Queen Elizabeth klasse vliegkampschepen (UK)


Laatst aangepast: 03-07-2017

De nieuwe vliegdekschepen Queen Elizabeth en Prince of Wales (Project CVF) zijn de grootste marineschepen ooit gebouwd in Groot-Brittannië. De vliegkampschepen van de Invincible klasse (22.000 ton) worden vervangen door deze schepen van 70.000 ton, die bovendien 90 meter langer zijn en veel meer vliegtuigen kunnen hebben. Vanaf 2020 zijn de schepen op zee te zien.

De twee vliegdekschepen kosten zo'n 6,6 miljard euro samen en zijn zo gebouwd dat ze 50 jaar mee moeten gaan.

Ga direct naar specificaties (onderaan deze pagina).

HMS Queen Elizabeth
HMS Queen Elizabeth op de Noordzee tijdens de proefvaart in juni 2017. (Foto: Royal Navy)

Historie
In 1998 kondigde de toenmalige Britse regering in de Strategic Defence Review aan dat de drie Invincibleklasse carriers aan het einde van hun levensduur zouden worden vervangen door twee grotere vliegkampschepen van 30.000 tot 40.000 ton waterverplaatsing met ruimte voor 50 toestellen (incl. helikopters). Het project werd CVF genoemd (CV = vliegkampschip, F = toekomst).

Een half jaar later werd een competitie uitgeschreven voor het ontwerp van de nieuwe vliegkampschepen. Verschillende bedrijven deden mee en twee bedrijven mochten hun ontwerpen verder uitwerken: BAe en Thomson-CSF (nu Thales).



De Verenigde Staten zijn een geliefde bondgenoot en samenwerkingspartner van de Britten. Al vrij vroeg in het project werden keuzes bepaald door compatibiliteit met de Amerikaanse vloot. Dit gold niet alleen voor de schepen zelf, maar ook voor de vliegtuigen. Reeds in 2002 werd bekendgemaakt dat Groot-Brittannië de STOVL F-35B, ofwel de Joint Strike Fighter die verticaal kan opstijgen en landen, zou bestellen voor de carriers.

In januari 2003 werden BAE Systems én Thales UK gekozen voor de bouw van de vliegkampschepen. Voor dit project gingen de bedrijven samenwerken onder de naam Future Carrier Alliance. Later sloten meer bedrijven zich aan bij de alliantie.

Eind 2005 werd definitief opdracht gegeven om de vliegkampschepen te bouwen. Modules zouden worden gebouwd op meerdere scheepswerven, verspreid door het hele land. In Rosyth werden de diverse onderdelen samengevoegd.
Drie jaar later maakte het Britse Ministerie van Defensie bekend dat de oorspronkelijke datum van indienststelling (2014 en 2016) met twee jaar vertraagd zou worden, zodat deze in de pas zou lopen met het beoogde vliegtuig voor de carriers: de F-35B.

In juli 2009 begon de bouw van het eerste schip, de Queen Elizabeth, met het snijden van staal. Op 4 juli 2014 werd het schip in Rosyth gedoopt.

Queen Elizabeth
HMS Queen Elizabeth toen het in juli 2014 werd verplaatst naar de afbouwkade. (Foto: Royal Navy)

Bezuinigingen
De bouw van het tweede schip, de Prince of Wales, was nog niet begonnen toen de Security Review 2010 het licht zag. Dit bezuinigingsdocument van de Britse regering was een enorme slag voor de marine. 10 schepen moesten weg en de oude carriers van de Invincibleklasse moesten vervroegd tegen de kant. Een gat van 10 jaar zou ontstaan in de carriercapaciteit van de Royal Navy. Tot overmaat van ramp werd ook aangekondigd dat slechts één vliegkampschip, de QE, in gebruik genomen zou worden. De regering had liever de Prince of Wales helemaal niet gebouwd, maar de boete die de Britse overheid dan aan de Future Carrier Alliance zou moeten betalen, was zo hoog dat men toch besloot de Prince of Wales te laten fabriceren. Wel was besloten dat de Prince of Wales in reserve gehouden zou worden of direct verkocht. Welke van de twee het wordt, zou definitief worden bepaald in 2015.

Bezuinigingen aan de andere kant van het Kanaal torpedeerden een unieke samenwerking tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. De Franse marine was namelijk rond het jaar 2000 op zoek naar een tweede vliegkampschip naast de Charles de Gaulle. Deze splinternieuwe carrier kampte met vele problemen door onder andere ontwerpfouten, en een ander ontwerp was gewenst. De Fransen kochten toegang tot het Britse design om zo samen te werken aan een tweede Frans vliegkampschip. Gaandeweg bleek echter dat Frankrijk liever geen Brits ontwerp wilde voor hun nieuwe nationale trots. Pogingen om een snel een eigen vliegkampschip te ontwerpen strandden. Uiteindelijk sneuvelde de samenwerking in 2013 definitief toen de Porte Avions 2 (PA2) met een grote bezuinigingsronde naar de kelder werd geschoten.

Queen Elizabeth
Hier is duidelijk de andere configuratie van het vliegdek te zien, dat door de bezuinigingen noodzakelijk werd in verband met de F-35C. Het zogenaamde "angled deck" (schuin op de richting van het schip) is hier goed te zien. Bij een dergelijk dek moeten de vliegtuigen landen door met een haak één van de vier kabels te vangen. Na verloop van tijd werd dit idee echter verlaten, in verband met de kosten en ging men weer terug naar het oorspronkelijke ontwerp.

Second thoughts
Een nog onbenoemd onderdeel van de in 2010 aangekondigde bezuinigingen was de keuze voor een ander type JSF. Niet de F-35B met verticale start en land mogelijkheden, maar de F-35C met haak zou op de QE gaan vliegen. Dit had behoorlijke gevolgen voor het ontwerp van de vliegkampschepen omdat de landing van een conventioneel carriervliegtuig (dus met haak) een heel andere configuratie van het vliegdek vraagt dan een JSF die landt als een helikopter en start met een ski-schans. Ondanks dat de F-35C goedkoper is dan de F-35B, zouden de kosten voor het wijzigen van de vliegkampschepen zo hoog worden dat de oude configuratie goedkoper was. De Britse minister van Defensie Philip Hammond besloot in 2012 het plan terug te draaien en toch bij de STOVL en ski-schans variant te blijven. Aan het wijzigen van de ontwerpen was inmiddels 75 miljoen pond uitgegeven.

In oktober 2013 bleek dat Hammond zich in meer keuzes niet kon vinden. Tijdens een toespraak zei de minister dat wat hem betreft de 70 miljoen pond exploitatiekosten van de carrier niet opwogen tegen de aanschafkosten en dat wat hem betreft de Prince of Wales toch in dienst gesteld zou moeten worden. Hammond zei echter ook dat hij die keuze niet kan maken, de beslissing wordt namelijk in 2015 genomen, maar de ingebruikname van twee vliegkampschepen wel aan te bevelen.
Het was verrassend dat de minister van Defensie deze uitspraak deed, maar zijn uitspraken gaven wel weer wat velen al langer dachten. Sinds de uitdienststelling van de Britse vliegkampschepen, wordt deze capaciteit gemist bij de marine. Tijdens de acties in Libië in 2011 bleek bijvoorbeeld het gemis toen Frankrijk wel hun vliegtuigen vanaf een vliegkampschip voor de kust snel boven Libië kon laten opereren, terwijl de Britten eerst uren moesten vliegen van bases in bijvoorbeeld Italië.

De toename van militaire activiteiten van Rusland in 2014 waren aanleiding om de beslissing over het lot van HMS Prince of Wales naar voren te halen. Niet in 2015 maar op 5 september 2014 maakte de Britse premier David Cameron bekend dat ook de tweede carrier bij de Royal Navy in dienst zou komen. Cameron zei dat op de laatste dag van de NAVO-top in Wales.

Prince of Wales en HMS Invincible
De Prince of Wales naast HMS Illustrious in een animatie. Hier is goed het enorme verschil in grootte te zien. (Bron: Aircraft Carrier Alliance)

Ontwerp
Beide schepen worden voorzien van een ski-schans om de vliegtuigen over een kortere afstand de lucht in te krijgen. Het uiterlijk van de schepen wordt verder gekenmerkt door twee eilanden op het vliegdek in plaats van één. In het voorste eiland zijn ruimten voor navigatie en besturing van het schip, vanuit het tweede eiland vindt de aansturing van vliegoperaties plaats. Het vliegdek is voorzien van twee liften voor vliegtuigen en heli's.

De schepen zijn gigantisch. Ze zijn drie keer groter dan de vorige vliegkampschepen, maar nog altijd kleiner dan die van de Amerikaanse Nimitz klasse.
In totaal is er 80.000 ton staal gebruikt voor twee schepen en moet 1,5 miljoen vierkante meter geverfd worden. Onder het vliegdek bevinden zich 9 dekken en dan nog is er ruimte zat. De hangar is bijvoorbeeld 155 meter lang, 37 meter breed en tot 10 meter hoog. Genoeg om 20 vliegtuigen en helikopters te herbergen. Er is 2.000 km kabel aan boord en er zijn 900 computers per schip.

De prestaties van de schepen zijn er ook naar. Als de vliegtuigen met spoed het luchtruim in moeten, kan dat met een tempo van 96 starts per uur en de schepen zijn geschikt voor maximaal 60 landingen per uur. Ook van het casco wordt veel verwacht. De twee schepen worden gebouwd om 50 jaar mee te gaan.



Bouw
Op 22 mei 2014 werd het hoogste punt bereikt van de Queen Elizabeth. Op de carrier werd in Rosyth de communicatiemast geplaatst en kwam de hoogte van het vliegkampschip op 73 meter in totaal. Met een diepgang van 10 meter torent de QE straks 63 meter boven het zeeoppervlak uit. Dat is veel hoger dan de 49,63 meter die de nieuwe Karel Doorman is.

Op 4 juli 2014 werd de Queen Elizabeth gedoopt.

Eind december 2015 arriveerde het laatste deel van HMS Prince of Wales op de werf in Rosyth.

Op 26 juni 2017 verliet HMS Queen Elizabeth de werf in Rosyth voor de eerste keer, voor een zes weken durende proefvaart.

Queen Elizabeth
In december 2016 werd aan boord van HMS Queen Elizabeth al gekookt. (Foto: Aircraft Carrier Alliance)

Vertraging
In de loop van 2017 moet HMS Queen Elizabeth de werf in Schotland verruilen voor de toekomstige thuishaven Porthsmouth. Een exacte datum was in 2016 echter nog niet genoemd en steeds meer mensen vermoedden dat de oplevering van het schip vertraagd was. In maart 2016 werd door de National Audit Office (NAO), die de bouw van de schepen in de gaten houdt, gezegd dat de proefvaart van de QE met drie maanden vertraagd was en dat het budget met 1 of 2 procent zou worden overschreden. Dat was nog los van de prijsstijging van de F-35B. Een oorzaak van de vertragingen was een personeelstekort bij de Royal Navy en Royal Air Force. De NAO waarschuwde dat de problemen er voor kunnen zorgen dat de QE niet volgens plan in 2020 operationeel is.


Timelapse van de float out van HMS Queen Elizabeth. De carrier kreeg op 17 juli 2014 voor het eerst water onder de kiel. Het droogdok waar het schip was gebouwd liet men vollopen met water, waarna de QE naar de afbouwkade kon worden gesleept.

Gasturbines
De Royal Navy is bekend met nucleaire aandrijving, want de Britse onderzeeboten varen op kernenergie. Maar de vliegkampschepen zijn, in tegenstelling tot de Amerikaanse en Franse carriers, altijd conventioneel voortgestuwd. Zo ook de QE klasse. Beide schepen krijgen Rolls-Royce Marine Trent MT30 gasturbines aan boord met een vermogen van 36 MW per turbine. Behalve gasturbines zijn ook vier diesels aan boord.

Queen Elizabeth
HMS Queen Elizabeth wordt richting afbouwkade geleid. (Foto: Royal Navy)

Sensoren en wapensystemen
De staf aan boord van de Queen Elizabeths zal weinig te klagen hebben over het luchtbeeld in de omgeving. Op het achterste eiland wordt namelijk de S1850M langeafstands luchtbeeldradar, een aangepaste versie van de welbekende SMART-L van Thales Nederland. De S1850M heeft een bereik van 400 km.

Aanvullend wordt de Type 997 Artisan 3D radar van BAE Systems geïnstalleerd. Dit is eveneens een draaiende radar die ook op de Type 26, Albion- en Oceanklasse schepen is te zien. De Type 997 heeft een medium bereik: doelen op 200 km kunnen worden gedetecteerd. Meer dan 800 doelen kan het syteem volgen. Ondanks dat de radar al even in gebruik is, kan de radar -volgens BAE- steeds worden verbeterd door software-aanpassingen.

Een belangrijke passieve sensor is de Ultra Electronics Series 2500 Electro Optical System: een infrarood en tv-systeem.

De wapensystemen zijn, zoals gebruikelijk bij vliegkampschepen, beperkt. De Phalanx CIWS, 30mm kanons en miniguns moeten zorgen voor bescherming tegen doelen op zeer korte afstand zoals snelle bootjes met terroristen.
Het echte wapensysteem heeft de vorm van een airwing.

vliegdek
Het vliegdek van de QE's is enorm. Rechts zijn de twee eilanden en diverse typen helikopters te zien. (Bron: Aircraft Carrier Alliance)

Airwing
Wat de samenstelling van de airwing zal zijn, hangt af van de missie. Er is maximaal ruimte voor 36 F-35B en 4 helikopters. In andere scenario's (bijvoorbeeld onderzeebootbestrijding) kan de airwing volledig uit helikopterst bestaan. Ieder type helikopter dat in dienst is in de Britse krijgsmacht is welkom. Voornamelijk zullen de Merlin en Wildcat opereren vanaf het dek, Apaches en Chinooks kunnen echter ook werken vanaf de QE klasse.
Tijdens helikopteroperaties is het mogelijk om met 10 helikopters tegelijk te opereren. Daarmee kunnen dan 250 miltitairen ineens vervoerd worden.

Vanaf 2018 gaan de vliegtuigen voor het eest oefenen op het dek van Queen Elizabeth.

Specificaties

Nummer Naam In dienst
R08 Queen Elizabeth 2017
R09 Prince of Wales 2019
Afmetingen 280 x 69 x 11
Max. waterverplaatsing 70.600 ton
Max. snelheid 25+ knopen
Bemanning 679 (+ 921 vliegploeg etc.)
Voortstuwing 2x Rolls-Royce Marine Trent MT30 gasturbine
Wapensystemen Phalanx CIWS 20mm snelvuurkanon
DS30M Mark 2 Automated Small Calibre Gun 30mm
miniguns
Sensoren S1850 M radar
Air wing Max 36 vliegtuigen en 4 heli's
F-35B Lightning II
Wildcat helikopter
Merlin helikopter




Marineschepen.nl
Contact
Over deze site
Privacy
Adverteren
Blijf op de hoogte via:
Twitter
Facebook
Flickr
Copyright
Alle rechten voorbehouden.

Sinds 13 augustus 2001



Menu
Nederlandse marineschepen

Belgische marineschepen

Marineschepen wereldwijd

Gerelateerde artikelen
HMS Queen Elizabeth week op zee
HMS QE naar zee
HMS QE gedoopt