Je hoort en leest bij Defensie de laatste tijd veel over 'hoofdtaak 1'. Om de krijgsmacht voor te bereiden voor die eerste hoofdtaak moet veel werk worden verricht. Want echt vechten, dat hoefden we decennialang niet te kunnen. Wat betekent die hoofdtaak 1 voor de marine? En wat wordt er aan gedaan? Een interview met commandant Zeestrijdkrachten VADM Tas.
Zr.Ms. Tromp bij Noorwegen in 2023. (Foto: Defensie)
"Een jaar of twee geleden sprak iedereen over de uitrusting van peace-keeping-eenheden. Ze moesten vooral licht zijn, geen rupsvoertuigen bijvoorbeeld. Dat is te agressief", schreef generaal-majoor (KL) b.d. Joost Schaberg in september 1994 in een opinie-artikel in het AD. "Allemaal tijdgebonden en geldverslindende onzin. De krijgsmacht is er primair voor de hoofdtaak. Daarnaast zal de krijgsmacht, omdat die er nu eenmaal toch is, gebruikt kunnen worden voor minder verstrekkende taken in het kader van het buitenlands beleid. Dit mag echter nooit ten koste gaan van de hoofdtaken."
We zijn dertig jaar verder en precies dat laatste is gebeurd.
Wat is die hoofdtaak precies?
De term "hoofdtaak 1" wordt niet zo lang gebruikt, die term is pas een paar jaar in zwang. In bijvoorbeeld de Defensievisie 2035 uit 2020 wordt gesproken over de "eerste hoofdtaak".
De hoofdtaken zelf zijn niet nieuw, al in de Defensienota van 1974 is op pagina 18 een opsomming van vier hoofdtaken te zien, met als eerste taak: "Het leveren van een (militaire) bijdrage t.b.v. de
vrede en veiligheid van het Koninkrijk en zijn bondgenoten."
Tegenwoordig worden de drie hoofdtaken als volgt beschreven:
1. bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk.
2. bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit.
3. ondersteuning (onder alle omstandigheden) van de civiele autoriteiten bij de handhaving van de openbare orde, de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, de bestrijding van rampen en incidenten en de beheersing van crises, zowel nationaal als internationaal.
De afgelopen decennia lag de focus van de krijgsmacht vooral op hoofdtaak 2 zoals crisisbeheersingsoperaties en hoofdtaak 3 zoals noodhulp na een ramp. Daarbij kon zeker geweld worden toegepast, bijvoorbeeld in Afghanistan of tijdens anti-piraterijoperaties bij Somalië, maar bij hoofdtaak 1 gaat het eerder om een gelijkwaardige tegenstander met operaties in het hoogste geweldspectrum.
VADM René Tas spreekt de bemanning van Zr.Ms. Tromp toe tijdens de wereldreis, eerder dit jaar. (Foto: Defensie)
Als het gaat om bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, heeft de marine dan wel een rol? Volgens commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal René Tas, zittend in zijn kajuit in de Albatros, wel.
Ook bij een aanval op bijvoorbeeld de Baltische staten. "NAVO-eenheden op land en in de lucht zullen daar bevoorraad en versterkt moeten worden", zegt Tas. "Een heel groot deel komt over zee. Die zeeroutes zullen bewaakt moeten worden, want zonder bevoorrading houdt het na een week voor hen op."
"Als Rusland aanvalt, dat zie je in de Zwarte Zee, komt een deel van die dreiging vanaf zee. Kruisvluchtwapens die vanuit onderzeeboten en vanaf oppervlakteschepen worden gelanceerd. Of door de lucht, maar dan ook via zee."
"Een tweede punt is zorgen dat de economie blijft draaien, dat is van belang voor de oorlogsinspanning. De economie valt en staat met wat er op zee gebeurt. Bijna al het dataverkeer tussen de VS en Europa gaat over de zeebodem, bijna alle olie gaat of over zee of via een pijpleiding wel een keer over een zeebodem. Vijftien procent van alle energie voor Europa gaat via de haven van Rotterdam. Als Rotterdam dicht zou gaan, stopt de wapenindustrie in Duitsland ook even en zullen ze andere routes moeten vinden, omdat heel veel grondstoffen en halffabrikaten via die haven binnenkomen."
"We zien dat Rusland hier echt veel en veel meer belangstelling voor heeft dan een tijdje terug", zegt Tas.
"De marine heeft de taak om samen met de NAVO de sea lines of communication [SLOCS, zeeroutes] open te houden. En we hebben al 70 jaar een taak op de noordflank. In de regionale plannen van de NAVO zie je dat wij samen met de Amerikanen en de Britten, met name de mariniers, de Noordkaap blijven beschermen."
Weer een andere taak is wat recenter van aard. "Ten derde moeten we de proxy's in het Midden-Oosten in de gaten houden", zegt Tas, doelend op onder andere de Houthi-rebellen. "Als de Amerikanen nog meer inspanning moeten leveren in de Pacific zal iemand het Midden-Oosten in de gaten moeten houden. Er gaat bijna geen druppel olie vanuit het Midden-Oosten richting de VS [de Verenigde Staten is het grootste olieproducerende land ter wereld]. Wij zijn wel vreselijk afhankelijk van olie en gas uit het Midden-Oosten. Dus Europa zal daar dan ook wat moeten doen."
"En ten slotte de Noordzee, onze voortuin. Samen met de Britten, de Belgen, de Fransen, de Duitsers en Denen zorgen we dat het daar veilig blijft", zegt Tas.
Doordat de marine de sea lines of communication veilig moet houden, betekent dat er ook buiten hoofdtaak 1 kans is op inzet in een conflictsituatie. En dat kan nog steeds hoog in het geweldspectrum zijn. Dat bleek wel in de Rode Zee. "Je ziet de Russen en Chinezen met Iran oefenen", zegt Tas. "Dat zijn niet de meest hoogdravende oefeningen, maar ze doen het wel. En ze oefenen met Zuid-Afrika. Ik moet er niet aan denken dat ook die route belemmerd wordt."
Extra fregatten niet alleen voor onderzeebootbestrijding
Wie denkt aan de wateren in het hoge noorden, denkt aan onderzeeboten. Tas: "De onderzeebootdreiging blijft onverminderd groot. Dan heb ik niet eens over China en andere landen die veel onderzeeboten bouwen, maar het kost ongelooflijk veel inspanning om een onderzeeboot te vinden en te neutraliseren. Je hebt daar veel assets voor nodig. De NAVO ziet ook dat er te weinig capaciteit voor is. Vandaar dat we twee extra onderzeebootbestrijdingsfregatten aanschaffen."
Die twee extra fregatten zijn niet alleen nodig om op onderzeeboten te jagen, zegt Tas. "Met de zes fregatten nu, kan je eenmalig drie of misschien vier fregatten naar zee sturen. Met acht is je voortzettingsvermogen echt gigantisch veel groter. En in vredestijd kan je ook nog een keer naar het Caribisch gebied voor afschrikking of fregatten inzetten als situaties zoals in de Rode Zee zich voordoen."
Zr.Ms. Van Amstel met NH90-helikopter. (Foto: Defensie)
Meer aandacht voor onderzeebootbestrijding
"Anderhalf jaar geleden bleek dat onze kennis van onderzeebootbestrijding op een te laag peil stond doordat we allerlei andere verplichtingen hadden", zegt Tas.
"Behalve de capaciteit vergroten met extra schepen, gooien we ons programma rigoureus om. Zr.Ms. Van Amstel heeft bijna een jaar lang alleen maar aan onderzeebootbestrijding gedaan," zegt Tas over het M-fregat.
De Van Amstel heeft niet alleen geoefend. Marineschepen.nl begreep eerder dat het M-fregat ook ingezet is om Russische onderzeeboten te volgen. Dat bevestigt Tas: "De Van Amstel is een paar keer daadwerkelijk ingezet. Maar meer kan ik er niet over vertellen".
"Ook de NH90-helikopters hebben vrij veel geoefend", gaat Tas verder. "Vanuit Yeovilton met de Johan de Wit, met de Van Amstel tijdens grote oefeningen en een nationale oefening met een eigen onderzeeboot bij Zuid-Noorwegen."
"Ik ben ongelooflijk blij dat we een inhaalslag hebben kunnen maken en dat blijven we doen tot de nieuwe schepen komen."
Vóór de nieuwe ASW-fregatten komen, moet ook het tweede M-fregat Zr.Ms. Van Speijk, dat enkele jaren in de mottenballen ligt, weer gaan varen. Tas: "Dat duurt nog even."
Als die nieuwe ASW-fregatten komen, moeten zij met een vliegende start kunnen beginnen, zegt Tas. "Het gaat ook om nieuwe concepten met bijvoorbeeld onbemande bootjes die uit de nieuwe fregatten komen. Die drones hebben een mini-TACTAS [kleine gesleepte sonar]. En de twee extra MQ9 Reapers krijgen maritieme sensoren. Ook die gebruiken we straks voor onderzeebootbestrijding."
Illustratie van het MSS met een opvallend camouflagepatroon. (Beeld: Defensie)
Marine krijgt meer drones en oude schepen behouden 'serieuze optie'
De oorlog op zee verandert, zegt Tas, door de toename van drones. "De ballistische en kruisraketten worden geavanceerder en sommige zijn vreselijk snel. Wat erbij gekomen is, is de dreiging tegen de onderwaterinfrastructuur en de dreiging door drones zowel op zee als vanaf het land."
Ook de marine gaat meer werken met drones. De onbemande vaartuigen van de ASW-fregatten werden net al genoemd. Dit zullen scheepjes worden van ongeveer veertien meter. Ze krijgen niet alleen sensoren, Tas verwacht dat ze ook van wapens worden voorzien.
Nog eerder zullen de huidige Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF'en) de beschikking krijgen over grote (voorlopig) laagbemande schepen. Deze schepen hebben sensoren voor boven- en onderwater waardoor ze zelfstandig de Noordzee in de gaten kunnen houden, maar ook hebben ze ruimte voor containers met een lanceerinrichting voor raketten. Dit concept heette aanvankelijk TRIFIC, vervolgens MICAN en gaat nu door het leven als MSS (Multifunctioneel Support Ship).
Het aantal inzetbare onderzeeboten zal tijdelijk naar één gaan.
— Vice-admiraal Tas C-ZSK
"Dat worden schepen van pakweg 80 meter", legt Tas uit. "Eerst zullen ze nog laagbemand zijn, met ongeveer vijf personen. Uiteindelijk worden het onbemande schepen. Elk LCF en ook de vervangers moeten kunnen gaan varen met minimaal twee onbemande schepen, die op grotere afstand uitgerust met sensoren en wapens kunnen opereren. Dat is de massa, zonder dat we gelijk moeten grijpen naar grote bemande schepen."
Deze schepen zijn gebaseerd op commerciële schepen en de marine wil er "zo snel mogelijk" de eerste testen mee gaan doen. Er is internationale interesse. "We hebben briefings gegeven aan de Amerikaanse marine, de Britten en Noren zijn ook geïnteresseerd. En de Belgische marine natuurlijk, want we werken intensief samen. Onbemand is de toekomst."
Wat in oorlogvoering niet verandert is dat schepen verloren kunnen gaan, tijdelijk of permanent. Een mogelijkheid die binnen de marine soms wordt geopperd is extra casco's bouwen. Tas ziet dat niet als optie: "Het halen van de NAVO-norm is hartstikke mooi, maar we kunnen niet opeens alles doen. Ik denk dat dat voorlopig geen optie is. Dat is en blijft duur."
Een mogelijkheid die Tas wel ziet is het behouden van oude schepen en ze gebruiken voor taken lager in het geweldspectrum. "Je zou de M-fregatten en LPD's [de Johan de Witt en Rotterdam] kunnen aanhouden en aanpassen voor een taak in de West of Noordzee. Dat is een serieuze optie op termijn."
Help je Marineschepen.nl?
Met jouw donatie kan Marineschepen.nl -onafhankelijk- nieuws- en achtergronden blijven publiceren.
Of scan deze QR-code met je telefoon.
Meer info over donaties aan Marineschepen.nl lees je op de donatiepagina.
Schepen sneller ontwerpen
Er zit veel tijd tussen de eerste schetsen van een nieuw marineschip tot het schip in dienst wordt gesteld. Tas verwacht dat het "aanzienlijk sneller" zal gaan. "Wat we vaak deden was zelf de schepen ontwerpen en daarna gingen we naar de industrie. Wat we nu doen, dat heet concurrent design, is gelijk met de industrie, kennisinstituten, COMMIT [de defensiematerieelorganisatie], de marine en de defensiestaf, allemaal in één hok gaan zitten en samen beginnen. Dan voorkom je een hoop gedoe, misverstanden, vragen die over en weer gaan."
"Bij ASW-fregatten deden we dat nog niet en dat project had er veel baat bij gehad. Bij de hulpvaartuigen doen we dat al, bij de amfibische transportschepen en bij de vervangers van de LCF'en gaat het ook gebeuren."
Zr.Ms. Johan de Witt en onderzeeboot Zr.Ms. Dolijn. (Foto: Defensie)
Spannend moment voor gat in de capaciteit
Hoe snel de nieuwe schepen ook zullen komen, de huidige schepen zijn op leeftijd en er is veel werk nodig om de nieuwe marineschepen klaar voor het gevecht te maken.
"We hebben nu ongeveer de helft bijna permanent operationeel inzetbaar. We kijken of we dat nog iets kunnen ophogen. Ondertussen kijken we naar nieuwe opleidingsconcepten, nieuwe bemanningsconcepten. We willen mensen sneller opleiden, bijvoorbeeld met hulp van Virtual Reality en AI. Daar valt wel winst te behalen, maar een dipje gaan we niet helemaal voorkomen."
Tas verwijst naar de Onderzeedienst die krimpt van vier naar twee boten. "Het aantal inzetbare onderzeeboten zal van twee naar één operationeel inzetbare boot gaan, vrees ik. Dat zal gedurende maximaal een jaar zijn."
Een dipje komt op een ongelukkig moment, nu de spanning toeneemt. "Ja dat is hartstikke spannend", zegt Tas, die nog wel een kleine troef achter de hand heeft. "Als er echt nood aan de man is, hebben we nog wel wat mensen op de scholen die kunnen gaan varen. Maar dan heb je het ook over supernood."
Zr.Ms. Karel Doorman in de Rode Zee. (Foto: EUNAVFOR Aspides)
Supertevreden
Die dip is niet Tas' grootste zorg. Ook de inzet van operationele eenheden niet. "Ik maak me geen zorgen over de schepen en de marinierseenheden op zich, want die oefenen al voor het gebruik van geweld of worden daar al voor ingezet. Goede voorbeelden waren natuurlijk de inzet in de Rode Zee van de Karel Doorman en de en de Tromp."
"Ik ben supertevreden. We hebben snel een staf geleverd, dat zouden we eerst niet doen. We hebben met onderzeeboten dingen gedaan. De Van Amstel was succesvol, op een gegeven moment hadden we bijna de hele Mijnendienst in BALTOPS [oefening in juni] zitten in de Oostzee. Mariniers trainen Oekraïners. De missie in Bosnië, niet de meest spannende operatie, maar moeten we doen. En we doen het goed."
De regeltjes
De grootste zorg van Tas zit 'm in de regeltjes. "Als we zeggen dat we tussen nu en afzienbare tijd in een groot conflict terecht kunnen komen, dan zal je wat moeten doen aan hoe je omgaat met de regelgeving. Hoe ga ik het Loodswezen onder militair bevel plaatsen? Ten aanzien van personeel:? Stoppen we met deeltijdwerk of kunnen we als de tijd er om vraagt de arbeidstijdenwet tijdelijk buitenwerking plaatsen? Kan ik reservisten oproepen? Ik ben supertevreden met de reservisten en verwacht dat ze in crisistijd komen opdagen, maar formeel kan ik ze dat niet verplichten."
"Als we extra schepen heel snel in de vaart willen hebben, kunnen we de arbeidstijdenwet even uitzetten? Als ik wil reorganiseren duurt het een jaar tot twee jaar voor ik er 50 man bij heb. Het duurt veel te lang voordat ik mensen kan aannemen. Ik kan amper mensen horizontaal naar binnen laten schuiven op een militaire functie."
"Het zijn allemaal dingen die we nog aan het regelen zijn. Gelukkig zijn we inventief en praktisch ingesteld in dit land. Er gebeurt wel veel. De vraag is: zijn we op tijd? Gaat het snel genoeg?"
"We zijn toch nog wel traag", geeft Tas antwoord op z'n vraag. "Dat heeft te maken met afspraken die waarschijnlijk allemaal terecht gemaakt zijn in het verleden toen we aan het bezuinigen waren."
"De mindset speelt een hartstikke grote rol. Als we als leiding roepen: het moet sneller, moet er wel boter bij de vis, dus dan moeten we regels durven aanpassen. En ik zie daar schroom. Het is ook complex", zegt Tas. "Maar ik denk dat we tevreden moeten zijn met regels aanpassen om snel een zesje of een zeventje te scoren en niet vijf jaar wachten tot we die tien kan halen."
"Heb haast als je tijd hebt, dan heb je tijd als je haast hebt. De haast is nog niet overal aanwezig. Soms kunnen we het zelf. Soms hebben we echt de hulp nodig van de rest van Nederland, van de vakbonden en van beleidsmakers."
Tas denkt wel dat als het daadwerkelijk sneller gaat, de organisatie het ook aankan. "Ik denk het wel, je hebt natuurlijk altijd mensen die zeggen dat het moeilijk is en vragen of het niet trager kan. Maar die luxe hebben we niet meer."
Mindset: nu stuk is nu repareren
Het grootste deel van het marinepersoneel is opgegroeid met een krimpende organisatie in een andere tijd. De veranderingen zijn nu zo groot dat dit een andere manier van denken vergt.
"We maken een rondje langs de operationele eenheden en die op de wal," zegt Tas. "We willen weten wat hoofdtaak 1 voor de individuele medewerker betekent. Wat zij nog wel gaan doen en wat niet meer in oorlogstijd. Het mag gerust ten koste gaan van routine-dingetjes, want hoofdtaak 1 is niet wat er bijkomt, nee het is prioriteit."
"Niet alles wordt anders, maar iedereen moet wel weten wat iedereen gaat doen in oorlogstijd. Dat heeft te maken met de mindset. Vandaar dat we vragen om hier eerst over na te denken."
Die mindset wil Tas ook terugzien op de wal. "Dat op scholen van de marine niet rustig wordt nagedacht en dan volgend jaar trainingen en programma's aanpassen. Het is nu actie ondernemen. Is er iets stuk aan boord van de schepen, dan verwacht ik van DMI [onderhoudswerf van de marine] dat ze het nu repareren. In het verleden kwamen we weg met uitstellen van de reparatie tot het geplande meerjaarlijks onderhoud. Want we wisten wanneer schepen werden ingezet. Dat is voorbij."
De verandering van mindset was voor de inzet in de Rode Zee al nodig. "We hadden niet veel bewapening tegen drones, behalve hele dure systemen", zegt Tas. "Binnen no-time hebben we counterdrone-bewapening aangeschaft en geplaatst. In plaats van een jaar vooruitkijken, nee we willen het nu."
"Dus het is mindset. Niet dat iedereen opeens andere dingen moet doen, maar wel zorgen dat de prioriteiten goed komen te liggen."
Personeel behouden door moderner personeelsbeleid
De personeelstekorten bij de marine zijn er al jaren en de organisatie moet groeien. Dat betekent meer personeel werven en ook behouden.
"Er gebeurt gerust wel veel", zegt Tas. "De salarissen en toelages zijn de afgelopen twee jaar flink verbeterd. We proberen ook leukere dingen te doen: af en toe een leuke haven. We willen mensen ook behouden door een moderner personeelsbeleid te voeren, dus meer rekening te houden met de mensen hun leeftijd, de thuisomstandigheden. Veel mensen gaan weg zo rond hun dertigste. Dan hebben ze een gezin gesticht en de partner vraagt of het nodig is om 180 dagen per jaar van huis te zijn. Daar proberen we iets aan te doen."
"De accommodaties proberen we aan te passen. Aan boord van de schepen en hier op de wal. Ik hoop dat straks iedereen een eigen huisje krijgt in of vlakbij de stad. In plaats van hier op de haven met z'n tweeën op een hut."
Niet iedereen zal blijven. "Dan moet je ook zorgen dat mensen sneller meer ervaring krijgen aan boord van de schepen. Iemand hoeft niet per se tien, twintig jaar lang in een commandocentrale te hebben gelopen om een bepaalde functie te krijgen. We kunnen ook commandocentrale-officieren [een officier die de leiding heeft over de commandocentrale] maken zonder dat ze heel veel gevaren hebben of helemaal niet gevaren hebben", aldus Tas. "Bijvoorbeeld door in kortere tijd op te leiden, intensief varen en daarna weer verder opgeleid worden."
"Je kan niet de hele commandocentrale vullen met lui die nooit op de brug hebben gestaan. Maar je kan wel een gezonde mix hebben. We zijn aan het experimenteren met aircontrolers [zij staan in contact met de helikopter]. Dat vergt veel omdenken."
Zr.Ms. Johan de Witt op de Wereldhavendagen 2024. (Foto: Defensie)
Marinewerving
De commandant Zeestrijdkrachten is ervan overtuigd dat de marine voldoende personeel kan aantrekken. "We hebben achttien miljoen Nederlanders en straks acht fregatten. Toen ik in dienst kwam, veertig jaar geleden, hadden we 22 fregatten en zes onderzeeboten, en waren er vijftien miljoen Nederlanders. Ze zijn er wel."
Ze moeten geworven worden, maar de verantwoordelijkheid van de werving ligt bij DOSCO (Defensie Ondersteuningscommando). "We hebben nu zelf ook een wervingsclub die actief het marinegedeelte van de defensiebrede werving gaat ondersteunen."
"Op de Wereldhavendagen in Rotterdam hadden we bijvoorbeeld een banenmarkt. Die was vorig jaar heel erg joint [alle krijgsmachtdelen]. De opzet was semi-professioneel, laat ik het zo zeggen. Dit jaar was het echt compleet anders. Het was giga-groot, superprofessioneel en er werd echt geworven voor de Koninklijke Marine, zij het met een defensietintje. Wat dat betreft zijn we echt wel professioneel aan het worden. En dat moet ook, we zijn wel een beetje laat."
De Den Helder in Roemenië op archiefbeeld. Het bevoorradingsschip zal later dit jaar naar Nederland komen. (Foto: Defensie)
Vooruitblik 2025
2024 begon met de grote NAVO-oefening Steadfast Defender. De voorbereidingen voor hoofdtaak 1 zijn ook volgend jaar terug te zien in de planning. "De NAVO-top is een mooi voorbeeld", merkt Tas op over de bijeenkomst die gepland staat voor juni 2025 in Den Haag. "Dat is whole of society. Hoe organiseren we dat met de NS, met de TenneT's met de KPN's, met de TNO-achtigen en met de havens van Nederland? Daar zul je wel een sprintje zien."
"De Tomahawk-lancering. Die zouden we nu al hebben gedaan, maar die is helaas uitgesteld tot begin volgend jaar. De Den Helder komt. Het eerste mijnenbestrijdingsvaartuig volgend jaar."
Nederland krijgt een jaar lang de leiding over SNMG1, een van de permanente NAVO-eskaders, zegt Tas. "Commandeur Arjen Warnaar wordt vanaf januari eskadercommandant. Commandeur George Pastoor, die net baas was in de Rode Zee bij Aspides, wordt COMNLFLEET." NLMARFOR begeleidt schepen en mariniers in Den Helder om operationeel ingezet te kunnen worden.
"Dat gaan we anders doen dan in het verleden. De vorige keren vonden we dat die functies COMNLFLEET en baas van een eskader te combineren vielen, maar dat was niet zo. We accepteren niet meer dat we dingen even iets minder doen, omdat we SNMG1 moeten aanvoeren. Hetzelfde met de commandant van het Korps Mariniers en directeur Operaties. Die functies hebben we weer gesplitst en dat heeft ook alles te maken met hoofdtaak 1."
Zr.Ms. Johan de Witt op de Wereldhavendagen 2024. (Foto: Defensie)
Oefenen = afschrikken
Ook voor volgend jaar staan er weer oefeningen op het programma. Tas: "Een verschil met voorheen is dat de oefeningen onderdeel zijn van afschrikking."
"In die zin verandert er wel wat voor de marine. Voor de krijgsmacht in het algemeen, maar zeker voor de marine omdat wij in internationale wateren opereren. Oefenen en inzet komen steeds dichter bij elkaar. Het wordt denk ik ook steeds onvoorspelbaarder. De Tromp ging een wereldreis maken. We wisten dat ze bij Taiwan aan een stukje operatie zouden doen. Uiteindelijk vertrokken ze met een inzet in de Rode Zee. Als je nu bij de Noordkaap zit en je moet opeens een echte Rus gaan opsporen, is dat toch even wat anders dan een gewone oefening."
"Dat is niet erg als altijd gereed bent voor 'groot en klein slam' . Dat is iets waar we heen moeten. Dus van het heel gepland vooroefenen, naar permanent gereed zijn", zegt Tas.
"Dat is ook tien keer leuker voor het personeel, want dat betekent dat je je spullen op orde hebt, dat je serieus bezig bent met je vak, dat je niet altijd hoeft te wachten tot de reservedelen komen of tot onderhoud voordat er iets gerepareerd wordt. Het wordt professioneler."
Tas kan zelf nog ongeveer een jaar werken aan het verder op koers brengen van de marine om gereed te zijn voor hoofdtaak 1. Dat is geen eenvoudige taak. In 2016 kreeg toenmalig defensieminister Jeanine Hennis nog kritiek in de Tweede Kamer over de materiële, personele en operationele gereedheid van de krijgsmacht. "Het oplossen van deze problematiek is echt een langdurig, meerjarig traject. (…) Het afbreken van de krijgsmacht doe je wel op die achternamiddag. Voordat je alles weer hersteld hebt en eenheden weer vliegend, varend of rijdend hebt, voordat de effecten van die extra middelen voelbaar zijn, zijn we helaas weer heel veel tijd verder."
Auteur: Jaime Karremann Jaime is oprichter van Marineschepen.nl en heeft meer dan 1.500 artikelen geschreven over uiteenlopende marine-onderwerpen. In 2017 gaf hij zijn non-fictieboek In het diepste geheim uit en later onderzeebootthriller Orka. Voor Jaime fulltime met deze site aan de slag ging, werkte hij ruim 12 jaar bij de marine, waarvan het grootste deel in een burgerfunctie. Jaime studeerde Communicatie in Groningen.