Staatssecretaris Visser blijft vooralsnog bij plannen nieuwe onderzeeboten


Door: Jaime Karremann
Bericht geplaatst: 26-06-2020 | Laatst aangepast: 26-06-2020


De druk van VVD, CDA, ChristenUnie en SGP ten spijt, staatssecretaris Barbara Visser verdedigde zonder al te veel problemen de B-brief vervanging Walrusklasse. Toch is het debat nog niet helemaal afgerond, binnenkort volgt de verlenging en een motie van de SGP.

Visser
Barbara Visser. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Er was veel kritiek op de B-brief voor de nieuwe onderzeeboten. De keuze voor de B-variant ten opzichte van de A-variant, de enorme bureaucratie in de volgende fase, en vooral het plan om met drie aanbieders tegelijk in gesprek te gaan, kon buiten Defensie op nauwelijks steun rekenen (en binnen Defensie ook niet overal).



Na uitstel door de coronamaatregelen, werd gisteren de B-brief van 13 december eindelijk behandeld in de Tweede Kamer. Ondanks de vijf uur die de Vaste Kamercommissie had om met de staatssecretaris te spreken, was er te weinig tijd voor het complexe dossier, dat namelijk de ruimte in de agenda moest delen met nog elf andere onderwerpen, waaronder de vervanging van tien 'hulpvaartuigen' voor de marine (vervanging Mercuur, hydrografen, etc.). En natuurlijk kwam af en toe de vervanging M-fregatten ter sprake. Centraal stond echter de discussie rond onderzeeboten.

Andre Bosman
André Bosman, VVD. (Beeld: Tweede Kamer)

Kies nu een partij
Ondanks het door de politiek bedachte Defensie Materieel Proces (DMP), dat Defensie bij grote aankopen bij iedere stap verplicht om de plannen aan de Kamer voor te leggen, bleken coalitiepartijen VVD, CDA en ChristenUnie, plus SGP gisteren niet bij machte om de aankoop van onderzeeboten naar hun hand te zetten.

Deze partijen pleitten voor een sneller proces en een keuze voor een zo Nederlands mogelijke combinatie, waarbij dan de optie Saab-Damen herhaaldelijk werd genoemd, ondanks de plannen van Naval Group met IHC en tkMS in Den Helder.

Kamerleden Bosman (VVD) en Van Helvert (CDA) benoemden het succes van de Walrusklasse en de belangrijke rol van de Gouden Driehoek en vele kleinere bedrijven in de Nederlandse onderzeebootindustrie. Zij, en ook Joël Voordewind (ChristenUnie) prezen de kwaliteit van de huidige onderzeeboten en onderschreef de lage kosten van de boten. Van Helvert vroeg zich vervolgens af waar die Gouden Driehoek nu in het plan van Defensie was gebleven.



Zowel Van Helvert als Bosman spraken over het belang van de Nederlandse industrie in het licht van internationale fusies van scheepswerven (consolidatie). "Hoe eerder je besluit hoe beter. En duidelijkheid geven is altijd goed. Zeker in de dynamiek die nu ontstaat, kijkend naar de consolidatie die nu plaatsvindt binnen allerlei marinewerven. Hoe eerder je duidelijkheid hebt, hoe beter de consolidatie zal lopen", antwoordde Bosman op een vraag van Voordewind.

Voordewind bleek ook voorstander te zijn van een eerdere keuze voor één werf, maar las in de B-brief dat het besluit pas door een volgend kabinet wordt genomen: "Door de vertraging heeft de staatssecretaris de keuze voor wie deze boten gaat bouwen uit handen gegeven. Kan er voor maart nog een keuze gemaakt worden?"

Hoewel VVD als ChristenUnie de voorkeur voor Saab-Damen uitspraken en CDA daar ook naar leek te neigen, was Chris Stoffer (SGP) het stelligst. Wat de SGP betreft zou er onmiddellijk worden gekozen voor de Zweeds-Nederlandse combinatie.

Sadet Karabulut
Sadet Karabulut, SP. (Beeld: Tweede Kamer)

Liever geen onderzeeboten
Vanzelfsprekend vonden eerder genoemde partijen de SP en GroenLinks niet aan hun zijde, als groot tegenstanders van onderzeeboten grijpen zij immers iedere mogelijkheid aan om vervanging van onderzeeboten te vertragen of te verstoren.

Tom van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks) vroeg zich, geheel naar GroenLinks-traditie, af of het wel nut heeft om nieuwe onderzeeboten aan te schaffen nu andere landen geld investeren in methoden om onderzeeboten op te sporen. Van den Nieuwenhuijzen noemde magnetische sensoren en satellieten die onderzeeboten tot op 500 meter diepte kunnen zien. Sadet Karabulut (SP) zag het liefst dat er helemaal geen geld naar onderzeeboten gaat, liever naar onderwijzers, als er toch geld gaat naar 'wapentuig' dan zou de Walrusklasse opgelapt moeten worden of onbemande onderzeeboten moeten worden aangeschaft.

D66 bleek gisteren nog altijd erg tevreden met internationale aanbestedingen en wilde niets horen over een wijziging in het proces en een versnelde keuze, die het internationale aspect zou schaden. Opvallend was dat de Partij van de Arbeid zei weliswaar het belang van onderzeeboten te onderkennen, maar toch ook gelet op de kosten voortkomend uit corona rekening hield met het helemaal niet bestellen van onderzeeboten.

Grootste afwezige was de op een na grootste partij in de Tweede Kamer, de PVV.

Barbara Visser
Barbara Visser, VVD. (Beeld: Tweede Kamer)

Weinig moeite
De druk die vanuit de regeringspartijen en SGP werd uitgevoerd, had weinig effect op staatssecretaris van Defensie Barbara Visser. Het kostte haar nauwelijks moeite om de B-brief en de gemaakte keuzes te verdedigen.

Terwijl Kamerlid Voordewind geen antwoord wist op kritiek van Van den Nieuwenhuijzen op zijn standpunt, toen het GroenLinks-kamerlid zei dat onderzeeboten in de toekomst gedetecteerd kunnen worden met satellieten en Stoffer (SGP) geen antwoord wist op vragen van Salima Belhaj (D66) hoe de staatssecretaris dan nu zou moeten kiezen voor Saab-Damen, zette Visser vrij eenvoudig de kritiek opzij. Zo merkte ze op dat er inderdaad pogingen worden ondernomen om onderzeeboten beter te kunnen opsporen door China en Australië, maar dat beide landen zelf ook miljarden investeren in onderzeeboten, dat de Walrusklasse al opgelapt is en dat de F-35, drones of andere systemen de onderzeeboot niet kunnen vervangen. En dat onderwijzers ook veiligheid nodig hebben.



Tegen de partijen die een voorkeur hebben voor éen van de partijen, zei ze er niet in mee te kunnen gaan, omdat Nederland nu eenmaal de weg van een aanbesteding was ingeslagen en dat zij niet, vanuit het oogpunt van behoorlijk bestuur, ineens met één aanbieder verder kan gaan.

Daarnaast wees ze op het feit dat Defensie helemaal niet spreekt met een Nederlandse aanbieder, maar met drie buitenlandse werven waarbij ze zorgvuldig vermeed om de namen van de partijen te noemen. Wat de afspraken zijn tussen de Nederlandse partners en die aanbieders (IHC en Naval Group, Damen en Saab), komt pas in de volgende fase aan bod. Dat Nederlandse partijen zich, zonder overleg met Defensie, aan een van de buitenlandse aanbieders had aangesloten, lag buiten de schuld van Defensie, voegde Visser toe.

RDM
Bordje van de bouwer aan boord van Zr.Ms. Walrus. Weliswaar een boot uit 1992, met daaronder een briefje van de Commandant der Strijdkrachten: "Gefeliciteerd met de goede resultaten van de laatste missie." (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Politieke keuze is geen marktwerking
Hoewel meerdere Kamerleden goed geïnformeerd waren, was het verschil in kennis in het dossier met de staatssecretaris duidelijk zichtbaar. Dat betekende niet dat alles wat de staatssecretaris zei klopte en dat er helemaal geen gaten te schieten waren in haar betoog, maar een debat over zoveel onderwerpen in zo'n korte tijd met tal van interrupties en nietszeggende antwoorden, maakt het ook lastig om tot de kern te komen.

Typerend was dat Visser opmerkte dat het allemaal heel anders was geweest als de Nederlandse onderzeebootbouwer RDM nog had bestaan. Voor fregatten is er nog wel een zelfscheppende industrie, legde Visser uit. "Maar," zo zei Visser, "sinds de jaren tachtig hebben we geen eigen onderzeebootindustrie meer. Daar kunnen wij niets aan doen, dat is marktwerking."

Er is geen Nederlandse onderzeebootwerf meer, maar Nederland heeft nog wel een onderzeebootindustrie dankzij de Nederlandse bedrijven die zich de afgelopen jaren nog steeds met onderzeeboten hebben beziggehouden. En die voor heel weinig geld de modernisering van de Walrusklasse mogelijk maakten.

Bovendien was de ondergang van de RDM natuurlijk niet puur een gevolg van marktwerking. In 1990 was besloten om de Zwaardvisklasse onderzeeboten niet te vervangen en om voorlopig geen nieuwe onderzeeboten te bestellen bij de RDM na de oplevering van de Walrusklasse, terwijl door een eerdere minister van Defensie al gewaarschuwd was voor de gevolgen. Commandeur b.d. Ort zei in De Telegraaf: "De ervaring die wij met de bouw van deze moderne Walrussen hebben opgedaan willen we niet verliezen. Die expertise heeft verschrikkelijk veel geld gekost."

In ruil daarvoor kreeg de RDM van het kabinet geld voor export-onderzeeboot. Toen het ontwerp af was kreeg de Rotterdamse werf, vergeleken met concurrenten uit Frankrijk, Duitsland, Zweden en Groot-Brittannië, geen politieke steun. Terwijl concurrenten in competities konden rekenen op bezoeken van politici, hulp van staatsbedrijven of hele overheidsafdelingen die zich actief met export van onderzeeboten bezighielden, moest de RDM zelf aan de slag. De regering keurde later de verkoop van RDM aan een 'bedrijvendokter' goed, met het bekende resultaat: RDM ging failliet en een van de toenmalige concurrenten gaat straks de Nederlandse onderzeeboten bouwen.

Net als de keuze om de Zwaardvisklasse niet te vervangen, is de politieke invloed op de keuzes in de B-brief groot. Immers, het is niet de marine die achter de keuze in de B-brief staat om met meer partijen verder te praten, zelfs niet Defensie, maar het resultaat van allerlei krachten in politiek Den Haag, waaronder Economische Zaken, Buitenlandse Zaken en vooral Financiën.

Een politieke keuze die door politieke partijen moeilijk te veranderen blijkt.



Sneller een boot of sneller een keuze?
Visser zei bovendien niet sneller te kunnen. En ook dat klopt, maar niet helemaal. Natuurlijk is het proces van aanschaf onderzeeboten niet te versnellen. Dat duurt nou eenmaal lang, daarom is er vanuit de Kamer ook zoveel kritiek op de trage voortgang die bovenop de lange ontwerp- en bouwtijd van de onderzeeboten komt (die kritiek is er al jaren).

Wel had Visser de keuze voor een of meerdere partijen kunnen versnellen. En was dat gisteren ook nog mogelijk, door bijvoorbeeld af te spreken om op hoofdlijnen de komende maanden met partijen te bespreken en eind dit jaar een keuze te maken.
Door te antwoorden dat het niet sneller kon omdat onderzeeboten bouwen nu eenmaal lang duurt, gaf Visser geen antwoord op de vraag.

Waarom kon Navantia wel afvallen, maar Saab, Naval Group en tkMS niet? In de B-brief hadden ook twee afvallers kunnen staan. Nee, Visser wil juist met drie partijen verder, om dan beter het aanbod te kunnen beoordelen. "Laat die partijen hun best doen," zei Visser. "Wij gaan vergelijken."

Maar, om met de woorden van directeur DMO vice-admiraal De Waard te spreken, het gaat niet om gevulde koeken. Het gaat om onderzeeboten die samen met de industrie ontwikkeld moeten worden. Dus wat valt er precies straks te vergelijken?

Wel benadrukte Visser meerdere keren dat Defensie gaat om de beste boot voor de beste prijs, met zoveel mogelijk Nederlandse inbreng. "Strategische autonomie vinden wij belangrijk, we willen niet afhankelijk zijn van anderen," zei de staatssecretaris. "Het is belangrijk dat we zelf de instandhouding kunnen doen."

Ook invloed op de criteria op basis waarvan 'Defensie' de keuze zou maken zat er voor de tegenstribbelende Kamerleden niet in. Over de criteria mocht de staatssecretaris niets zeggen, want dan zou ze juridisch gezien vast zitten aan wat ze in het Algemeen Overleg ter sprake had gebracht.

Pers
Er waren diverse inhoudelijke vragen over de B-brief, waaronder de vragen over de verschillen tussen de A-variant en B-variant. Visser benadrukte dat de B-variant aan alle gestelde eisen voldoet en dat het om een verzameling van verschillende ontwerpen ging, al is de B-variant kleiner dan de A en kan die boot minder wapens meenemen. De actieradius van de Walrusklasse is groter dan die van de B en A variant, zo zei Visser. "Maar ook de Walrusklasse gebruikt een Forward Operating Base, en dat is ook geen probleem gebleken, want anders hadden we dat wel in de pers gelezen."

Dat is wel een probleem gebleken in 2016 toen de Walrus in Kreta was geweest en Rusland daar lucht van had gekregen. Even later claimden zij dat zij een Nederlandse onderzeeboot zouden hebben "weggejaagd" bij hun vliegkampschip in het oosten van de Middellandse Zee.

Motie
De antwoorden van de staatssecretaris stemden de SGP niet tot tevredenheid. SGP-kamerlid Stoffer vroeg daarom een nieuw kort debat aan (VAO) dat over enkele weken zal plaatsvinden. Met een motie die dan wordt ingediend probeert de SGP de keuze voor één aanbieder en wel Saab en partner Damen af te dwingen. Dat betekent niet dat de staatssecretaris dan verplicht is om de koers van de Kamer te volgen. Zelfs als er een meerderheid zich achter deze motie zou scharen, kan Visser die motie nog altijd naast zich neerleggen.

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact

Over deze site

Privacy

Adverteren
Blijf op de hoogte via:

Twitter

Facebook

Instagram
Copyright

Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nieuwsoverzicht

Gerelateerde artikelen

Vervanging Walrusklasse