Na een reis van bijna een maand is het nieuwste Nederlandse marineschip, de Den Helder, aangekomen in Vlissingen. Het schip meerde vanochtend vroeg, rond 07:15 uur, onder toeziend oog van staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman af aan de kade in Vlissingen-Oost. Na het afmeren kreeg Marineschepen.nl de gelegenheid een kijkje te nemen en de stemming te peilen onder het team dat verantwoordelijk aan boord. Die stemming was uiterst positief. Projectleider KTZ (TD) Joost Meesters maakte vijf proeftochten mee op andere schepen. "Er was altijd wel wat, maar nu niet. Het was beter dan verwacht."
De Den Helder afgemeerd in Vlissingen-Oost. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
"Dat is ‘m", roept een medewerker van Damen, terwijl vanuit het donker wat lichtjes opdoemen uit de duisternis die boven de Westerschelde hangt. Een scheepshoorn klinkt. Rode lampjes zijn zichtbaar op de tv-camera’s die staan opgesteld op de kade waar de Den Helder al een maand naartoe op weg is, maar de schermpjes blijven vrij donker.
Langzaam worden de contouren van het schip zichtbaar als het Kade E nadert. Stemmen van de meerploeg klinken hoog boven de kade. De Den Helder is het eerste Nederlandse marineschip met een gesloten bak, slechts een van de nieuwigheden. Een luik gaat open, een zacht groen schijnsel is te zien. Maar ook de modernste schepen moeten nog altijd middels trossen worden vastgemaakt aan land. "Opgepast keesje!" klinkt het en een zakje verzwaard met bouten en moeren scheert over de helm van ondergetekende. Een tros glijdt uit het geopende luik. De Den Helder maakt contact met Nederland. De allerlaatste fase van de eerste proeftocht is ingezet.
Aankomst van het CSS. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
De bak is afgesloten en dus zijn er luikjes nodig. Er komt in de toekomst nog een uitklapbaar bordes (soort balkon) bij. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
Gelukt
Dat een Nederlands marineschip in één keer al proefvarend van Roemenië naar Nederland vaart, lijkt normaal, maar dat is het niet. "Dit is nooit eerder gebeurd", zegt Meesters. Kapitein ter zee (TD) Meesters is namens de materieelsorganisatie COMMIT projectleider en moet toezien of het schip voldoet aan de gestelde eisen.
Meesters staat, aangepast aan Zuid-Europese temperaturen met opgerolde mouwen, op de brug van het schip. "De patrouilleschepen werden ook afgebouwd in Galati en daarmee zijn we eerst op de Zwarte Zee gaan proefvaren. Als er een probleempje was gingen we tussendoor de haven in bij Mangalia. Pas toen ze helemaal klaar waren, zijn ze naar Nederland gekomen."
"Dit was one time right. Dat is gelukt."
Kapitein ter zee (TD) Joost Meesters. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
Proefvaarten verlopen niet altijd succesvol. De Johan de Witt was ‘een kind dat het huis niet uit wilde’, zo zei toenmalig directeur van Damen bijna twintig jaar geleden over de voortstuwingsproblemen. "Met de patrouilleschepen hadden we problemen met de vinnen en met koelwater", weet Meesters nog.
"Ik heb vijf proeftochten meegemaakt. En er was altijd wel wat. Wij zeggen gekscherend: brand, lek, of grote storing. Maar nu bleef het licht aan, de voortstuwing bleef het doen, de wc’s bleven doorspoelen, er kwam warm water uit de douche en eten uit de kombuis. Wij dachten: ‘wanneer gaat het fout’, nou het ging niet fout. We hebben nooit beperkingen gehad op gebied van voortstuwing of energievoorziening. We hebben nooit liggen dobberen. Natuurlijk waren er wel puntjes, maar we hebben geen grote showstoppers gehad. Ja in die zin ben ik heel positief."
En dat terwijl het eerste staal vier jaar geleden is gesneden. Meesters: "Ik vind dat snel. Er zit elf jaar tussen de Doorman en de bouw van dit schip. We hadden het dus lang niet gedaan. Intussen is ook heel veel personeel gewisseld aan onze kant en aan de industriekant, waardoor veel kennis verloren is gegaan. En dan is het knap dat dit lukt."
Comfortabel en stil
Ook kapitein-luitenant ter zee Stefjan Veenstra, commandant van het schip, is positief. "We sluiten een heel succesvolle periode af. Dat is mooi, maar aan de andere kant ook jammer dat we die periode afsluiten," bekent de commandant. De proeftocht waar zo lang naar toe is gewerkt, wordt namelijk gevolgd door een periode waarin weer veel wordt gewerkt aan het schip. "De plafonds gaan weer open, kabels moeten worden gelegd. Gevoelsmatig gaan we weer een beetje terug naar de periode waar we net vandaan komen."
Varen met de Den Helder smaakt dus duidelijk naar meer. "We hebben drie weken bijzonder mooi weer gehad", blikt Veenstra terug. "We hebben alle testen kunnen doen en na Lissabon hadden we slecht weer. Dus hebben we ook het schip in die omstandigheden kunnen voelen. En het is ook dan een stabiel en comfortabel schip."
Het schip is ook ruim. Door deze gang kan een heftruck, waar Willem Burger in een interview over het CSS en bevoorrading op zee in september over vertelde. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
Het schip is ook comfortabel doordat het relatief stil is. "Als je zachtjes vaart merk je haast niet eens dat je vaart", zegt Veenstra.
Ook de eerste ervaringen rond de uitlaatgassen van het schip zijn hoopgevend. Op de Karel Doorman klaagden bemanningsleden tijdens de proefvaart over hoofdpijn doordat deze gassen in de accommodatie terechtkwamen. Op de Den Helder "lijkt het te werken", zegt Veenstra voorzichtig. "We hebben nog geen klachten gehad, maar de metingen moeten nog plaatsvinden."
Een van de laatste tests die de Den Helder deed had gisteren plaats: de bevoorrading op zee (BOZ of RAS) met Zr.Ms. Friesland. "Wat we wilden doen gisteren", zegt Meesters, "was testen of dat alle staalkabels, de slangen goed werkten. Dat is op zich goed gegaan. We hebben waardevolle informatie uit die tests gekregen en gaan verder om het te tunen. Dat moet namelijk helemaal fijn afgeregeld worden, want er komen natuurlijk grote krachten op te staan."
De RAS-test van gisteren met patrouilleschip Zr.Ms. Friesland. Tijdens deze test werden de masten en het bijbehorende tuig van Van Halteren Technologies getest. (Foto: Defensie)
Doop in februari, indienststelling 2026
Het schip is zonder problemen vanuit Roemenië naar Vlissingen gekomen. Is het werk dan nu gedaan? "De voortstuwing, energievoorziening, het ankergerei, het RAS-tuig, het hele hotelbedrijf, dat is allemaal getest. We hadden zo uit m’n hoofd 50 protocollen die we moesten testen. In principe is het schip dus ver genoeg om te kunnen varen, maar het is nog geen marineschip. Er is geen radar, geen wapensysteem en geen beveiligd netwerk." Daar wordt de komende tijd in Vlissingen aan gewerkt.
Het schip ligt daarom nog maanden in Vlissingen, onderbroken door een ceremonieel: de doop. Die staat gepland in februari, zegt Meesters.
In maart of april gaat de Den Helder pas weer naar zee. "Uit de proeftocht zijn restpunten gekomen en daar gaan we hier in Vlissingen aan werken. Als we hier weggaan gaan we op een hele korte proeftocht. Die begint in Vlissingen en eindigt in Den Helder. Als alles goed is, nemen we het schip over naar Defensie en is de thuishaven Den Helder."
Dan is het schip nog niet in dienst gesteld. "Het schip is dan weliswaar van Defensie, maar blijft onder COMMIT. En ik ben dan verantwoordelijk om ‘m te transformeren naar een marineschip met alle SEWACO [sensor-, wapen- en commandosystemen]. En pas als dat gebeurd is, als dat allemaal beproefd is, dan gaat ie over naar de marine en wordt ie in dienst gesteld."
De bak is overdekt. Op oudere schepen kan je doorlopen naar de punt van het schip waar een vlaggenmast staat. Dat deel is nu overdekt. Je kan wel naar boven lopen en dan zie je vlaggenmast en een dek naar voren, maar daar mag je niet op lopen, er is ook geen reling. Op deze manier kan het voorste deel van het schip naar voren naar beneden lopen, wat weer een betere stealtheigenschappen oplevert. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
Het voorste deel van het schip huisvest nog steeds de middelen voor het af- en ontmeren. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
Voor het zover is, moet nog heel veel worden gedaan. "De SEWACO eerst", zegt Meesters. "Dan gaan we een aantal keer naar zee en zorgen we dat al die sensoren en wapensystemen goed met elkaar werken. Vervolgens gaan we de helikopter integreren en gaan we vliegen met heli’s. De volgende stap is de warm weer-proefvaart en de koud weer beproeving. Het is een marineschip dus degaussing voor de magnetische signatuur, en ook de elektrische signatuur moeten we op orde hebben en we gaan de geluidsbaan op. En natuurlijk tests met bevoorraden op zee. Dus het is echt een heel vol programma. Daarom hebben we een jaar nodig."
"Ik verwacht dat we begin tweede kwartaal 2026 het schip helemaal getest, klaar en operationeel is. En dan kan het in dienst worden gesteld", zegt Meesters.
De Den Helder is een ruim en breed schip. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
Bevoorrading op zee
Een belangrijk onderdeel kwam al naar voren: de bevoorrading op zee. Gisteren is er geen brandstof overgepompt en ging het alleen om het testen van het tuig. "In maart doen we die tweede proeftocht en dan gaan we dat verder testen. Gisteren hebben alleen het tuig voor brandstof gebruikt, maar zware lasten [zoals munitie] moet ook nog. Tijdens die tweede proeftocht gaan we aan beide zijden RAS’en. Vloeistof en vaste lasten en we gaan proberen om een simultaan-RAS voor elkaar te krijgen. Het hangt wel af van of we de schepen meekrijgen. Dan moeten we de marine lief aankijken."
Die simultaan-RAS moet het schip ook kunnen, zegt Meesters. "Als je om de beurt beide zijden test, zou je kunnen zeggen dat het werkt, maar je wil ook weten of de pompcapaciteit genoeg is om twee schepen tegelijk te bedienen. En je wil kijken of de bedrijfsvoering klopt."
"Bij dit schip is gekeken naar modules. Met de basisbemanning kunnen heel wat, maar stel je voor dat er een situatie is voor Hoofdtaak 1 en ze verwachten van deze tanker dat ie 24/7, dag en nacht op twee stations gaat RAS’en, dan kunnen we ervoor kiezen om extra modules personeel aan boord te zetten. Dan komen er gewoon meer mensen van de Nautische Dienst aan boord zodat we ook ’s nachts kunnen RAS’en."
Proeftuin
De nieuwe bedrijfsvoeringsconcepten zijn ook terug te zien in de calamiteitenorganisatie aan boord van het schip. "De Den Helder is een groot schip met een relatief kleine bemanning van 75 personen", zegt commandant Veenstra. "De oude bevoorraders hadden 40 tot 50 man meer. Dat betekent ook dat je moet nadenken over je calamiteitenorganisatie. Dit schip is al goed uitgerust vanwege de automatieken en watermist, dus we kunnen heel veel door het schip zelf laten doen, maar we moeten wel nadenken over hoe we die 75 man efficiënt inzetten. Dus ook dat als we in de toekomst meer schepen krijgen met kleinere bemanningen, moeten we ook daar over dat soort concepten nadenken."
De nieuwe plannen worden nog bijgeschaafd. "Het is een concept tot we het met z’n allen omarmen en we voorwaarts kunnen. Wij zien onszelf als een proeftuin om dit uit te proberen. Als eerste van een nieuwe generatie schepen."
Staatssecretaris Gijs Tuinman voor de camera van Omroep Zeeland. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
Nieuwe generatie personeel
Een nieuwe generatie schepen, met nieuwe systemen en nieuwe bedrijfsvoeringsconcepten, maar de Den Helder is ook het schip dat de zogenaamde pilot ‘Alternatief Bemannen’ in de praktijk brengt. Een plan dat in 2022 nog tot het nodige rumoer leidde bij de vakbonden.
Maximaal vijftig procent van de bemanning mocht namelijk "direct uit de burgermaatschappij worden gehaald". Deze ervaren personen gaan dan als militair aan het werk. Dat is nu in de praktijk gebracht aan boord van het CSS, benadrukt staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman.
"Het is een andere manier om mensen aan boord te krijgen", zegt Tuinman. "Daar is niet iedereen het helemaal mee eens, ik heb daar gesprekken over met de vakbonden, maar we zullen hier wel naar toe moeten. Volgens mij zijn er nu negen mensen aan boord van de Den Helder die via dit traject zijn geworven. Het zijn mensen die rechtstreeks uit de markt komen en die ervaring hebben op zee. Ze zijn rechtstreeks aangenomen als militair, wel met een takenboek. Maar verder draaien ze gewoon mee."
Wat betreft Tuinman blijft het dus niet beperkt tot de Den Helder. "Ik ben er fan van. Het is ook geen een rare status. Ze zijn een volwaardig militair, met verworven competenties op tankers of in de offshore."
Aan boord van de Den Helder zijn ook twee dienjaarmilitairen. "Dienjaar is eigenlijk het omgekeerde: iemand zonder ervaring, die je in korte tijd militair maakt. Learning by doing aan boord."
"Een van grootste uitdagingen is personeel", zegt Tuinman. "Ik moet de schepen vullen. En dan zie je dat die combi beroepsmilitair, dienjaar en alternatieve manier van vulling, en ook reservisten, werkt. Het is ook nodig om de flexibele krijgsmacht van nu en in de toekomst in te vullen."
Tuinman in gesprek met directeur Damen Naval Roland Briene. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
Een slag maken
Ook los van het personeel is Tuinman blij met de Den Helder. "Ik denk dat het CSS voor de marine is, wat de herintroductie van de tank voor de landmacht is. Het is echt een ommezwaai na de totale vlootvernieuwing van de marine. Na 25 jaar alleen maar levensduurverlenging gaan we nu echt een slag maken."
Met de industrie. "Jazeker. Wat ik mooi vind", zegt Tuinman, "het schip is gebouwd in Roemenië, maar de marine en industrie hebben de proefvaart van bijna een maand samen gedaan: ongeveer 80 marinemensen aan boord en de 80 extra plekken zijn gevuld met personeel van Damen en onderaannemers. Ze hebben samen de oneffenheden weggewerkt en de crew leert meteen hoe ze het schip straks operationeel in de vaart kunnen houden. Mooier kan niet."
Tot een volgende keer. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)
Auteur: Jaime Karremann Jaime is oprichter van Marineschepen.nl en heeft meer dan 1.500 artikelen geschreven over uiteenlopende marine-onderwerpen. In 2017 gaf hij zijn non-fictieboek In het diepste geheim uit en later onderzeebootthriller Orka. Voor Jaime fulltime met deze site aan de slag ging, werkte hij ruim 12 jaar bij de marine, waarvan het grootste deel in een burgerfunctie. Jaime studeerde Communicatie in Groningen.