Marineschepen.nl
 
   
 

Vervanger Walrusklasse onderzeeboten


Laatst aangepast: 13-10-2020

De Vervanger Walrusklasse zal bestaan uit nieuwe onderzeeboten voor de Koninklijke Marine, die 2031 de huidige Walrusklasse onderzeeboten moeten hebben vervangen. In 2022 moet een ontwerp zijn gekozen en een contract met een van de drie overgebleven aanbieders worden gesloten. Defensie gaat een van de drie B-varianten kiezen, de A-variant bleek te duur.
De onderzeeboten zullen dieselelektrische onderzeeboten worden, mogelijk met als aanvulling luchtonafhankelijke voortstuwing.

Om meer te weten te komen over wat onderzeeboten kunnen en hoe Nederlandse onderzeeboten opereren, kan het best naar het verleden gegeken worden. 'In het diepste geheim' is het eerste boek dat de echte inzet van Nederlandse onderzeeboten tijdens de Koude Oorlog beschrijft.

Hoofdstukken op deze pagina
1. In het kort en actueel
2. Begin van het project (2005 - 2015)
3. De eerste fases (2016 - 2019)
4. Planning
5. Eerste (deels) buitenlandse nieuwbouw
6. Kosten
7. Bouwer en internationale samenwerking
8. De ontwerpen van Saab, Naval Group, TKMS en Navantia
9. Het ontwerp
10. Drones
11. Aantal onderzeeboten
12. Specificaties
13. Overzicht artikelen


onderzeeboot
Onderzeeboot in de verte. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

De vier dieselelektrische onderzeeboten van de Walrusklasse bereiken rond 2025 het einde van de levensduur. Deze zullen dan niet meer inzetbaar zijn. De boten moeten vervangen worden.

1. In het kort en actueel | Naar menu
• Nederland wil vanaf 2027 de vier onderzeeboten van de Walrusklasse vervangen
• Budget 3,5 miljard euro
• Er is veel onderzeebootkennis, maar geen recente ontwerp- en nieuwbouwervaring meer
• Voor het eerst in de geschiedenis wordt een nieuwe Nederlandse boot deels in het buitenland gebouwd
• Aanbieders: Naval Group - IHC (Frankrijk, Nederland), Saab Kockums - Damen (Zweden, Nederland), TKMS (Duitsland)
• Eind 2019, B-brief: drie partijen gaan verder. Navantia (Spanje) viel af
• Wachten is op Algemeen Overleg Tweede Kamer (25 juni 2020)
• Kanshebbers volgens Marineschepen.nl: 1. Saab-Damen, 2. tkMS, 3. Naval Group

Lees over de B-brief: verslag met de eerste reacties op de B-brief.



2. Begin van het project (2005 - 2015) | Naar menu
Met de verkoop van de P-3C Orion marinepatrouillevliegtuigen en zes van de acht M-fregatten, werd de rol van de onderzeeboten op gebied van onderzeebootbestrijding groter dan zij al was. Dat onderschreef de Marinestudie 2005, waarin tevens het belang van de onderzeeboten op gebied van het vergaren van inlichtingen werd aangehaald. De auteurs van de Marinestudie pleitten daarom voor instandhouding van de bestaande Walrusklasse onderzeeboten en dat gebeurde ook. De levensduur van de huidige boten wordt verlengd tot ongeveer 2025.

De marine bracht vervanging van de onderzeeboten wel eerder onder de aandacht, maar de onderzeeboten werden vooral genoemd als het ging om mogelijke bezuinigingen. Zelfs in september 2013 dacht Elsevier dat de marine voorlopig geen nieuwe onderzeeboten zou mogen aanschaffen.1

Maar begin 2013 en in mei 2013 had minister Hennis intentieverklaringen getekend met respectievelijk Noorwegen en Duitsland over nieuwe onderzeeboten.2 Globaal gezegd waren er in die beginfase namelijk twee kampen onder de voorstanders van nieuwe onderzeeboten: een kamp dat een goedkope onderzeeboot uit het buitenland wilde en een kamp (o.a. de Onderzeedienst) dat een Walrus 2.0 wilde. De Walrus 2.0 was een doorontwikkelde Walrusklasse onderzeeboot, die weliswaar ook niet erg duur hoefde te zijn, maar wel voornamelijk door Nederlandse bedrijven werd ontworpen en gebouwd.

In de Beleidsbrief van juni 2013, die de ministers Hennis (Defensie) en Dijsselbloem (Financiën) naar de Tweede Kamer stuurden, kwam het eerste signaal naar buiten over mogelijke nieuwe onderzeeboten. Over de toekomst van Defensie schreven de ministers: "Voor het Commando Zeestrijdkrachten is de Marinestudie uit 2005 nog steeds actueel en de richting waarin CZSK zich ontwikkelt blijft op hoofdlijnen dan ook ongewijzigd." 3

Tijdens de commando-overdracht van de Onderzeedienst op 18 oktober 2013 werd echter voor het eerst openlijk over nieuwe onderzeeboten gesproken. Scheidend Groepsoudste Onderzeedienst KTZ Marc Elsensohn zei: "Er worden bedragen gereserveerd en internationaal wordt al met elkaar gesproken over mogelijke samenwerking." Een dag eerder had toenmalig Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Borsboom al via Twitter bekend gemaakt in gesprek te zijn geweest met Noorwegen over de Future Submarine Co-Operation.



Op 6 november 2013 had de vaste commissie voor Defensie een overleg met Minister Hennis-Plasschaert van Defensie, Minister Dijsselbloem van Financiën en Minister Kamp van Economische Zaken over de Nota toekomst van de krijgsmacht. Ook de vervanger van de Walrusklasse kwam aan bod. Tijdens dit overleg diende Tweede Kamerlid Raymond Knops (CDA) een motie in waarin hij Hennis verzocht om met een visie te komen op de Onderzeedienst. Hennis zegde die toe voor de eerste helft van 2015.4

Bijna een jaar later, op 3 november 2014, had opnieuw een vergadering plaats met de vaste Kamercommisie waar de nieuwe onderzeeboten in aan bod kwamen. Tweede Kamerlid Ronald Vuijk (VVD) vroeg minister Hennis naar haar plannen omtrent de verwerving van de nieuwe onderzeeboten. Hennis antwoordde dat zij met een visie zou komen, maar dat zij wel nieuwe onderzeeboten wil aanschaffen. Hennis zei in gesprek te zijn met andere landen, maar ze voegde daar aan toe dat de uitkomst af zou hangen van 'investeringsbeslissingen' die die landen moeten nemen. 'Het is een nichecapaciteit die we moeten koesteren', lichtte ze haar standpunt toe. Hennis herhaalde haar uitspraken later in een interview met de NOS.

Jeanine Hennis sloot in november 2014 uit dat Nederland samen met Duitsland onderzeeboten zou aanschaffen. Niet veel later, begin 2015, werd bekend dat het Nederlandse Damen en de Zweedse onderzeebootbouwer Saab Kockums samen gingen werken op onderzeebootgebied. Tot grote ergernis van het Ministerie van Defensie, want Hennis was naar verluidt van plan om Damen te koppelen aan de meest geschikte buitenlandse kandidaat. (Net als in Australië.)

Gesprekken met Duitsland werden toch weer opgepakt en er werd gesproken over één (nieuw) type onderzeeboot voor Duitsland, Noorwegen en Nederland, de latere 212CD. Ondertussen was Hennis gevraagd om een toekomstvisie te schrijven over de Onderzeedienst. Die kwam in juni 2015 en Hennis was duidelijk wat ze wilde: 1. nieuwe onderzeeboten en 2. onderzeeboten die dezelfde taken moeten kunnen vervullen als de Walrusklasse.

Het Duitse TKMS en het Franse Naval Group (toen nog DCNS) bevestigden rond die tijd publiekelijk dat ze ook interesse hadden.

Negen maanden gingen voorbij waarin ogenschijnlijk niets gebeurde. Maar achter de schermen werd er druk gesproken door Noorwegen, Duitsland en Nederland.



Op 11 juni 2015 zond Hennis de toekomstvisie van de Onderzeedienst naar de Tweede Kamer.

3. De eerste fases (2016 - 2020) | Naar menu
Op 16 maart 2016 ging het politieke traject van de vervanging Walrusklasse van start middels een hoorzitting/ rondetafelgesprek in Tweede Kamer. Op 17 juni 2016 verzond Hennis de A-brief. Tot dat moment was Hennis duidelijk dat er (1) nieuwe onderzeeboten moesten komen en (2) dit expeditionaire boten moesten zijn.

Daarna werd het standpunt van Hennis minder duidelijk, ze stelde een klankbordgroep in die moest onderzoeken of er wel echt nieuwe onderzeeboten nodig waren. De klankbordgroep kwam met een aantal voorstellen: niet vervangen (de nul-optie), vervangen door drones, vervangen door een homeland security onderzeeboot (een kleine sub voor de thuiswateren) en vervanging door een expeditionaire variant. Dit leidde tot vertraging en ontevredenheid in de Tweede Kamer.
Naar verluidt was de nul-optie in de plannen opgenomen onder druk van de luchtmacht met het argument dat de F-35 gevechtsvliegtuigen ook de taken van de onderzeeboten over kon nemen.

De gesprekken met Noorwegen, Duitsland en Nederland gingen ondertussen door en dat najaar werd gefluisterd dat de onderzeeboten uit Duitsland zouden komen: Type 212CD van TKMS. Maar de formele aanbesteding ging ook door en nadat de Tweede Kamer in het voorjaar 2017 akkoord was met de vervanging, werden bedrijven voor de eerste keer uitgenodigd om zich voor te stellen, de RFI ofwel Request for Information. Ook de Spaanse onderzeebootbouwer Navantia meldde zich.
Dit was feitelijk een papieren voorstelrondje. In 2018 volgde de tweede RFI.

Het toch al ondoorzichtige, stroperige en soms onlogische proces dat doorlopen werd sinds de zomer van 2016, werd nog onduidelijker. Minister van Defensie Ank Bijleveld zei in november 2017 dat de extra 1,5 miljard onvoldoende zou zijn voor de vervanging van mijnenjagers, onderzeeboten én fregatten. In het voorjaar van 2018 kwam zij met een verklaring in de Defensienota, toen bleek vooralsnog dat er voldoende geld zou zijn.

In de Defensienota 2018 stonden de onderzeeboten in de begroting. Daarnaast werd de discussie over de varianten beperkt: "We vervangen de onderzeeboten door bemande onderzeebootcapaciteit. Onderzoek van TNO heeft uitgewezen dat varianten anders dan bemande onderzeeboten niet aan de behoefte kunnen voldoen (en erg duur zijn). Deze varianten zullen dan ook niet verder worden uitgewerkt in de DMP B-fase. We sturen hierover dit jaar de DMP B-brief."

Het tweede verzoek om informatie volgde in 2018 en de bedrijven stuurden voorstellen op. Ondanks de vele gesprekken met Duitsland en Noorwegen lukte het niet om alle partijen op één lijn te krijgen. In maart 2018 liepen de gesprekken van een gezamenlijke Duits-Noors-Nederlandse onderzeeboot vast. Daarmee kwam een einde aan een schaduwproject dat naast de formele aanbesteding liep.

Later in 2018 kwam het antwoord op de vragen van de klankbordgroep: toch onderzeeboten die dezelfde taken als de Walrusklasse kunnen vervullen. Nu is die keuze goed onderzocht en stevig onderbouwd, maar komen we toch weer uit op het idee uit de tijd van de toekomstvisie Onderzeedienst in 2015.

Tot het voorjaar van 2018 had TKMS op rozen gezeten, door het klappen van de deal, kwamen Saab en Damen aan kop. De kansen van de Zweeds-Nederlandse combinatie werden groter toen dat najaar de Defensie Industrie Strategie (DIS) uitkwam. Want daar stond in dat men Nederlandse bedrijven de voorkeur zou geven. Door Tweede Kamerlid Hanke Bruins Slot (CDA), was de DIS aan de B-brief gekoppeld en werd de B-brief uitgesteld tot december 2018, daarna februari 2019, april 2019, juni 2019 en nu september 2019.

Het uitstel had voor een deel te maken met dat in februari/ maart 2019 was besloten om de vier aanbieders langs de lat van de DIS te houden. Lang zag het er naar uit dat Damen-Saab als enige zou overblijven. Dat zou ook de wens zijn van de marine, DMO en het ministerie. Buitenlandse Zaken en vooral Financiën waren terughoudender, eveneens de financiële tak van Defensie. De angst om met één aanbieder verder te gaan was te groot, vooral om financiële redenen.

Op vrijdag 13 december 2019 kwam, met ruim een jaar vertraging, de B-brief. In hoofdlijnen is het besluit om met drie van de vier werven verder te gaan (Navantia viel af), de C-fase over te slaan, van vier (nieuw bedachte) varianten is variant B gekozen (een variant die op geen van de eisen hoog scoort, maar wel binnen budget is) en in 2022 wordt een contract gesloten.

Op de B-brief kwam ongekend harde kritiek vanuit onderzeebootdeskundigen die niet aan Defensie of de industrie verbonden waren, en uit de industrie zelf. Deze kritiek is terug te lezen in de liveblog. Kort samengevat is er de volgende kritiek:
- Een 'keuze' voor drie partijen ipv één is een risico voor de tijdsplanning, de kwaliteit van de boten en de Nederlandse industrie die langer moet wachten
- De B-variant is echt een B-keuze en heeft te veel beperkingen (mogelijk gevolg: hogere kosten en beperkingen inzet)
- Defensie wil een dialoog om een programma van eisen op te stellen. Dat is mooi met één aanbieder maar leidt tot grote problemen met drie aanbieders
- Pas in 2022 een contract sluiten betekent dat er een nieuwe regering dat gaat doen, met uitstel of afstel tot gevolg

- Detailled design én bouwen in de periode 2022-2027 met alle boten overgedragen in 2031, is onhaalbaar.

De B-brief werd op 14 januari 2020 toegelicht in de Tweede Kamer in een technische briefing. Er werden vragen beantwoord, maar hier en daar leidde het tot meer vragen en kritiek.

Op 25 juni 2020, na uitstel van drie maanden door de coronacrisis, vond het Algemeen Overleg vervanging onderzeeboten plaats in de Tweede Kamer. Door het zomerreces en het rapport van de Algemene Rekenkamer is het vervolg op het Algemeen Overleg tot later in 2020 uitgesteld.

Tijdlijnen onderzeeboten
Klik voor een vergroting. Tijdlijnen onderzeeboten. De gele stippen geven de bouwperiode aan. Let op dat voor de nieuwe onderzeeboten de eisen nog niet helemaal zijn afgerond en het contract nog niet is getekend. Er blijft steeds minder tijd over voor samenwerking met de werf. Of het project gaat uitlopen. Deze illustratie hoort bij het artikel over de vergelijking tussen de verschillende onderzeebootnieuwbouwprojecten. (Beeld: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

4. Planning | Naar menu
Sinds halverwege de jaren '80 worden grote materieelsprojecten van Defensie aangelopen volgens het Defensie Materieels Proces (DMP). Dit proces kent vijf fasen, die zijn onderverdeeld in DMP-A t/m DMP-E. Tijdens iedere fase wordt de Tweede Kamer uitgebreid geïnformeerd en moet toestemming geven om het project te kunnen vervolgen.

Het DMP-A document is de behoeftestelling die wordt verstuurd aan de Tweede Kamer. Dit zal voor de opvolgers van de Walrusklasse in april 2016 gebeuren. Hier staat o.a. in beschreven wat de behoeften zijn, de afbreukrisico's, relevante ontwikkelingen en budget. Deze A-brief vormde het einde van de A-fase en verscheen op 17 juni 2016.

Met ruim een jaar vertraging verscheen op 13 december 2019 de B-brief en werd de onderzoeksfase afgesloten.

De C-fase wordt, zo staat in de B-brief, niet nodig geacht.

In de D-fase wordt het Concept of Operations (CONOPS) vastgesteld en wil Defensie in dialoog een Programma van Eisen gaan maken met de drie aanbieders. Aan het einde de D-fase, in 2022, wordt de definitieve keuze gemaakt en het contract gesloten.

Gedetailleerd ontwerp en bouw vindt plaats in de periode 2022 - 2027.
De E-fase (2031) is de evaluatiefase na afloop.

5. Eerste (deels) buitenlandse nieuwbouw | Naar menu
Van de 64 onderzeeboten (inclusief de huidige) die Nederland ooit in dienst heeft gehad sinds 1906, zijn alle nieuwgebouwde boten in Vlissingen of Rotterdam gebouwd. Weliswaar heeft de marine na de Tweede Wereldoorlog door de tekorten een korte tijd met Britse en Amerikaanse boten gevaren, maar die boten waren tweedehands onderzeeboten en niet oorspronkelijk voor Nederland gebouwd.

De nieuwe onderzeeboten zullen de eerste Nederlandse onderzeeboten in de geschiedenis zijn die deels of volledig door een buitenlandse scheepswerf worden gebouwd.



Lees ook: Hoe Nederland belangrijke onderzeebootbouwkennis verloor



6. Kosten | Naar menu
In de Nota in het belang van Nederland is voor de periode 2023-2027 2,5 miljard euro extra gereserveerd voor onderzeeboten.5 Dit was het (voorlopige) budget zijn voor de nieuwe onderzeeboten. Later bleek dat bedoeld werd dat het budget in de categorie "groter dan 2,5 miljard" viel. In de DMP-B fase werd over een definitief budget gesproken. In 2018 werd door de meeste aanbieders gefluisterd dat Defensie een budget van 3,5 miljard euro heeft gereserveerd.

Uit het rapport dat de Algemene Rekenkamer in oktober 2020 presenteerde bleek dat Defensie het budget al meerdere keren naar boven had bijgesteld. Het zou gaan om een bedrag van 1,14 miljard euro extra.
Belangrijk is bovendien om te vermelden dat het gaat om een budget over de gehele levensduur van de onderzeeboten. Dus de periode 2028 - 2060. De Algemene Rekenkamer berekende dat Defensie over die periode, dat moet gaan om een miljardenbedrag, 730 miljoen euro te weinig had berekend. Een relatief klein bedrag, maar dat leidde bij de minder ingevoerde media tot ophef.

Klasse Jaar Rijksbegroting Kosten klasse % Rijk Kosten p. stuk % Rijk
Zwaardvis 1959-1972 ƒ 266 miljard ƒ 157 miljoen 0,06% ƒ 79 miljoen 0,03%
GW-fregat 1962-1975 ƒ 473 miljard ƒ 557 miljoen 0,12% ƒ 278 miljoen 0,06%
Walrus 1974-1994 ƒ 3169 miljard ƒ 2 miljard 0,06% ƒ 500 miljoen 0,02%
LC-fregat 1992-2005 € 1628 miljard € 2,1 miljard 0,13% € 525 miljoen 0,03%
Nwe boten 2015-2030 € 5519 miljard € 4 miljard 0,07% € 1 miljard 0,02%

Hoeveel kosten marineschepen vergeleken met de uitgaven van de Staat? Met 4 miljard euro zouden de nieuwe onderzeeboten absoluut gezien verreweg de boten met de hoogste prijs zijn, maar gedurende de projectperiode vergen zij slechts 0,07% van de Rijksbegroting. Per boot is dat dan 0,02%.

Al komen er honderden miljoenen bij, onderzeeboten blijven voor de Nederlandse Staat 'klein geld'.

Die aanschaf wordt namelijk betaald in stukjes over een lange periode. Voor deze vergelijking zijn de kosten van de Driecilinderonderzeeboten, Zwaardvisklasse, Walrusklasse, Geleide Wapenfregatten en Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF) naast die van de nieuwe onderzeeboten gezet. Laten we voor deze berekening uitgaan van 4 miljard euro.

Voor de begrotingen van 2022 t/m 2029 is gerekend met een iets lager dan gemiddeld stijgingspercentage. Met andere woorden, gebaseerd op historische cijfers zullen de uitgaven van de Staat en Defensie harder stijgen. In dat geval worden onderzeeboten relatief goedkoper.

Opvallend is dat zowel de Zwaardvis- als de Walrusklasse over hun aanloop- en bouwfase in totaal 0,06% van de uitgaven van de Nederlandse Staat verantwoordelijk zijn. Per boot is de Walrusklasse zelfs goedkoper (dat waren vier boten, de Zwaardvisklasse bestond uit twee stuks).

Zelfs als de vervanger van de Walrus drie keer duurder wordt dan de Walrusklasse zelf, hebben we het over 0,08% van de Rijksuitgaven. Dan gaat er dus 99,92% niet naar onderzeeboten. Zijn ze duur? Nee.

Om het in perspectief te plaatsen. Het is net als je €2.000,- per maand verdient, iets heel belangrijks wil kopen voor €326,40 en je mag de betaling uitsmeren over 17 jaar. Zou je dan commissies, raden en klankbordgroepen in het leven roepen?
Netto €2.000,- per maand is €24.000,- per jaar. En van 2013 t/m 2029, zonder loonsverhoging (want crises) is dat €408.000,-. Dan zou 0,08% precies €326,40 zijn. Ofwel je betaalt €19,20 per jaar.



7. Bouwer en internationale samenwerking | Naar menu
Waar de vervangers van de Walrusklasse gebouwd zullen worden is nog lang niet bekend. Zeker is wel dat sinds 1994 geen onderzeeboot meer in Nederland is gebouwd. De bouwer, Rotterdamsche Droogdokmaatschappij (RDM), is bovendien al jaren failliet en veel kennis is verloren gegaan. Toch is er veel kennis behouden en was in ieder geval toenmalig Groepsoudste Onderzeedienst KTZ Ammerlaan ervan overtuigd dat de boten (grotendeels) in Nederland gebouwd moeten en niet in het buitenland van de plank gekocht moeten worden, zo zei hij tijdens een interview met Marineschepen.nl: "Het zou bovendien echt zonde zijn van het Nederlands industrieel potentieel als we een kruiwagen met belastinggeld leeggooien in het buitenland. Laten we ons belastinggeld in onze eigen industrie investeren en zorgen dat er goede onderzeeboten komen waar we met z'n allen iets aan hebben bijgedragen. En dat kunnen we, we moeten onszelf geen Calimero-gevoel aanpraten."

Nederland was voor de nieuwe onderzeeboten in gesprek met Noorwegen, dat nu zes kleinere onderzeeboten heeft van de Ulaklasse. Ook was Nederland in gesprek met Duitsland, maar die samenwerking vindt geen doorgang, zo bleek op 7 november 2014. De investeringsschema's van beide landen sloten niet op elkaar aan. Noorwegen en Duitsland besloten echter om de Type 212CD (Common Design) aan te schaffen; Noorwegen vier, Duitsland twee.

Er zijn niet veel andere marines waar Nederland mee kan samenwerken. Zweden heeft de -voor Nederland te kleine- A26 besteld en Australië heeft met de Shortfin Barracuda in 2016 een onderzeeboot besteld die veel groter is.

Als het gaat om scheepsbouwers waren er aanvankelijk vier gegadigdem: het Franse Naval Group (voorheen DCNS), het Duitse TKMS, de Zweeds-Nederlandse combinatie Saab-Damen en outsider uit Spanje: Navantia. Overigens betekent de samenwerking tussen Saab en Damen op voorhand niet dat als TKMS wordt gekozen, geen onderzeeboten in Vlissingen worden gebouwd.

Tijdens de onderwaterbeurs UDT in Rotterdam in 2013 werd voor het eerst bekend dat Naval Group en TKMS zich voorbereidden op een aanbesteding voor Nederlandse onderzeeboten.

Geen van de vier partijen heeft een kant-en-klaar ontwerp dat aansluit op de (verwachte) wensen van marine. Dat kan een voordeel zijn omdat Nederland met DMO, maar ook met Nevesbu zelf invloed wil hebben op het ontwerp. Toch is onduidelijk hoeveel vrijheid er is, omdat het er op lijkt dat de bouwers op bepaalde punten vast willen houden aan keuzes in hun eerdere ontwerpen.

Saab a26
Een model van de A26 onderzeeboot van Saab Kockums. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

8. De ontwerpen van Saab, Naval Group, TKMS en Navantia | Naar menu
Saab Kockums stelt een onderzeeboot voor die gebaseerd is op de A26, maar voldoet aan (de mogelijke) Nederlandse eisen. Een belangrijke aanpassing heeft betrekking op de grootte van de boot, want de A26 voldoet met 1900 ton waterverplaatsing niet. Hierdoor zal de boot een grotere diameter moeten krijgen en een grotere lengte. Details werden in juni 2018 bekend.

TKMS stelt de Type 212 CD voor aan Nederland. Deze boot is een variant op de Type 212A, een kleinere onderzeeboot dan de Walrusklasse. Dit werd eind 2017 bekend. De Type 212CD werd samen met Noorwegen ontwikkeld.

Naval Group zal een afgeleide van de Barracuda, hun nieuwste nucleaire onderzeeboot, voorstellen zo bleek in 2018. De Nederlandse boot zal vanzelfsprekend kleiner zijn.

Navantia bood een verbeterde versie van de S-80 Plus die ze voor de Spaanse marine bouwen. Deze Spaanse onderzeeboot voldoet namelijk al grotendeels aan de Nederlandse eisen, zo stelden de Spanjaarden. Lang bleef Spanje dicht bij het oorspronkelijke ontwerp. Later, in 2019, sprak het over een Flight II van de S-80. Toch werd Navantia niet geselecteerd voor de D-fase omdat het, zo meldt de B-brief, omdat Navantia onvoldoende kon afwijken van het oorspronkelijke ontwerp. Dat is opvallend, want volgens Navantia voldeed het ontwerp al aan alle door Nederland gestelde eisen.

DCNS
De Shortfin Barracuda werd door het Franse DCNS aan Australië voorgesteld, en won. (Bron: DCNS)

9. Het ontwerp | Naar menu
In de B-fase hebben de vier partijen Naval Group, Navantia, Saab-Damen en tkMS in totaal zes ontwerpen ingestuurd. Dat zijn in ieder geval: verkleinde Barracuda (Naval Group), S-80 (Navantia), vergrote A26 (Saab-Damen) en de 212CD (tkMS). Naval Group en Saab-Damen hebben ieder twee ontwerpen ingediend.

Dat zijn allemaal bemande onderzeeboten. In de A-brief, op basis van advies van de commissie Van der Veer, stonden vier opties (geen onderzeeboten, een homeland security boot, een expeditionaire boot en onbemande boten). De onbemande optie was al afgevallen, maar Defensie concludeert in de B-brief dat de homeland security variant en de expeditionaire onderzeeboot nauwelijks van elkaar waren te onderscheiden.

varianten
Bron: B-brief vervanging Walrusklasse

Vervolgens zijn dus vier andere varianten gemaakt, op basis van deze ontwerpen. De A-variant is de beste en duurste boot, de D-variant zou ook duur zijn en bovendien operationeel een van de minst capabele. Uiteindelijk heeft Defensie gekozen voor de B-variant, deze variant bestaat, zo bleek uit het rapport van de Algemene Rekenkamer in oktober 2020, uit drie ingestuurde ontwerpen. Eén van deze ingestuurde ontwerpen is reeds in aanbouw. Het moet dan gaan om de 212CD (in aanbouw), de aangepaste A26 en de aangepaste Barracuda.

Hoe dan ook was de A-variant volgens Defensie te duur, de C-variant te beperkt. En de D-variant viel af.

De B-brief: "Variant B is een long range, veelzijdig inzetbare conventioneel voortgestuwde onderzeeboot met acceptabele compromissen ten opzichte van de geambieerde behoefte. Ten opzichte van variant A heeft variant B een kleinere torpedoopslagruimte, die minder flexibiliteit biedt maar voldoende is om meerdere missie-types gedurende een inzet (met enige beperkingen) te ondersteunen. De kleinere romp ten opzichte van variant A beperkt de bemanningsgrootte, sensorcapaciteit en het bereik. Deze variant is echter zowel inzetbaar binnen het NAVO-verdragsgebied als voor de verder reikende Nederlandse belangen."

Varianten
Een illustratie uit het rapport uit 2020 van de Algemene Rekenkamer die het resultaat van de multicriteria-analyse schetst. Het rapport vermeldt niet welk ontwerp achter welke variant schuil gaat, maar deze schets geeft wel iets meer prijs. Zo moet variant D wel de S-80 zijn en is ook de 212CD een van de drie ontwerpen van variant B. Opvallend is de pumpjet bij een van de andere schetsen van variant B en de 'toeter' boven de roeren van de derde variant, die op de plaats zit van de uitlaat op de A26. Toch moet niet te veel waarde worden gehecht aan de precieze locatie van de drie boten ten opzichte van de as, in de tekst wordt namelijk gesproken over dat een van de drie ontwerpen de hoogste prestaties en de hoogste prijs heeft. De A en C varianten zijn niet geselecteerd. Bekend is dat tkMS en Navantia ieder één ontwerp hadden ingediend. A en C zijn dus afkomstig uit Zweden en/ of Frankrijk. (Beeld: Algemene Rekenkamer)

Welke variant is welk ontwerp? We weten het niet, maar hier wat mogelijkheden:
A (1): supergrote A26 of aangepaste Barracuda
B (3): 212CD (die nog aangepast kan worden), grote A26, verkleinde Barracuda of aangepaste Scorpène
C (1): aangepaste Scorpène of aangepaste A26
D (1): S-80 (die nog aangepast kon worden)

Er was na het verschijnen van de B-brief met de introductie van de varianten dan ook veel kritiek op deze opzet. Twee deskundigen vonden het een simplistische methode uit een managementcursus. Oud-onderzeebootcommandant John Weyne: "Dat wordt leuk. 'U krijgt een B-versie, meer konden we niet betalen.'" Voormalig onderzeebootontwerper Carel Prins: "Variant B heeft wel een aantal beperkingen. Ze noemen die acceptabel, maar een van die beperkingen is een kleinere torpedo-opslagruimte. Als je nu al kijkt naar beperkte ruimte voor wapens, torpedo's, Harpoons, cruise missiles of wat dan ook. Als je die in de toekomst wel wil gebruiken, dan zit je nu al erg krap. Dan heeft die B-variant niet erg veel marge voor nieuwe technologie, als ik het zo lees."

DMO bezweert echter dat de B-variant nog altijd een enorme verbetering is ten opzichte van de Walrusklasse. De Tweede Kamer heeft ook gevraagd aan Defensie of er geld vrijgemaakt kon worden om toch de A-variant aan te schaffen, maar daar wilde de minister van Defensie niet aan.

Variant B komt ook niet overeen met de eerder geuite wensen door toenmalig Groepsoudste Onderzeedienst in 2016.

Voor het DMP-A document dat in 2016 verscheen, werden de eisen die de marine stelt aan de nieuwe onderzeeboten opgesteld. Dit zijn de zogenaamde stafeisen, deze zijn echter geheim. Vooruitlopend daarop somde Groepsoudste Onderzeedienst KTZ Hugo Ammerlaan de wensen op die hij had, tijdens een interview medio 2014 met Marineschepen.nl: (Zie hier voor het hele artikel.)
- In grote lijnen dezelfde romp als de Walrusklasse;
- technisch op het niveau van 2027;
- even stil als andere onderzeeboten in 2027;
- voldoende ruimte voor special forces met hun uitrusting;
- meer ruimte voor opstappers;
- luchtonafhankelijke voortstuwing (naast diesels);
- een middel/ wapen om ook een waarschuwing mee te geven (kan met torpedo's uiteraard niet);
- wapen tegen helikopters;
- missile tegen andere schepen en doelen op de kust (Ammerlaan doelde niet op een wapen als Tomahawk);
- boven- en onderwaterdrones;
- internetverbinding boven én onder water;
- een echte kombuis en geen ruimtevoeding of alleen magnetrons;
- techniek moet compatible zijn met bovenwaterschepen;
- geschikt voor mannen en vrouwen.

Saab a26
Een UUV, of drone, verlaat een A26 onderzeeboot. (Bron: Saab)

10. Drones | Naar menu
De taken van een bemande onderzeeboot in de complexe onderwaterwereld, kunnen nog lang niet worden overgenomen door onbemande vaartuigen (AUV of UUV), in de volksmond 'drones' genoemd. Dat heeft te maken met dat onderwatercommunicatie alleen nog met (glasvezel)kabels mogelijk is. Maar heeft ook te maken met de grootte van de drones als ook speciale eenheden van het Korps Mariniers mee moeten en zij meerdere heavyweight torpedo's (6 meter, 1600 kg) moeten kunnen opslaan en lanceren.

Gelet op de snelle ontwikkeling op gebied van drones, staat wel vast dat toekomstige onderzeeboten met drones zullen gaan werken. Eigenlijk doen ze dat al, want de draadgeleide torpedo is ook een soort drone.

De verwachting is ook dat de nieuwe Nederlandse onderzeeboten, aan het begin of ergens in hun bestaan, de beschikking zullen krijgen over onderwater drones én vliegende drones. De nieuwe drones zullen in eerste instantie worden gebruikt om informatie te vergaren, maar kunnen in een later stadium ook speciale eenheden helpen of kleine wapens lanceren.

De drones zullen vanuit de boegbuiskamer uit torpedobuizen (of vergelijkbaar, maar dan groter) kunnen worden gelanceerd. In 2013 werd in de Verenigde Staten al een vliegende drone voor onderzeeboten gepresenteerd.



11. Aantal onderzeeboten | Naar menu
In de jaren '90 ging de marine terug van zes naar vier onderzeeboten. Volgens de Onderzeedienst is dit het absolute minimum om onderzeeboten goed te kunnen onderhouden, (nieuw) personeel op te leiden en te trainen, missies te kunnen doen en onderzeeboten aan internationale oefeningen deel te kunnen laten nemen.

De Onderzeedienst streeft daarom ook nu weer naar vier onderzeeboten. In de B-brief wordt ook een keuze gemaakt voor vier boten nadat uit de zogenaamde multicriteria-analyse drie boten als resultaat waren gekomen. De Commandant der Strijdkrachten LADM Bauer, besloot, met onderbouwing, voor vier boten.



12. Specificaties | Naar menu
Naamsein Naam In dienst
? ? 2027?
? ? ?
? ? ?
? ? ?
Afmetingen 65 - 90 meter
Max. waterverplaatsing Ongeveer 3.000 ton
Max. snelheid ?
Bemanning 50 of minder
Voortstuwing Dieselelektrisch mogelijk met luchtonafhankelijke voortstuwing (AIP)
Wapensystemen Torpedo's
Kruisvluchtwapens tegen zee- en landdoelen
Raketten tegen luchtdoelen
Sensoren Radar
Optronische masten
Sonars
Drones (varende en vliegende)


13. Overzicht artikelen | Naar menu
Overzicht van alle artikelen over de vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten


Noten
1. Vrijssen, E., PvdA staakte voor zomerreces verzet tegen Joint Strike Fighter, Elsevier, 5 september 2013
2. Verslag van een notaoverleg over Kamerstuk 33 763, Toekomst van de krijgsmacht, van 6 november 2013, gepubliceerd op 21 januari 2014
3. Beleidsbrief Defensie, Kamerstuk 32 733, nr 133, 25 juni 2013
4. Verslag van een notaoverleg over Kamerstuk 33 763, Toekomst van de krijgsmacht, van 6 november 2013, gepubliceerd op 21 januari 2014
5. In het belang van Nederland, bijlage B, pagina 36, 2 oktober 2013

comments powered by Disqus


Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Blijf op de hoogte via:

Twitter

Facebook

Instagram

Copyright

Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nederlandse marineschepen

Belgische marineschepen

Marineschepen wereldwijd


Gerelateerde artikelen
Overzicht alle onderzeeboot-artikelen

Rekenkamer geeft veel prijs over vervangingsproject onderzeeboten

Vergelijking met vroegere onderzeebootprojecten

Verslag B-brief en reacties

Ontwerp Navantia

Ontwerp Saab-Damen

A-brief

Interview met ontwerper

Kosten Onderzeedienst

Toekomstvisie Onderzeedienst

Interesse Duitsland en Frankrijk

Zweedse subs voor NL?

Geen nieuwe subs met Duitsers

Onderzeedienst: nieuwe subs

Onderzeedienst kijkt vooruit