Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking


Jaime Karremann
Laatst aangepast: 11-05-2018


De Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking is een oude en intensieve samenwerking. Sinds 1948 werken Nederlandse en Belgische marinemensen samen en de laatste decennia is dat zelfs dagelijks op alle niveaus en alle terreinen. Van opleidingen tot de bouw van marineschepen, onderhoud en oefeningen. Die samenwerking komt natuurlijk ook terug in missies van de NAVO en de VN, maar geen samenwerking zo intensief als deze.
Een andere langdurige en succesvolle samenwerking is die met Groot-BrittanniŽ in de UK/ NL Amphibious Force.


Leopold en Van Speijk
BNS Leopold I (ex-Karel Doorman) en Zr.Ms. Van Speijk samen in de Golf van Aden na afronding van de anti-piraterijmissie in 2014. De schepen werkten samen tijdens de missie. (Foto: Belgische marine)

BeNeSam
Geen samenwerking in Nederland gaat zo ver als die tussen de Nederlandse en Belgische marine. Sinds op 10 mei 1948 de eerste ondertekening plaatshad in het kader van de Belgisch-Nederlandse samenwerking, is het contact tussen de beide marines almaar inniger geworden. De marines zijn inmiddels zo ver in elkaar vervlochten, dat van een fusie haast sprake is.

De contacten tussen de Koninklijke Marine en de Belgische Zeemacht zijn nu uitstekend, maar verliepen in het begin niet altijd even soepel. BelgiŽ moest zich in verband met de beperkte financiŽn die vrij werden gemaakt voor de marine, concentreren op mijnenbestrijding. Dat leverde beperkingen op voor de samenwerking. Ook waren de Belgen -op politiek niveau- in het begin wat bevreesd dat de Belgische belangen onvoldoende tot hun recht kwamen in een samenwerking die door Nederland werd gedomineerd.1
Toch ging die samenwerking van meet af aan vrij ver: de marines kwamen overeen om in oorlogstijd de Koninklijke marine en de Belgische marine onder bevel van ťťn officier te plaatsen.2



10 mei 1948: Belgisch-Nederlandse samenwerking
Na de Tweede Wereldoorlog besloten vijf landen op aandringen van Groot-BrittanniŽ een overeenkomst te sluiten op 17 maart 1948 in Brussel: het Verdrag van Brussel. Frankrijk, BelgiŽ, Nederland, Luxemburg en Groot-BrittanniŽ sloten een pact, dat destijds ook wel het Vijfmogendhedenovereenkomst of de Westerse Unie werd genoemd, om de militaire banden te versterken en in de hoop op een militaire samenwerking met de Verenigde Staten. De VS voelde echter weinig voor deelname aan het verdrag, het was na de Tweede Wereldoorlog teruggekeerd naar het isolationisme.

Hoewel het Verdrag van Brussel betrekking had op het militaire vlak, werd het overleg vooral gevoerd op het vlak van Buitenlandse Zaken en niet door de ministers van Defensie. De Belgische minister van Landsverdediging, kolonel Raoul De Fraiteur, en de Nederlandse minister van Oorlog (en tijdelijk ook van Marine) kolonel Alexander Fiťvez, overlegden in het geheim met elkaar over een eigen overeenkomst. Op 10 mei 1948 vloog De Fraiteur naar Nederland voor een tweedaags bezoek. In de avond van die eerste dag ondertekenden De Fraiteur en Fiťvez een geheime overeenkomst op gebied van Belgisch-Nederlandse samenwerking.

De Fraiteur en Fievez
De Fraiteur en Fiťvez op 10 mei 1948. De ministers waren naar eigen zeggen goede vrienden. (Foto: Koninklijke Landmacht/ NIMH)

De volledige Nederlandse en Belgische pers berichtten over het bezoek van de Belgische minister en de ondertekening. Ook was een verslaggever van het ANP ter plaatse. Wat er echter in de overeenkomst stond bleef geheim en is zelfs nu nog geheim. De inhoud bleef niet alleen verborgen voor de bevolkingen van beide landen, ook voor andere politici bleef de overeenkomst duister. De Nederlandse regering was nauwelijks geÔnformeerd over de gesprekken en het verdrag. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken baron van Boetzelaer van Oosterhout probeerde tevergeefs achter de inhoud van het verdrag te komen. Volgens Cees Wiebes en Bert Zeeman in hun proefschrift Belgium, the Netherlands and alliances: 1940-1949 werd de overeenkomst geheim gehouden omdat beide ministers, die overigens persoonlijk goed bevriend waren, geÔrriteerd waren dat zij niet waren gekend in aanloop naar het Verdrag van Brussel. Daarnaast was er volgens hen ook een militaire reden aangezien beide landen met hun na de oorlog geminimaliseerde krijgsmachten op elkaar waren aangewezen als het ging om defensie bij een mogelijke nieuwe agressie vanuit Duitsland of een ander land.2 (De datum van 10 mei was vermoedelijk niet voor niets gekozen.)

De Fraiteur in Amsterdam
De Belgische minister van Landsverdediging De Fraiteur op 10 of 11 mei 1948, in Amsterdam op het Rokin gezien vanuit de Langebrugsteeg. (Foto: Koninklijke Landmacht/ NIMH)

Dat de overeenkomst geheim was, betekende echter niet dat beide ministers hun kaken stijf op elkaar hielden. De ANP-verslaggever was tekende uit de mond van minister Fiťvez op "dat uit een innige militaire samenwerking, die reeds meer dan anderhalf jaar bestaat, een nauw contact gelegd werd. Hieruit groeide een volledige overeenstemming in gezichtspunten van militaire aard." Op grond daarvan werd de militaire overeenkomst getekend. "Nederland en BelgiŽ tekenen een militaire overeenkomst Deur staat ook voor andere mogendheden open".3 Uit latere krantenberichten duidelijk dat beide ministers een innige samenwerking tussen de twee legers voorzagen. Er werden drie commissies in het leven geroepen voor onder andere gezamenlijke wapenaankopen en het standaardiseren van wapens en vervoer. In mindere mate werd over de samenwerking tussen de beide vloten bericht.4 Toch waren vooruitlopend op de ondertekening sinds 1947 bij de Nederlandse marine Belgische marinemannen in opleiding.5

Wiebes en Zeeman ontdekten begin jaren '90 tijdens onderzoek voor hun proefschrift per toeval een kopie van het geheime verdrag. "Het was bekend dat er zoiets bestond, maar de inhoud was duister. Het ministerie van Defensie heeft nooit een kopie willen leveren. We hebben er uiteindelijk een gevonden in een archiefdoos bij Buitenlandse Zaken. De minister van Buitenlandse Zaken heeft nog heel veel moeite moeten doen om de inhoud van het verdrag te weten te komen, blijkt uit correspondentie. Het is van de zijde van Defensie heel erg gebagatelliseerd," zei Cees Wiebes in 1991 tegen De Volkskrant, nadat ophef was ontstaan over het feit dat Nederlandse kabinetten het buiten parlement om geheime verdragen mocht sluiten.6

Uit het onderzoek van Wiebes en Zeeman bleek dat het verdrag onder andere een gezamenlijke verdediging van het Scheldegebied behelsde. Daarnaast stonden er afspraken in over vergaderingen tussen de militaire top van beide landen over de uitwisseling van inlichtingen, het vernietigen van strategische werken in geval van oorlog, oefeningen, communicatie tussen de hoofdkwartieren en de gezamenijke aanschaf van wapens. Ook zouden er afspraken in staan over de vorming van een gezamenlijke luchtverdedigingssector die als testcase zou dienen voor verdere samenwerking.7

Belgische samenwerking
Dertien Belgische schepelingen volgden in juni 1948 in het kader van de samenwerking hun opleiding in het Marine Opkomst Centrum te Voorschoten. (Foto: Koninklijke Marine, via Nieuwe Courant, 17 juni 1948/ Delpher.nl)

Samenwerking voorzichtig van start
Al snel werd het effect van de ondertekening duidelijk. De Belgische minister maakte binnen twee weken bekend dat BelgiŽ aan Nederland wapens en munitie zou leveren, in ruil voor schepen en vliegtuigen.8 Toch bleef de samenwerking naar huidige maatstaven in de praktijk vrij beperkt (een oefening van de Nederlandse landmacht in de Ardennen, kon rekenen op hevige kritiek in het linkse dagblad De Waarheid, dat vond dat Nederlandse militairen niets te zoeken hadden op vreemd grondgebied).9

Tussen 1947 en begin 1949 kregen 41 Belgische schepelingen hun marineopleiding in Nederland.10 In juni 1948 waren er bijvoorbeeld drie Belgische cursisten die aan boord van radarinstructieschip Hr.Ms. Soemba de opleiding tot radioafstandpeiler volgden.11
Ook binnen de Westerse Unie zat men niet stil. Zo werd in 1949 een eerste gecombineerde vlootoefening gehouden tussen Britse, Franse, Nederlandse en Belgische marineschepen.

Ondertussen had met enige regelmaat overleg plaats tussen beide landen over steeds verdere samenwerking. Zo werd door de Belgische en Nederlandse regeringen vereenvoudigde regelingen overeengekomen met betrekking tot de toegang van marineschepen van beide landen tot Belgische en Nederlandse havens, en de doorvaart door de territoriale wateren. Vanaf dat moment was een eenvoudige kennisgeving voldoende.12

Het waren steeds kleine stapjes, de Nederlandse marine was namelijk vele malen groter dan de Belgische zeemacht. Nederland bouwde aan kruisers, had een vliegkampschip, onderzeeboten, een Marineluchtvaartdienst en (begin jaren '50) meer dan 22.000 militairen in dienst. De Belgische marine, die pas in 1946 was opgericht, bestond aanvankelijk uit enkele mijnenvegers en korvetten. In de beginjaren van de samenwerking had het dus meer weg van hulp van Nederland aan BelgiŽ dan een echte samenwerking. Toch was dat het begin en de hulp groeide al snel uit naar echte samenwerking tussen BelgiŽ en Nederland en was niet meer weg te denken.

Admiraal Belgie en Nederland
Commandant van de Belgische Marine divisie-admiraal Wim Robberecht in gesprek met de Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Rob Kramer in 2018. Rechts op de voorgrond is de commandant van de Belgisch-Nederlandse Operationele School korvetkapitein stafbrevethouder Christophe Colonval. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Belgisch-Nederlandse opleidingen
Binnen de Belgisch-Nederlandse samenwerking hebben gezamenlijke opleidingen altijd een belangrijke rol gespeeld. Dat begon al in 1947 met Belgische matrozen en een enkele officier, in 1949 werd dat uitgebreid met meer opleidingsmogelijkheden voor Belgische marineofficieren in Nederland.

De echt grote zichtbare stap werd echter in de jaren '60 gezet. Begin 1964 besloten de Belgische en Nederlandse marines om de mijnenbestrijdingsopleidingen samen te voegen. De twee organisaties werkten toen al 16 jaar samen, en terwijl de Belgen een nieuwe geavanceerde mijnenbestrijdingsschool hadden gebouwd (dankzij Amerikaanse steun), leidde de Nederlandse mijnendienstopleiding een zwervend bestaan langs voornamelijk zolders. Op 1 april 1965 had de verhuizing naar BelgiŽ plaats en op dinsdag 6 april 1965 kregen de eerste Nederlandse leerlingen les op de Belgische school.13 Later groeide deze samenwerking op gebied van mijnenbestrijdingsopleidingen verder uit. Kregen de Nederlandse en Belgische cursisten in het begin overwegend gescheiden les, in 1975 werd de school formeel een geÔntegreerde Belgisch-Nederlandse organisatie en ving het aan met cursussen voor NAVO-partners. In 2006 werd de Belgisch-Nederlandse Mijnenbestrijdingsschool geaccrediteerd als NATO Naval Mine Warfare Centre of Excellence.14

Bij deze samenwerking bleef het niet. Ook op de Nederlands-Belgische Operationele School in Den Helder wordt binationaal lesgegeven, hetzelfde geldt voor de marinekoks en -hofmeesters die al decennia naar Brugge gaan voor hun opleiding.


In 2011 werd stilgestaan bij vijftien jaar samenwerking tussen de Nederlandse en Belgische marine, maar dat was niet helemaal juist. De samenwerking was toen namelijk al 63 jaar oud. Wel was het vijftien jaar terug dat de twee marines waren geÔntegreerd.

Intensief
In 1970 werd afgesproken dat de Nederlandse marine de Belgische collega's zou bijstaan bij de bouw van de nieuwe Belgische fregatten (Wielingenklasse). En ook daarna ging de samenwerking steeds verder. In 1972 werd een zogenaamde BeNeSam-stuurgroep opgericht die zich boog over samenwerking op gebied van opleidingen, technische ondersteuning, bevoorrading, mijnenbestrijding, juridische, financiŽle zaken en verwerving van gezamenlijk materieel. Ook werden regelingen getroffen voor het bijhouden en verbeteren van software voor de Belgische fregatten door het Centrum van Automatisering van Wapen- en Commandosystem en (CAWCS) van de Koninklijke Marine te Den Helder.

Sinds begin jaren '80 zijn de Belgische en Nederlandse marine ook op het gebied van materieel nauw met elkaar verbonden dankzij het Tripartite-project met Frankrijk waardoor de drie landen met hetzelfde type mijnenjager varen. Al was dat project voor ontwerp en bouw reeds vele jaren eerder aangevangen. Sinds de indienststelling door BelgiŽ van twee voormalige Nederlandse M-fregatten in 2007 en 2008 nog meer overeenkomsten. Met de verkoop van de M-fregatten is ook overeengekomen dat de schepen vanuit een gezamenlijk punt (Den Helder) ondersteund worden. De voor nu laatste samenwerking op dit vlak is de NH-90 helikopter, die in beide landen wordt ingezet.

Beide landen opereren behalve samen, ook met andere landen onder de NAVO paraplu. Dankzij de NAVO en de vele internationale oefeningen zijn de marines van de verdragsorganisatie uitstekend op elkaar ingespeeld en compatible. Dat draagt ook bij aan een goede samenwerking op operationeel vlak, want bijvoorbeeld de procedures voor de twee marines zijn hetzelfde. Wat onderwezen wordt op de Belgisch-Nederlandse scholen, wordt ook vaak samen in de praktijk gebracht. Nederlandse en Belgische schepen werken sinds geruime tijd veelvuldig samen. Ook opereren Belgische helikopters sinds 1996 vanaf Nederlandse schepen.



Admiraal Benelux
Niet alleen op de werkvloer wordt veel samengewerkt. Ook in de top van de organisatie is de band tussen beide marines goed te zien. Op 27 maart 1975 werd de Admiraliteit Benelux (ABNL) in oorlogstijd opgericht, sinds 1 januari 1996 zijn de operationele marinestaven van BelgiŽ en Nederland ook in vredestijd geÔntegreerd tot ťťn enkele staf. Later werd op de Nieuwe Haven het hoofdkwartier gevestigd van de Admiraal Benelux (ABNL).

De Nederlandse Commandant Zeestrijdkrachten (C-ZSK) is tevens Admiraal Benelux, zijn Belgische evenknie Commandant van de Marinecomponent is tegelijkertijd plaatsvervangend ABNL. Ook met dit gezamenlijk operationeel hoofdkwartier kunnen Nederland en BelgiŽ geheel zelfstandig besluiten tot operationele inzet van hun eigen schepen met eigen bemanningen. Dit blijft onderworpen aan een besluit van de nationale regeringen en parlementen.

Het aantal in een "memorandum of understanding" vastgelegde overeenkomsten was in 1990 inmiddels de uitgegroeid tot meer dan 30 stuks. Ze behelsden overeenkomsten op gebied van opleidingen, mijnenbestrijding, onderhoud, bevoorrading en juridische zaken.

ABNL
Op het hoofkwartier van de Admiraal Benelux wapperen de Nederlandse en Belgische vlag naast elkaar.

M-fregatten en mijnenjagers
In 2007 en 2008 kocht BelgiŽ de twee Nederlandse M-fregatten Hr.Ms. Karel Doorman en Hr.Ms. Willem van der Zaan. Hierdoor ontstond een uniek samenwerkingsprogramma: de mijnenbestrijdingsvaartuigen worden aangestuurd door het geÔntegreerde binationale marinehoofdkwartier in Den Helder. BelgiŽ is belast met de opleiding en training van de bemanningen voor de Nederlandse en Belgische mijnenjagers en het is verantwoordelijk voor de logistiek en onderhoud van deze schepen. Nederland heeft dezelfde verplichtingen voor de M-fregatten. De vier M-fregatten zijn daarom vaak in Den Helder te zien en de mijnenjagers in BelgiŽ.

In 2015 werd bekend dat in Zeebrugge een permanente Belgisch-Nederlandse onderhoudsploeg geplaatst wordt, die toezicht gaat houden op het onderhoud van alle mijnenjagers. Het team, dat zal bestaan uit 11 Nederlandse en 7 Belgische functionarissen, wordt belast met de overname van een schip, het faciliteren van het onderhoud, het borgen van de materiŽle gereedheid en de overgave van het schip na onderhoud aan de nieuwe bemanning.

Belgisch-Nederlandse fregatten en mijnenbestrijdingsvaartuigen
Beide marines willen ook in de toekomst blijven samenwerken en gaan gezamenlijk de nieuwe mijnenbestrijdingscapaciteit en de vervangers van de M-fregatten aanbesteden. Daarom werd op 30 november 2016 door de Nederlandse en Belgische ministers van Defensie een Letter of Intent ondertekend.

Overzicht
• 10 mei 1948: ondertekening van de eerste Belgisch-Nederlandse samenwerking
• 6 april 1965: aanvang gezamenlijke mijnenbestrijdingsopleiding
• 1972: oprichting BeNeSam-stuurgroep voor samenwerking bij bouw Belgische fregatten
• 27 maart 1975: Oprichting van ABNL organisatie in oorlogstijd
• 15 oktober 1985: herziening van het BENESAM akkoord
• 28 maart 1995: ondertekening ABNL akkoord (Nederlandse staatssecretaris van defensie en de Belgische Minister van Landsverdediging)
• 29 mei 1995: ondertekening akkoord tot operationele samenwerking door Commandant Zeemacht Nederland (CZMNED) en de Stafchef Zeemacht (ZS)
• 01 jan 1996: implementatie van de ABNL Organisatie in het MHKC (Marine Hoofdkwartier en Kustwacht Centrum) te Den Helder
• 01 Mei 1996: ondertekening opleidingsakkoord door Commandant Zeemacht Nederland (CZMNED) en de Stafchef Zeemacht (ZS)
• december 2012: nieuw ABNL uitvoeringsakkoord ter vervanging het akkoord tot operationele samenwerking in 1995 (intensifiŽren van de samenwerking)
• 30 november 2016: ondertekening Letter of Intent mbt gezamenlijke aanschaf nieuwe fregatten en mijnenjagers


Noten
1.Schoonoord, D.C.L., Pugno Pro Patria, De Koninklijke Marine tijdens de Koude Oorlog; Uitgeverij Van Wijnen (Franeker, 2012), pp 111
2. Homan, C., BeNeSam: 'Kroonjuweel' van internationale defensiesamenwerking!; Marineblad juni 2012, pp 15
3. "Provinciale Drentsche en Asser courant". Onbekend, 11-05-1948. Geraadpleegd op Delpher
4. Nederland en BelgiŽ krijgen gelijk georganiseerde legers, Leids Dagblad, 13 mei 1948
5. "Belgische Jantjes in ons land". "De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad". 's-Hertogenbosch, 26-03-1949. Geraadpleegd op Delpher
6. "Kamerleden verbaasd over bestaan geheime overeenkomst Sluiten geheim verdrag door kabinet nog steeds mogelijk". De Volkskrant, 05-10-1991. Geraadpleegd op Delpher.
7. Zeeman, B., & Wiebes, C. (1993). Belgium, the Netherlands and alliances: 1940-1949 Leiden: Rijksuniversiteit Leiden
8. "Nederland krijgt wapens van BelgiŽ In ruil voor schepen en vliegtuigen". Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 21-05-1948. Geraadpleegd op Delpher.
9. "Waarom onze soldaten in BelgiŽ?" De waarheid, 25-05-1948. Geraadpleegd op Delpher.
10. "Belglsche Jantjes voelen zich thuis bij onze marine". Provinciale Drentsche en Asser courant, 26-03-1949. Geraadpleegd op Delpher.
11. "RADAR het alziend oog der moderne zeemacht" Friesch dagblad, 19-06-1948. Geraadpleegd op Delpher
12. "Samenwerking met Belgische marine", De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 04-10-1949. Geraadpleegd op Delpher
13. Oostende, Alle Hens, mei 1965, pp. 15
14. History Eguermin, Eguermin.org, geraadpleegd op 10 juli 2013




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Gerelateerde artikelen
NL en BE ondertekenen LoI
BelgiŽ wil investeren
BE-NL marine op spel
NAVO: doe M-fregatten weg

Aster klasse
Leopold klasse