonklasse torpedobootjagers (Frankrijk)


Door: Jasper van Beek
Laatst aangepast: 28-03-2019


De twee Franse torpedobootjagers van de Horizonklasse vormen een klasse van luchtverdedigingsschepen. ItaliŽ opereert met twee vrijwel identieke schepen. De Franse marine spreekt over fregatten, maar volgens het NAVO-systeem zijn dit torpedobootjagers. Hun naamsein begint bovendien met een 'D'. Deze torpedobootjagers zijn voortgekomen uit het Common New Generation Frigate programma, waar in het begin het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en ItaliŽ aan meededen. De Franse schepen zijn destijds aangeschaft ter vervanging van de fregatten van de Suffrenklasse en hebben als voornaamste taak het beschermen van het Franse vliegkampschip.

FS Forbin
FS Forbin. (Foto: Franse marine)

Ontwikkeling
De Horizonklasse is het resultaat van het Common New Generation Frigate programma. Dit ontstond na het falen van het Nato Frigate Replacement programma begin jaren 90. Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk besloten toen met hun eigen programma door te gaan voor het ontwerpen en bouwen van luchtverdedigingsschepen. Ook het systeem dat op deze schepen gebruikt zou worden, werd samen ontworpen, namelijk het Principal Anti Air Missile System, oftewel PAAMS.



Onenigheden begonnen vrijwel direct, de eisen van de landen liepen vanaf het begin al uiteen. Frankrijk wilde luchtverdedigingsschepen om zijn vliegdekschip te beschermen, maar het benodigde bereik van de raketten was niet groot vanwege de zelfverdedigingsmogelijkheden die het vliegdekschip Charles de Gaulle zelf zou gaan krijgen. Ook ItaliŽ had maar een beperkt bereik nodig omdat ItaliŽ de schepen vooral in de Middellandse Zee in wilde zetten waar ze nog op verdediging van de Italiaanse luchtmacht konden rekenen of anders vliegtuigen van het Italiaanse vliegkampschip 'Cavour'. Het Verenigd Koninkrijk daarentegen wilde wel schepen met een groot bereik die in vijandelijke gebieden konden opereren en een vloot aan schepen kon beschermen.

Dit werd voor een groot deel opgelost door het ontwikkelen van verschillende radarsystemen. Frankrijk en ItaliŽ kozen voor de EMPAR, een passieve phased array radar. Maar de Britten bouwden de betere SAMPSON, een actieve phased array. Deze laatste radar kan op langere afstand, nauwkeuriger, meerdere doelen volgen waaronder stealth doelen.

Het volgende discussiepunt was welke lanceerinrichting de schepen zouden krijgen. De Britten wilden graag het Amerikaanse Mk 41 systeem, dat onder andere ook op de Nederlandse LCF'en te vinden is, zodat ze dan ook Amerikaanse wapensystemen zoals de Tomahawk kruisraket konden lanceren. Frankrijk en ItaliŽ wilden echter hun eigen SYLVER Vertical Launch System. Het probleem werd opgelost toen het ontwikkelingsteam van PAAMS voor SYLVER koos en ook de Britten aan de SYLVER moesten.

De grootste onenigheden lagen in de eisen van de schepen. Frankrijk en ItaliŽ wilden in de Middellandse Zee patrouilleren, terwijl het VK in grote zeegebieden als de Atlantische Oceaan wilde kunnen opereren. Verder wilde de Royal Navy graag dat het Combat Management System door BAE Systems geproduceerd zou worden, iets dat niet geaccepteerd werd door het ontwikkelingsteam. Ook noemden de Britten het vanaf het begin een torpedobootjager en niet een fregat. Al deze kleine en grote meningsverschillen leidden tot het verlaten van het project door het Verenigd Koninkrijk op 26 April 1999. Zij gingen verder en bouwden de Type 45 destroyers.

infographic NFR-90
Klik op de afbeelding voor een vergroting. De huidige generatie Westerse marineschepen stamt af van het NFR-90 project. (Illustratie: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Samen verder
Frankrijk ging door met het project samen met ItaliŽ. In september 2000 werd besloten om samen vier schepen te bouwen. Beide landen twee, terwijl in de plannen sprake was geweest van ieder vier.

De vier schepen van de Horizon (Frankrijk) en de Orizzonteklasse (ItaliŽ) zijn ontwikkeld door Horizon SAS, een tijdelijke samenwerking tussen beide landen. Het consortium bestond uit Orrizonte Sistemi Navali (een joint venture tussen Fincantieri en Finmeccanica) en Armaris (DCN en Thales). DCN werd overigens later DCNS en is tegenwoordig Naval Group.

Ondanks de samenwerking tussen de twee landen verschillende Franse en Italiaanse schepen toch van elkaar. Aan de buitenzijde is dat vooral te zien aan wat er op de hangar staat. Daar staat bij de Franse schepen een Elettronica NETTUNO 4100 ECM jammer. Op de Italiaanse schepen is er een hele opbouw, waar behalve dezelfde jammer ook een 76mm kanon staat, een satellietantenne en een electro-optische sensor. En zo zijn er meer zichtbare verschillen.

Frankrijk kocht samen met de twee schepen ook veertig Aster 15 raketten en tachtig Aster 30 raketten. De Aster 15 raketten zijn voor de korte afstand (1,7 - 30 kilometer) en de Aster 30 voor de langere afstanden vanaf 3 kilometer tot 120 kilometer.



Bouw en proefvaart
Op 8 april 2002 werd begonnen met de bouw van het eerste schip, Forbin. Voor dat het schip te water werd gelaten op 10 maart 2015, moest eerst een deel van de rivier bij Lorient dieper worden gemaakt. Desondanks moest bij de tewaterlating alsnog gewacht worden op een gunstige waterstand. Na de tewaterlating ging het schip al snel weer het droogdok in voor het installeren van belangrijke onderwatercomponenten van het schip zoals schroeven, roeren en sonar. Op 29 juni 2006 werd begonnen met proefvaren, maar het testen van het Combat Management System (CMS) verliep echter problematisch waardoor de indienststelling van het schip met een paar maanden werd uitgesteld. Eind januari 2007 ging de Forbin opnieuw proefvaren en werd het CMS succesvol tijdens oefeningen met Super …tendards en Atlantique 2 vliegtuigen. PAAMS werd eind mei 2007 getest bij Centre d'Essais des Landes waar Frakrijk raketlanceringen doet. Uiteindelijk voer het schip naar de nieuwe thuisbasis Toulon waar het, na het lanceren van een Aster 30 raket op 25 november, in december 2008 in dienst werd gesteld.

Met de bouw van de Chevalier Paul werd begonnen op 13 Januari 2005, op 12 Juni 2006 werd het schip te water gelaten. In Juni 2009 werd het schip uiteindelijk in dienst gesteld. De tijd tussen het begin van de bouw tot indienststelling van het tweede schip (4 jaar en 5 maanden) was dus aanzienlijk korter dan van het eerste schip (6 jaar en 7 maanden).

Beide Franse schepen werden gebouwd door DCNS (Naval Group) te Lorient.

De totale kosten van het project waren 2,16 miljard euro.

Forbin
De schepen van de Horizon klasse beschikken over de A-50 SYLVER VLS. Rechts in beeld is een van de 76 mm kanons te zien, op de bak de op afstand bestuurbare 20mm machinegeweren. (Foto: Franse marine)

Wapensystemen
De Horizonklasse torpedobootjagers zijn gespecialiseerd in luchtverdediging, dankzij PAAMS. Ze beschikken over Aster 15 en Aster 30-raketten. De schepen hebben de beschikking over het A-50 SYLVER vertical launch system voor hun luchtverdedigingsraketten. Een nadeel van dit systeem is dat er geen raketten quadpacked geladen kunnen worden, zoals in de Mk 41 VLS. In deze Amerikaanse VLS kunnen in ťťn cell vier ESSM missiles geladen worden. Omdat dit met de Aster 15 en Aster 30 niet mogelijk is, is 48 dus het maximale aantal missiles wat meegenomen kan worden. Een ander nadeel van de A-50 SYLVER VLS is dat het geen andere missiles kan vervoeren zoals bijvoorbeeld de SCALP NAVAL tegen landdoelen.

Verder hebben de schepen nog de beschikking over acht EXOCET MM40 missiles. Dit zijn kruisvluchtwapens voor gebruik tegen andere schepen. De Horizonklasse beschikt over de block 3 variant van deze missile. Deze heeft een bereik van 180 kilometer en kan ook ingezet worden tegen doelen op land door middel van GPS. Deze missiles bevinden zich, net als op Nederlandse fregatten, in de midscheeps.
Uiteraard hebben de schepen ook de beschikking over een kanon, sterker nog, de Horizonklasse heeft niet ťťn maar twee kanons op de bak staan. Dit zijn 76mm OTO MELARA super rapid kanons. Ook staan er twee 20mm machinegeweren op de bak, die van afstand ingezet kunnen worden (de bak is niet voorzien van een hekwerk). Ook zijn er machinegeweren op het seindek. Verder hebben ze ook twee lanceerinrichtingen voor torpedo's en ruimte voor 24 torpedo's. Het voornaamste wapen tegen onderzeeboten zou uiteraard de boordhelikopter zijn, dus een NH-90. Maar ook een AS565 helikopter kan er oplanden.



Sensoren
De schepen hebben de beschikking over een veelvoud aan sensoren. Met als belangrijkste de EMPAR en de S1850M lange afstandsradar. De EMPAR is een passive electronically scanning array. Deze radar roteert 60 keer per minuut en kan tot 300 doelen tegelijk volgen en 16 doelen tegelijk aanwijzen om aan te vallen. De S1850M, een variant van de Nederlandse SMART-L radar, kan 1.000 doelen op een afstand van 400 kilometer tegelijk volgen.

Ook hebben de schepen een boegsonar, namelijk de Thales UMS 4110 CL. Voor de steeds belangrijker wordende elektronische oorlogsvoering beschikken de schepen over een electronic warfare suite van SIGENT en duidelijk zichtbaar op de hangar van het schip de Elettronica Spa 4100 Nettuno.
Beide hebben ook twee SLAT anti-torpedo systemen.

Forbin
De Forbin met USS Dwight D. Eisenhower en een USS Vicksburg (Ticonderogaklasse) tijdens Operatie Enduring Freedom in de Arabische Zee op 6 juni 2009. (Foto: Amerikaanse marine)

Inzet
De eerste grote reis van de Forbin begon op 3 maart 2009 toen het schip de haven van Toulon verliet voor een reis langs Marokko, de Verenigde Staten en Canada, al werd het bezoek aan de Canadese havenstad Halifax later afgezegd. In mei was het schip weer in Frankrijk voor de marine parade in Sainte-Maxime. Later die maand ging het schip ten oosten van het Suezkanaal opereren. Na een havenbezoek aan Abu Dhabi op 25 mei ging het schip in juni met de Amerikaanse carrier strike group onder leiding van vliegkampschip USS Dwight D. Eisenhower opereren. Hier nam de Forbin onder andere deel aan Operation Enduring Freedom.

De tweede grote reis voor de Forbin was met een Franse taakgroep met aan het hoofd van deze taakgroep het vliegdekschip Charles de Gaulle. Op 30 oktober 2010 (na technische problemen te hebben gehad) verliet de taakgroep de haven van Toulon voor een periode van vier maanden. De groep ging vervolgens via de Middellandse Zee door het Suezkanaal naar de Rode zee, Indische Oceaan en Perzische Golf. Eenmaal aangekomen in de Perzische Golf sloot de groep zich aan bij de Amerikaanse vliegdekschepen USS Abraham Lincoln en USS Harry S. Truman en bijbehorende schepen. Franse straaljagers zouden tijdens de reis ook nog verschillende malen NAVO grondtroepen in Afghanistan bijstaan. Tegen het einde van de reis, in januari, oefende de Franse groep nog negen dagen met de Indiase marine.

In het voorjaar van 2011 was FS Forbin betrokken bij de aanvallen op het regime in LibiŽ onder leiding van het Franse vliegkampschip FS Charles de Gaulle.

In november 2015 was het de Chevalier Paul die met de Charles de Gaulle ging opereren, doel van deze missie was luchtaanvallen uitvoeren op IS.



Nummer Naam In dienst
D620 Forbin 2008
D621 Chevalier Paul 2009
Afmetingen 152,87 x 30,3 x 5,4
Max. waterverplaatsing 7.050 ton
Max. snelheid 29 knopen
Bemanning 195 (met ruimte voor 30-35 opstappers)
Voortstuwing CODOG, 2x General Electric LM2500Plus gas turbines, 2x SEMT Pielstick dieselmotoren
Wapensystemen Aster 15 missiles tegen luchtdoelen
Aster 30 missiles tegen luchtdoelen
8x Exocet MM40 Block 3
26x MU90 impact torpedo's
2x OTO Melara 76 mm Super Rapid kanons
Sadral Mistral CIWS
4x 20mm modŤle F2 machinegeweren
Sensoren Selex ES EMPAR radar (lucht-, zeebeeld en doelaanwijzing)
BAE/ Thales S1850M lange afstand luchtwaarschuwingsradar
3x GEM GEM SPN 753G(V) 10 navigatieradar
Furuno navigatieradars
2x Selex ES RTN-30X vuurleidingsradar
Sagem IRST Vampir MB infraroodcamera
Thaes UMS 4110 CL sonar





Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nederlandse marineschepen
Belgische marineschepen
Marineschepen wereldwijd

Gerelateerde artikelen